
Dit hoofdstuk bestaat uit 10 paragrafen. De onderwerpen van de paragrafen zijn belangrijk voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De informatie over deze onderwerpen is vaak versnipperd in de begroting en jaarrekening opgenomen. De paragrafen zijn daarom eigenlijk dwarsdoorsnedes van de verschillende programma’s. De paragrafen zijn om verschillende redenen opgenomen:
Wat is het verschil tussen Programma’s en Paragrafen?
De Programma’s in de vorige hoofdstukken zijn direct gericht op burgers. De paragrafen indirect. De paragrafen zijn namelijk de kaders die de raad voor het college stelt voor het beheer en de uitvoering en programmaoverstijgend.
Welke paragrafen zijn er?
De volgende zeven paragrafen zijn voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV):
Daarnaast zijn drie (onverplichte) paragrafen opgenomen, omdat wij het van belang vinden om deze onderwerpen in samenhang te presenteren:
In de paragraaf lokale heffingen beschrijven we eerst aspecten van beleid en uitvoering van de lokale heffingen in 2021. Vervolgens geven we een toelichting op de begroting en realisatie van de opbrengsten van de lokalen heffingen en lichten verschillen ten opzichte van de begroting toe. Tot slot gaan we in op overige relevante ontwikkelingen die afgelopen jaar op het terrein van lokale heffingen hebben plaatsgevonden.
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient de paragraaf betreffende de lokale heffingen tenminste te bevatten:
a. de geraamde inkomsten;
b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.
d. een aanduiding van de lokale lastendruk
e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
De paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties daarvan voor de inwoners van Enschede.
De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze heffingen zijn één van de gemeentelijke inkomstenbronnen die vooral inwoners moeten opbrengen. De lokale heffingen onderscheiden we in heffingen waarvan de besteding gebonden is en in heffingen waarvan de besteding ongebonden is.
| Ongebonden belastingen | Gebonden belastingen |
|
Hondenbelasting |
Afvalstoffenheffing - Rioolheffing |
Ongebonden belastingen rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden belastingen verantwoorden we op het betreffende programma en rekenen we niet tot de algemene dekkingsmiddelen.
Geraamde en gerealiseerde inkomsten
| Heffingen | Realisatie 2019 | Raming 2020 | Realisatie 2020 | Raming 2021 | Realisatie 2021 |
| Huwelijk en geregistreerd partnerschap | 193.000 | 172.000 | 144.000 | 172.000 | 175.000 |
| Legitimatie- en reisdocumenten en rijbewijzen | 1.828.000 |
1.376.000 |
1.332.000 | 1.469.000 | 1.730.000 |
| Documentatie bevolking | 69.000 | 63.000 | 62.000 | 63.000 | 70.000 |
| Verstrekken inlichtingen GBA | 46.000 | 48.000 | 34.000 | 48.000 | 35.000 |
| Overige publiekszaken | 341.000 | 288.000 | 328.000 | 259.000 |
452.000 |
| Overige verrichtingen archief | 500 | 0 | 400 | 0 |
800 |
| Leges telecommunicatie (%) | 79.000 | 111.000 | 98.000 | 112.000 | 121.000 |
| Vergunningen | 2.924.000 | 3.630.000 | 3.948.000 | 3.525.000 | 3.705.000 |
| Kort parkeren, garages, abonnementen en vrijuitrijkaarten (niet fiscaal)* | 8.693.000 | 8.838.000 | 5.812.000 | 8.852.000 | 5.800.000 |
| Fiscale vergunningen* | 803.000 | 780.000 | 901.000 | 780.000 | 630.000 |
| Fiscaal straat- en terreinenparkeren* | 3.219.000 | 3.100.000 | 2.456.000 | 3.100.000 | 2.100.000 |
| Fiscalisering (naheffing)* | 621.000 | 800.000 | 301.000 | 816.000 | 360.000 |
| Begraafrechten (exclusief onderhoud gedenkparken) | 410.000 | 548.000 | 541.000 | 555.000 | 558.000 |
| Havengelden | 59.000 | 46.000 | 76.000 | 46.000 | 61.000 |
| Marktgelden | 268.000 | 249.000 | 257.000 | 249.000 | 273.000 |
| Afvalstoffenheffing (netto) | 15.466.000 | 15.660.000 | 15.567.000 | 16.345.000 | 15.688.000 |
| Afvalstoffenheffing - kwijtschelding | -2.150.000 | -2.300.000 | -2.598.000 | -2.300.000 | -2.450.000 |
| Afvalstoffen - oninbaar | -207.000 | -240.000 | -347.000 | -240.000 | -315.000 |
| Rioolheffing (netto, inclusief grootverbruik) | 16.151.000 | 16.917.000 |
16.899.000 |
17.892.000 | 18.022.000 |
| Rioolheffing - kwijtschelding | -2.220.000 | -2.445.000 | -2.572.000 | -2.570.000 | -2.689.000 |
| Rioolheffing - oninbaar | -190.000 | -169.000 | -336.000 | -271.000 | -306.000 |
| Hondenbelastingen | 890.000 | 900.000 | 858.000 | 900.000 | 901.000 |
| Precariobelastingen | 356.000 | 315.000 | 50.000 | 315.000 | 6.000 |
| Toeristenbelasting | 339.000 | 335.000 | 220.000 |
600.000 |
580.000 |
| Reclamebelasting | 186.000 | 190.000 | 206.000 | 190.000 | 186.000 |
| OZB woningen | 21.304.000 | 21.800.000 | 22.000.000 | 22.320.000 | 22.460.000 |
| OZB eigenaar niet-woningen | 16.354.000 | 16.620.000 | 16.500.000 | 16.900.000 | 16.414.000 |
| OZB gebruiker niet-woningen | 11.758.000 | 11.961.000 | 12.400.000 | 12.150.000 | 11.802.000 |
Legitimatie, reisdocumenten, rijbewijzen en overige publiekszaken
Stijging opbrengsten legitimatie- en reisdocumenten en rijbewijzen
Er is sprake van een forse stijging van de legesopbrengsten op deze producten. De verklaring hiervan is tweeledig:
Tegenover de gerealiseerde hogere baat op de reisdocumenten (ID-kaart en paspoorten) en rijbewijzen staat ook een hogere afdracht aan het rijk/RDW.
Stijging opbrengsten ‘overige publiekszaken’
Deze stijging wordt bijna geheel veroorzaakt door het product “Naturalisatie”. Hiervoor zijn 2 verklaringen:
Vergunningen
De realisatie van de legesinkomsten voor 2021 zijn licht hoger dan de verwachting zoals die is opgenomen in de Gemeentebegroting 2021-2024. De coronacrisis heeft vooralsnog geen invloed op de bouwsector. Het is echter nog onduidelijk wat de economische gevolgen op de lange termijn zullen zijn voor de bouw. Hierbij zal ook de krapte op de woningmarkt van grote invloed zijn. Voor wat betreft de legesinkomsten zal door de invoering van de Omgevingswet/Wkb een verschuiving plaatsvinden naar niet leges gerelateerde activiteiten. In 2021 was het aandeel van de kleine bouwaanvragen 30% hoger dan geraamd. Het resultaat is ultimo 2021 3,7 miljoen euro t.o.v. een verwachting van 3,5 miljoen euro.
Toeristenbelasting
De doelstelling is dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen. Enschede kent een tweetal tarieven toeristenbelasting, te weten voor hotels, conferentieoorden, pensions, bed en breakfast ad 2,60 euro (voorstel 2021) en 1,00 euro voor de overige overnachtingen. De opbrengst is een geprognotiseerde opbrengst, als gevolg van Covid-19. In 2021 zijn geen voorlopige beschikkingen voor de toeristenbelasting opgelegd. Dit is gelijk met 2020. De prognose van de opbrengst is mede gebaseerd op de realisatie 2020. Ook is gekeken naar de momenten van de coronamaatregelen in 2021, gerelateerd aan het toeristenseizoen. Het feit dat de geprognotiseerde opbrengst aanzienlijk hoger ligt, is het effect van de tariefstijging die met ingang van 2021 is doorgevoerd.
Onroerende zaakbelasting
De gerealiseerde opbrengst van OZB-woningen is nagenoeg gelijk aan de geraamde opbrengst. Bij de OZB-niet woningen blijven de gerealiseerde opbrengsten achter. Belangrijkste oorzaak daarvan is de invloed van de Covid-19 maatregelen op de WOZ-waarde van een aantal groepen objecten niet-woningen. Als voorbeeld; de sluiting van de horeca heeft invloed op de gebruiksmogelijkheden van horecapanden en daarmee op de waarde van hiervan. Dit werkt één op één door in de OZB-opbrengst.
Precariobelastingen
De opbrengst blijft sterk achter bij de raming. De gemeenteraad heeft met terugwerkende kracht besloten, het grootste deel van de precario over 2021 niet op te leggen. Dit is een ondersteunende coronamaatregel richting betreffende ondernemers. Het gaat dan om de terrasprecario, precario over uitstallingen op en borden boven openbare gemeentegrond.
Beleid ten aanzien van de lokale heffingen
Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een gebonden belasting (bestemmingsheffing). Daaruit vloeit voort dat de kostendekkendheid maximaal 100% mag zijn
De grondslag voor de berekening van afvalstoffenheffing is niet wettelijk vastgelegd. De gemeente is in principe vrij deze grondslag zelf te bepalen. In de raadsvergadering van 18 april 2016 heeft de gemeenteraad besloten over te gaan tot tariefdifferentiatie (Diftar) op basis van een vast tarief en een variabel tarief. Door meer gescheiden (waardevolle) grondstromen (huis-aan-huis) in te zamelen wordt niet alleen een bijdrage geleverd aan milieu- en duurzaamheidsdoelstellingen, maar worden ook de totale lasten voor de inzameling en verwerking verlaagd en de totale baten uit overige afvalstromen waar mogelijk verhoogd.
Tot en met 2016 hanteerden wij een tariefdifferentiatie op basis van het aantal personen per huishouden (één- en meerpersoons huishouden). Vanaf 2017 betaalt elk perceel een vast bedrag met een opslag al naar gelang de grootte van de restcontainer en het aantal aanbiedingen. Het gemiddelde aantal aanbiedingen bedraagt 9.
Rioolheffing
De rioolheffing is een gebonden belasting (bestemmingsheffing). Daaruit vloeit voort dat de kostendekkendheid maximaal 100% mag zijn. De opbrengsten van de rioolheffingen mogen dus structureel niet hoger zijn dan de begrote kosten. De kostendekkendheid van de rioolheffing in de gemeente Enschede is 100%. De basis voor de ontwikkeling van het rioolheffingtarief ligt in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Er is één rioolheffing voor alle watertaken. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel en wordt geheven naar het aantal m3’s leiding- en grondwater dat naar een perceel is toegevoerd of is opgepompt. Tot 500 m3 per jaar is dit een vast tarief. In 2021 was dit tarief 270,60 euro. In juni 2020 heeft de Raad het huidige GRP met een jaar verlengd voor 2021. Daarin is besloten dat het tarief in 2021 270,60 euro bedraagt, indien er 500 m3 of minder wordt afgevoerd. Boven de 500 m3 is het tarief gestaffeld een variabel bedrag per m3 lozing.
De basis voor de ontwikkeling van het rioolheffing tarief ligt in het door de Raad vastgestelde Water- en Klimaatadaptatieplan Gemeente Enschede 2022-2026, "Verder bouwen aan een groen-blauw Enschede" waarmee het tarief is vastgesteld op 274,40 euro voor 2022.
Ontwikkelingen in wetgeving
Hervorming Lokaal belastinggebied
Het kabinet heeft 24 juni 2016 de Tweede Kamer geïnformeerd over de mogelijke herziening van het lokaal belastinggebied. Het kabinet schetst de knelpunten en mogelijke oplossingen, maar de te maken keuzes worden overgelaten aan het nieuwe kabinet. De staatssecretaris van Financiën heeft op 18 mei 2020 het syntheserapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport over de uitbreiding bevat meerdere varianten en ondersteunt de door de VNG uitgesproken wens om te komen tot een uitbreiding van het eigen belastinggebied. In het meest recente regeerakkoord van 15 december 2021 staat dat ten aanzien van de financiering van lokale overheden het nieuwe kabinet voorlopig vast wil houden aan de bestaande financieringssystematiek. Een uitbreiding van het lokaal belastinggebied lijkt daarmee voorlopig niet aan de orde.
Gebruiksoppervlakte Wet WOZ
Met ingang van 2022 wordt voor alle woningen in de gemeente de gebruiksoppervlakte gebruikt om de WOZ-waarde te bepalen. Tot 2022 gebruikten we de bruto inhoud. De Waarderingskamer heeft gesteld dat alle woningen in Nederland op 1 januari 2022 gewaardeerd dienen te worden op basis van de gebruiksoppervlakte. Dit omdat veel andere instanties ook de gebruiksoppervlakte gebruiken, zoals makelaars, taxateurs en woningbouwverenigingen. Met de gebruiksoppervlakte wordt de grootte van de woningen bepaald. Alle professionele organisaties gebruiken hiervoor dezelfde meetinstructies (meetinstructie gebruikersoppervlakte woningen juli 2019) waardoor de onderlinge vergelijkbaarheid wordt vergroot. Bij de invoering is specifiek aandacht voor de communicatie hierover bij de oplegging van de gemeentelijke belastingaanslag.
Ontwerpbesluit proceskosten bestuursrecht
De VNG heeft op 27 november 2019 een reactie gegeven op de voorgestelde wijzigingen van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Zij zijn er niet van overtuigd dat de voorgenomen wijzigingen effectief zullen zijn en adviseren daarom het besluit niet te wijzigen. Het ontwerpbesluit verhoogt de proceskostenvergoeding die de burger krijgt als hij, bijgestaan door een rechtsbijstandsverlener, met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de bestuursrechter. Ook krijgt de bestuursrechter een explicietere bevoegdheid om een hogere vergoeding toe te kennen dan het standaardbedrag als hij vindt dat de overheid in een concrete zaak ‘kennelijk onredelijk’ is geweest voor de burger. In een brief aan de minister voor Rechtsbescherming zet de VNG haar bezwaren tegen beide wijzigingen uiteen. De verhoging van de proceskostenvergoeding vindt de VNG met name voor belastingzaken zeer onwenselijk. Deze vergoeding is voor no cure no pay bureaus nu al vaak de belangrijkste aanleiding om te procederen over WOZ-beschikkingen. De minister is onlangs een onderzoek hiernaar gestart. Een verhoging van de vergoeding maakt het gemeenten moeilijker om bezwaren op een informele manier met inwoners op te lossen en zal de kosten voor gemeenten onnodig laten toenemen. De VNG geeft de minister in overweging om voor de Wet WOZ een andere regeling van toepassing te verklaren en geeft hiervoor in haar brief twee mogelijke oplossingen nl. uitsluiten van WOZ-zaken en een apart besluit proceskosten invoeren of aansluiten bij het financiële belang van zaken.
Kostendekkendheid gebonden belastingen.
In onderstaande tabel en bijbehorende toelichting, wordt inzicht gegeven in de toerekening van de overhead, de totale lasten en baten en de daaruit voortvloeiende kostendekkendheid per taakveld.
| Activiteitgroep Bedragen in 1.000 euro |
Lasten Taakvelden |
Overhead | BTW | Totale lasten |
Heffingen (Baten) |
Overige Baten |
Totaal Baten |
Kosten- dekkendheid |
| Afvalstoffenheffing (afvalstoffenverordening) | 16.948 | 208 | 2.887 | 20.043 | 18.453 | 4.040 | 22.493 | 100% |
| Kwijtscheldingen Afvalstoffenheffing | -2.450 | -2.450 | ||||||
| Rioolheffing | 16.945 | 624 | 540 | 18.109 | 20.750 | 0 | 20.750 | 100% |
| Kwijtschelding rioolheffing | -2.641 | -2.641 | ||||||
| Begraafplaatsrechten (exclusief onderhoud gedenkparken) | 630 | 0 | 50 | 680 | 558 | 73 | 631 | 93% |
| Subtotaal Heffingen | 34.523 | 832 | 3.477 | 38.832 | 34.670 | 4.113 | 38.783 | |
|
Leges algemene Dienstverlening (Leges Titel 1 Legesverordening)
|
2.948 | 1.629 | 6 | 4.583 | 2.504 | 0 | 2.504 | 55% |
| Leges dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/vergunningen (Leges Titel 2 Legesverordening) | 3.967 | 607 | 16 | 4.590 | 3.541 | 289 | 3.830 | 83% |
| Leges dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn (leges Titel 3 Legesverordening) | 82 | 41 | 0 | 123 | 66 | 0 | 66 | 54% |
| Subtotaal Leges | 6.997 | 2.277 | 22 | 9.296 | 6.111 | 289 | 6.400 | |
| Totaal | 41.520 | 3.109 | 3.499 | 48.128 | 40.781 | 4.402 | 45.183 | 97% |
Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing valt gesaldeerd uiteen in de volgende taakvelden:
Rioolheffing
De rioolheffing valt (gesaldeerd) uiteen in de volgende taakvelden:
Leges algemene Dienstverlening
De leges algemene dienstverlening bestaan uit de volgende taakvelden: 0.2 Burgerzaken, 0.4 ondersteuning organisatie. Circa 80% van de inkomsten bestaat uit leges voor reisdocumenten en rijbewijzen en naturalisatie. De kostprijs van een reisdocument en rijbewijs is hoger dan het door het Rijk opgelegde maximale tarief dat we hiervoor kunnen vragen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de kosten voor het bijhouden van de basisadministratie en de verdeelsleutel die we moeten gebruiken voor de toedeling van de overhead.
Leges dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
Vergunningen bestaat uit de taakvelden 8.3 Wonen en bouwen en 7.4 Milieubeheer. De wettelijke ruimte tot Kruissubsidiëring maakt het mogelijk dat binnen deze leges de kostendekkendheid hoger is dan binnen de andere leges (dienstverlening en dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn). De overige baten in 2021 wordt veroorzaakt door een onttrekking uit de egalisatiereserve bouwvergunningen.
Dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn
Dit betreft de leges voor Evenementenvergunningen, Prostitutievergunningen en de Drank en Horecavergunningen
Woonlastenontwikkeling
Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. De tariefsaanpassingen voor de OZB, afval- en rioolheffing leiden voor een gemiddeld gezin (met eigen woning) tot de volgende woonlastenontwikkeling voor 2021:
| Woonlastontwikkeling | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
| OZB Eigenaar woning | 293,30 | 298,58 | 300,30 | 305,79 | 310,07 | 314,41 |
| Afvalstoffenheffing (meerpersoons) | 270,00* | 274,08* | 281,24* | 288,92* | 288,92* | 288,92* |
| Rioolheffing | 244,80 | 257,40 | 270,60 | 274,40 | 281,50 | 288,80 |
| Totaal | 808,10 | 830,06 | 852,14 | 869,11 | 880,49 | 892,13 |
*het opgenomen tarief is gebaseerd op het gerealiseerde gemiddelde van 9 ledigingen met een 240 liter restcontainer.
Inleiding
In deze paragraaf wordt bekeken hoe weerbaar de gemeente is tegen financiële tegenvallers. Daarvoor wordt gekeken naar de weerstandsratio. Dat is een verhoudingsgetal tussen de financiële risico’s die de gemeente loopt en de financiële buffers die beschikbaar zijn om die op te vangen als ze zich voordoen. Maar we kijken ook breder naar de algehele financiële conditie van de gemeente.
Vooraf, na het opstellen van de jaarrekening is de oorlog in Oekraïne uitgebroken. Deze gebeurtenis na balansdatum kan gevolgen hebben voor de financiën van de gemeente. Echter, deze gevolgen zijn ten tijde van het opstellen van deze jaarrekening nog niet goed in te schatten. Directe gevolgen voor onze stad zijn de opvang van Oekraïense vluchtelingen waarbij het huidige beeld is dat de hiermee gepaard gaande kosten ook door het Rijk vergoed worden. Daarnaast kan de gemeente bij de overgang naar een nieuw energiecontract te maken krijgen met stijgende prijzen voor electra en gas. Dat zal meegenomen worden bij het opstellen van de komende begroting. Indirect gevolg van de oorlog kan zijn dat er een conjunctuurwisseling optreedt als gevolg van stijgende inflatie, tekort aan grondstoffen, tekort aan fossiele brandstoffen, verstoring van productielijnen en oplopende rentes. Dit kan mogelijk impact hebben op de financiële positie van de gemeente, bijvoorbeeld voor de haalbaar- en financierbaarheid van meerjarige investeringen, kosten voor oplopende aantallen uitkeringen, dalende inkomsten uit bijvoorbeeld OZB of parkeren en oplopende financieringskosten in geval leningen moeten worden geherfinancierd. In onze weerstandsratio hebben we hiervoor reeds een algemeen conjunctuurrisico opgenomen welke bepaald wordt op basis van een gestandaardiseerde stresstest. Het college volgt de ontwikkelingen rondom de oorlog en de gevolgen voor Enschede nauwgezet.
Rekening houdend met de financiële effecten van corona en de uitname uit onze reserves voor de strategische investeringsagenda komt de weerstandsratio ultimo 2021 nog steeds boven de norm uit, op 1,72. In dit cijfer zijn de stille reserves niet meer meegeteld, conform de nieuwe nota risicomanagement en weerbaarheid, die op 31 januari 2022 in de raad is vastgesteld. Als we er vanuit gaan dat het jaarresultaat 2021 (gecorrigeerd voor de bestemmingsvoorstellen die voorliggen) aan de algemene reserve wordt toegevoegd, dan is deze ratio 1,81. Daarmee kan gesteld worden dat onze reservepositie solide is.
Ook de financiële kengetallen hebben zich in 2021 positief ontwikkeld. De schuldpositie is verder gedaald en doordat het eigen vermogen is gestegen is ook de solvabiliteit (verhouding eigen vermogen versus totaal vermogen) verbeterd. Vooruitkijkend is de financiële positie echter kwetsbaar, vooral vanwege de beperkte structurele ruimte in de meerjarenbegroting en doordat nog voor zo’n 10 miljoen euro aan lopende structurele taakstellingen ingevuld moet worden. Hierbij zijn 2 opmerkingen relevant. Allereerst is het een bewuste keuze geweest bij de begroting 2022-2025 om de financiële ruimte die beschikbaar is te investeren om zo bij te dragen aan snel herstel uit de coronacrisis. Ten tweede is er in de meerjarenbegroting nog veel onduidelijk over de structurele ontwikkeling van de rijksuitkering uit het gemeentefonds.
Beleid
De uitgangspunten voor onze risicobeheersingsaanpak en bepaling van het weerstandsvermogen zijn recent op onderdelen gewijzigd en vastgelegd in de nieuwe nota weerstandsvermogen en weerbaarheid. Deze paragraaf is uitgewerkt conform de nieuwe kaders en spelregels. De belangrijkste wijzigingen in de geactualiseerde nota risicomanagement en weerbaarheid zijn als volgt:
Weerstandsvermogen
In onderstaande tabel is het verloop van de ratio weerstandsvermogen en de verschillende componenten over de meerjarenperiode weergegeven. Daaronder zijn deze cijfers nader toegelicht. Zoals in de geactualiseerde kaders vastgelegd, tellen de stille reserves (12,9 miljoen euro per eind 2021) niet langer mee in deze berekeningen.
| Verloop | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
| Ratio weerstandsvermogen* | 2,11 | 1,81 | 1,73 | 1,74 | 1,72 | 1,69 |
| Beschikbare weerstandscap (mln euro)* | 86,7 | 87,0 | 87,0 | 87,3 | 86,3 | 84,8 |
| - Reserve weerstandsvermogen* | 70,8 | 73,5 | 71,5 | 71,8 | 70,8 | 69,3 |
| - Reserve grondbedrijf | 15,9 | 13,5 | 13,5 | 13,5 | 13,5 | 13,5 |
| - Stelpost onvoorzien | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | ||
| Benodigde weerstandscapaciteit (mln euro) | 41,1 | 48,2 | 50,2 | 50,2 | 50,2 | 50,2 |
