3. Paragrafen

Dit hoofdstuk bestaat uit 11 paragrafen. De onderwerpen van de paragrafen zijn belangrijk voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De informatie over deze onderwerpen is vaak versnipperd in de begroting en jaarrekening opgenomen. De paragrafen zijn daarom eigenlijk dwarsdoorsnedes van de verschillende programma’s. De paragrafen zijn om verschillende redenen opgenomen:

  • Het onderwerp heeft een grote financiële impact.
  • Het onderwerp heeft een grote politieke betekenis.
  • Het onderwerp is van belang voor de uitvoering van de programma’s.
  • Het is noodzakelijk dat de raad beschikt over een overzicht van deze onderwerpen voor de uitvoering van haar taken.

Wat is het verschil tussen Programma’s en Paragrafen?
De Programma’s in de vorige hoofdstukken zijn direct gericht op burgers. De paragrafen indirect. De paragrafen zijn namelijk de kaders die de raad voor het college stelt voor het beheer en de uitvoering en programmaoverstijgend zijn.

 

Welke paragrafen zijn er?
De volgende zeven paragrafen zijn voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV):

  • Lokale heffingen
  • Weerstandsvermogen en risicobeheersing
  • Onderhoud kapitaalgoederen
  • Financiering
  • Bedrijfsvoering
  • Verbonden partijen
  • Grondbeleid

Daarnaast zijn vier paragrafen opgenomen, omdat wij het van belang vinden om deze onderwerpen in samenhang te presenteren:

  • Doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken
  • Openbaarheid
  • Subsidieverwerving
  • Investeringen

3.1. Lokale heffingen

In de paragraaf lokale heffingen beschrijven we eerst aspecten van beleid en uitvoering van de lokale heffingen in 2022. Vervolgens geven we een toelichting op de begroting en realisatie van de opbrengsten van de lokalen heffingen en lichten verschillen ten opzichte van de begroting toe. Tot slot gaan we in op overige relevante ontwikkelingen die afgelopen jaar op het terrein van lokale heffingen hebben plaatsgevonden.

Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient de paragraaf betreffende de lokale heffingen tenminste te bevatten:

a. de geraamde inkomsten;

b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;

c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.

d. een aanduiding van de lokale lastendruk

e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

 

De paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties daarvan voor de inwoners van Enschede.

 

De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze heffingen zijn één van de gemeentelijke inkomstenbronnen die vooral inwoners moeten opbrengen. De lokale heffingen onderscheiden we in heffingen waarvan de besteding gebonden is en in heffingen waarvan de besteding ongebonden is.

 Ongebonden belastingen Gebonden belastingen

Hondenbelasting
Onroerendezaakbelastingen
Precariobelasting
Reclamebelasting
Toeristenbelasting

Parkeerbelastingen

Afvalstoffenheffing
Bijdrage Bedrijven Investering Zone
Leges en Rechten:
   - Leges algemene dienstverlening
   - Leges fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
   - Leges dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn.

   - Rioolheffing

 

Ongebonden belastingen rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden belastingen verantwoorden we op het betreffende programma en rekenen we niet tot de algemene dekkingsmiddelen.

 

Geraamde en gerealiseerde inkomsten

 

Heffingen Realisatie 2020 Raming 2021 Realisatie 2021 Raming 2022 Realisatie 2022
           
Huwelijk en geregistreerd partnerschap 144.000 172.000  175.000  143.000  50.186 
Legitimatie- en reisdocumenten en rijbewijzen 1.332.000 1.469.000  1.730.000  1.443.000  1.614.366 
Documentatie bevolking 62.000 63.000  70.000  63.000  36.529 
Verstrekken inlichtingen GBA 34.000 48.000  35.000  48.000  58.608 
Overige publiekszaken 328.000 259.000 

