
|
Portefeuillehouder(s): Jurgen van Houdt, Eelco Eerenberg
Programmadirecteur: Hans Weggemans
Inleiding
Ontwikkelingen in het sociaal domein
De afgelopen jaren stonden in het teken van de voorbereiding op nieuwe taken op het terrein van Jeugd en Wmo (de transitie). Om alle nieuwe verantwoordelijkheden op een goede manier op ons te kunnen nemen is planmatig gebouwd aan een nieuw stelsel van maatschappelijke ondersteuning. Een stelsel dat de zorg en ondersteuning dichterbij de mensen in de wijken moet brengen, burgers in staat moet stellen minder afhankelijk te zijn van de overheid en investeren in preventie, onder andere door goede voorzieningen. Oude en nieuwe taken zijn in elkaar geschoven. Het budget van het programma is gestegen van 70 miljoen euro, in 2014, naar 170 miljoen euro in 2015.
In deze transitie zijn in 2014 de hoofdlijnen van beleid door de Raad vastgesteld, zijn de wijkteams voor de toegang en toegankelijkheid voor de ondersteuning gevormd en ingericht, is de inkoop van maatwerkvoorzieningen Jeugd en Wmo afgerond en is het beschermd wonen via het subsidiestelsel vormgegeven. In sterke en succesvolle samenwerking met de 14 Twentse gemeenten (Samen 14). Tegelijkertijd is de door de nieuwe coalitie opgenomen bezuiniging op het welzijnsbudget in de begroting in één keer ingevuld. Op een wijze die de noodzakelijk geachte investeringen in een adequaat ondersteuningsstelsel overeind houden. Het ingestelde budget Burgerkracht moet op wijkniveau de burgers stimuleren om op eigen kracht, eventueel met behulp van anderen, de noodzakelijke ondersteuning te regelen. Kan dat niet, dan hebben de wijkteams tal van mogelijkheden een handje te helpen (maatwerkvoorzieningen) of in uiterste gevallen specifieke hulp in te roepen.
Een belangrijke taak betreft de veiligheid van kinderen. Helaas genieten niet alle kinderen een veilige opvoeding. De wijkteams bezitten inmiddels veel deskundigheid om de taken van jeugdzorg op een goede manier voort te zetten. Daarbij ondersteund door de regionale voorziening Veilig Thuis.
Het takenpakket is fors uitgebreid, maar voorzien van beduidend minder middelen dan in het “oude stelsel”. Maar door een goed doordacht nieuw stelsel in te richten denkt het college, binnen het beschikbare budget, goede en toereikende ondersteuning te kunnen bieden. Om dat te bereiken is door alle medewerkers in het programma, en velen daarbuiten, ongelofelijk hard gewerkt. Aan de beleidsvorming, de werkprocessen, de inkoop, de verordeningen, het nieuwe ICT systeem, het inregelen, de communicatie, etc. Een enorme operatie. Wij zijn trots op de behaalde resultaten en werken vol energie en optimisme aan de verdere bouw van de participatiesamenleving. Want de daadwerkelijke transformatie, naar een nieuwe rolverdeling burger – overheid, is nog maar net begonnen.
Burgers aan zet:
Het bevorderen van burgerbetrokkenheid en zelfredzaamheid is in 2014 voortgezet. ‘Jij maakt de buurt’, de wijkbeheerplannen en de wijkbudgetten blijven de belangrijkste instrumenten. In alle stadsdelen en in steeds meer wijken en dorpen worden kansen, bedreigingen en opgaven met behulp van wijkanalyses in beeld gebracht. Per wijk worden wijkdoelen opgeschreven in de wijkprogramma’s.
Burgers willen steeds meer verantwoordelijkheid voor en zeggenschap over hun leefomgeving. Dit blijkt uit de groei van het aantal initiatieven (meer dan 550). Afhankelijk van de opgave werken burgers in wisselende samenstellingen samen met gemeente en andere partners. Hierbij leren alle betrokkenen hun nieuwe rol in te vullen. Voor de gemeente betekent dit een terughoudender, meer faciliterende opstelling als één van de partners.
Wijkbudgetten maken het uitvoeren van initiatieven mogelijk. Dit heeft een uitnodigend effect op anderen. We denken dat er nog rek zit in de groei van het aantal initiatieven.