* Deze cijfers zijn onder de aanname van toevoeging van het jaarresultaat minus de voorliggende bestemmingsvoorstellen aan de algemene reserve. Ook zijn de uitkomsten van de Financiële foto niet verwerkt.
Berekening weerstandsvermogen
Als we de beschikbare weerstandscapaciteit afzetten tegen de benodigde weerstandscapaciteit, komen we eind 2021 uit op een ratio van afgerond 1,81. Hierbij is al rekening gehouden met een toevoeging aan de algemene reserve van 3,9 miljoen euro, zijnde het saldo rekeningresultaat van 7,1 miljoen euro na aftrek van 3,2 miljoen euro aan bestemmingsvoorstellen. Als we hier geen rekening mee houden dan komt de ratio uit op 1,72.
87,0 miljoen euro
Ratio na verwerking jaarrekeningresultaat na bestemming = ------------------------- = 1,81
48,2 miljoen euro
Hierbij wordt benadrukt dat de begroting 2022 niet sluitend is en de algemene reserve daardoor in 2022 naar verwachting daalt met 2 miljoen euro. Daarmee resteert er eind 2022 een ratio die lager ligt, namelijk op 1,73.
87,0 miljoen euro
Ratio eind 2022, startpunt voor financiële foto = ------------------------- = 1,73
50,2 miljoen euro
De ratio bevindt zich hiermee boven de door de raad vastgestelde norm met een bandbreedte van 1,0 - 1,4. Dit gegeven vormt het uitgangspunt voor de financiële foto en de coalitie-onderhandelingen en wordt daarin bijgewerkt op actuele financiële ontwikkelingen in het middelenkader.
Beschikbare weerstandscapaciteit (Algemene reserve)
De beschikbare weerstandscapaciteit na toevoeging van het jaarresultaat 2021 bedraagt in totaal 87,0 miljoen euro en bestaat uit de reserve weerstandsvermogen van 73,5 miljoen euro en de reserve grondbedrijf van 13,5 miljoen euro. Bij de jaarrekening 2020 bedroeg de beschikbare weerstandscapaciteit na toevoeging van het jaarresultaat nog 86,7 miljoen euro. De beschikbare weerstandscapaciteit is daarmee ten opzichte van 2020 vrijwel gelijk gebleven.
De reserve weerstandsvermogen is met 2,7 miljoen euro toegenomen. Dit betreft vooral de volgende mutaties;
De reserve grondbedrijf is volgens de jaarlijkse actualisatie van de grondexploitaties in het MPG 2022 toegenomen tot 26,3 miljoen euro. Deze reserve wordt echter voor een lager bedrag in het weerstandsvermogen meegenomen. Dit als gevolg van de nieuwe spelregel dat het surplus van 12,8 miljoen euro in de reserve boven het niveau van de ratio grondbedrijf van 1,0 niet meer meetelt. Deze middelen zijn namelijk niet bedoeld voor het afdekken van risico’s buiten het grondbedrijf, maar wel voor investeringen in het grondbedrijf en deels ook voor strategische investeringsagenda.
Benodigde weerstandscapaciteit
De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt in totaal 48,2 miljoen euro en is onderverdeeld in de risico's van het grondbedrijf van 13,5 miljoen euro en de overige risico's van in totaal 34,7 miljoen euro. De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van 2020 gestegen met 7,1 miljoen euro. Hieronder wordt nader ingegaan op de belangrijkste wijzigingen.
Risico's grondbedrijf
Voor het grondbedrijf maakt de actualisatie van de risico’s onderdeel uit van het jaarlijks op te stellen MPG. Daarbij worden alle grondexploitaties grondig geanalyseerd en de risico’s van alle individuele grondcomplexen geactualiseerd en samengebracht in één grote risicosimulatie. Deze risicoanalyse kan niet los worden gezien van de actualisatie van de begrotingen van de grondcomplexen. Volgens het MPG 2022 zijn de risico’s van het grondbedrijf per 31 december 2021 becijferd op 13,5 miljoen euro. Dit is een stijging ten opzichte van het MPG 2020 met 3,3 miljoen euro, doordat is gerekend met een steviger worst case scenario. Daarin zijn de mogelijke effecten van een terugval van de vastgoedmarkt meegenomen, zoals deze zich ook gedurende 2009-2013 heeft voorgedaan. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het Meerjaren Perspectief Grondbeleid 2022.
Overige risico's
De overige risico’s zijn becijferd op 34,7 miljoen euro. Dat is een stijging ten opzichte van 2020 van 3,8 miljoen euro. Hieronder volgt de tabel met de 10 belangrijkste overige risico's en een korte toelichting.
| Onderwerp (bedragen x 1 miljoen euro) | Kans jaarrekening 2021 | Financieel gevolg jaarrekening 2021 | Kans jaarrekening 2020 | Financieel gevolg jaarrekening 2020 |
| Als gevolg van schommelingen in de conjunctuur, kunnen zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant onvoorziene nadelige incidentele effecten optreden. | 90% | 12,4 | 90% | 12,3 |
| FC Twente | 30% | 21,6 | 30% | 21,7 |
| Onvoorziene bijdragen aan de risico's van gemeenschappelijke regelingen (ADT / RBT) en overige verbonden partijen | 90% | 4,9 | 90% | 6,0 |
| Participatiewet (oa BUIG) / schuldhulpverlening | 50% | 3,2 | 50% | 2,5 |
| Calamiteiten binnen de gemeente | 10% | 15,0 | 10% | 5,0 |
| Overige onvoorziene risico's, waaronder de projectrisico's op het gebied van aanbesteding, planning, bezwaarprocedures, prijsstijgingen en rente-effecten | 50% | 2,5 | 50% | 2,5 |
| Aan derden verstrekte geldleningen worden niet afgelost | 10% | 8,5 | 10% | 8,6 |
| Risico's van Jeugdhulp, Wmo en sport | gediff. % | 8,8 | gediff. % | 18,4 |
| Gewaarborgde geldleningen worden niet afgelost | 10% | 5,4 | 10% | 6,1 |
| AVG | 50% | 0,7 | 50% | 0,7 |
Doorkijk prognose periode t/m 2025
In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de weerstandsratio in de jaarrekening 2021 afgezet tegen de cijfers zoals deze waren opgenomen in de gemeentebegroting 2022.
| Ratio | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
| Jaarrekening 2021 | 1,81 | 1,73 | 1,74 | 1,72 | 1,69 |
| Gemeentebegroting 2022 | 1,28 | 1,23 | 1,24 | 1,21 | 1,17 |
De prognosecijfers bij de jaarrekening 2021 zijn over de gehele periode positiever dan bij de gemeentebegroting 2022 werd ingeschat. Dit komt doordat het rekeningresultaat over 2021 achteraf gezien voordelig uitpakt, terwijl aan de voorkant bij de begroting nog een fors tekort van 18,3 miljoen euro werd voorzien. Daarmee resteert er eind 2021 een ratio die flink hoger ligt, dan begroot.
De weerstandsratio daalt vanaf 2022. Dit komt door onttrekkingen aan de algemene reserve in verband met het structurele gat in de meerjarenbegroting, over de periode 2022 – 2025 in totaal 43 miljoen euro. Door het ingestelde spaarprogramma ter versterking van onze financiële positie wordt in die periode ook 37 miljoen euro aan de algemene reserve toegevoegd. Deze onttrekkingen en toevoegingen aan de algemene reserve zijn nog enigszins in balans en daardoor daalt de ratio slechts beperkt.
Bovengenoemde prognose van de ontwikkeling van de ratio is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
Scenario’s
Ondanks een grondige aanpak blijft het inschatten van risico’s deels subjectief. Om een goed beeld te krijgen van de financiële weerbaarheid van de gemeente is het relevant te laten zien hoe de weerstandsratio zich ontwikkelt indien zich onverwachte grote tegenvallers zouden voordoen. Denk daarbij aan mogelijke tegenvallers in de algemene uitkering of bij de transformatie in het sociale domein. Of aan nadelige ontwikkelingen bij verbonden partijen, een onverhoopt faillissement bij FC Twente waardoor de gemeente haar vordering geheel af moet schrijven of dalende prijzen van het vastgoed- en grondbezit. Dit soort tegenvallers hebben invloed op de eerder gepresenteerde doorkijk. De gevolgen voor de algemene reserve en de ratio weerstandsvermogen zijn in onderstaande tabellen opgenomen om een beeld te geven hoe volatiel de weerstandsratio is. Daarbij zijn een viertal scenario’s doorgerekend:
| Ratio weerstandsvermogen | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
| Incidentele tegenvaller van 10 miljoen euro in 2022 | 1,81 | 1,53 | 1,54 | 1,52 | 1,49 |
| Incidentele tegenvaller van 20 miljoen euro in 2022 | 1,81 | 1,34 | 1,34 | 1,32 | 1,29 |
| Structurele tegenvaller van 5 miljoen euro vanaf 2022 | 1,81 | 1,63 | 1,54 | 1,42 | 1,29 |
| Structurele tegenvaller van 10 miljoen euro vanaf 2022 | 1,81 | 1,53 | 1,34 | 1,12 | 0,89 |
| Algemene reserve | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
| Incidentele tegenvaller van 10 miljoen euro in 2022 | 87 | 77 | 77 | 76 | 75 |
| Incidentele tegenvaller van 20 miljoen euro in 2022 | 87 | 67 | 67 | 66 | 65 |
| Structurele tegenvaller van 5 miljoen euro vanaf 2022 | 87 | 82 | 77 | 71 | 65 |
| Structurele tegenvaller van 10 miljoen euro vanaf 2022 | 87 | 77 | 67 | 56 | 45 |
In bovenstaande tabellen is te zien dat incidentele tegenvallers, zoals bijvoorbeeld een faillissement bij FC Twente, nog adequaat op te vangen zijn, ook als deze tegenvallers fors zijn. Dit omdat de weerstandsratio na het jaarresultaat 2021 robuust is. Bij structurele tegenvallers, zoals bijvoorbeeld een daling van de algemene uitkering komt de weerstandsratio in een dalende trend. Dit komt omdat er op dit moment in de meerjarenbegroting een precaire balans zit tussen enerzijds een structureel tekort en anderzijds een spaarprogramma van bijna dezelfde omvang. Een structurele tegenvaller verstoort deze balans echter en maakt dat het tekort structureel groter wordt dan het spaarprogramma en daarmee de algemene reserve dus jaar in jaar uit zal dalen. De robuuste omvang van de algemene reserve na verwerking van het jaarresultaat 2021 maakt dat dan niet overhaast hoeft te worden bijgestuurd, maar bijsturing is uiteindelijk wel noodzakelijk om de dalende trend te keren.
Financiële kengetallen
Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - in aanvulling op de ratio weerstandsvermogen - een verplichte set van vijf financiële kengetallen wordt opgenomen. Deze staan in de tabel hieronder. Tezamen geven ze een volledig beeld van hoe de gemeente er financieel voorstaat.
| Rekening 2020 |
Rekening 2021 | Begroting 2022 | Begroting 2023 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | ||
| 1A | Netto schuldquote | 39% |
34% |
48% | 51% | 51% | 51% |
| 1B | Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 34% | 29% | 43% | 47% | 47% | 47% |
| 2 | Solvabiliteit | 26% | 31% | 23% | 23% | 23% | 23% |
| 3 | Grondexploitatie | 2% | 1% | 3% | 3% | 2% | 2% |
| 4 | Netto investeringsquote* | -2,8% | -1,8% | -0,4% | 1,2% | 2,4% | 2,7% |
| 5 | Structurele exploitatieruimte | 4,9% | 6,8% | 0,4% | 0,1% | 0,2% | 0,0% |
| 6 | Belastingcapaciteit | 107% | 105% | 107% | 107% | 107% | 106% |
* Financieel kengetal Netto investeringsquote is in 2021 toegevoegd. In de Nota risicomanagement en weerbaarheid is vastgelegd dat de gemeenteraad hierover wordt geïnformeerd.
We bekijken de kengetallen in hun onderlinge relatie en voorzien ze van een adequate toelichting om meer inzicht in de financiële positie te bieden. Bij de beoordeling ervan gaat het vooral om het volgen van de trendmatige ontwikkeling.
Netto schuldquote
De netto schuldquote laat het niveau van de schuldenlast zien, ten opzichte van de eigen middelen (baten). Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten op de exploitatie drukken. Omdat het onzeker is of alle leningen terug zullen worden betaald, berekenen we de netto schuldquote zowel in- als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk welk aandeel de door de gemeente verstrekte leningen in de exploitatie hebben en wat dat betekent voor de schuldenlast. Over de voorbije periode tot 2022 is een dalende trend van de netto schuldquote zichtbaar. Dit houdt vooral verband met de aflossingen van langlopende geldleningen en de toename van de eigen middelen (baten). De doorkijk van dit kengetal laat een positief beeld zien. De netto schuldquote in- en exclusief doorgeleende gelden bevindt zich alle jaren duidelijk beneden de door de VNG gehanteerde kritische waarde van 130% en ook onder de waarden van referentiegemeenten. Het beleid van de afgelopen jaren om schulden af te bouwen maakt dat in de begroting meer ruimte beschikbaar is om andere lasten op te vangen.
Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio is de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal en geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is op de langere termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Bij een hoge solvabiliteit staat er veel eigen vermogen tegenover de schulden en is de kans groot dat de schulden kunnen worden afbetaald. Dit betekent tegelijkertijd dat veel eigen vermogen (reserves) wordt aangehouden dat niet wordt besteed. Wordt het eigen vermogen te klein, dan verslechtert de solvabiliteit. Enschede kent sinds de forse afboekingen op grondposities in 2012 een lage solvabiliteitsratio en zet sinds die tijd in op verbetering van de solvabiliteit. Hiervoor is een spaarprogramma opgenomen in de begroting, waarmee jaarlijks de algemene reserve wordt versterkt. Tevens wordt bewust gestuurd op het verlagen van de schuldpositie. Over de periode tot 2020 is dan ook een stijgende trend zichtbaar richting de algemeen geldende minimumgrens van 20%. In 2021 zet deze stijging door naar 31% als gevolg van toenemende reserves en het positieve jaarrekeningresultaat. De daling vanaf 2022 houdt onder andere verband met de forse tekorten in de meerjarenbegroting waarvoor de algemene reserve wordt ingezet om deze af te dekken.
Kengetal grondexploitatie
Dit kengetal geeft aan hoe de waarde van de grond die de gemeente bezit zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten in de begroting. De boekwaarde van de voorraden grond (bouwgrond in exploitatie) is van belang, omdat deze waarde nog moet worden terugverdiend door verkopen. Er is natuurlijk altijd een risico dat grondposities niet, later of onder de boekwaarde kunnen worden verkocht. Dat zou tot verliezen leiden. Door die af te zetten tegen het totaal van de baten ontstaat een indicatie of de verliezen goed of minder goed zijn op te vangen. De grafiek laat zien dat Enschede nog maar over een zeer beperkte grondpositie beschikt. Vanaf 2016 bevindt het kengetal zich zelfs nog slechts tussen 2 en 5%. Dit komt vooral doordat er sterk is ingezet op het verkleinen van de risico's en het verbeteren van de financiële positie. De raadsbesluiten Richting aan ruimte (heroverweging van projecten) en de Visie werklocaties (uitname van bedrijventerreinen) zijn hiervan het gevolg. De beperkte grondpositie, zeker in vergelijking met andere 100.000+ gemeenten, beïnvloedt wel de mogelijkheden om als stad naar de toekomst groei te realiseren. Dit kengetal zal de komende jaren kunnen gaan stijgen als gevolg van nieuwe grondexploitaties in 2021 (Centrumkwadraat en Leuriks Oost) en in de toekomst nieuw te openen grondexploitaties uit de strategische investeringsagenda.
Netto investeringsquote
De netto investeringsquote geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente investeert in activa. Activa zijn objecten die een bepaalde waarde vertegenwoordigen. Denk aan gebouwen, sportaccommodaties, wegen, gronden, riolering, parkeergarages, aandelen/deelnemingen. Het kengetal bekijkt of de waarde van de activa die de gemeente bezit stijgt in vergelijking met enkele jaren terug. De uitkomst van de netto investeringsquote hoort normaal gesproken gematigd positief te zijn met een streefwaarde tussen 1% en 4%. Dit omdat de investeringen door inflatie duurder worden, maar ook doordat door economische groei en inwonersgroei jaarlijks meer publieke investeringen zoals wegen en scholen nodig zijn. In onderstaande grafiek is te zien dat Enschede de afgelopen jaren terughoudend heeft geïnvesteerd. Eigenlijk is vanaf 2010 al sprake van een negatieve score op de investeringsquote. In 2021 komt dit kengetal zelfs uit op -1,77%, terwijl vergelijkbare gemeenten in de klasse 150.000 tot 250.000 inwoners over de afgelopen periode veelal rond de 2,5 a 3% uitkomen. Om een aanvaardbaar voorzieningenniveau te behouden en om toekomstige groei van de stad mogelijk te maken, zal er de komende jaren weer meer moeten worden geïnvesteerd. Met de investeringen volgens de strategische investeringsagenda kan dit kengetal de komende jaren gaan stijgen.
Structurele exploitatieruimte
De netto schuldquote, solvabiliteitsratio en grondexploitatie zeggen vooral iets over de financiële conditie van de balans (bezittingen en schulden) van de gemeente. Het is ook van belang om te kijken naar de financiële ruimte in de exploitatie (het huishoudboekje). Hiervoor wordt het kengetal structurele exploitatieruimte gebruikt. Dit vergelijkt de structurele baten met de structurele lasten, alle incidentele financiele posten zijn dus buiten beschouwing gelaten. Wanneer de structurele inkomsten niet groot genoeg zijn om de structurele lasten te dekken, zal de balans op termijn steeds verder verslechteren. Daarom is dit ook een kengetal waar de provincie in zijn rol als toezichthouder veel waarde aan hecht. Indien de structurele exploitatieruimte meerjarig negatief is kan dit voor de provincie aanleiding zijn om de gemeente onder preventief toezicht te plaatsen. In de grafiek is te zien dat de komende jaren sprake is van zeer geringe positieve saldi. Dit mede door de bewuste keuze van de raad bij de begroting 2022-2025 om de beschikbare begrotingsruimte in te zetten voor investeringen en beleidsintensiveringen om de stad snel te laten herstellen uit de coronacrisis.
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in onze gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde (=100%). De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Bij een percentage boven de 100 heeft de gemeente gemiddeld gezien minder ruimte om de belastingen te verhogen dan bij een score onder 100%. Onder de woonlasten wordt verstaan de OZB, rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit in Enschede zit al jaren ruim boven het landelijk gemiddelde. De laatste jaren is er echter sprake van een lichte daling. Dat komt doordat Enschede geen of slechts beperkte lastenverhogingen doorvoert terwijl dat in andere gemeenten wel het geval is. Voor de komende jaren komt het kengetal uit rond 107%. In vergelijking met de Twentse gemeenten is Enschede overigens geen uitschieter (zie paragraaf lokale heffingen).
Als we de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen en de kengetallen van de balans (schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie) over de afgelopen jaren in samenhang beschouwen, dan constateren we dat de financiële positie zich positief heeft ontwikkeld. Door beperkt investeren en bewust sturen op schuldenreductie is de schuldenpositie flink afgebouwd. Daarmee drukt de schuldenlast ook steeds minder zwaar op de begroting. De eigen reserves zijn toegenomen en risico’s zijn afgebouwd. De solvabiliteit is verbeterd, hoewel deze nog wel lager ligt dan bij andere 100.000+ gemeenten. De omvang van de algemene reserve is weer voldoende om de risico’s daarmee af te kunnen dekken. Vooruitkijkend is de financiële positie wel kwetsbaar, vooral vanwege de forse tekorten in de begroting de komende jaren en door de beperkte structurele ruimte in de exploitatie. Daarbij wordt er ook vanuit gegaan dat alle eerder afgesproken taakstellingen daadwerkelijk gerealiseerd worden. Van groot belang voor de meerjarenbegroting gaat de ontwikkeling van de rijksuitkering zijn. Daarin speelt onder andere de herijking van het verdeelmodel, maar er zijn ook nog veel onzekerheden hoe de omvang van het gemeentefonds zich gaat ontwikkelen. Al met al kan geconcludeerd worden dat de balans inmiddels op orde is gebracht, maar er vooruitkijkend nog aandacht nodig is voor het structureel positief houden van de meerjarenbegroting.
Dit onderdeel gaat met name in op de onderhoudstoestand en de kosten van wegen, riolering, gebouwen, infrastructurele kunstwerken en dergelijke. Onderhoud van kapitaalgoederen beslaat een substantieel deel van de begroting. Een goed overzicht is daarom van belang voor een juist inzicht in de financiële positie.
In relatie tot het beheer van de openbare ruimte is een aantal categorieën van kapitaalgoederen te onderkennen waarop onderhoud van toepassing is. Te weten:
Kerncijfers 2021
| Verhardingssoorten | M2 |
| Asfalt | 3.347.606 |
| Elementen | 4.410.153 |
| Cementbeton | 118.043 |
| Onverhard | 292.686 |
| Totaal | 8.168.488 |
| Infrastructurele kunstwerken | Stuks/ha |
|
Bruggen, viaducten, stuwen, geluidswallen, e.a. Wegbermsloten buitengebied |
205 stuks 80 ha |
| Totaal |
Het beleidskader
Het beleidskader wordt gevormd door het Wegenbeleidsplan 2020 - 2023.
Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
Vanuit het wegenbeleidsplan zetten we in op de landelijke in ontwikkeling zijnde systematiek rond assetmanagement. Deze systematiek wordt onder de noemer “Beheersystematiek verhardingen (BSV)” opgezet door het landelijk erkende kennisinstituut CROW. Hierin worden prestaties, kosten en risico’s zo goed mogelijk in evenwicht gehouden. Aangezien deze systematiek nog niet voldoende is ontwikkeld voor toepassing in de praktijk, hebben we gekozen voor een veilige tussenstap. Dit door te kiezen voor de landelijk vastgestelde wegbeheersystematiek 2019 van het CROW, die ons meer maatwerkmogelijkheden biedt. Deze lijn is een logisch vervolg op het wegenbeleidsplan 2014 – 2018, waarin we al hebben ingezet op meer risicogestuurd beheer. Die uitgaat van eenzelfde gedachte als het assetmanagement.
In het wegenbeleidsplan 2020 – 2023 leggen we daarnaast nadrukkelijker de verbinding met de strategische opgaven van de stad, waardoor we de inzet op deze strategische opgaven versterken. Zo zetten we in op duurzaamheid door bijvoorbeeld verharding waar dat kan te vervangen voor groen. Ook kiezen we voor een hogere kwaliteit van voet- en fietspaden in Enschede, vanuit het belang dat deze voet- en fietspaden hebben vanuit mobiliteit, een inclusieve stad en duurzaamheid. We dragen bij aan de strategische opgave goed bestuur door samen met partners te investeren en innoveren in de stad. Dit door budgetten te flexibiliseren waardoor we beter kunnen samenwerken. Ook geven we meer gewicht aan cultuurhistorie binnen het wegbeheer. Waarbij we onze partners zoals de Adviescommissie Cultuurhistorie, de Bewoners Adviesraad Sociaal (BAS) (bij vaststelling van het wegenbeleidsplan was dit de “Wmo Raad”) en de Fietsersbond een meer nadrukkelijke adviesrol hebben gekregen in het wegbeheerproces. De in ontwikkeling zijnde systematiek van assetmanagement geeft meer mogelijkheden om beter te sturen op onze strategische doelen.