452.000 

288.000  404.406 
Overige verrichtingen archief 400

800 

0
Leges telecommunicatie (%) 98.000  112.000  121.000  113.000  101.000 
Vergunningen 3.948.000  3.525.000  3.705.000  4.571.000  4.450.000
Kort parkeren, garages, abonnementen en vrijuitrijkaarten (niet fiscaal)* 5.812.000  8.852.000  5.800.000  9.289.000  8.121.000 
Fiscale vergunningen* 901.000  780.000  630.000  806.000  819.000
Fiscaal straat- en terreinenparkeren* 2.456.000  3.100.000  2.100.000  3.200.000  2.982.000 
Fiscalisering (naheffing)* 301.000  816.000  360.000  832.000  531.000
Begraafrechten (exclusief onderhoud gedenkparken) 541.000  555.000  558.000  561.000  584.000
Havengelden 76.000  46.000  61.000  47.000 49.000
Marktgelden 257.000  249.000  273.000  264.000 249.000
Afvalstoffenheffing (netto) 15.567.000  16.345.000  15.688.000  16.877.000 

16.415.000

Afvalstoffenheffing - kwijtschelding -2.598.000  -2.300.000  -2.450.000  -2.400.000  -2.434.000 
Afvalstoffen - oninbaar -347.000  -240.000  -315.000  -240.000  -256.000 
Rioolheffing (netto, inclusief grootverbruik) 16.899.000  17.892.000  18.022.000  18.154.000 18.546.000
Rioolheffing - kwijtschelding -2.572.000  -2.570.000  -2.689.000  -2.676.000 -2.611.000
Rioolheffing - oninbaar -336.000  -271.000  -306.000  -268.000 -214.000
           
Hondenbelastingen 858.000  900.000  901.000  910.000  906.000 
Precariobelastingen 50.000  315.000  6.000  320.000  344.000
Toeristenbelasting 220.000 

600.000 

580.000  600.000  401.000
Reclamebelasting 206.000  190.000  186.000  152.000  168.000
OZB woningen 22.000.000  22.320.000  22.460.000  22.708.000  23.165.000
OZB eigenaar niet-woningen 16.500.000  16.900.000  16.414.000  17.184.000  17.076.000 
OZB gebruiker niet-woningen 12.400.000  12.150.000  11.802.000  12.355.000  12.043.000 

 

Legitimatie, reisdocumenten, rijbewijzen en overige publiekszaken

Stijging opbrengsten ‘legitimatie- en reisdocumenten en rijbewijzen’

Er is sprake van een stijging van de legesopbrengsten op deze producten. De verklaring hiervan is de significante stijging in het aantal rijbewijzen (inhaalslag Corona).

Tegenover de gerealiseerde hogere opbrengsten op de legeproducten staat ook een hogere afdracht aan het rijk/RDW.

 

Stijging opbrengsten ‘overige publiekszaken’

Deze stijging wordt bijna geheel veroorzaakt door het product “Naturalisatie”. De verklaring hiervoor is de immigratiestroom van vluchtelingen (hoofdzakelijk Syrie). Vluchtelingen die in 2017 in Nederland zijn aangekomen (en asiel hebben gekregen) mogen vanaf 2022 het Nederlanderschap aanvragen (mits voldaan wordt aan de voorwaarden). In 2017 kenden we een vluchtelingencrisis als gevolg van de oorlog in onder meer Syrië.

 

Vergunningen

De werkelijke legesinkomsten voor 2022 zijn licht lager dan de verwachting zoals die is opgenomen in de Gemeentebegroting 2022-2025. Het resultaat is ultimo 2022 4.450.000 euro ten opzichte van een begroting van 4.570.000 euro. De economische onzekerheden in 2022 hebben vooralsnog geen invloed gehad op de bouwsector. Het is echter nog onduidelijk wat de gevolgen op de lange termijn zijn van deze economische onzekerheden en de lopende stikstofproblematiek. Hierbij zal ook de krapte op de woningmarkt van grote invloed zijn. 