Er zijn 15 participatie-trajecten gemonitord in de Benchmark Burgerparticipatie. Over de samenwerking met de gemeente oordelen de bewoners positief: 7. Qua kwaliteit van samenwerking scoort Enschede landelijk bovengemiddeld. In samenwerking met de gemeente heeft de LSA (Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners) de landelijke bewonersdag in Enschede gehouden.
De wijkorganen en de adviescommissie wijkorganen (ACWO) hebben een spilfunctie bij het bevorderen van burger-betrokkenheid. Naast adviesorgaan zijn wijkorganen nu ook verantwoordelijk voor aan hen toegekende wijkbudgetten. Dit vraagt enerzijds om een andere expertise en impliceert anderzijds legitimiteit. We begeleiden de wijkorganen hierbij. Daarnaast zijn studenten van Saxion Hogeschool dit jaar gestart met een onderzoek naar de legitimiteit van bewonersorganisaties.
Financieel resultaat
Het financieel resultaat van het programma bedraagt 2,7 miljoen euro voordelig. Dit is exclusief vrijvallende middelen Gezond in de Stad ad 0,3 miljoen euro. Deze zijn als taakmutatie opgenomen onder de algemene uitkering bij het programma Bestuur en Middelen. Alle bezuinigingstaakstellingen zijn gehaald.
Doelstellingen
| Doelstelling A | Leefomgeving/wijkontwikkeling: Burgers wonen in leefbare en veilige wijken en dorpen en leveren daar een bijdrage aan. |
| Doelstelling B | Burgers zijn zoveel en zo lang mogelijk zelfredzaam |
Indicatoren
Om de effecten van onze inzet te meten hebben we per doelstelling indicatoren opgesteld. In de onderstaande tabel staan de streef- en realisatiecijfers.
Voor een totaaloverzicht van alle effectdoelstellingen en indicatoren zie de bijlage bij het jaarverslag.
| Indicatoren | Score 2013 | Streven 2014 | Score 2014 |
| Doelstelling A: 8. Rapportcijfer voor de tevredenheid van burgers over hun leefomgeving (sociale kwaliteit) |
5,9 | 6,7 | 5,9 |
| Doelstelling A: 9. Percentage inwoners dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt. |
23,9% | 20% | 22,2% |
| Doelstelling B: 10. Percentage inwoners dat geen gebruik maakt van (een) individuele Wmo-voorziening(en). |
90% | 90% | 90% |
| Doelstelling B: 11a. Het percentage waarin de ondersteuning redelijk tot veel bijdraagt aan het zelfstandig kunnen blijven wonen. |
79% | 82% | 89% |
| Doelstelling B: 11b. Het percentage waarin de ondersteuning redelijk tot veel bijdraagt aan het meedoen aan de samenleving. |
75% | 80% | 78% |
Toelichting
Opmerkingen bij de indicatoren:
Ad 10: Dit streven geldt bij gelijkblijvende taken binnen de Wmo, dus zonder de decentralisatie van AWBZ taken.
Ad 11 a en b: De klanttevredenheid onder cliënten met een individuele voorziening wordt elk jaar gemeten door het SGBO.
Toelichting op de indicatoren 8 en 9
De jaarlijkse stadspeiling via het Enschede Panel toont dat de ‘tevredenheid van burgers over hun leefomgeving (sociale kwaliteit)’ gelijk gebleven is. We blijven naar verbetering streven en verwachten dat meer burgerbetrokkenheid op termijn tot grotere tevredenheid zal leiden.
Enschede kent als één van de weinige grotere gemeenten, na een gestage stijging in de afgelopen jaren, een relatief sterke daling in de onveiligheidsgevoelens in de eigen buurt in 2014. De invloed van de (integrale) projecten m.b.t. aanpak onveiligheidsgevoelens in de wijken en de goede resultaten bij de aanpak van de High Impactcrimes zullen in 2015 en 2016 nog beter tot uiting moeten komen in de daling van het percentage inwoners dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt
Toelichting op de indicatoren 10, 11.a en 11.b
In de scores van de indicatoren zelfredzaamheid en meedoen zit een jaarlijkse positieve ontwikkeling. De scores voor de indicatoren zelfredzaamheid en meedoen waren voor het jaar 2010 respectievelijk 77% en 70%.
In de score voor het percentage burgers, dat geen gebruik maakt van een individuele Wmo-voorziening, zit een positieve ontwikkeling. De ontwikkeling komt beter naar voren in het percentage burgers dat gebruik maakt van een individuele voorziening. Het percentage burgers, dat een individuele Wmo-voorziening heeft, is gedaald van 11,8% in 2009 naar 10,1% in 2014.