Bij deze ontwikkelingen vinden we het tegelijkertijd belangrijk dat we ons wegbeheer zorgvuldig blijven uitvoeren. Dat wil zeggen: veiligheid voor de weggebruiker en geen kapitaalvernietiging blijven de basisuitgangspunten van ons wegbeheer. Tot slot heeft ook het beheer en de vervanging van infrastructurele kunstwerken een plek gekregen in het beleidsplan, waarbij we ook werken aan assetmanagement.
Uitvoering wegenbeleid
In 2021 hebben we ingezet op verdere implementatie van het wegenbeleidsplan. In de uitvoering zijn daarvoor onder andere veiligheidsinspecties uitgevoerd van de voet- en fietspaden. Ook zijn straten met elementenverharding en alle asfaltwegen beoordeeld om benodigde maatregelen beter in beeld te krijgen. Op het gebied van het vervangen van verharding voor groen zijn er grote stappen gezet. Zo werd Enschede bij de landelijke wedstrijd “NK Tegelwippen” tweede door zo’n 14.931 m2 aan stenen, tegels en asfalt te veranderen in groen. Dat is meer dan twee voetbalvelden.
Aan een groot aantal wegen zijn in 2022 werkzaamheden uitgevoerd, zoals de Harberinksweg fase 2, Hoge Boekelerweg, kruispunt Gronausestraat-Hogelandsingel, Boulevard 1945, Zuiderspoorstraat, Potsweg, diverse wegen in het buitengebied. Ook zijn verschillende fietspaden aangepakt, zoals een aantal fietspaden door de Helmerhoek. Rond de infrastructurele kunstwerken hebben we stappen gezet. Bijvoorbeeld door het uitvoeren van een inspectie van de infrastructurele kunstwerken. Of uitvoeringsmaatregelen zoals het conserveren en schilderen van de damwanden langs de Westerval en op innovatieve wijze renoveren en schilderen van diverse bruggen. Door deze innovatieve werkwijze konden we meer bereiken met minder middelen, duurzamer werken en konden we de bruggen tijdens de werkzaamheden grotendeels open houden voor verkeer.
Bij onze projecten betrekken we de officiële adviesorganen en andere “stakeholders" conform het wegenbeleidsplan. Zo heeft een intensief participatieproces er voor gezorgd dat voor de Harberinksweg fase 2 een gedragen en passende inrichting is gevonden. Bij die inrichting is ook een goede bestemming in het gebied gevonden voor de monumentale waaltjes. Rond de Boekelosestraat is een participatieproces doorlopen. Gezamenlijke conclusie was dat de Boekelosestraat veiliger moet worden en dat daarvoor een extra ontwerp nodig is. Om zo te komen tot een gezamenlijk gedragen oplossing.
Realisatie
De lasten voor wegonderhoud (inclusief weginrichting zoals belijning en verkeersborden) is circa 8,7 miljoen euro. Dit bedrag bestaat voor 0,9 miljoen euro uit apparaatskosten, 1,3 miljoen euro uit kapitaallasten, 5,9 miljoen euro uit kosten voor (groot)onderhoud en voor circa 0,6 miljoen euro uit overige kosten.
Het bestede investeringsbedrag 2021 voor reconstructiewerkzaamheden en vervanging aan wegen is circa 2 miljoen euro met een afschrijvingstermijn van tien jaar. Daarvan is 1,8 miljoen euro in gebruik genomen in 2021.
Kerncijfers 2021
| Havens | |
| Havenarmen | 2 |
| Damwanden, oevers en kades | 6.300 meter |
| Nieuwe kade | 0 meter |
Het beleidskader
Op 23 juni 2017 is door de gemeenteraad de “Binnenhavenvisie Twentekanalen 2017-2030” vastgesteld. Deze visie met bijbehorend uitvoeringsprogramma is opgesteld door de Twentse havengemeenten en geeft richting aan de ontwikkelingen tot 2030.
In 2020 is het Meerjarenplan Onderhoud en Vervanging Haveninfrastructuur 2021-2024 vastgesteld. Hierin zijn de onderhoudsmaatregelen aangegeven en gepland voor de komende vier jaar aan de damwanden, taludverdediging en steigers in de haven van Enschede.
Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
Vanuit de nieuw vastgestelde binnenhavenvisie 2018-2021 en het bijbehorende uitvoeringsprogramma zetten we in Enschede de komende jaren in op doorontwikkeling van het gemeenschappelijk beheer van de binnenhavens van de gemeenten Hengelo, Almelo, Enschede, Hof van Twente en Lochem aan de Twentekanalen.
Vanuit dit uitvoeringsprogramma zijn per 1 juni 2021 drie havenmeesters gezamenlijk verantwoordelijk voor de nautische beheertaken in maar liefst 8 havengebieden aan de Twentekanalen. Zij zorgen voor een vlotte en veilige afwikkeling van de beroepsvaart in de havens van Lochem, Goor, Markelo, Delden, Almelo, XL Businesspark, Hengelo en Enschede.
Zij verstrekken informatie, wijzen ligplaatsen toe en dragen zorg voor een centrale scheepsregistratie. Daarnaast houden ze toezicht in de havengebieden en kunnen zij handhavend optreden in het kader van de havenverordeningen.
Vanuit het Meerjarenplan Onderhoud en Vervanging Haveninfrastructuur 2021-2024 is in 2021 gestart met het voorbereiden van groot onderhoud aan een aantal damwanden in het havengebied.
Realisatie
De lasten waren in 2021 ongeveer 281.000 euro, bestaande uit 81.000 euro aan materiële kosten voor het dagelijks onderhoud van de havens en een dotatie aan de voorziening groot onderhoud van 200.000 euro.
Daarnaast heeft er geen groot onderhoud plaats gevonden die ten laste van de voorziening is gebracht. de werkzaamheden zijn in voorbereiding conform het meerjaren plan Havens.
Kerncijfers 2021
| Riolering | km |
| Vrij-verval riolering | 870 |
| Drukriolering | 219 |
| Voorzieningen | St. |
| Kolken | 49.505 |
| Putten | 20.828 |
| Randvoorzieningen | 20 |
| Pompunits | 1.010 |
| Gemalen | 79 |
Het beleidskader
Het beleidskader wordt gevormd door het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2016-2020 ‘Veilig en op maat’, die met een jaar was verlengd voor 2021.
In oktober 2021 heeft de gemeenteraad nieuwe kaders vastgesteld via het Water- en Klimaatadaptatieplan (WeK) 2022-2026 ‘Op naar een groen blauw Enschede’ (WeK), die ingaat vanaf 2022.
Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
In het GRP is vastgelegd hoe we willen omgaan met onze wettelijke zorgplichten voor inzameling en transport van afvalwater, hemelwater en grondwater, en hoe we invulling geven aan de doelen uit de gemeentelijk Watervisie 2012-2025. We zien door klimaatverandering steeds vaker extreem weer met wateroverlast, hitte-stress en droogte tot gevolg. Dit leidt tot risico’s o.a. voor de leefbaarheid, voor onze economie, voor onze gezondheid, voor onze veiligheid. Daarom zetten we naast onze zorgplichten in op klimaatadaptatie op openbaar én op particulier terrein. Het GRP omvat de hoofdlijnen van ons riolerings- en klimaatadaptatiebeleid, onze doelstellingen, en de investeringen die daarvoor nodig zijn. Uitgangspunt is verantwoord (riool)beleid, beperking van de risico’s voor o.a. (grond)wateroverlast, droogte en hitte en het blijven functioneren van de riolering en de watersystemen.
De knelpunten voor hemel- en grondwater hebben we op een risicogestuurde wijze bepaald. Deze knelpunten pakken we zoveel mogelijk aan. Dat doen we onder anderen door meer groen blauwe structuren en (zichtbare) waterberging te realiseren, vergroten van de waterafvoer in de stad en kwalitatief vergroenen. Om onze opgave te kunnen realiseren is het verder noodzakelijk dat er, naast maatregelen in de openbare ruimte, ook maatregelen op particulier terrein worden getroffen. Met dat laatste hebben we in 2021 een start gemaakt. Dit gaan we verder uitbouwen in 2022.
We proberen zoveel mogelijk werk met werk te maken, zo hebben we in 2021 het riool vervangen en een schoonwaterstructuur aangelegd in de Molenstraat in combinatie met het leggen van een warmteleiding, het vergroenen en veiliger maken van de straat. In de omgeving het Oogstplein in Stadsveld hebben we riolen vervangen, gecombineerd met aanpak van grondwateroverlast, aanleg van wadi's en herinrichten en vergroenen van straten en het Oogstplein.
Ook hebben we maatregelen uitgevoerd om Enschede klimaatbestendiger te maken. Zo hebben we de werkzaamheden aan de Stadsbeek Pathmos-Stadsveld afgerond. Verder hebben we kwalitatief groen toegevoegd en de wateroverlast in de Zuid Eschmarkerondweg en in de Haaksbergerstraat aangepakt. We hebben ook meegedaan aan het NK tegelwippen, waarbij we een tweede plaats hebben behaald!
In het in 2021 opgestelde WeK hebben we onze strategie om klimaatbestendig te worden verder aangescherpt. Zo kijken we ook al in 2021 bij alle projecten in de openbare ruimte waar we de waterberging en hoeveelheid groen kunnen vergroten en de hoeveelheid verharding kunnen verminderen. Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij het natuurlijke systeem door de sponswerking van de bodem te vergroten, gaan we meer wijkgericht te werk en werken we samen met onze inwoners, bedrijven, (water)partners en kennis- en onderwijsinstellingen.
Ook hebben we de werkzaamheden uitgevoerd om de grondwateroverlast in Enschede Noord te verminderen en hebben we onderzoek gedaan naar de aanpak van grondwateroverlast in delen van Enschede Noord en Oost.
Om ervoor te zorgen dat bewoners, ondernemers, woningcorporaties etc. klimaatmaatregelen nemen op eigen terrein hebben we de voorbereidingen getroffen voor de subsidieregeling groen blauw Enschede.
In 2018 heeft het Twents waternet, een samenwerking met het Waterschap en alle Twentse gemeenten, een visie opgesteld hoe wij Twente klimaatadaptiever willen maken. Hier hebben we in 2021 verder aan gewerkt. Bijvoorbeeld door samen met “Onder Twente” een symposium te organiseren en door het verkrijgen van rijksmiddelen (IMPULS gelden) voor het versnellen van klimaatadaptieve maatregelen in onze regio. Ook hebben we gezamenlijk allerlei communicatie middelen ontwikkeld om onze inwoner en bedrijven te stimuleren klimaatadaptieve maatregelen op eigen terrein te treffen.
Realisatie
De lasten voor riolering waren in 2021 afgerond 18 miljoen euro, bestaande uit 2,1 miljoen euro aan apparaatskosten (incl overhead), 4,9 miljoen euro kapitaallasten, 7,3 miljoen euro storting in de voorziening vervanging Riolering en 3,7 miljoen euro aan materiële kosten voor dagelijks onderhoud van riolering.
In 2021 is er in totaal 11 miljoen euro uitgegeven aan investeringen waarvan 6,9 miljoen euro ten laste van de voorziening en 2,9 miljoen euro geactiveerd vanwege ingebruikname. De overige 1,2 miljoen euro is nog niet in gebruik genomen.
Kerncijfers 2021
| Groen | Ha |
|
Openbaar groen Wegbermen buitengebied |
741 134 |
Het beleidskader
Het beleidskader voor de inrichting, het beheer en onderhoud van het openbare groen werd in 2021 gevormd door de “Kaders beheer en onderhoud van het openbare groen 2018 – 2021”. Naast duurzaamheid en toevoegen van kwalitatief groen zijn hoofdlijnen van deze kaders: differentiatie in onderhoudsniveaus, bestaand groen vereenvoudigen en nieuw openbaar groen toekomstbestendig en functioneel inrichten. De uitvoeringsgelden voor biodiversiteit waren daarbij ten einde en er waren geen middelen voor het (versnellen van) het herstel van het natuurlijk evenwicht in de stad (lange termijn aanpak eikenprocessierups). Dit vroeg om keuzes van het bestuur in de ambities rond biodiversiteit en het vergroenen van de stad, zoals ook verwoord in de Discussienota Duurzaamheid (3.1 biodiversiteit).
Op 5 juli bij de behandeling van de zomernota 2021 heeft de gemeenteraad het amendement “Op peil brengen onderhoudsniveau openbare ruimte” aangenomen, diverse (groene) moties en zijn vanaf 2022 aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor groen. Op 13 december 2021 is tot slot het Groenambitieplan Enschede “Enschede één groot groen park” vastgesteld door de gemeenteraad.
Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
We zetten in op de realisatie van de beleidskaders, de in het coalitieakkoord 2018-2022 “Trots, lef, bouwen, kansrijk, Enschede” gestelde doelen en de strategische opgaven voor de stad. Zo werken we aan een aantrekkelijke stad en duurzaamheid door de aanleg van meer kwalitatief openbaar groen, het vervangen van (overbodige) verhardingen voor groen en de inzet van groen voor klimaatadaptie en biodiversiteit. Daarbij zetten we vanuit het Provinciale traject ook in op een gezamenlijke aanpak van invasieve exoten: planten- en diersoorten die niet van oorsprong in deze omgeving thuis horen en zich snel verspreiden.
In 2021 is er weer ingezet op biodiversiteit en het vergroenen van de stad samen met onze partners, zoals de Groene Loper Enschede en de provincie. We hebben nieuwe bloemenlinten aangelegd en gezorgd voor meer gevarieerde (inheemse) beplanting. Ook hebben we - binnen de nog resterende beperkte budgettaire ruimte - samen met deze partners gewerkt aan het vergroenen van schoolpleinen, de aanleg van geveltuinen, de vergroening van boomperken, de aanleg van Tiny Forests en het natuurinclusief bouwen. Via de Groene Loper Enschede en GroenBlauw Enschede met als onderdeel daarvan “Zo Groen” faciliteren we inwoners in de volle breedte met het vergroenen van straten en zetten we in op meer bewustwording rond het belang van het vergroenen van eigen tuinen. In 2021 hebben we met provinciale ondersteuning een Natuur-voor-Elkaar plan opgesteld waarin we drie proeftuinen uitvoeren op het gebied van beleven, benutten en beschermen van natuur.
In 2021 speelde daarnaast het traject om te komen tot een Groenambitieplan voor Enschede. Dit heeft geleid tot het Groenambitieplan Enschede “Enschede één groot groen park”, die op 13 december 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad. Vanuit dit plan vergroenen we Enschede via drie hoofdprincipes, dit zijn:
Bij de vaststelling van het plan heeft de gemeenteraad besloten om vijf investeringen in elk geval uit te werken en mee te nemen in het kader van de Gemeentebegroting 2023. Dit zijn:
Realisatie
De lasten voor groenonderhoud in 2021 waren circa 7,3 miljoen euro, bestaande uit apparaatskosten en uitbesteed werk. Daarnaast is er voor ca. 0,3 miljoen euro besteed aan vervangingsinvesteringen in het groen.
Het totaal is in 2021 hoger dan in het jaar ervoor door areaaluitbreiding en inflatie.
Eind 2021 is het Groenambitieplan vastgesteld door de gemeenteraad. De komende jaren zal er meer geïnvesteerd worden in het vergroenen van Enschede en biodiversiteit.
Vervangingsinvesteringen
Conform BBV-voorschriften worden vanaf 2017 ook de investeringen in maatschappelijk nut geactiveerd, hieronder vallen ook de investeringen in groen. Dit levert een verschuiving op van uitbesteed werk naar kapitaalslasten. De afschrijvingstermijnen zijn vastgesteld in de financiële verordening van de Gemeente Enschede.
Kerncijfers 2021
| Openbare verlichting | Stuks |
| Lichtmasten | 30.661 |
| Armaturen | 32.418 |
| Overige aansluitingen, stadsplattegronden, verkeersborden, etc. | 1.766 |
| Energieverbruik (GWh/jaar) | 4,4 GWh |
Het beleidskader
We continueren de lijn die is vastgesteld in de Programmabegroting 2018-2021.
Op 3 juli 2017 is het ‘Beleidsplan openbare verlichting 2018-2021’ vastgesteld in de raad. De beleidslijnen zijn vergeleken met het vorige beleidsplan slechts op 1 punt aangepast. Het vorige beleidsplan richtte zich vooral op de bezuinigingsopgave. Hierin werden de lichtmasten en armaturen pas vervangen nadat ze helemaal defect of onveilig waren. Voor de armaturen bleek dit niet goed uit te pakken. De onderhoudskosten van armaturen na het 20e levensjaar liepen sterk op, waardoor oudere armaturen juist duurder werden. Nu vervangen wij de bestaande armaturen weer na 20 jaar (= gemiddelde technische afschrijvingstermijn). We passen nu ledarmaturen toe, aangezien die zich in de afgelopen jaren zodanig hebben ontwikkeld dat toepassing nu efficiënt mogelijk is. De lichtmasten worden vervangen op het moment dat zij kapot of onveilig zijn, of indien een stabiliteitstest bij lichtmasten van 6 meter en hoger uitwijst dat zij vervangen moeten worden.
In 2021 is gewerkt aan het nieuwe beleidsplan openbare verlichting 2022-2025. Dat heeft begin 2022 geleid tot door de raad vastgesteld beleid. De beleidslijnen zijn vergeleken met het vorige beleidsplan wederom slechts op één punt aangepast. Sinds 2018 worden alle ledlampen in Enschede al gedimd tussen 22.30 en 6.00 uur. In het nieuwe beleidsplan zetten we daarin een volgende stap door in woonstraten de dimtijd te vervroegen naar 20.30 uur.
Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
De armaturen worden na 20 jaar vervangen door armaturen met ledverlichting. Het armatuur wordt in de verkeersluwe tijd, tussen 22:30 en 06:00 uur, gedimd. Voor een woonstraat is dit van 3 Lux naar 2 Lux. In bestaande en nieuwe situaties wordt zoveel mogelijk de Richtlijn Openbare Verlichting 2011 (ROVL-2011) gevolgd.
Conform het beleidsplan is er verdere uitvoering gegeven aan het vervangen van armaturen door ledverlichting. Tot en met 2021 is inmiddels een derde van de armaturen vervangen door ledverlichting.
Realisatie
De lasten voor onderhoud openbare verlichting 2021 zijn circa 1 miljoen euro, bestaande uit 0,4 miljoen euro kapitaallasten, 0,2 miljoen euro apparaatskosten en 0,4 miljoen euro materiële lasten (reguliere onderhoudslasten, excl. energie).
Kerncijfers 2021
| Parkeervoorzieningen | Stuks |
| Parkeergarages | 4 |
| Fietsenstallingen | 2 |
Het beleidskader
We continueren de lijn die is vastgesteld in de Programmabegroting 2018-2021.
Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
De kosten van groot onderhoud van de parkeergarages en fietsenstallingen worden ten laste van de voorziening onderhoud parkeergarages/fietsenstallingen gebracht. Dit op basis van de meerjarenprognose parkeren (MJOP). Correctief en preventief onderhoud wordt rechtstreeks ten laste van de parkeerexploitatie gebracht, (vervangings)investeringen worden geactiveerd.
Realisatie
In 2021 is 2,96 miljoen besteed aan materiële uitgaven voor onderhoud parkeergarages. Van deze 2,96 miljoen euro is 2,4 miljoen euro besteed voor preventief en correctief onderhoud en 0,56 miljoen euro besteed voor groot onderhoud. In 2021 is 0,6 miljoen euro gestort in de voorziening (groot) onderhoud parkeergarages en is voor een bedrag van 50.000 euro geïnvesteerd.
Vanwege een wetswijziging is de gemeente met ingang van 1 januari 2015 niet meer verantwoordelijk voor het buitenonderhoud van de schoolgebouwen voor primair onderwijs en speciaal (voortgezet) onderwijs. De schoolbesturen zijn hier nu zelf voor verantwoordelijk.
In de Raadsvergadering van 22 juni 2015 is het voorstel ‘Financiële situatie Onderwijshuisvesting’ behandeld. Hierin is in het kader van de decentralisatie van het buitenonderhoud en de motie Van Haersma-Buma besloten het investeringsplafond naar 0 euro terug te brengen.
Per 1 januari 2017 zijn de opstallen van de sportparken en de daarbij behorende inventarissen voor de binnen- en buitensport overgedragen aan Sportaal B.V.. Door deze overheveling is de onderhoudsplicht ook overgedragen.
Kerncijfers 2021
| Vastgoedbedrijf Enschede | Aantal Panden |
| Ambtelijke huisvesting | 5 |
| Maatschappelijke huisvesting | 96 |
| Nader uit te werken | 5 |
| Verkoop panden | 10 |
| Totaal | 116 |
Onderhoudsplan
Het onderhoud van het gemeentelijke vastgoed wordt uitgevoerd door het Vastgoed & Facilitair Bedrijf Enschede (VFBE), waar deze gebouwen zijn ondergebracht. Voor het uitvoeren van de onderhoudsactiviteiten wordt gewerkt met een onderhoudsvoorziening, waarin vanuit de gebouwexploitaties jaarlijks een vaste bijdrage wordt gestort.
De onttrekking (uitgaven) uit deze voorziening geschiedt op basis van de daadwerkelijke uitgaven. Deze uitgaven zijn voorzien/gepland in een meerjaren onderhoudsplanning (MJOP). Deze meerjaren onderhoudsplanning is leidend voor de uit te voeren onderhoudsactiviteiten van VFBE.
Het beleidskader/onderhoudssystematiek
In Enschede wordt onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen al enige jaren gepland en gepleegd volgens de NEN 2767. Naast technische aspecten, worden bijvoorbeeld ook gebruikersaspecten en duurzaamheidsaspecten meegenomen.
Het onderhoud is onder te verdelen in de volgende onderdelen:
Programma van het begrotingsjaar
Voor 2021 is voor onderhoud 5,39 miljoen euro begroot. Daadwerkelijk is er 5,02 miljoen euro uitgegeven. Er is minder uitgegeven dan begroot doordat een aantal geplande werkzaamheden niet zijn uitgevoerd vanwege verkoop of beleidsmatige ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn het niet uitvoeren van onderhoud aan kleedkamers in afwachting van de ontwikkeling van de clustering van buitensportaccommodaties en het niet uitvoeren van onderhoud aan gymlokalen/hallen in afwachting van verdere uitwerkingen van verduurzamingsplannen zodat dit gecombineerd kan worden met onderhoudswerkzaamheden.
Naast de uitgaven voor het dagelijks en contractonderhoud aan de ambtelijke- en maatschappelijke panden zijn er een aantal grote uitgaven gedaan vanuit het MJOP. De verbouwing van de ambtelijke huisvesting aan de Spinnerstraat 29A (Boei) is gecombineerd met MJOP werkzaamheden. Ook is er groot onderhoud uitgevoerd aan diverse binnensportlocaties waarbij onderhoudswerkzaamheden zijn gecombineerd met verdere verduurzaming van deze accommodaties. Bij diverse gebouwen zijn gebouwgebonden installaties vervangen en bij het Nationaal Muziekkwartier is het geluidssysteem en de ledverlichting vervangen vanuit het MJOP. Tenslotte is in het afgelopen jaar het buitenschilderwerk gedaan van diverse maatschappelijke objecten.
De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
De geplande onderhoudsuitgaven voor de komende jaren zijn hieronder grafisch weergegeven. Op basis van deze planning is de storting in de onderhoudsvoorziening bepaald.