 

Toeristenbelasting

De doelstelling is dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen. Enschede kent een viertal tarieven toeristenbelasting, te weten voor hotels, conferentieoorden, pensions, bed en breakfast.
Er zijn twee redenen voor het achterblijven van de opbrengst. Bij het opstellen van de cijfers voor de jaarrekening waren nog niet alle opgaven van aanbieders recreatieve voorzieningen aangeleverd bij het GBTwente. En er is nog sprake van omzetderving door de laatste coronaeffecten.

 

Onroerende zaakbelasting
De opbrengst OZB wijkt relatief beperkt af van de raming. De raming is gebaseerd op de verwachte WOZ-ontwikkeling. In de praktijk wijken deze altijd iets af van de verwachting, waarmee ook de OZB-opbrengsten een afwijking laten zien.

 

 

 

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

 

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing is een gebonden belasting (bestemmingsheffing). Daaruit vloeit voort dat de kostendekkendheid maximaal 100% mag zijn

De grondslag voor de berekening van afvalstoffenheffing is niet wettelijk vastgelegd. De gemeente is in principe vrij deze grondslag zelf te bepalen. In de raadsvergadering van 18 april 2016 heeft de gemeenteraad besloten over te gaan tot tariefdifferentiatie (Diftar) op basis van een vast tarief en een variabel tarief. Door meer gescheiden (waardevolle) grondstromen (huis-aan-huis) in te zamelen wordt niet alleen een bijdrage geleverd aan milieu- en duurzaamheidsdoelstellingen, maar worden ook de totale lasten voor de inzameling en verwerking verlaagd en de totale baten uit overige afvalstromen waar mogelijk verhoogd.

 

Tot en met 2016 hanteerden wij een tariefdifferentiatie op basis van het aantal personen per huishouden (één- en meerpersoons huishouden). Vanaf 2017 betaalt elk perceel een vast bedrag met een opslag al naar gelang de grootte van de restcontainer en het aantal aanbiedingen. Het gemiddelde aantal aanbiedingen bedraagt 9.

 

Rioolheffing

De rioolheffing is een gebonden belasting (bestemmingsheffing). Daaruit vloeit voort dat de kostendekkendheid maximaal 100% mag zijn. De opbrengsten van de rioolheffingen mogen dus structureel niet hoger zijn dan de begrote kosten. De kostendekkendheid van de rioolheffing in de gemeente Enschede is 100%. De basis voor de ontwikkeling van het rioolheffingtarief ligt in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Er is één rioolheffing voor alle watertaken. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel en wordt geheven naar het aantal m3’s leiding- en grondwater dat naar een perceel is toegevoerd of is opgepompt. Tot 500 m3 per jaar is dit een vast tarief. In 2021 was dit tarief 270,60 euro. In juni 2020 heeft de Raad het huidige GRP met een jaar verlengd voor 2021. Daarin is besloten dat het tarief in 2021 270,60 euro bedraagt, indien er 500 m3 of minder wordt afgevoerd. Boven de 500 m3 is het tarief gestaffeld een variabel bedrag per m3 lozing.

De basis voor de ontwikkeling van het rioolheffing tarief ligt in het door de Raad vastgestelde Water- en Klimaatadaptatieplan Gemeente Enschede 2022-2026, "Verder bouwen aan een groen-blauw Enschede" waarmee het tarief is vastgesteld op 274,40 euro voor 2022.   

 

 

Ontwikkelingen in wetgeving

 

Hervorming Lokaal belastinggebied

In 2015 kondigde het Rijk destijds een belastingherziening aan. Grote veranderingen in lokale heffingen hebben zich sinds die tijd niet voorgedaan en de richting is niet eenduidig: tegenover het verdwijnen van de macronorm voor de OZB (minder Rijksbemoeienis) staat het afschaffen van de precario op ondergrondse leidingen (verkleinen gemeentelijk belastinggebied). In het coalitieakkoord van het huidige kabinet is nu het volgende opgenomen: “Om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Daarbij worden ook alternatieven voor de OZB en MRB in de beschouwing betrokken.” Daarmee is de discussie over een ruimer (lokaal) belastinggebied weer actueel. Uitbreiding kan echter in 2026 (inzet coalitieakkoord) slechts aan de orde komen als aan de geformuleerde randvoorwaarden is voldaan. Daarbij vormen met name ‘de financiële verhoudingen op orde’ en 'geen verhoging van de lastendruk’ belangrijke uitgangspunten.