Politieke speerpunten
Klik hier voor een uitgebreide beschrijving van de politieke speerpunten zoals opgenomen in de Programmabegroting 2014-2017.
| Politieke speerpunten | |||||
|
Decentralisaties
|
|
||||
|
Enschede: Doen!
|
|
||||
| Burgers wonen in leefbare en veilige wijken en dorpen en leveren daar een bijdrage aan | |||||
| Bevorderen burgerparticipatie door wijkbudgetten (en stadsdeelbegroting) | |||||
|
|
||||
| Doorontwikkeling stadsdeelgewijs werken | |||||
|
|||||
| Actieve en leefbare wijken | |||||
|
|||||
| Burgers zijn zoveel en zo lang mogelijk zelfredzaam. | |||||
| Terugdringen professionele zorg (zorg op maat, betaalbaar en bereikbaar) | |||||
|
|
||||
| Integrale maatschappelijke ondersteuning | |||||
|
|||||
| Bestuurlijke projecten | |||||
|
|||||
| Duurzaamheid | |||||
|
|
||||
= niet/gedeeltelijk uitgevoerd;
= conform begroting;
= boven verwachting;
= afwijking conform coalitie-akkoord
|
Toelichting
Algemeen
Het programma heeft een voordelig resultaat van 2,7 miljoen euro. Dit is exclusief vrijvallende middelen Gezond in de Stad ad 0,3 miljoen euro, deze zijn als taakmutatie opgenomen bij de algemene uitkering bij het programma Bestuur en Middelen.
Individuele Voorzieningen
Het voordelig resultaat (incl. het voordeel op de baten) bedraagt ruim 2,9 miljoen euro.
De voordelen zijn het gevolg van de in voorgaande jaren in gang gezette kanteling naar de focus op zelf- en samenredzaamheid. De eigen (organisatie-)kracht van burgers wordt hierbij meer aangesproken. Resultaten zijn geboekt op vrijwel het gehele terrein van de individuele voorzieningen. Daarnaast is een voordeel ontstaan van 0,3 miljoen euro door de afrekening van PGB's over de jaren 2012/2013.
Maatschappelijke Ondersteuning
Per saldo is er op dit product een voordelig resultaat van 151.000 euro. Dit wordt met name veroorzaakt door afwikkeling van subsidies uit voorgaande jaren.
Opvang en Zorg kwetsbare burgers
Een nadelig resultaat van 620.000 euro is het gevolg van:
Stadsdeelgewijs Werken
Uitgangspunt van bewoners bij besteding van de wijkbudgetten is dat 1,3 miljoen euro per jaarschijf beschikbaar is. Ultimo 2014 resteert hiervan nog een bedrag van 878.000 euro dat toegevoegd wordt aan de bestemmingsreserve wijkbudgetten, conform raadsbesluit. Hierin is vastgelegd dat wijkbudgetten moeten worden besteed uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het jaar van toekenning (in dit geval 31-12-2015) aan de wijken. Hiermee is een recht toegekend voor de duur van 2 jaar. In 2015 worden de spelregels en het beheerssysteem wijkbudgetten hernieuwd (amendement “bestemming vrije keuzeruimte en beheerssysteem wijkbudgetten”).
Om het niveau van de wijkbudgetten in 2014 te handhaven op de hiervoor aangegeven 1,3 miljoen euro werd uitgegaan van een bijdrage vanuit het participatiebudget van 150.000 euro. Deze bijdrage is niet gerealiseerd in 2014. Daar staat tegenover de vrijval van middelen uit projecten (ca. 40.000 euro) en voordelen als gevolg van niet bestede middelen uit het werkbudget en budget Leefbaarheid & Veiligheid (ca. 52.000). Per saldo is een bedrag van 59.000 euro ten laste van het programmaresultaat gebracht om de wijkraden te kunnen laten beschikken over het toegezegde jaarbedrag (in lijn met de concernrapportage 2014).
Welzijn
Het voordelige resultaat van 122.000 euro wordt verklaard door een lagere afrekening van detachering DCW medewerkers dan gebudgetteerd. Ook is er een beperkte onderuitputting op het budget voor onderzoek & advies.
Resultaat Bedrijfsvoering
Het voordelig resultaat op bedrijfsvoering ad 87.000 euro is een gevolg van het niet volledig (kunnen) invullen van vacatures bij het programma Wijkontwikkeling, Zorg en Welzijn.