In deze paragraaf zijn de onderdelen opgenomen zoals vastgelegd in de financiële verordening van de gemeente. Daarnaast wordt gerapporteerd over de kasgeldlimiet en renterisiconorm zoals voorgeschreven in de wet financiering decentrale overheden.
Omslagrente
Vanuit de BBV-regelgeving voor rente moet worden vastgesteld in de jaarrekening of de begrote omslagrente niet te veel afwijkt van de realisatie. Een afwijking van maximaal 25% is toegestaan. Bij overschrijding hiervan dient de omslagrente (1,5% in 2021) herrekend te worden.
In de onderstaande tabel is de vergelijking tussen begroting en realisatie voor 2021 van de omslagrente terug te vinden. Hieruit blijkt dat de afwijking binnen de toegestane marge blijft:
| Omschrijving | Begroting 2021 | Gemeenterekening 2021 |
| Externe rentelasten korte en lange financiering | 11.932.009 | 11.595.226 |
| Externe rentebaten | -1.167.500 | -1.176.207 |
| Totaal door te rekenen externe rente | 10.764.509 | 10.419.019 |
| Rente aan grondexploitaties | -2.681.285 | -2.029.385 |
| Rente projectfinanciering (Van Heek parkeergarage) | -1.899.736 | -1.899.736 |
| Saldo toe te rekenen externe rente | 6.183.487 | 6.489.898 |
| Rente over eigen vermogen | 0 | 0 |
| Rente over voorzieningen (grondbedrijf) | 0 | 1.305.976 |
| Toe te rekenen rente | 6.183.487 | 7.795.874 |
| Toegerekende rente aan boekwaarden | -6.146.398 | -6.762.940 |
| Resultaat omslagrente | 37.089 | 1.032.934 |
| Omslagrente - onafgerond | 1,520% | 1,680% |
| Afwijking - maximaal 25% | 13,25% | |
De rekenrente voor de grondexploitaties is hoger dan de omslagrente doordat hiervoor een andere rekenmethode van toepassing is. In de begroting 2021 was rekening gehouden met een rekenrente van 2,50%. Deze is over 2021 uiteindelijk uitgekomen op 2,44% doordat de rente voor de kortlopende leningen nog lager is uitgevallen dan was begroot.
Resultaat rente en treasury
Het resultaat van het product rente en treasury is 320.000 euro hoger dan was begroot voor 2021. Dit voordeel wordt grotendeels veroorzaakt doordat geen nieuwe leningen zijn aangetrokken. Ook in 2021 was sprake van een lagere financieringsbehoefte door de ontvangen compensatie van het rijk voor de gevolgen van corona. Daarnaast was de opbrengst aan dividenden hoger dan was begroot. In hoofdstuk 8.2 is een nadere analyse opgenomen van dit voordeel.
Rentevisie
In de begroting werd per eind 2021 verwacht dat de lange (10-jarige) rente rond 0,30% zou liggen. De rente lag echter hoger en bedraagt 0,60% per ultimo 2021. De hogere lange rente is het gevolg van de stijging vanaf begin december 2021 als gevolg van de aantrekkende economie alsook de hoge inflatie (door o.a. hoge energieprijzen). Tot dan was de lange rente vrijwel geheel 2021 aanzienlijk lager dan was verwacht als gevolg van de coronacrisis. Voor eind 2021 werd voor de korte rente een niveau voorspeld van negatief 0,30% tot 0,40%en is deze uiteindelijk op 0,57% negatief uitgekomen.
In 2022 zal naar verwachting de korte rente wel stijgen maar blijft deze nog steeds ruim negatief. De lange rente stijgt waarschijnlijk verder als gevolg van de hoge inflatie. Ook heeft de ECB aangekondigd het zogenaamde opkoopprogramma te gaan afbouwen. Voor 2022 is voor de herfinanciering al rekening gehouden met een hogere rente. Overigens zullen naar verwachting geen nieuwe langlopende leningen benodigd zijn omdat de gemeente nog overliquide is als gevolg van de rijksbijdragen voor de gevolgen van de coronacrisis alsook de daardoor vertraagde uitgaven.
Kasgeldlimiet
In de Wet financiering decentrale overheden (Fido) is bepaald dat de gemeente maximaal 8,5% van het begrotingstotaal aan kortlopende schulden mag hebben. De gemeente is verplicht te rapporteren over deze limiet in de begroting. De gemeente mag niet onbeperkt haar kortlopende schulden aanhouden, maar wordt gedwongen een goede verdeling aan te houden tussen de korte en lange schulden. De kasgeldlimiet bedroeg 61,438 miljoen euro in 2021. Uit de onderstaande tabel blijkt dat de kasgeldlimiet in 2021 niet is overschreden.
| Kasgeldlimiet (x 1.000 euro) | 1e kwartaal | 2e kwartaal | 3e kwartaal | 4e kwartaal |
| Omvang begroting per 1 januari 2021 - grondslag | 722.799 | 722.799 | 722.799 | 722.799 |
| Toegestane kasgeldlimiet: | ||||
| - in % van de grondslag | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% |
| - omvang kasgeldlimiet | 61.438 | 61.438 | 61.438 | 61.438 |
| Toets kasgeldlimiet: | ||||
| Gemiddeld overschot vlottende middelen | 10.720 | 65.264 | 72.883 | |
| Gemiddeld opgenomen vlottende schuld | 4.445 | |||
| Toegestane kasgeldlimiet | 61.438 | 61.438 | 61.438 | 61.438 |
| Ruimte/tekort onder kasgeldlimiet | 56.993 | 72.158 | 126.702 | 134.321 |
Renterisiconorm
De renterisiconorm geeft het kader aan voor de spreiding van looptijden in de leningenportefeuille. Vanuit de Wet financiering decentrale overheden moet over de renterisiconorm worden gerapporteerd in de jaarrekening. De norm bepaalt dat maximaal 20% van het begrotingstotaal in enig jaar geherfinancierd mag worden. Hiermee worden renterisico’s op de vaste schulden gespreid in de jaren. Uit de onderstaande tabel blijkt dat de gemeente in 2021 binnen de renterisiconorm is gebleven.
| Berekening renterisiconorm (x 1.000 euro) | Begroting 2021 | Gemeenterekening 2021 |
| 1. Begrotingstotaal | 722.799 | 722.799 |
| 2. Vastgesteld percentage | 20% | 20% |
| 3. Renterisiconorm | 144.560 | 144.560 |
| 4. Aflossingen | 18.869 | 23.469 |
| 5. Ruimte onder renterisiconorm (3. - 4.) | 125.691 | 121.091 |
Financiering en ontwikkeling leningenportefeuilles
In hoofdstuk 7.10 is bij de toelichting op de balans de specificatie van de opgenomen geldleningen te vinden. In 2021 is slechts één nieuwe lening aangetrokken van 7 miljoen euro. Hierbij zijn tijdelijke overtollige middelen van Onderhoud Enschede geleend. Onderhoud Enschede heeft de financiering al aangetrokken voor de nieuwe huisvesting (zie ook raadsbesluit van 3 februari 2020 waarmee is ingestemd met het verstrekken van een gemeentegarantie voor deze financiering). Er is echter vertraging opgetreden in de uitgaven waardoor Onderhoud Enschede een negatieve rente zou moeten gaan voldoen over haar positieve banksaldo waardoor er minder budget beschikbaar zou zijn voor de investering in de huisvesting. De gemeente leent daarom deze middelen tijdelijk tegen 0% waarmee zowel Onderhoud Enschede als de gemeente geen nadeel ondervinden. In 2020 is dezelfde constructie toegepast bij Sportaal die al vroegtijdig middelen hadden ontvangen voor diverse vervangingsinvesteringen sport en de nieuwbouw van het zwembad.
Naar verwachting zou 30 miljoen euro aan nieuwe geldleningen worden aangetrokken voor de herfinanciering van leningen die afgelost zijn in 2021. Deze herfinanciering bleek echter niet nodig te zijn door de fors achterblijvende uitgaven als gevolg van corona. Daarnaast ontving de gemeente in 2021 een aanzienlijke compensatie van het rijk voor de gevolgen van Covid-19. Hierin zat ook nog ruim 3 miljoen euro voor de inkomstenderving over 2020. De portefeuille met langlopende geldleningen daalt van 304 miljoen euro per eind 2020 naar ruim 286 miljoen euro per eind 2021. Ook de kortlopende schulden zijn gedaald ten opzichte van eind vorig jaar. Hierdoor daalt de totale schuldpositie per eind 2021.
In de onderstaande grafiek is het verloop van de schulden te zien over de afgelopen jaren. Hieruit is op te maken dat de schuldpositie van de gemeente gestaag is gedaald in deze periode. Dit is o.a. het gevolg van een lager investeringsniveau.