 

De Omgevingswet en leges

Op 1 juli 2023 zou de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) in werking treden. Hiervoor zijn in 2022 de nodige voorbereidingen getroffen en werkzaamheden verricht m.b.t. het maken van beleidskeuzes en het opstellen van een nieuwe legesverordening. Door de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) kan er veel veranderen. Dit is sterk afhankelijk van de lokale ambities, beleidsinvulling en inrichtingskeuzes. Het principe van legesheffing verandert niet. Ook de wettelijke grondslag voor het heffen van leges verandert niet. Toch zijn er een aantal zaken die wel gaan veranderen:

  • Nieuwe activiteiten toegestaan om leges over te heffen
  • (Mogelijk) minder vergunningplichten
  • De ‘knip’: het splitsen van de bouwtechnische en de ruimtelijke vergunning
  • Gemeentelijke kosten worden hoger of lager
  • Gemeentelijke kosten verschuiven
  • Meer integrale vergunningen (meerdere gezagen betrokken)
  • Planactiviteiten worden minder complex (of juist complexer)

De inwerkingtreding is voorlopig uitgesteld tot 1 januari 2024. 

 

  

Ontwerpbesluit proceskosten bestuursrecht

De VNG heeft op 27 november 2019 een reactie gegeven op de voorgestelde wijzigingen van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Zij zijn er niet van overtuigd dat de voorgenomen wijzigingen effectief zullen zijn en adviseren daarom het besluit niet te wijzigen. Het ontwerpbesluit verhoogt de proceskostenvergoeding die de burger krijgt als hij, bijgestaan door een rechtsbijstandsverlener, met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de bestuursrechter. Ook krijgt de bestuursrechter een explicietere bevoegdheid om een hogere vergoeding toe te kennen dan het standaardbedrag als hij vindt dat de overheid in een concrete zaak ‘kennelijk onredelijk’ is geweest voor de burger. In een brief aan de minister voor Rechtsbescherming zet de VNG haar bezwaren tegen beide wijzigingen uiteen. De verhoging van de proceskostenvergoeding vindt de VNG met name voor belastingzaken zeer onwenselijk. Deze vergoeding is voor no cure no pay bureaus nu al vaak de belangrijkste aanleiding om te procederen over WOZ-beschikkingen. De minister is onlangs een onderzoek hiernaar gestart. Een verhoging van de vergoeding maakt het gemeenten moeilijker om bezwaren op een informele manier met inwoners op te lossen en zal de kosten voor gemeenten onnodig laten toenemen. De VNG geeft de minister in overweging om voor de Wet WOZ een andere regeling van toepassing te verklaren en geeft hiervoor in haar brief twee mogelijke oplossingen nl. uitsluiten van WOZ-zaken en een apart besluit proceskosten invoeren of aansluiten bij het financiële belang van zaken.

Bij Besluit van 8 december 2020 is uiteindelijk bepaald dat per 1 juli 2021 de waarde per punt voor een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de beroeps- en hoger beroepsfase met 40% is verhoogd van € 534 naar € 748. Deze verhoging gold niet voor WOZ-taken. Echter heeft de Hoge Raad op 27 mei 2022 uitspraak gedaan dat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Hierdoor geldt de verhoging nu ook veer (hoger) beroep en cassatie in WOZ-procedures.

 

Kostendekkendheid gebonden belastingen.

 

In onderstaande tabel en bijbehorende toelichting, wordt inzicht gegeven in de toerekening van de overhead, de totale lasten en baten en de daaruit voortvloeiende kostendekkendheid per taakveld.

 

 

Activiteitgroep
Bedragen in 1.000 euro
Lasten
Taakvelden
Overhead BTW Totale
lasten
Heffingen
(Baten)
Overige
Baten
Totaal
Baten
Kosten-
dekkendheid
Afvalstoffenheffing (afvalstoffenverordening) 21.370 209 2.715 24.294 19.105 7.623 26.728  100% 
Kwijtscheldingen Afvalstoffenheffing         -2.434   -2.434  
Rioolheffing 17.416 629  509 18.554 21.100 0 21.100 100%
Kwijtschelding rioolheffing         -2.546   -2.546  
Begraafplaatsrechten (exclusief onderhoud gedenkparken) 584 0 140 724 584 105 689  95%
Subtotaal Heffingen  39.370  838  3.364  43.572  35.809 7.728 43.537  

Leges algemene Dienstverlening (Leges Titel 1 Legesverordening)

 

1.871 563 2.434 2.222 2.222  91%
Leges dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/vergunningen (Leges Titel 2 Legesverordening) 3.963 572 13  4.548 4.252 4.252  93%
Leges dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn (leges Titel 3 Legesverordening) 153 22 0 175 107 107  61%
Subtotaal Leges 5.987 1.157 13 7.157 6.581 0 6.581 92%
Totaal  45.357  1.995  3.377  50.729  42.390  7.728  50.118  

 

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing valt gesaldeerd uiteen in de volgende taakvelden:

  • 7.3 Afval -2.626.000 euro (betreft zowel de baten als de exploitatielasten, waaronder de lasten van inzameling en verwerking van afvalstromen, kapitaallasten, btw etc);
  • 0.4 Ondersteuning organisatie 146.000 euro (betreft facilitaire- en programma overhead);
  • 2,1, Verkeer en vervoer 46.000 euro (machinaal vegen);
  • 6.3. Inkomensregelingen, 2.434.000 euro (kwijtschelding, gemiddeld 36 euro per huishouden) .

Rioolheffing

De rioolheffing valt gesaldeerd uiteen in de volgende taakvelden:

  • 7.2 Riolering    - 3.495.000  euro (betreft zowel de baten als de exploitatielasten, waaronder kapitaallasten, onderhoud, btw, etc.);
  • 0.4 Ondersteuning organisatie     629.000 euro (betreft facilitaire overhead en programma overhead);
  • 2.1 Verkeer en vervoer      320.000 euro (machinaal vegen);
  • 6.3 Inkomensregelingen    2.546.000 euro (kwijtschelding).

Leges algemene Dienstverlening

De leges algemene dienstverlening bestaan uit de volgende taakvelden: 0.2 Burgerzaken, 0.4 ondersteuning organisatie. Circa 80% van de inkomsten bestaat uit leges voor reisdocumenten en rijbewijzen en naturalisatie. De kostprijs van een reisdocument en rijbewijs is hoger dan het door het Rijk opgelegde maximale tarief dat we hiervoor kunnen vragen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de kosten voor het bijhouden van de basisadministratie en de verdeelsleutel die we moeten gebruiken voor de toedeling van de overhead. Het kostendekkendheidspercentage is dit jaar hoger dan voorheen vanwege een scherpere toedeling van kosten aan de legesproducten.

 

Leges dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

Vergunningen bestaat uit de taakvelden 8.3 Wonen en bouwen en 7.4 Milieubeheer. In de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) is kruissubsidiering tussen deze verschillende producten mogelijk met een maximum van 100% kostendekkendheid. Binnen de gemeente Enschede hanteren we, conform afspraak, dit wettelijk uitgangspunt ondanks dat de Hoge Raad in 2015 heeft bepaald dat kruissubsidiering binnen de hele legesverordening mogelijk is. De belangrijkste reden hiervoor is dat binnen de algemene dienstverlening voor de komende jaren wordt gekoerst op een maximale kostendekkendheid.

 

Dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn

Dit betreft de leges voor Evenementenvergunningen, Prostitutievergunningen en de Drank en Horecavergunningen.