Als gevolg van de dalende schuldenpositie en de lage rentes zijn de rentelasten ook gedaald in de afgelopen jaren. Dat maakt dat deze minder zwaar op de begroting drukken. Zie de onderstaande grafiek:

In het Treasurystatuut 2018 is opgenomen over de rentelasten: Te bepalen dat de begrote (netto) rentelasten niet meer dan 3% van het begrotingstotaal bedragen. Op basis van het bovenstaande kan worden vastgesteld dat de rentelasten ruimschoots binnen deze begrenzing vallen:
| 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
| % begrotingstotaal | 2,46% | 2,16% | 1,82% | 1,69% | 1,54% | 1,44% |
De daling van de rentelasten is het gevolg van de krimp van de schuldpositie maar is nog veel meer het gevolg van de gedaalde en aanhoudend lage rentestanden.
In hoofdstuk 7.3 bij de toelichting op de balans is de specificatie van de verstrekte leningen aan derden opgenomen.
De portefeuille is licht in omvang afgenomen van 39 miljoen euro per eind 2020 naar 38 miljoen euro per eind 2021 door de reguliere aflossing op deze leningen en doordat in 2021 geen nieuwe leningen zijn verstrekt.
In hoofdstuk 7.13 is een toelichting te vinden op de door de gemeente gegarandeerde geldleningen. Deze zijn in deze jaarrekening opgenomen als niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen. Het totaal aan garantstellingen is nauwelijks gewijzigd en bedraagt 38 miljoen euro per eind 2021 (gelijk aan stand per eind 2020). Er zijn een tweetal garanties verstrekt aan sportverenigingen in 2021 (Topspinners en Emos).
De risico’s van de verstrekte leningen en garanties zijn nader toegelicht in de paragraaf 3.2 weerstandsvermogen en risicobeheersing). Het risico vanuit de verstrekte lening en borgstelling aan FC Twente is separaat opgenomen en zijn terug te vinden in de top 10 in paragraaf 3.2.
Beleidsvoornemens treasuryfunctie
De stand van zaken van de beleidsvoornemens voor 2021 van de treasuryfunctie is:
Limieten 2021
Door middel van de onderstaande overzichten met de kwartaalrapportages is het college geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de in de Gemeentebegroting 2021 vastgestelde limieten voor 2021. Uit de onderstaande tabel blijkt dat er geen limieten zijn overschreden.
| Netto vlottende schuld | 1e kwartaal | 2e kwartaal | 3e kwartaal | 4e kwartaal |
| Limiet - conform treasuryparagraaf Gemeentebegroting 2021 | 67.600.000 | 67.600.000 | 67.600.000 | 67.600.000 |
| Gemiddeld opgenomen vlottende schuld | 4.445.000 | |||
| Gemiddelde vlottende middelen | 10.720.000 | 65.264.000 | 72.883.000 | |
| Ruimte onder limiet | 63.155.000 | 78.320.000 | 132.864.000 | 140.483.000 |
| Overschrijding limiet ja/nee *) | nee | nee | nee | nee |
| Vaste schuld | 1e kwartaal | 2e kwartaal | 3e kwartaal | 4e kwartaal |
| Limiet - conform treasuryparagraaf Gemeentebegroting 2021 | 50.000.000 | 50.000.000 | 50.000.000 | 50.000.000 |
| Opgenomen vaste schuld in kwartaal | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Cumulatief opgenomen vaste schuld in jaar | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overschrijding limiet | nee | nee | nee | nee |
| Uitzettingen | 1e kwartaal | 2e kwartaal | 3e kwartaal | 4e kwartaal |
| Limiet - conform treasuryparagraaf Gemeentebegroting 2021 | 4.000.000 | 4.000.000 | 4.000.000 | 4.000.000 |
| Total omvang uitzettingen in kwartaal | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overschrijding limiet ja/nee *) | nee | nee | nee | nee |
Integraliteit bedrijfsvoering
Wij zijn één organisatie met dezelfde strategische agenda. Bedrijfsvoering is hierbij geen doel op zich maar een integraal onderdeel van ons werk. Om in een dynamische omgeving te kunnen sturen en het juiste te kiezen, is zicht en grip op processen cruciaal, een absolute randvoorwaarde. Door te begrijpen hoe onze werkprocessen lopen en op elkaar ingrijpen, kunnen we een beweging naar voren maken. Als organisatie hebben we het afgelopen jaar meer de verbinding gezocht om samen keuzes te maken waar we focus op leggen.
2021 was een intensief jaar met aansprekende resultaten maar ook met zorgen. We hebben te maken met vraagstukken binnen de organisatie. De verandering in aard en omvang van taken, digitalisering en complexiteit vraagt om een andere manier van werken en organiseren. De krapte op de arbeidsmarkt heeft effect op het achterblijven van de realisatie van ambities. Inhuur leidt tot hogere kosten en afkalving van kennis. Door een tekort aan capaciteit (sturing en vakmanschap) kunnen we onvoldoende leveren en neemt de werkdruk toe. Een vicieuze cirkel waar we uit moeten komen.
Daarom blijven we inzetten op het creëren van inzicht in de werkprocessen (ketenbenadering), vereenvoudiging en verbinding. Hierdoor kunnen we met elkaar keuzes maken op hoe middelen moeten worden ingezet om het reguliere werk goed te kunnen doen en om onvermijdelijke ontwikkelingen te gaan organiseren. Extra structurele financiële impulsen zullen hierbij onoverkomelijk zijn.
In 2021 heeft het programma Bridge een start gemaakt met het op orde brengen van het informatie-, documentatie- en gegevensbeheer met de daarbij behorende budgetten voor Enschede en Losser. Een programma dat impact en effect heeft over de volle linie van de organisatie.
Hybride werken is ook een mooi voorbeeld van succesvol integraal werken: faciliterend vanuit IT, P&O en VFBE waarbij de benodigde kaders vanuit deze disciplines zijn vastgesteld door de directie. We zijn als organisatie goed in staat om digitaal te werken. Uiteraard heeft ook onze organisatie baat gehad bij de gedwongen werkelijkheid van het thuiswerken. In rap tempo heeft vrijwel iedereen zich de vaardigheid van digitaal afstemmen en vergaderen eigen gemaakt. Tegelijkertijd constateren we dat er nog veel te leren is om de aanwezige digitale werkomgeving ten volle te benutten en komt er steeds meer functionaliteit en integratie bij. Het eigen maken van deze mogelijkheden waar dat nodig is voor het functioneren berust bij de organisatie en de medewerker. Dit betekent dat we ook de komende jaren middelen en inspanningen in training en praktijk nodig hebben. Corona zat ons in 2021 nog erg in de weg om de hybride werkomgeving echt met elkaar te ervaren en hierin te leren en te verbeteren.
Inkopen
We ontwikkelen en professionaliseren onze inkooporganisatie continu. Met de invulling van de nieuwe functie van inkoopanalist hebben we meer inzicht gekregen in onze uitgaven. De analyse daarop biedt een extra instrument om bewustzijn te creëren, onze organisatie beter te kunnen adviseren en grip op inkopen te verbeteren.
Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) heeft onze volle aandacht. Met de doorontwikkeling van de Tenderboard waarin bestuur, directie en vertegenwoordigers op maatschappelijke thema's zitting hebben, zorgen we voor aandacht en sturing op de maatschappelijke ambities bij geagendeerde thema's. Met het in ontwikkeling zijnde actieplan MVI dragen we met onze inkooptrajecten bij aan de ambities op dit gebied van onze stad.
De integrale samenwerking met de eenheid aanbesteden Stadsingenieurs zorgt voor een professionaliseringsslag op het gebied van (inkoop)proces, juiste toepassing van het inkoopbeleid en aandacht voor maatschappelijke ambities. De integrale samenwerking met het IT- bedrijf zorgt voor vereenvoudiging van werkprocessen en grip op IT-inkopen.
In het project ‘implementatie concern breed contractmanagement’ werken we met een integrale projectgroep aan een nieuw proces met als doel inzicht, grip en sturing op contracten en samenwerkingen met leveranciers.
Informatietechnologie
De impact en het belang van informatietechnologie en – management (IT&IM) is groot. Van de inwoner die een nieuw rijbewijs nodig heeft tot aan het leveren de juiste zorg in een wijk, of het aanvragen van een vergunning voor burgers en bedrijven, overal is IT&IM aanwezig. Het beveiligen en onderhouden van onze infrastructuur, applicaties en data zijn de basis. Zonder IT&IM valt het grootste deel van ons werk stil. Daarnaast willen we vernieuwen in onze dienstverlening naar onze collega’s, naar onze inwoners en bedrijven.
We zijn de afgelopen jaren en zeker ook in 2021 tegen grenzen aangelopen. Het is lastig om aan de gewenste vraag en kwaliteit te blijven voldoen in combinatie met de ontwikkelingen die we zelf aanjagen én ontwikkelingen die op ons afkomen zonder dat we daar direct invloed op hebben.
In de begroting 2022 e.v. is ruimte gemaakt voor een IT- transitiefonds om de druk op de organisatie voor de korte termijn te beperken, de achterstand binnen het projectenportfolio vlot te trekken en een start te maken met het programma dat uitvoering gaat geven aan de Cloud transitie. Het IT-transitiefonds levert echter een tijdelijke financiële impuls. De huidige ontwikkelingen zullen de komende jaren dan ook een structurele financiering noodzaken.
Op gebied van security is in 2021 extra geïnvesteerd. Ook in de robuustheid van onze infrastructuur zijn goede stappen gemaakt. Een voorbeeld hiervan is het investeren in nieuwe technologie qua infrastructuur én de uitwerking van het adviesrapport Cloudtransitie door een externe partij.
Datagedreven
We hebben al een aantal jaren de ambitie om datagedreven werken breder in te zetten voor het realiseren van de gemeentelijke doelen. We moeten tevens constateren dat we weliswaar een aantal geslaagde experimenten (oa op veiligheid, zorgstapeling, monitoring) hebben doorlopen maar dat voor een verdere opschaling substantieel meer inzet nodig is. Uit analyse blijkt dat vergelijkbare gemeenten zeker tien FTE meer inzetten, waarmee ze de verankering van datagedreven werken hebben vormgegeven. Als Enschede op dit terrein geen achterstand wil oplopen, zullen in de komende begrotingen middelen beschikbaar moeten worden gesteld.
Verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed
We zetten in op een verdere verduurzaming van onze vastgoedportefeuille. Er is uitvoering gegeven aan het gasloos maken van één gymlokaal; aan de Savorin Lohmanlaan. Bij het andere gymlokaal is een renovatie doorgevoerd waarbij energiebesparende maatregelen zijn doorgevoerd zoals de toepassing van LED-verlichting, passend bij de terugverdientijd die past bij de ontwikkelingen uit het IHP(stoplichtmodel). Verdere verduurzaming van gymlokalen wordt zoveel mogelijk in lijn gedaan met de planning van het IHP. Voor de Pathmoshal is verder onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden te verduurzamen. Daar wordt in 2022 verder uitvoering aan gegeven. Daarnaast is het goed om te vermelden dat we over 2021 92,5 ton aan Co2 uitstoot hebben verminderd. Dit komt door het uitvoeren van energiebesparende maatregelen bij onderhoud- en renovatiewerkzaamheden zoals vervangen van CV-ketels of toepassen van ledverlichting. Ook heeft inmiddels circa 50% van het totale vloeroppervlakte van alle panden in de vastgoedportefeuille een energielabel A of A++.
Interne dienstverlening in vogelvlucht
Wij leveren vanuit onze adviserende, faciliterende en deels bepalende rol producten en diensten aan onze klanten (intern en extern). Logica, integriteit, effectiviteit en efficiëntie zijn hierbij leidende principes. Wij denken mee, vragen door, stellen grenzen, geven keuzes en organiseren het.
Mensen
We zijn als organisatie volop in beweging en willen vaak meer en harder dan mogelijk is. De loyaliteit en betrokkenheid is hoog en nieuwe taken worden opgepakt en erbij gedaan. Mensen werken met trots en plezier bij de gemeente Enschede: dat is voelbaar en ook meetbaar zoals het in 2021 uitgevoerde verbeteronderzoek laat zien.
De jaren van bezuinigen hebben hun sporen achtergelaten en dit leidt tot kwetsbaarheid en een ongezonde werkdruk, want ook dat laatste blijkt uit het verbeteronderzoek 2021. Dit in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt heeft in het afgelopen jaar zijn effect gehad op het achterblijven van realisatie op bijv. het projectenportfolio, de uitzetting van inhuur kosten en het opbouwen en borgen van kennis.
Middelen
Binnen het begrotingsprogamma Financiën & Organisatie zijn de drie investeringslijnen Organisatieontwikkeling, Digitale Transitie en Doorontwikkeling P&C functie, toegelicht. Deze lijnen zijn afzonderlijk en in onderlinge samenhang hard nodig om als organisatie te kunnen meegaan in de dynamiek van onze gemeente en de maatschappelijke ontwikkelingen.
Terugkijkend op 2021 ervaren we binnen de afdelingen JZ, P&O, IT een disbalans in de omvang en diversiteit van teams en afdelingen in combinatie met een exponentieel stijgende vraag vanuit onze klanten. De koppeling tussen de groei en vraag vanuit van de organisatie, interne en externe ontwikkelingen (al dan niet exogeen) en de benodigde capaciteit voor bedrijfsvoering is onvoldoende vertaald in een financieel mechanisme en afwegingskader. Een groeiende organisatie noodzaakt namelijk ook een groeiend budget voor ondersteunende taken.
Resultaten
Omdat er met zoveel toewijding gewerkt wordt, behalen we ook mooie resultaten. In 2021 hebben we mooie stappen gezet door o.a. te investeren in een andere recruitment aanpak. Naast het aantrekken van nieuw talent door de recruitmentaanpak, investeren we ook in het behoud van talent dat al aanwezig is in de organisatie. Veel medewerkers hebben een talentanalyse gedaan dat hen helpt in de doorontwikkeling en ook door het aanbod van de Enschedese School kunnen medewerkers zich blijven ontwikkelen. Hiermee zetten wij een goed leerklimaat en een cultuur van continue verbeteren neer, welke nodig is om de toekomstbestendige organisatie te zijn die nodig is.
Beleid verbonden partijen
Op 31 januari 2022 is het geactualiseerde Beleidskader verbonden partijen vastgesteld. De gemeente streeft nog meer dan eerder, vanuit Goed bestuur, in deze relatie naar een goede balans tussen samenwerken met die organisaties aan de opgaven van de stad, (financieel) beheer en informatievoorziening. Een aantal uitgangspunten is daaraan aangepast. Het belangrijkste is natuurlijk de uitvoering van beleid; hoe we met elkaar omgaan. Daar wordt dan ook vooral op ingezet.
De gemeenteraad heeft unaniem ingestemd met een amendement bij het vaststellen van het beleidskader dat toe ziet een aanvullend bestuurlijk uitgangspunt, namelijk dat topinkomens en ontslagvergoedingen van verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen moeten worden beperkt. Het college heeft het amendement actief gedeeld met alle verbonden partijen en roept andere gemeenten op zich hierbij aan te sluiten.
Tegelijkertijd is door de gemeenteraad ingestemd met de Notitie Samenwerken. Deze vervangt de Leidraad Sourcen en regie uit 2015 waarin vooral wordt ingegaan op de afweging wanneer en hoe je een publieke taak op afstand kan zetten. Dat werd toen deels ingegeven vanuit het bestuurlijke uitgangspunt van een compacte en flexibele organisatie. Dat uitgangspunt is nu niet meer alleen leidend. Ook is de vraag nu hoe de gemeente het beste kan samenwerken met partijen die publieke taken voor de stad uitvoeren.
Wijzigingen en actualiteiten verbonden partijen
Dataland: De activiteiten van Dataland zijn per 1 januari 2022 beëindigd. De kennisbank en de opleidingen zijn al overgenomen door de VNG. De overige werkzaamheden worden voortgezet door het Kadaster.
Omgevingsdienst Twente: Medio 2021 is met een vaststellingsovereenkomst het jarenlange geschil tussen de Omgevingsdienst Twente en de gemeente Enschede beëindigd. Enschede wordt financieel gecompenseerd over de afgelopen jaren en zal per 1 januari 2022 – gelijk aan de overige deelnemers - ook de overige milieutaken inbrengen bij de Omgevingsdienst Twente. Bovendien wordt vanaf 2022 door de OD Twente gewerkt met een outputfinanciering en wordt de overhead niet langer gebaseerd op inwonertal.
Regio Twente: Deze gemeenschappelijke regeling is in 2021 aangepast en verworden tot het Openbaar Lichaam Gezondheid. Daarnaast zijn de taken op het gebied van sociaal economische structuurversterking overgegaan naar de bestuursovereenkomst en de Stichting Twente Board. De taken ten aanzien van de recreatieve voorzieningen zijn overgegaan naar de bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatieschap Twente. De taken op het vlak van de Arbeidsmarkt heeft Enschede weer terug ontvangen. En Enschede treedt per 1 januari 2022 in zijn geheel op als gastheerorganisatie van de coalitions of the willing Twentse Kracht en IT Platform. De coalitions Duurzaamheid & Afval enerzijds en mobiliteit anderzijds zijn voortgezet met Hengelo als gastheerorganisatie. Kennispunt is gehuisvest gebleven bij het Openbaar Lichaam (Gezondheid).
Het jaar 2022 zal een jaar worden van het implementeren van de nieuwe structuur en cultuur. Met als doel het beter samenwerken aan de gezamenlijke opgaven. De verbonden partij Regio Twente is dus opgeheven en daarvoor zijn een drietal verbonden partijen in de plaats gekomen zijnde: Openbaar Lichaam Gezondheid, GR Recreatieschap Twente en de Stichting Twente Board. Begin juli 2021 is nog een programmabegroting 2022 vastgesteld voor de bestaande entiteit Regio Twente. Voor de 3 nieuwe entiteiten waren nog geen separate begrotingen beschikbaar. Daarom is de informatie in de lijst met de verbonden partijen ook niet volledig.
Technology Base: Aan het eind van het eerste kwartaal van 2022 komt het rapport over de vervroegde evaluatie van Technology Base beschikbaar. De aanleiding voor die evaluatie was de moeilijke situatie waarin met name de luchthaven zich sinds eind 2020 bevindt. De evaluatie bevat een scan en externe reflectie op de ingezette ontwikkeling van het gebied. Onderdeel daarvan is toetsing van de huidige perspectieven/scenario’s aan de bestuurlijke uitgangspunten. De evaluatie levert mogelijk bouwstenen op voor aanpassing of continuering van de huidige koers. Ook biedt het aanknopingspunten voor een nieuwe bestuursovereenkomst tussen provincie en gemeente over deze gebiedsontwikkeling. De betrokkenheid van de omgeving (triple helix) is cruciaal voor de ontwikkeling van Technology Base en krijgt in de evaluatie een centrale plek krijgen. Afhankelijk van de aanbevelingen, kunnen we vervolgfasen starten, zoals het schrijven van een nieuwe bestuursovereenkomst, verdiepend inhoudelijk onderzoek naar wijziging van het profiel inclusief de betekenis daarvan de (wijziging van) het bestemmingsplan en/of wijzigingen in de governance.
Stichting Gebiedsorganisatie Kennispark: Dit is een nieuwe verbonden partij die de deelnemers Universiteit Twente, ondernemers en de gemeente Enschede in 2021 hebben opgericht. Het is een slagvaardige en financieel zelfstandige uitvoeringsorganisatie voor de gebiedsontwikkeling van Kennispark. De stichtingsvorm past qua structuur en organisatie bij de door de deelnemers omarmde Governance Kennispark. De gemeente Enschede en UT hebben een samenwerkingsovereenkomst opgesteld gericht op realisatie van de gewenste ontwikkelingen op Kennispark. Die overeenkomst bevat ook een afspraak om deze gebiedsorganisatiestichting voor een periode van vier jaar financieel te ondersteunen. Het college van B&W is vertegenwoordigd in de Raad van Toezicht van de stichting. Het college heeft afgesproken dat deze vertegenwoordiger niet tevens de bestuurlijk opdrachtgever voor Kennispark kan zijn, uit het oogpunt van de gewenste machtenscheiding.
Dimpact: Wij hebben contracten met Dimpact voor de afname van de E-suite en I Burgerzaken. Deze contracten eindigen (na 14 jaar) op 1 juli 2023 en kunnen niet meer worden verlengd. Daarom heeft Dimpact een continuïteitstrategie gepresenteerd om de continuïteit van deze functionaliteiten te garanderen. Ook het komende jaar zullen wij samen met Dimpact deze strategie verder vorm geven.
Onderhoud Enschede: Onderhoud Enschede evalueert het strategisch businessplan met als onderzoeksvragen in hoeverre de doelen, zoals gesteld bij oprichting, worden behaald en in hoeverre de bedrijfsvoering voldoende robuust is en blijft. Hierbij wordt ook gekeken naar staatsteunaspecten. Resultaten van de evaluatie zullen in 2022 in ieder geval leiden tot actualisatie van de dienstverleningsovereenkomst tussen gemeente en Onderhoud Enschede.
Regionaal Bedrijventerrein Twente: Na aanleiding van de strategische evaluatie en toekomstoriëntatie voor het Regionaal Bedrijventerrein Twente in 2021 heeft het Dagelijks Bestuur (DB) van het RBT besloten om het project pas te beëindigen als zo goed als de laatste kavels uitgegeven zijn en niet eerder het project aan Almelo over te dragen. De huidige samenwerking wordt dus voortgezet. Het College van B&W heeft de gemeenteraad in de brief over de Toekomstoriëntatie Regionaal Bedrijventerrein Twente op 18 mei 2021 hierover geïnformeerd.
Voormalig Essent: Er wordt naar gestreefd om Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV in 2022 op te heffen waarbij de resterende liquide middelen over de aandeelhouders worden verdeeld. Gezien het geringe aandeel van Enschede zal slechts om een kleine bedrag ontvangen worden.
Beheer verbonden partijen
De risicoanalyse van de verbonden partijen is wederom uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeente Almelo, Dinkelland, Hengelo en Tubbergen. Vanaf 2022 sluit ook de gemeente Losser zich aan. De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit. Dit jaar is wederom een open vraag gesteld over de mogelijke gevolgen van het aanhoudende coronavirus bij de verbonden partij. Daarnaast is een nieuwe open vraag gesteld over de stand van zaken van de invoering en mogelijke gevolgen van de Wet bestuur en toezicht die vanaf 1 juli 2021 geldt bij privaatrechtelijke verbonden partijen. En de publiekrechtelijke partijen is de vraag gesteld of ze voorbereidingen treffen voor de invoering van de Wet Open Overheid.
Het financieel belang is gebaseerd op een brede definitie. Dat betekent dat er onder meer rekening wordt gehouden met de exploitatiebijdrage, de boekwaarde van aandelen, dividenden, subsidies en verstrekte leningen en garanties. Zie hiervoor ook de informatie in de lijst met verbonden partijen verderop in deze paragraaf. Bij de berekening van het financieel belang in Naris Self Assement worden niet de benoemde bijdragen in geheel bij elkaar opgeteld. In geval van het meest negatieve scenario, een faillissement van de verbonden partij, moet de waarde van het aandelenkapitaal en de verstrekte leningen en garanties als verloren worden beschouwd (als niet sprake is van voldoende onderpand). Ook het begrote dividend zal niet worden gerealiseerd. De bijdrage aan de exploitatie (zijnde de inkoop van goederen en diensten door de gemeente) en de subsidie wordt echter in termijnen betaald door de gemeente. Daarvoor geldt dat het nog beschikbare resterende budget kan worden ingezet voor de inkoop van de benodigde goederen en diensten bij een andere organisatie. Als rekenregel wordt toegepast dat het verlies 50% van de begrote bijdrage is. De onderstaande scores en risico's zijn gebaseerd op de bij de Gemeentebegroting 2022 ingevulde vragenlijsten. De uitvraag wordt eenmaal per jaar gedaan om de verbonden partijen niet te veel te belasten. Wel is het financieel belang in de grafiek aangesloten bij de Gemeenterekening 2021. In de onderstaande grafiek zijn de uit de vragenlijsten gekomen risicoscores opgenomen:

In de onderstaande tabel is het totale risico aangegeven met stoplichtkleuren. De kleuren geven aan of het risico van de desbetreffende verbonden partij laag, middel of hoog is. De uitkomst is de totale weging van het financieel belang en de risicoscore vanuit de vragenlijsten. Deze risico-inschatting correspondeert vervolgens met het toezichtsregime (zie ook de link met achtergronddocument die bij de lijst met verbonden partijen is opgenomen). De verbonden partijen staan op volgorde van hoogste naar laagste totale risico in de tabel.

De verbonden partijen met totaal risico hoog kwalificeren zich voor een meer indringend toezicht. Dit zijn ook meteen de partijen die doorgaans taken uitvoeren die niet slechts uitvoerend zijn, maar ook beleidsrijke c.q. geen strategische activiteiten in portefeuille hebben. Aan deze partijen wordt dan ook meer aandacht besteed in het komende jaar dan de partijen die een lagere score hebben. De partijen met een totaalscore laag behoeven maar weinig toezicht aangezien hierbij sprake is van relatief kleine financiële belangen. De gemeente bezit doorgaans ook maar een gering aandeel in deze partijen en heeft dus weinig c.q. zeggenschap. De Regio Twente is nog beoordeeld op basis van de programmabegroting 2022 en de jaarrekening 2021 die voor de organisatie als geheel heeft opgesteld. In de Gemeentebegroting 2023 is de informatie beschikbaar om de 3 nieuwe verbonden partijen (Openbaar Lichaam Gezondheid, GR Recreatieschap Twente en de Stichting Twente Board) separaat te beoordelen. Ook is nog geen risicoscore opgenomen van de Stichting Gebiedsorganisatie Kennispark. Bij de volgende uitvraag zullen deze partijen wel onderdeel zijn van de risicobepaling via Self Assesment. Het totale risico voor de Omgevingsdienst Twente is van hoog naar midden gedaald ten opzichte van de Gemeentebegroting 2022 omdat het financieel belang van hoog naar gemiddeld is gedaald nu er overeenstemming is bereikt over de bijdrage van de gemeente.
In het gemeentebrede weerstandsvermogen is een financieel risico opgenomen voor de verbonden partijen. In de top tien van risico’s staat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een risico van 4,9 miljoen euro opgenomen voor onvoorziene bijdragen aan verbonden partijen. Hierin zijn ook de risico's van het ADT en RBT verwerkt. Voor een verbonden partij wordt een financieel risico opgenomen als duidelijk is dat bijvoorbeeld een bezuinigingstaakstelling nog niet is ingevuld en wellicht tot nadelen leidt bij de gemeente, doordat een extra bijdrage moet worden betaald. Ook het niet voldoen aan de weerstandsnormen kan leiden tot het opnemen van een financieel risico voor een verbonden partij. Een organisatie bezit dan zelf niet voldoende middelen om haar risico's af te dekken. De gemeente kan ook hier worden gedwongen tot het doen van een extra bijdrage als meerdere risico's zich tegelijkertijd voordoen.
Lijst verbonden partijen
In de onderstaande lijst staan de verbonden partijen van de Gemeente Enschede conform de BBV per eind 2021. Verdere algemene informatie is te vinden onder deze link.
Nog niet alle verbonden partijen hebben de goedgekeurde jaarrekening 2021 gereed. Voor deze partijen zijn geen gegevens over het vreemd en eigen vermogen per eind 2021 opgenomen en ook geen resultaat over 2021.
| Type | Naam en vestigingsplaats | Financieel belang gemeente 2021 | Omvang eigen vermogen begin 2021 | Omvang eigen vermogen eind 2021 | Omvang vreemd vermogen begin 2021 | Omvang vreemd vermogen eind 2021 | Resultaat 2021 |
| GR | Regio Twente Enschede | Bijdrage 8,182 miljoen euro |
10,484 miljoen euro De weerstandsratio voldoet aan het vastgestelde beleid. |
16,055 miljoen euro | 36,775 miljoen euro | 21,636 miljoen euro | 489.000 euro |
| GR | Stadsbank Oost-Nederland Enschede | Bijdrage dienstverlening 2,692 miljoen euro, kapitaalinbreng 171.000 euro |
1,183 miljoen euro De weerstandsratio voldoet aan het vastgestelde beleid. |
971.100 euro | 14,570 miljoen euro | 14,323 miljoen euro | 117.200 euro negatief |
| GR | Openbaar Lichaam Crematoria Twente Enschede |
Dividend 50.383 euro. |
1,564 miljoen euro |
1,550 miljoen euro | 13.704 euro | 31.337 euro | 136.053 euro |
| GR | Gemeentelijk Belastingkantoor Twente Hengelo |
Bijdrage 3,620 miljoen euro. |
337.000 euro De deelnemers wensen zelf voldoende weerstandsvermogen aan et houden. |
550.000 euro | 7,499 miljoen euro | ||
| GR | Regionaal Bedrijventerrein Almelo | Verliesvoorziening van 0 euro. |
5,232 miljoen euro |
9,126 miljoen euro |
114,3 miljoen euro | 113,4 miljoen euro | 2,294 miljoen euro |
| GR | Technology Base Enschede | Verliesvoorziening van 10,390 miljoen euro. |
Beschikt niet over eigen vermogen. De deelnemers houden voldoende verliesvoorziening aan ter afdekking van de ingeschatte risico's. |
42,154 miljoen euro | 49,892 miljoen euro | 1,098 miljoen euro negatief | |
| GR | Veiligheidsregio Twente Enschede | Bijdrage 13,448 miljoen euro. |
2,822 miljoen euro De weerstandsratio voldoet aan het vastgestelde beleid. |
2,034 miljoen euro | 55,396 miljoen euro | 57,797 miljoen euro | 1,214 miljoen euro |
| GR |
Omgevingsdienst Twente Almelo
|
Bijdrage 977.000 euro |
1,671 miljoen euro De weerstandsratio voldoet aan het vastgestelde beleid |
2,477 miljoen euro |
1,616 miljoen euro |
1,784 miljoen euro |
1,109 miljoen euro |
| NV | Twentse Schouwburg Enschede | Subsidie 6,620 miljoen euro, 532.508,20 euro verstrekte lening, 1 euro aandelenkapitaal |
2,642 miljoen euro |
2,120 miljoen euro | 2,874 miljoen euro | 4,367 miljoen euro | 521.387 euro negatief |
| BV | Sportaal Enschede | 7,558 miljoen euro exploitatiebijdrage, 1,774 miljoen euro overige opdrachten (o.a. sportactivering, wijkteams), 304.000 euro subsidie sportakkoord, 2,4 miljoen euro verstrekte gemeentegarantie, 1 euro aandelenkapitaal, 2 miljoen euro tijdelijk geleend door gemeente van Sportaal | 298.037 euro | n.n.b. | 6,565 miljoen euro | n.n.b. | n.n.b. |
| BV | Onderhoud Enschede Enschede | 15,224 miljoen euro inkoop, 7,198 miljoen euro verstrekte gemeentegarantie, 1 euro aandelenkapitaal, 5,150 miljoen euro tijdelijk geleend door gemeente van Onderhoud Enschede. | 1,866 miljoen euro | n.n.b. | 8,189 miljoen euro | n.n.b. | n.n.b. |
| NV | Twente Milieu Enschede | 16,922 miljoen euro inkoop, 281.000 euro aandelenkapitaal, dividend 301.093 euro |
12,232 miljoen euro |
n.n.b. | 17,256 miljoen euro | n.n.b. | n.n.b. |
| BV | Twence Hengelo | 11,299 miljoen euro inkoop (inclusief 6,132 miljoen euro voor communale samenwerking met Munster), dividend 1,283 miljoen euro, 1 euro aandelenkapitaal, 408.482 euro borgstellingsvergoeding |
142,8 miljoen euro |
149,6 miljoen euro | 88,6 miljoen euro | 123,1 miljoen euro | 12,082 miljoen euro |
| NV | Bank Nederlandse Gemeenten Den Haag | 362.621 euro dividend (dividend 2021 en restant verschuldigde dividend over 2020), 455.000 euro aandelenkapitaal, 48.742 euro kosten betalingsverkeer |
5.097 miljoen euro De BNG Bank voldoet aan gestelde ondergrenzen voor diverse ratio's en beschikt over voldoende vermogen. |
5.062 miljoen euro | 155.264 miljoen euro | 143.995 miljoen euro | 236 miljoen euro |
| NV | Enexis Den Bosch | 107.125 euro dividend, 27.000 euro aandelenkapitaal |
4.116 miljoen euro |
4.241 miljoen euro | 4.635 miljoen euro | 5.154 miljoen euro | 199 miljoen euro |
| BV | Voormalig Essent: Den Bosch: | ||||||
| Publiek Belang Elektriciteitsproductie | 43 euro aandelenkapitaal | 1,569 miljoen euro | 1,535 miljoen euro | 19.533 euro | 6.925 euro | 34.208 euro negatief | |
| CSV Amsterdam | 43 euro aandelenkapitaal | 392.593 euro | 312.379 euro | 27.162 euro | 22.664 euro | 42.665 euro negatief | |
| CO | Dimpact Enschede | 2,351 miljoen euro | 1,981 miljoen euro | ||||
| OV | Euregio Gronau | Bijdrage 46.295,60 euro (0,29 euro per inwoner). |
2,305 miljoen euro |
2,523 miljoen euro | 23,1 miljoen euro | 11,9 miljoen euro | 218.244 euro |
| ST | SPWE | Bijdrage 1, 760 miljoen euro. | 187.745 euro | 200.000 euro | 199.770 euro | 187.331 euro | 33.000 euro |
Grondbeleid; visie en uitvoering
In februari 2020 is de Nota Grondbeleid door de raad vastgesteld. Deze bevat het actuele kader voor de uitvoering van het grondbeleid. Uitgangspunt in deze nota is situationeel grondbeleid waarbij, afhankelijk van de locatie, het te voeren grondbeleid wordt bepaald.
In de Nota Grondbeleid is de actuele wet- en regelgeving rondom het grondbeleid verwerkt. Daarnaast maken een afwegingskader en een bestuurlijk afwegingsmodel gebiedsontwikkeling onderdeel uit van de nota. Met het afwegingskader kan bepaald worden in welke situatie welk type grondbeleid het meest kansrijk c.q. gewenst is. Met het bestuurlijk afwegingsmodel gebiedsontwikkeling kan inzicht worden verkregen in het financieel en maatschappelijk rendement van een gebiedsontwikkeling.
De laatste jaren volgt onze gemeente vooral een facilitair beleid. We laten meer over aan de markt en ondersteunen initiatieven vanuit de samenleving.
Met de Nota Grondbeleid is het voor de gemeente ook mogelijk om in sommige situaties actieve ingrepen te doen als de markt de gewenste ontwikkelingen niet oppakt of regie vanuit de gemeente gewenst is. Daarnaast blijft de mogelijkheid aanwezig dat we het grondbeleidsinstrumentarium inzetten om ontwikkelingen van marktpartijen te faciliteren.
Voor de volledige Nota Grondbeleid verwijzen wij u naar onderstaande hyperlink.
Nota Grondbeleid | Gemeente Enschede
Ontwikkelingen 2021
Resultaten
De aantrekkende economie zorgt al enige jaren voor een sterke vraag naar bouwgrond voor woningen en bedrijven. De pandemie heeft, net als vorig jaar, niet gezorgd voor afname van deze vraag. Ook de prijsstijging van vastgoed zette, net als in 2020, ook in 2021 door. Dit alles zorgt wederom voor een goed jaar voor het Grondbedrijf. De uitgifte van bouwgrond voor woningbouw en bedrijven overtrof ruimschoots de verwachtingen. Doel voor 2021 was om 54 woningbouwkavels te verkopen, er werden in totaal 111 kavels verkocht. De omzet van bouwkavels voor woningen bedroeg 17,3 miljoen euro, terwijl 5,4 miljoen euro was begroot.
Ook bij de verkoop van bouwgrond voor bedrijven is een opgaande lijn van toenemende verkopen zichtbaar. Doel voor 2021 was om 2,7 hectare bedrijfsgrond te verkopen, er is in totaal 5,4 hectare verkocht. De omzet van bouwkavels voor bedrijven bedroeg 7,2 miljoen euro ten opzichte van 3,3 miljoen euro begroot. De uitgifte van bouwgrond voor kantoren bleef wat achter bij de prognose. Doel was om 1 kantoorkavel te verkopen en dat is in 2021 net niet gelukt (wel in januari 2022).
Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (afgekort: BBV) moet bij de winstgevende grondexploitaties de winst worden genomen op basis van de voortgang van het project. Voor de berekening van het percentage te nemen winst wordt uitgegaan van een percentage dat rekening houdt met de verhouding tussen gerealiseerde kosten en opbrengsten. Op basis van deze methode wordt over 2021 6,8 miljoen euro aan winst genomen en toegevoegd aan de reserve Grondbedrijf. Een ander resultaat betreft de verlieslatende grondexploitaties. Uitkomst van de herziening is dat deze totaal circa 4,0 miljoen euro minder verlieslatend zijn geworden.
Dit alles vertaalt zich in een mooi financieel resultaat. De reserve Grondbedrijf neemt in totaal toe met 10,4 miljoen tot 26,3 miljoen euro positief per 31-12-2021. Hierna worden de resultaten van 2021 nader toegelicht. Tenslotte volgt een vooruitblik op het grondbeleid vanaf 2022 en verder.
Realisatie programma wonen, bedrijventerreinen en kantoren in 2021
Verkopen kavels woningbouw
In 2021 heeft de gemeente Enschede in totaal 111 kavels verkocht en geleverd. Dit is ongeveer een verdubbeling ten opzichte van begroot in het MPG 2021. Bouwkavels (met name in de projecten Brunink, Vaneker en Zuiderval) konden vanwege de hausse op de woningmarkt sneller worden verkocht dan eerder werd aangenomen omdat de betreffende terreinen al in bouwrijpe staat verkeerden en kopers mogelijk ook anticipeerden op verhoging van de grondprijzen na 1 januari 2022. In de hierna volgende tabel zijn de resultaten per project nader gespecificeerd.
Verkopen woningbouw (stand per 31-12-2021)
(weergegeven in aantallen woningen/appartementen)
| Projecnaam | Begroot MPG 2021 | Uitgegeven 2021 |
| Eschmarke | 1 | 3 |
| Brunink | 7 | 33 |
| Vaneker (de Schil) | 6 | 16 |
| Binnenstad Roombeek | 30 | 17 |
| BIW II | 2 | 8 |
| CK Molenstraat - Zuidzijde | - | - |
| Zuiderval | 8 | 34 |
| Eindtotaal | 54 | 111 |
Door de versnelde uitgifte is de fasering van de grondexploitaties van deze projecten aangepast: de doorlooptijd wordt ingekort omdat de kavels nagenoeg zijn verkocht.
Verkopen kavels bedrijventerreinen
In 2021 is er, evenals bij woningbouw, meer bedrijfsgrond verkocht dan geprognosticeerd. Er is ook hier sprake van een verdubbeling ten opzichte van de begrote uitgifte. In totaal is er 53.639 m² grond verkocht ter realisatie van nieuwe bedrijfsruimte. Voor de specifieke onderverdeling binnen de verschillende grondexploitaties wordt verwezen naar de onderstaande tabel. Op basis van de vastgestelde visie Werklocaties en faseringsvoorstellen zijn de faseringen voor uitgifte bij de herziening aangepast. Ook hier geldt dat de voorraad uitgeefbaar terrein in de afgelopen jaren sterk is geslonken.
Verkopen bouwgrond bedrijventerrein (stand per 31-12-2021)
(weergegeven in m² uitgeefbaar)

Verkopen kavels kantoren
Er is in 2021 geen uitgifte van bouwgrond voor kantoren gerealiseerd. Op basis van de huidige vooruitzichten op de kantorenmarkt is het kantorenprogramma verder uit gefaseerd.
Verkopen bouwgrond kantoren (stand per 31-12-2021)
(weergegeven in m² bruto vloeroppervlak)

Nieuwe grondexploitaties en afgesloten grondexploitaties in 2021
In 2021 zijn twee nieuwe grondexploitaties door de raad vastgesteld: Centrumkwadraat Molenstraat Zuidzijde en Leuriks Oost. Per 31-12-2021 zijn ook drie grondexploitaties afgesloten: winkelcentrum Stokhorst, Brandweerkazerne Glanerbrug en de Laares.
Centrumkwadraat Molenstraat Zuidzijde
Voor de eerste fase van het project Centrumkwadraat is op 28 juni 2021 de grondexploitatie geopend en een krediet van 12,8 miljoen euro verleend. Daarnaast is een investeringskrediet opgehaald voor de investeringen in de openbare ruimte binnen de eerste fase van Centrumkwadraat ten bedrage van 6,3 miljoen euro. Dit project is inmiddels volop in uitvoering. Voor de herontwikkeling van de voormalige Bölke locatie is een overeenkomst getekend voor de realisatie van 101 appartementen in een hoog stedelijke milieu en met de Stichting Jongeren Huisvesting Twente is overeenstemming bereikt over de aankoop en sloop van de bestaande flat aan de Molenstraat én de nieuwbouw van 2 studentencomplexen van in totaal 125 appartementen aan de Oldenzaalsestraat en overzijde van de Noordmolen. Daarnaast is met Domijn overeenstemming bereikt over de realisatie van 202 appartementen op Performance Factory.
Leuriks Oost
Dit project betreft een woningbouwontwikkeling aan de oostkant van de stad, aansluitend aan de Eschmarke. Het plangebied ligt tussen de Gronausestraat en de Keppelerdijk en aan de Oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Oostweg. Het exploitatiegebied is +/- 13,4 ha groot. In 2020 is een bestaande stedenbouwkundige schets voor de toekomstige ontwikkeling nader uitgewerkt. Bij deze uitwerking is de keuze gemaakt het exploitatiegebied te vergroten door het toevoegen van percelen welke in eigendom zijn van twee particulieren. Ruimtelijk bezien bleek het logisch deze gebieden mee te nemen in de ontwikkeling en een bijkomend voordeel is dat -met het vergroten van het plangebied- meer kavels op de markt kunnen worden gebracht. Dit is ook wenselijk gezien de verwachte vraag naar woningen. Leuriks Oost was al een lopende grondexploitatie (onderdeel van de grondexploitatie Eschmarke) binnen het MPG 2021. De raad heeft op 27 september 2021 de gewijzigde grondexploitatie Leuriks Oost als separate grondexploitatie vastgesteld en daarbij voor de uitvoering een krediet van 20,3 miljoen euro verleend. Met het plan Leuriks Oost worden 74 woningen gerealiseerd.
Winkelcentrum Stokhorst
In december 2003 is met een ontwikkelende partij een intentieovereenkomst gesloten om het verouderde Winkelcentrum Stokhorst om te bouwen tot een modern aantrekkelijk woon- en winkelgebied. Op 24 september 2007 is vervolgens de grondexploitatie Stokhorst vastgesteld. Mede als gevolg van de economische crisis (2009-2013) zijn diverse gesloten overeenkomsten geactualiseerd waardoor het project vertraging opliep. In totaal zijn 104 appartementen gerealiseerd. Het project is afgesloten met een voordelig resultaat van 0,44 miljoen euro
Brandweerkazerne Glanerbrug
Dit project betreft de realisatie van een nieuwe brandweerkazerne op de hoek van de Gronausestraat – Heidevlinder. Voor de levering van bouwrijpe grond heeft de gemeente Enschede alle werkzaamheden (inclusief de benodigde wijzigingen in de ontsluiting aan de Heidevlinder, de reguliere toegang en de wijziging van het bestemmingsplan) verricht die hiervoor noodzakelijk waren. De Veiligheidsregio Twente heeft de kazerne gerealiseerd. De grondexploitatie Brandweerkazerne Glanerbrug is op 11 maart 2019 vastgesteld door de raad. Daarbij is een krediet van 0,19 miljoen euro verleend met de grondopbrengst als dekking. De grond is op 19 december 2019 overgedragen waarna de kazerne in 2020 is gerealiseerd. Het project is afgesloten met een nadelig resultaat van 58.000 euro
De Laares
De Laares is een wijk waarin de eerste woningen in de jaren 1910 – 1920 zijn gebouwd. In de jaren 30 van de vorige eeuw werden de eerste sociale huurwoningen in de Laares gebouwd. De laatste sociale huurwoningen dateren uit de jaren 80 ( o.a. de Laaresstraat). Rond 1995 is, in samenwerking met de woningcorporaties, gestart met het ontwikkelen van ideeën voor de herstructurering van de Laares. Eind jaren ’90 is een sluitende grondexploitatie voor de herstructurering vastgesteld. In 2021 is het project afgerond. In totaal zijn 512 woningen gerealiseerd. Het project is afgesloten met een nadelig resultaat van 5,6 miljoen euro.
Grondexploitaties MPG 2022
Per 31-12-2021 kent het Grondbedrijf 26 lopende grondexploitaties met een begroot nadelig resultaat van per saldo 26,3 miljoen euro op netto contante waarde (NCW) 1-1-2022, waarvan:
Particuliere grondexploitaties
Onder particuliere grondexploitaties worden projecten verstaan waarbij de bouwgrond in bezit is bij een marktpartij (ontwikkelaar, bouwbedrijf). Wanneer deze initiatief neemt voor een nieuwe ontwikkeling en daarvoor planologische medewerking van de gemeente nodig heeft) is de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in de meeste gevallen verplicht om de kosten die daarmee gemoeid zijn te verhalen op de betreffende partij. De gemeente voert in deze gevallen niet zelf de grondexploitatie (dat doet de marktpartij), maar in plaats daarvan sluit zij met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst waarin o.m. het kostenverhaal, locatie-eisen en fasering zijn geregeld. In deze overeenkomsten worden afspraken gemaakt over het kostenverhaal van onder meer de gemeentelijke plankosten, bestemmingsplankosten en bijdrage ruimtelijk ontwikkeling.

In 2021 zijn voor totaal 742 woningen overeenkomsten afgesloten. Daarmee wordt de bouw van 461 appartementen en 281 ééngezinswoningen mogelijk gemaakt. Verder is er gecontracteerd over de realisatie van 2.000 m2 bedrijfsterrein in het project Performance factory.
Daarnaast zijn in het voorbereidingstraject voorschotnota’s verstuurd voor werkzaamheden van de ambtelijke organisatie voor het sluiten van overeenkomsten. Het gaat om 257 woningen, waarvan 215 appartementen en 42 eengezinswoningen.
Financiële resultaten 2021
De belangrijkste uitkomsten ten aanzien van de financiële positie van het Grondbedrijf worden hierna toegelicht. Daarbij is de omvang van de Reserve grondbeleid van belang.
De Reserve grondbedrijf wordt gevormd door:
De complexen binnen het MPG 2022 laten per saldo een verbetering zien van 10,4 miljoen euro. Concluderend is het effect van het MPG 2021 op de Reserve grondbedrijf hierdoor als volgt:

Onderstaande tabel bevat het aandeel per (deel) complex in de mutatie van de Reserve Grondbedrijf:

Deze verbetering met 10,4 miljoen euro komt ten gunste van de Reserve grondbedrijf. De stand van de Reserve grondbedrijf is daardoor per 31-12-2021 verbeterd en bedraagt 26,3 miljoen euro positief.
De volgende mutaties verklaren deze verbetering:
Winstneming
Voor de positieve grondexploitaties is in het boekjaar 2021 de tussentijdse winstneming berekend op 6,8 miljoen euro. Deze winstneming is gestort in de Reserve grondbedrijf. In totaal is er nu 28,2 miljoen euro winst genomen. De nog te realiseren winst (toekomstig toe te voegen aan de reserve) van 1,4 miljoen euro zal naar verwachting worden gerealiseerd uit de grondexploitaties van de volgende projecten.

*eindwaarde gecorrigeerd met rente winstnemingscomplex
De gerealiseerde winst komt voor in totaal 27,3 miljoen euro uit woningbouwprojecten (A t/m F) en 0,91 miljoen euro uit bedrijventerreinprojecten (G t/m J). Het aangegeven jaartal betreft de einddatum wanneer de restant winst naar verwachting in zijn geheel zal worden toegevoegd aan de reserve grondbedrijf.
Risico's in relatie tot de reservepositie
De vereiste weerstandscapaciteit is berekend op 13,5 miljoen euro. Ten opzichte van vorig jaar is dit een verhoging met 3,3 miljoen. Deze toename wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er is gerekend met een verzwaring van het worst case scenario. Daarin zijn de mogelijke effecten van een terugval van de vastgoedmarkt (zoals dit zich bijv. gedurende 2009-2013 heeft voorgedaan) meegenomen.. Daarnaast zijn er kleine aanpassingen van de bandbreedtes meegenomen op basis van inschattingen naar huidige inzichten en het toevoegen van enkele nieuwe risico’s.
De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt per 31-12-2021 26,3 miljoen euro.

bedragen X 1 miljoen euro
(*) In tegenstelling tot voorgaande jaren, worden -op basis van de wijzigingen in de Financiële verordening welke recent (januari 2022) is vastgesteld- de stille reserves niet meer meegenomen voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit.
In de Nota Grondbeleid zijn beleidsregels opgenomen inzake de Reserve grondbedrijf en weerstandsvermogen en hoe om te gaan met de beschikbare middelen. Hierbij zijn de ratio van zowel het Grondbedrijf als de gemeentelijke ratio van belang. De ratio wordt bepaald door de vereiste weerstandscapaciteit te delen door de beschikbare weerstandscapaciteit.
De grondbedrijf ratio bedraagt 1,95.
Ratio = beschikbare WSC / benodigde WSC = 26,3 /13,5 =1,95.
Het bedrag dat overeenkomt met de waarde van de ratio groter dan 1 maakt geen onderdeel uit van de totale weerstandscapaciteit van de gemeente. Dit (positieve) verschil tussen de aanwezige en benodigde weerstandscapaciteit wordt aangeduid als het surplus. Dit surplus is een momentopname, jaarlijks worden de bijbehorende berekeningen daarom geactualiseerd op basis van voortschrijdend inzicht, de toevoeging van nieuwe projecten en actueel prijspeil. Vanuit dit surplus is in 2021 bij de vaststelling van de Strategische Investeringsagenda een bedrag van 5,7 miljoen euro gelabeld voor de hierin opgenomen projecten. In de Financiële verordening is opgenomen dat er binnen het Grondbedrijf voor risicoreservering een ondergrens van 30% van het onderhanden werk aanwezig moet zijn. Op dit moment heeft Enschede een onderhanden werk positie van 10,2 miljoen euro en een vereiste weerstandscapaciteit van 13,5 miljoen euro (30% van 10,2 miljoen = 3,1 miljoen), zodat eveneens aan de vereisten van de Financiële verordening wordt voldaan.
Conclusie is dat het Grondbedrijf haar risico’s zelfstandig kan dragen, mochten deze zich in volle omvang voordoen.
Overige ontwikkelingen rondom het grondbeleid in 2021
Strategische Investeringsagenda
De gemeenteraad heeft op 21 december 2021 de Strategische Investeringsagenda vastgesteld met bijbehorend investeringsfonds. De Strategische Investeringsagenda geeft aan op welke locaties de gemeente voornemens is om te gaan investeren om daarmee bij te dragen aan de realisatie van de strategische doelen van de stad. Essentieel hierbij is dat over de investeringsagenda en het investeringsfonds nog geen definitieve besluiten zijn genomen. Het betreft een labeling van middelen in bestaande reserves en een kapitaalslastenbudget welke beschikbaar zijn als dekking wanneer daarover (bij toekomstige projecten) besluitvorming plaatsvindt. Op het moment dat er een concreet projectinhoudelijk besluit (wat gaan we doen) en kredietaanvraag (wat gaat het kosten) gedaan zijn, “schuift” het uitgewerkte project vanaf de uitvoeringsfase uit de investeringsagenda door en zal het worden opgenomen in het MPG. Voor investeringsprojecten is er dan sprake van een verplaatsing naar de betreffende eindproducten zoals locatieontwikkeling, parkeren, wegen of riolering.
Richting aan Ruimte (RAR)
Het budget van Richting aan Ruimte en BBV bedraagt 22 miljoen euro. Hiervan is in voorgaande jaren een bedrag van 17,89 miljoen euro verwerkt. In 2021 is een bedrag van 0,31 miljoen euro gerealiseerd ten behoeve van het RBT. Deze grondexploitatie wordt door de provincie Overijssel in samenwerking met de Twentse gemeenten gevoerd, maar maakt, evenals Technology Base, geen onderdeel uit van het MPG. Het restant van de gereserveerde middelen binnen de algemene reserve bedraagt 3,8 miljoen euro. Dit bedrag maakt nu deel uit van de Strategische investeringsagenda en is geheel bestemd ten behoeve van de nieuwe grondexploitatie Versnelling Cromhoff.
Reserve Gebiedsontwikkeling
De gemeente Enschede vraagt op dit moment bij particuliere grondexploitaties een “bijdrage ruimtelijke ontwikkeling” (ook wel RO-bijdrage genoemd). Op basis van het vastgestelde beleid in de nota grondbeleid wordt deze bijdrage aan particulieren gevraagd bij exploitatieovereenkomsten voor projecten die financieel haalbaar zijn. De gemeente zet deze bijdrage vervolgens weer in voor locaties die een financieel tekort hebben en belangrijk zijn voor de stad. De RO-bijdragen worden in de Reserve Gebiedsontwikkeling ondergebracht totdat de raad een besluit heeft genomen waar deze middelen aan besteed moeten worden. In het MPG wordt jaarlijks verantwoording afgelegd over de omvang en mutaties in deze reserve.
Stand per 31-12-2020 1.084.000,--
Toevoeging bijdragen 77.000,--
Stand per 31-12-2021 1.161.000,--
Verwachte toevoeging 2022 490.000,--
Stand per 31-12-2022 1.691.000,--
Verwachte toevoeging 2023 120.000,--
Stand per 31-12-2023 1.771.000,--
Verwachte toevoeging 2024 39.000,--
Stand per 31-12-2024 1.810.000,--
Notitie van Uitgangspunten
Als basis voor het MPG 2022 is, conform voorgaande jaren, gewerkt met een Notitie van Uitgangspunten. In deze notitie worden, aan de hand van een analyse van de marktsituatie, de rekenparameters voor de herziening van het MPG worden voorgesteld, Op 7 december 2021 heeft het College van B&W de Notitie van Uitgangspunten MPG 2022 vastgesteld. De hierna volgende tabel bevat de voor 2022 vastgestelde parameters. Naast de parameters zijn met de Notitie van Uitgangspunten ook het programma, planning en de grondprijzen vastgesteld.
Parameters herziening grondexploitaties
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 e.v. * | |
| Kosten | 3% | 2,5% | 2% | 2% | 2% |
| Opbrengsten | |||||
| - Woningbouw | 0% | 2,5% | 2% | 2% | 2% |
| - Bedrijventerreinen | 0% | 1% | 2% | 2% | 2% |
| - Kantoren | 0% | 0% | 2% | 2% | 2% |
| Rente | |||||
| - BIE | 2,5% | 2,5% | 2,5% | 2,5% |
2,5% |
| - Ovierge gronden | 1,5% | 1,5% | 1,5% | 1,5% | 1,5% |
| Disconteringsvoet ** | 2,0% | ||||
* beheersmaatregel, na 10 jaar (uitgaande van basisjaar 2022) worden de parameters voor de opbrengsten
voorzichtigheidshalve teruggebracht naar 0% per jaar.
** disconteringsvoet is op basis van BBV regelgeving en betreft geen zelfstandig besluit in het kader van het opstellen van de Notitie van Uitgangspunten.
Grondprijzen 2022
De taxatie van de woningbouw-, bedrijfs- en kantorenkavels is verricht door de interne makelaar van de gemeente Enschede, waarbij in een aantal gevallen een externe collegiale toets heeft plaatsgevonden. De strategische grondvoorraad (bestaande uit de in het complex overige gronden opgenomen materiële vaste activa plus de in het complex overige gronden opgenomen voorraad handelsgoederen) zijn in 2021 alle door een externe makelaar getaxeerd. Zowel de interne als de externe makelaar is aangesloten bij Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Daarmee is geborgd dat wordt voldaan aan vastgestelde kwaliteitseisen, wet- en regelgeving en dat bij de waardering gebruik is gemaakt van erkende taxatiemethoden. Voor de gemeente Enschede is daarmee voldoende zeker gesteld dat de ingebrachte kennis en kunde van de benodigde hoge kwaliteit is en resulteert in deugdelijke grondslagen voor in de Notitie van Uitgangspunten van het MPG.
In september - oktober 2021 heeft een uitgebreide taxatie plaatsgevonden van woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Hieruit zijn de grondprijzen voor 2022 voortgekomen.
Gemiddeld is in het MPG 2022 sprake van een grondprijsstijging voor de woningbouw van 11%. De grondprijzen voor bedrijventerreinen zijn met 6% gestegen. Voor bouwgrond voor kantoren wijzigt de prijs niet. De langjarige ontwikkeling van de grondprijzen staat weergegeven in onderstaande grafiek.

Vooruitblik 2022 en verder
Na de voorafgaande toelichting op de in 2021 met de uitvoering van het grondbeleid bereikte resultaten, wordt in het vervolg van deze paragraaf grondbeleid vooruitgeblikt op het grondbeleid vanaf 2022 en daarna. Eerst wordt kort een toelichting gegeven op de programmering en planning van de bouwgrond die de komende jaren met de in het MPG opgenomen projecten wordt geproduceerd.
Gedurende de laatste jaren is er veel bouwgrond verkocht, maar er zijn in dezelfde periode niet veel nieuwe complexen in exploitatie genomen. Ook worden in de komende jaren een aantal bestaande projecten afgerond. Het gevolg is dat het grondbedrijf over enige tijd geen aanbod meer beschikbaar heeft. Om in de toekomst ook over voldoende bouwgrond te kunnen beschikken, is de in 2021 ingestelde Strategische investeringsagenda van groot belang. Met de hierdoor beschikbaar gekomen middelen kunnen nieuwe projecten worden gestart om bij te dragen aan de strategische doelen van de stad.
In december 2021 heeft de gemeenteraad besloten over de Strategische Investeringsagenda en in januari 2022 is de actualisatie van de Financiële verordening en de Nota Risicomanagement en weerbaarheid vastgesteld. Als gevolg van deze verschillende besluiten zijn spelregels bepaald die nieuw zijn, maar bovenal verband zijn gaan houden met elkaar en zelfs direct ingrijpen op elkaar, waardoor ook financieel gezien communicerende vaten ontstaan.
De Strategische investeringsagenda en het grondbeleid zullen in 2022 beter met elkaar worden uitgelijnd. Daarmee gaat het in essentie over de beleidsproducten die nodig zijn om programma toe te kunnen voegen. Dit zal worden gedaan door onder meer de nota grondbeleid en de nota kostenverhaal te actualiseren. Daarbij wordt tevens het in de afgelopen jaren gevoerde situationeel grondbeleid geëvalueerd en waar nodig herijkt.
Programmering en planning
Programmering betreft de hoeveelheden bouwgrond voor woningbouw, hectares bedrijventerrein en m² bruto vloeroppervlakte kantoren die binnen de looptijd van het MPG zullen worden geproduceerd. De planning betreft de fasering (totale hoeveelheden per kalenderjaar) van de aantallen woningen, uitgeefbare m² grond voor bedrijventerreinen en m2 bruto vloer oppervlakte voor kantoren gedurende de resterende looptijd van de grondexploitatie. Voor een meer gedetailleerd overzicht van de programmering en planning wordt verwezen naar het (vertrouwelijke) MPG 2022 deel 2.
Woningbouw
Binnen het MPG is voor de periode 2022 tot 2030 uitgifte van grond voor 839 woningen geprogrammeerd. Hierbij wordt in de periode 2022 t/m 2025 uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse gronduitgifte voor 180 woningen. Voor de periode 2026 t/m 2029 resteert binnen het huidige programma gemiddeld jaarlijks 30 woningen. Het gemeentelijk aanbod bevindt zich voornamelijk in de projecten Centrumkwadraat en Leuriks-Oost. Daarnaast bevindt zich nog programma in het project Kop Boulevard, dat in samenwerking met marktpartijen tot ontwikkeling wordt gebracht. De overige gemeentelijke uitgifte is op dit zeer beperkt. De vraag is er wel degelijk, maar gedurende de laatste jaren is de voorraad bouwgrond voor woningen door uitgifte sterk afgenomen. Momenteel zijn de projecten Eschmarkerveld, Cromhoff 1e en 2e fase, Centrumkwadraat 2e fase, Twekkelerveld en Kennispark (woningbouw) in voorbereiding en maken onderdeel uit van de Investeringsagenda.
Bedrijventerreinen
Grosso modo geldt voor het aanbod van bedrijfsterrein ongeveer hetzelfde als bij woningbouw: het aanbod droogt als gevolg van uitgifte op, maar de vraag is nog steeds groot. Per 1-1-2022 is nog circa 19 hectare bedrijventerrein beschikbaar. Het grootste deel hiervan (54%) betreft Oostkrans Usseleres (10,2 hectare), het Euregiobedrijvenpark (4,5 hectare) Josink Es (2 hectare) en de Ossenboer (1,3 hectare). In het MPG 2022 wordt uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse uitgifte in de periode t/m 2025 van 2,4 hectare, in de periode 2026 -2031 van 1,5 hectare. Het is echter waarschijnlijk dat er meer zal worden gevraagd, waardoor het nog beschikbare aanbod snel zal afnemen. Het aanbieden van bouwgrond voor bedrijven is een middel om de ambitie van 10.000 extra arbeidsplaatsen waar te kunnen maken. Het college van B&W heeft daarom op 30 november 2021 besloten aan de raad voor te stellen om een zoekopdracht te starten naar (een) locatie(s) voor een nieuw duurzaam bedrijventerrein tussen (netto) 20 en 40 hectare. De beoogde uitkomst hiervan is één of meerdere potentiële locaties of zoekgebieden voor een nieuw duurzaam bedrijventerrein en een beschrijving van in hoeverre de locaties voldoen aan het programma van eisen die aan de raad worden voorgelegd. Bij de ruimtebehoefte worden ook de revitaliseringsmogelijkheden op bestaande bedrijventerreinen meegenomen. De uitkomst is belangrijke input voor de Omgevingsvisie en ontwikkelstrategie van de stad.
Kantoren
In 2022 zal nader worden ingezoomd op het kantorenvraagstuk (kwalitatief/kwantitatief). Op basis van de uitkomst van de in 2021 uitgevoerde marktanalyse zal waar nodig het beleidskader kantoren worden herzien. Het aanbod aan kantoorkavels van de gemeente bevindt zich op het B&S Park, de Zuiderval en het Roombeek. De plancapaciteit in het MPG 2022 is ca. 67.000 m² bvo tot en met 2035, wat neerkomt op gemiddeld circa 4.800 m² bvo per jaar. Uitgegaan wordt van een uitgifte in 2022 van ca. 7.800 m² bvo en in de periode na 2022 van gemiddeld ca. 4.600 m² bvo per jaar. Afgelopen 2 jaar is er geen bouwgrond voor kantoren verkocht.
Overige gronden
Het totaal aan Overige gronden is in de tweede helft van 2021 opnieuw gewaardeerd. De daadwerkelijke uitgifteprijzen worden op bouwplanniveau bepaald op het moment dat een uitgifte concreet wordt en bekend is welke functie en oppervlak het betreft.
Verwachte nieuwe grondexploitaties 2022
In de Zomernota 2021 is een aantal projecten vermeld dat in aanmerking komt voor financiering in de eerste tranche van de investeringsagenda. Het gaat daarbij om negen projecten die prioritair zijn op basis van hun bijdrage aan (de opgave van) de stad. Het betreft projecten waar reeds op visie niveau bestuurlijke besluitvorming over heeft plaatsgevonden, ofwel in het coalitieakkoord of gemeentebegroting zijn opgenomen:
1. Kennispark
2. Centrumkwadraat 1e en 2e fase
3. Kop Boulevard
4. Cromhoff (wordt: Versnelling Cromhoff)
5. Eschmarkeveld
6. Leuriks Oost
7. MFSA oost en zuid
8. DIA Twekkelerveld
9. DIA Zuid
Op dit moment zijn drie projecten, welke waren benoemd in de investeringsagenda, al onderdeel van het MPG 2022: Kop Boulevard, Centrumkwadraat 1e fase en Leuriks Oost. Deze projecten zijn samen goed voor ca. 776 nieuwe woningen. Met de overige zeven projecten, welke nu nog in voorbereiding zijn, zullen naar verwachting ca. 2.310 nieuwe woningen worden toegevoegd. In onderstaande staafdiagram is de kwantitatieve prognose van 2022 tot en met 2030 weergegeven.

Voor een aantal projecten of deelprojecten die verband houden met de investeringsagenda zal in 2022 een voorstel ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. Met de huidige kennis en inzichten betreft dit de volgende projecten.
Grondexploitatie Eschmarkeveld
Enschede wil de groei van de stad mogelijk maken door zowel hoogstedelijke als sub-urbane woonmilieus toe te voegen. Daarnaast is het aantrekken en behouden van (jong) talent één van onze strategische opgaven. Zowel in het coalitieakkoord als in de woonvisie is Eschmarke genoemd als te ontwikkelen locatie ter ondersteuning van deze doelen. Op 25 oktober 2021 heeft de Raad het koersdocument voor Eschmarkerveld met de uitgangspunten en randvoorwaarden voor verdere ontwikkeling van het plan vastgesteld. In aansluiting hierop zijn eind 2021 zijn de voorbereidingen voor een Stedenbouwkundig Masterplan opgestart, wordt de ontwikkelstrategie verder uitgewerkt, een concept grondexploitatie opgesteld en zal een eerste begin worden gemaakt met het opstellen van een bestemmingsplan of omgevingsplan. Naar verwachting wordt de grondexploitatie met het Masterplan en de ontwikkelstrategie in het derde kwartaal van 2022 ter vaststelling aan de Raad voorgelegd. Het bestemmingplan zal in het derde kwartaal van 2022 ter visie worden gelegd. Het streven is direct na de vaststelling van het bestemmingsplan (eerste kwartaal 2023) te starten met het bouwrijp-maken van het gebied zodat nog in 2023 kan worden gestart met de particuliere kaveluitgifte en de uitgifte van gronden voor projectmatige ontwikkeling.
Grondexploitatie versnelling Cromhoff
Op 6 februari 2017 heeft de Raad de grondexploitatie Zuiderval vastgesteld. Op 1-1-2018 is een krediet van 11,29 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de herontwikkeling van de Wegenerlocatie. Bij de uitwerking is echter gebleken dat een totale gebiedsvisie rondom de Wegenerlocatie noodzakelijk is. Als resultaat is op 25-10-2021 de ontwikkelvisie Cromhoff vastgesteld door de gemeenteraad. Deze visie is in samenwerking met Cromhoffpark BV (waarin BPD en Koopmans zijn vertegenwoordigd) en de overige vastgoed eigenaren opgesteld. De ambities voor het gebied worden inmiddels zowel inhoudelijk als financieel ondersteund door de provincie.
Op basis van de vastgestelde visie is een subsidie aanvraag ingediend bij de provincie Overijssel. De subsidie is aangevraagd voor diverse activiteiten. Hierbij gaat het enerzijds om activiteiten die de locatie “op de kaart” zetten, verder voor activiteiten om de waardevolle gebouwen te behouden en activiteiten om de locatie gereed te maken voor woningbouw zoals sloop, sanering, etc. De provincie heeft positief beslist over deze subsidieaanvraag. Mede vanwege deze verleende subsidie wordt het mogelijk om een versnelling aan te brengen in het project Cromhoff. Op dit moment wordt een separate (geen onderdeel van Zuiderval meer uitmakende) gemeentelijke grondexploitatie voorbereid voor de versnelling van het project Cromhoff. Deze grondexploitatie stelt de gemeente in staat om vooruitlopend op een samenwerkingsovereenkomst met de marktpartijen, een versnelling te realiseren in de Enschedese woningbouwopgave. Besluitvorming in het College van B&W is voorzien vóór de gemeenteraadsverkiezingen. Vervolgens zal vaststelling van de grondexploitatie plaatsvinden na installatie van de nieuwe gemeenteraad.
Grondexploitatie Kennispark (Nu: B&S Valley)
Onderdeel van het MPG 2022 is de reguliere herziening van de grondexploitatie B&S Valley. Deze kent op dit moment een tekort op netto contante waarde per 1-1-2022 van circa 89.000 euro. Op 11 januari 2022 heeft het college van Burgemeester en Wethouders ingestemd met het voorstel om de actualisatie van de grondexploitatie B&S voor te leggen aan de gemeenteraad en deze te hernoemen naar grondexploitatie Kennispark. Het raadsvoorstel is op 2 februari 2022 besproken in de Stadsdeelcommissie. Op 7 maart 2022 wordt het ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. Indien deze grondexploitatie door de raad wordt vastgesteld en het bijbehorende krediet verleend, komt deze grondexploitatie Kennispark in de plaats van de huidige grondexploitatie B&S zoals opgenomen in het MPG 2022. Zonder dit besluit zal vooralsnog de grondexploitatie B&S het geldende kader blijven.
Grondexploitatie Centrumkwadraat 2e Fase
Momenteel wordt de tweede van het project Centrumkwadraat voorbereid, Dit betreft o.m. de realisatie van een nieuw Station (waar het de ambitie is om het spoor ondergronds te brengen), een nieuw busstation, nieuwe fietsenstallingen rondom het station en nieuwe autoparkeergarage(s) voor de binnenstad aan de noordzijde van de stad. Dit alles mede ter compensatie van het verwijderen van het maaiveld- parkeren in projectgebied Centrumkwadraat en de toegenomen woningdichtheid in het gebied als gevolg van de toevoeging van woningen in het nieuwe hoogstedelijke woonmilieu. Daarnaast wordt gewerkt aan plannen voor verdere intensivering rondom het station. In 2022 zullen de eerste stappen voor verdere besluitvorming over de 2de fase van Centrumkwadraat aan de raad worden voorgelegd.
Grondexploitatie Kop Boulevard
Voor het project De Kop Boulevard is in 2019 een grondexploitatie geopend en ontwikkelkader vastgesteld. Sindsdien wordt met Life en Ten Brinke onderhandeld over de verdere invulling van dit gebied. De verwachting is dat het kader en het plan gewijzigd zullen worden. Hierover zal de raad in de loop van 2022 nader worden geïnformeerd.
Overige projecten
Naast de verwachte projecten die vanuit de Investeringsagenda worden voorbereid, worden in totaal nog ca. 99 woningen verwacht uit nieuwe projecten. In 2022 betreft dit de Woonwagenlocatie
(ongeveer 10 woningen), Franklinstraat / Oostburgweg Velve (19 woningen) en overige kleine plannen. Verder wordt een derde tranche projecten ‘bouwen in de wijk’ voorbereid. In totaal betreft het naar verwachting 66 woningen in 8 nieuwe projecten. Op dit moment is nog niet duidelijk wanneer deze zijn uitontwikkeld
Beleidsproducten 2022
Nota grondbeleid 2022
In januari 2020 is de nota grondbeleid vastgesteld door de gemeenteraad. In december 2021 heeft de gemeenteraad besloten over de Strategische Investeringsagenda en in januari 2022 is de actualisatie van de Financiële verordening en de Nota Risicomanagement en weerbaarheid vastgesteld. Als gevolg van deze verschillende besluiten zijn spelregels ontstaan die nieuw zijn, maar bovenal verband zijn gaan houden met elkaar en zelfs direct ingrijpen op elkaar, waardoor ook financieel gezien communicerende vaten ontstaan. Deze nieuwe regels maken het noodzakelijk om de nota grondbeleid en het daarin vastgelegde grondbeleid te evalueren en waar nodig te actualiseren.
Nota kostenverhaal
Als bijlage bij de te actualiseren nota grondbeleid zal ook de nota kostenverhaal geactualiseerd worden. Deze wijziging is echter ook gekoppeld aan de invoering van de Omgevingswet. Dit, omdat het instrumentarium rondom het kostenverhaal bij faciliterend grondbeleid straks anders wordt ingevuld dan onder de huidige Wro. De ontwikkelingen rondom de invoering van de Omgevingswet zijn volop in beweging. Afhankelijk van de invoeringsdatum van deze nieuwe wet zal de nota kostenverhaal in 2022 of 2023 worden aangepast.
Nota erfpachtbeleid woningbouw
De raad heeft bij de woonvisie aangegeven dat starters betere kansen op (toetreding tot) de woningmarkt zouden moeten krijgen. Naast het realiseren van een geschikt woningbouwprogramma voor deze doelgroep, kan mogelijk ook gebruik worden gemaakt van erfpacht als middel om de betaalbaarheid van een woning voor starters op de woningmarkt te verbeteren. Door gronden in erfpacht te geven tegen een lage aanvangscanon kunnen mogelijk startende onderwijzers, verpleegkundigen en politieagenten een betere kans maken op een koopwoning in de stad.
In 2022 zal worden onderzocht of nieuwe erfpachtvoorwaarden voor woningbouw een aanvullend instrument kunnen zijn bij actief grondbeleid.
Visie Werklocaties
De visie Werklocaties is in 2019 door de Raad als ruimtelijk en economisch beleidskader voor bedrijventerreinen, kantoorlocaties, informele binnenstedelijke bedrijfslocaties en thuiswerken, vastgesteld. Als uitwerking van de visie Werklocaties volgt een herziening van de kantorenvisie, waarin nader wordt ingezoomd op het kantorenvraagstuk (kwalitatief/kwantitatief). In 2021 zijn twee externe marktanalyses van de kantorenmarkt afgerond. Op basis van de uitkomst van deze marktanalyses wordt in 2022 het beleidskader kantoren herzien.
Toezicht op de Wmo en Jeugdwet in de gemeente Enschede; Art.213-a onderzoek.
Tussen november 2020 en februari 2021 deed I&O Research onderzoek naar het toezicht op de Wmo en Jeugdwet in de gemeente Enschede. Centraal in dit onderzoek staat het team van toezichthouders van de gemeente Enschede. Hierover is de raad geïnformeerd per brief op 8 juni 2021.
De belangrijkste conclusie is dat de gemeente Enschede voldoet aan het wettelijk kader voor toezicht op de Wmo en Jeugdwet. Het onderzoek prijst de kwaliteit van het onderzoek vanuit team Toezicht in Enschede: onderzoeken zijn gedegen, nauwkeurig en van hoge kwaliteit binnen de beschikbare capaciteit van het team Toezicht. Daarbij signaleert het onderzoek wel dat team Toezicht geen beleidskader heeft. Deze is echter in december aan de raad aangeboden.
Een andere aanbeveling betreft het sturen op data en risico indicatoren bij toezicht. Hiervoor is een trainee aangenomen die bekijkt welke mogelijkheden er zijn m.b.t. datagedreven werken binnen toezicht.
Een andere aanbeveling hangt samen met de huidige inrichting en implementatie van het barrièremodel. Het college herkent de signalen en de wens tot een scherpere poortwachtersfunctie aan de voorkant om malafide zorgaanbieders te weren. Mede op initiatief van Enschede worden er nu al strengere eisen gesteld binnen de huidige aanbesteding en nemen we de ervaringen mee een volgende aanbesteding.
De laatste aanbeveling benadrukt dat de Regio Twente een voorloper is op het gebied van de aanpak van zorgfraude. Dit komt ook tot uiting doordat we meedoen aan de pilot proeftuin Twente, het regionale project vervolgaanpak zorgfraude.
Inleiding
In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het aantal subsidietoekenningen in 2021 die middels Team Subsidieverwerving tot stand zijn gekomen en de relatie van deze subsidies met de opgaven van de stad. De subsidies zijn ingedeeld conform de doelenboom.
Aangevraagde subsidies
In 2021 zijn 53 subsidies aangevraagd die over de volle breedte bijdragen aan de opgaven van de stad. Van de aanvragen is op 31 december 2021 23,8 miljoen euro toegekend, 1,8 miljoen euro afgewezen of lager toegekend en 352.267 euro in behandeling. Er zijn 4 aanvragen niet toegekend met een subsidievolume van 0,6 miljoen euro waarbij 1 afgewezen aanvraag een subsidievolume had van 0,58 miljoen euro.
| Jaar | Aantal | Aangevraagd subsidievolume |
| 2017 | 32 | 9.213.624 |
| 2018 | 39 | 16.300.440 |
| 2019 | 39 | 24.613.603 |
| 2020 | 52 | 28.868.851 |
| 2021 | 53 | 26.031.632 |
Vanuit de rijksoverheid worden in toenemende mate middelen verstrekt via specifieke uitkeringen, in plaats van incidentele subsidies. Deze uitkeringen zijn zeer uiteenlopend van aard en kunnen variëren van ‘trekkingsrechten’ voor gemeenten tot concurrentiegerichte regelingen waarvoor gedetailleerde plannen nodig zijn. Aangezien elke specifieke uitkering unieke elementen bevat wordt per regeling met het programma afgestemd welke ondersteuning Team Subsidieverwerving kan geven. Specifieke uitkeringen worden allemaal verantwoord via de SiSa.
Team Subsidieverwerving is daarnaast betrokken bij subsidieaanvragen voor partners van de gemeente Enschede. We werken als gemeente immers steeds meer samen met anderen aan projecten om onze doelstellingen te realiseren. De betrokkenheid van Team Subsidieverwerving hangt af van de wijze van samenwerking. Doordat de gemeente Enschede zelf niet aanvraagt, zijn deze subsidies niet opgenomen in bovenstaand overzicht.
Toegekende subsidies
In 2021 is ruim 29 miljoen euro subsidie toegekend. Hier zitten subsidies bij die al vóór 2021 aangevraagd waren. Van de ruim 29 miljoen euro aan subsidies is 7,1 miljoen euro afkomstig uit Europa, 9,3 miljoen euro vanuit het Rijk en 12,7 miljoen euro vanuit de provincie. De Europese subsidies die verworven zijn, bestaan grotendeels uit middelen die de Europese Commissie beschikbaar heeft gesteld in het kader van het corona herstelprogramma React EU, onderdeel van EU Next Generation.
| Jaar | Toegekend subsidievolume |
| 2016 | 6.957.929 |
| 2017 | 11.708.500 |
| 2018 | 8.715.245 |
| 2019 | 10.633.093 |
| 2020 | 26.921.213 |
| 2021 | 29.393.476 |
Het toegekende subsidievolume in 2021 is als volgt onder te verdelen:
| Instanties | Samenleving en bestuur | Duurzaam wonen, leven en werken | Vitaal en sociaal | Eindtotaal |
| Euregio - Interreg V-A | 17.500 | 17.500 | ||
| Europa | 7.137.800 | 7.137.800 | ||
| Fondsen | 5.000 | 30.000 | 128.374 | 163.374 |
| Ministerie van BZK | 400.779 | 5.363.377 | 5.764.156 | |
| Ministerie van I&W | 118.950 | 118.950 | ||
| Ministerie van J&V | 300.000 | 300.000 | ||
| Ministerie van VWS | 3.148.564 | 3.148.564 | ||
| Provincie Overijssel | 4.000 | 11.883.664 | 855.468 | 12.743.132 |
| Eindtotaal | 709.779 | 17.413.491 | 11.270.206 | 29.393.476 |
Hieronder is de onderverdeling opgenomen van het toegekende subsidievolume naar de opgaven in de stad.
| Opgaven | Aantal projecten | Toegekend bedrag | Voorbeeld |
| Bereikbaarheid van banen | 13 | 8.004.157 | F35, Kennispark, Verkeersveiligheid |
| Talent aantrekken en vasthouden | 11 | 6.828.827 | Binnenstad, Cromhoff, Euregionaal, Doorlopende leerlijn, cultuur |
| Inclusieve samenleving | 15 | 11.549.738 | Twents Fonds voor Vakmanschap, huisvesting aandachtsgroepen, sport |
| Duurzame en groene stad | 9 | 2.277.025 | Reductie energieverbruik, klimaatadaptatie |
| Goed bestuur | 3 | 49.000 | Thuiswerken, Grenslandconferentie |
| Basis op orde | 9 | 774.729 | Ventilatie scholen, verkeerslawaai |
| Totaal | 60 | 29.393.476 |
Inleiding
Deze speciale corona-paragraaf is opgenomen zodat raadsleden in één oogopslag zien welke maatregelen het college heeft getroffen om de pijn van de coronacrisis te verzachten en welke gevolgen corona heeft gehad op de begroting 2021. Daarbij op voorhand wel de opmerking dat het soms lastig aan te geven is wat het exacte effect van corona is geweest. De specifieke hoogte van een tekort of overschot – met corona als oorzaak – is in sommige gevallen moeilijk te bepalen. Als voorbeeld: bij de aanvraag voor bijstand wordt niet geregistreerd of corona de oorzaak van de aanvraag is.
Maatregelen maatschappelijke en economische gevolgen pandemie
In 2021 zijn verschillende maatregelen genomen om de pijn van de coronacrisis te verzachten. Denk bijvoorbeeld aan de continuïteitsbijdragen voor de zorg, tegemoetkoming horeca- en marktondernemers en compensatie voor culturele instellingen. Een totaaloverzicht aan zogeheten ABC-maatregelen is in onderstaand overzicht opgenomen. Hierin staan ‘eigen maatregelen’ maar ook maatregelen die met een bijdrage van het Rijk mogelijk zijn gemaakt. Het volledige financieel effect van corona op de begroting 2021 wordt onder de tabel van ABC-maatregelen nader toegelicht. De tabel met ABC-maatregelen is een weergave van genomen maatregelen, de gemaakte kosten en compensatie door het Rijk. De tabel is daarmee geen indicatie van het effect door corona op de begroting.

*De kosten met betrekking tot de inkomstenderving zijn al in 2020 gemaakt en komen niet terug in de jaarrekening 2021. Dit is mede reden dat het saldo van deze tabel niet het financiële effect 2021 weergeeft.
Het effect van corona in de begroting 2021
Conclusie is dat corona dit jaar een positief effect heeft gehad op de begroting (3,6 miljoen euro – zie linker kolom in onderstaande tabel). Oorzaak hiervan is met name gelegen in de compensatie die op diverse gebieden door het Rijk ontvangen is maar waar geen gebruik van is gemaakt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de opschalingskorting die vervallen is voor 2021 (1,6 miljoen euro – onderdeel product algemene inkomsten). Ook hebben zich voordelen voorgedaan omdat acties niet uitgevoerd konden worden. Het grootste nadelige effect op de begroting door corona is de derving van parkeerinkomsten (3,7 miljoen euro – product parkeerbeheer).
Het effect van corona op de begroting is lastig te kwantificeren. Met name voor producten als bijvoorbeeld Jeugdhulp, Onderwijs, Schuldhulpverlening en Inkomensondersteuning is het vrijwel niet aan te geven wat het directe financiële effect van corona is geweest. Bij de aanvraag van bijstand bijvoorbeeld wordt niet geregistreerd of corona de oorzaak van de aanvraag is. In de toelichting op de producten in hoofdstuk 8 wordt het effect van corona wel kwalitatief beschreven. In dit hoofdstuk is terug te lezen op welke producten corona een impact heeft gehad.
Compensatie Rijk 2021
Uit het overzicht blijkt dat de compensatie op onderdelen (voorlopig) te laag is geweest (bijv. voor parkeren) maar dat op andere onderdelen ook ruim gecompenseerd is. Daar waar sprake is van ruime compensatie zijn de middelen voor een groot deel meegenomen naar 2022 en dan alsnog beschikbaar. Dit levert dus niet per definitie een voordeel op in het jaarresultaat. Dit komt onder andere doordat aan sommige producten een bestemmingsreserve is gekoppeld (waar het resultaat in terecht komt en beschikbaar blijft) en omdat 7 miljoen euro is overgeheveld naar 2022, overeenkomstig raadsbesluit van december 2021 (bestemmingsvoorstellen).
Daarnaast volgt in 2022 compensatie voor inkomstenderving over 2021 (bijv. voor derving parkeerinkomsten). De verwachting is dat dit gebeurt volgens dezelfde procedure als voor de inkomstenderving 2020 (op basis van de vastgestelde jaarrekeningcijfers 2021). Mocht Enschede hiervoor nog compensatie ontvangen, dan wordt deze in de jaarrekeningcijfers van 2022 meegenomen.
Overzicht Corona 2021
In onderstaand overzicht is het effect van corona (zowel positief, als negatief) op de begroting 2021 weergegeven. De bedragen zijn op de producten gesaldeerd. Vandaar dat er geen vergelijk te maken is met bovenstaande tabel met getroffen maatregelen.
| Onderwerpen (x 1.000 euro) | Effect corona 2021 | Overige effecten | Gerealiseerd resultaat 2021 |
| Bezwaar en beroep | 0 | 37 | 37 |
| College van B&W | 142 | 442 | 584 |
| Klachtencommissariaat | 0 | -27 | -27 |
| Ondersteuning College van B&W en directie | 0 | -8 | -8 |
| Raad en commissies | 0 | -43 | -43 |
| Stadsdeelgewijs werken | 57 | 192 | 249 |
| Regionale samenwerking | 0 | 1 | 1 |
| Publieksdienstverlening | 0 | -7 | -7 |
| Verkiezingen | 0 | 3 | 3 |
| Openbare orde en veiligheid | 0 | 19 | 19 |
| Samenleving en bestuur | 199 | 609 | 809 |
| Verkeersinfrastructuur en beleid | -33 | 0 | -33 |
| Versterken economische structuur | 0 | 403 | 403 |
| Afvalstoffen | -612 | 222 | -390 |
| Begraafplaatsen | 0 | -33 | -33 |
| Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte | -37 | 96 | 59 |
| Bestemmen, Vergunnen, Toezicht en Handhaving* | 0 | 905 | 905 |
| Dienstverlening aan ondernemers | 0 | 0 | 0 |
| Cultuur, Evenementen en Citymarketing | 280 | 0 | 280 |
| Grondbedrijf | 0 | -79 | -79 |
| Locatieontwikkeling | 0 | 140 | 140 |
| Parkeerbeheer | -3.652 | 0 | -3.652 |
| Riolering | 0 | 0 | 0 |
| Stedelijke ontwikkeling | 0 | 500 | 500 |
| Duurzaamheid | 0 | 0 | 0 |
| Duurzaam wonen, leven en werken | -4.054 | 2.154 | -1.900 |
| Ondersteuning lokaal Wmo | 300 | 2.162 | 2.462 |
| Algemene Bijstand Levensonderhoud | 0 | 1.055 | 1.055 |
| Inkomensondersteuning | 2.662 | 506 | 3.168 |
| Arbeidsmarktparticipatie | 100 | 1.676 | 1.776 |
| Sport & Gezondheid | 0 | -448 | -448 |
| Onderwijs | 38 | 1.436 | 1.474 |
| Algemeen maatschappelijke voorzieningen | 54 | 957 | 1.011 |
| Jeugdhulp | 0 | -1.270 | -1.270 |
| Ondersteuning wijkteams | 0 | 817 | 817 |
| Ondersteuning centrumtaken (Wmo) | 0 | 8.434 | 8.434 |
| Sociale werkvoorziening | 567 | 1.279 | 1.846 |
| Schuldhulpverlening 2020 en 2021 | 0 | 233 | 233 |
| Vitaal en sociaal | 3.722 | 16.837 | 20.558 |
| Bedrijfsvoering | -145 | -1.124 | -1.269 |
| Basisregistratie | 0 | -25 | -25 |
| Gemeentearchief | 0 | -1 | -1 |
| Regionale dienstverlening | 0 | 315 | 315 |
| Interne dienstverlening | 1.095 | 106 | 1.201 |
| Onderwijsvoorzieningen: onderwijshuisvesting | 0 | 150 | 150 |
| Sport- en wijkaccommodaties | 0 | 7 | 7 |
| Vastgoedbedrijf | 0 | 405 | 405 |
| Algemene belastingen | -1.304 | 0 | -1.304 |
| Algemene inkomsten | 3.945 | -17.522 | -13.577 |
| Algemene uitkering | 0 | 1.456 | 1.456 |
| Rente & treasury | 0 | 320 | 320 |
| Financiën en organisatie | 3.591 | -15.913 | -12.322 |
| Effect 2021 | 3.458 | 3.687 | 7.145 |