 

 

Woonlastenontwikkeling

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. De tariefsaanpassingen voor de OZB, afval- en rioolheffing leiden voor een gemiddeld gezin (met eigen woning) tot de volgende woonlastenontwikkeling voor 2022:

 

Woonlastenontwikkeling 2019 2020 2021 2022 2023 2024

OZB Eigenaar woning  1)

293,30 298,58 300,30 305,79 310,07 314,41

Afvalstoffenheffing (meerpersoons)  2)

270,00 274,08 281,28 288,92 297,84 297,84
Rioolheffing 244,80 257,40 270,60 274,40 281,50 288,80
Totaal 808,10 830,06 852,18 869,11 889,41 901,05
Ontwikkeling woonlasten (%) 5,0 2,8 2,8 1,8 2,3 1,3
Inflatiecorrectie (gemeentebegroting) 1,8 1,4 1,6 1,4 2,3  
Macronorm3 4,0 nvt nvt nvt nvt nvt

 

1) In de meerjarige reeks is rekening gehouden met de jaarlijkse inflatiecorrectie en de incidentele verhoging van de OZB van 6% in 2019.

2) Het opgenomen tarief is gebaseerd op het gerealiseerde gemiddelde van 9 ledigingen van een 240 liter restcontainer en een basisbedrag.

 

 

3.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

 

Inleiding

In deze paragraaf wordt beschreven hoe weerbaar de gemeente is tegen financiële tegenvallers. Daarvoor wordt gekeken naar de weerstandsratio. Dit is een verhoudingsgetal tussen de financiële risico’s die de gemeente loopt en de financiële buffers die beschikbaar zijn om die op te vangen als ze zich voordoen. 

 

De uitgangspunten voor onze risicobeheersingsaanpak en bepaling van het weerstandsvermogen zijn begin 2022 op onderdelen gewijzigd en vastgelegd in de nieuwe nota weerstandsvermogen en weerbaarheid. Deze paragraaf is uitgewerkt conform de nieuwe kaders en spelregels. Het gaat daarbij onder andere om:

 

  • De stille reserves worden niet meer meegeteld
  • De reserve grondbedrijf telt nog enkel mee tot het niveau van de ratio grondbedrijf van 1,0. Het surplus daarboven telt niet meer mee, omdat die middelen niet bedoeld zijn voor het afdekken van risico’s buiten het grondbedrijf en wel voor investeringen in het grondbedrijf en deels ook voor de strategische investeringsagenda.
  • De post onvoorzien die in de begroting is opgenomen telt wel mee voor het beschikbare weerstandsvermogen. Dit omdat deze specifiek bedoeld is om het risico op kortingen in de rijksuitkeringen op te kunnen vangen. Dat risico wordt aan de andere kant ook meegeteld in de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit.
  • Uitgangspunt is dat het grondbedrijf afdoende reserves aanhoudt om zijn eigen risico’s op te vangen. Daarom is een spelregel opgenomen dat de reserve grondbedrijf een minimale omvang heeft van 30% van het onderhanden werk in het grondbedrijf. Daarmee is altijd een stevige buffer beschikbaar om afboekingen zelf op te kunnen vangen.

Weerstandsvermogen

De weerstandsratio komt eind 2022 uit op 1,75. Hierbij is al rekening gehouden met een onttrekking aan de algemene reserve van 7,3 miljoen euro, zijnde het voordelig rekeningresultaat van 6,4 miljoen euro onder aftrek van 13,7 miljoen euro aan bestemmingsvoorstellen.

 

                                                                                                    91,6 miljoen euro

Ratio na verwerking rekeningresultaat na bestemming =        -------------------------   = 1,75                     

                                                                                                    52,3 miljoen euro

 

Onderstaande tabel toont het verloop van de weerstandsratio en de verschillende componenten daarbinnen rekening houdend met het saldo middelenkader uit de begroting 2023 tot en met 2026.

 

Verloop 2021 2022 2023 2024 2025 2026
Ratio weerstandsvermogen na jaarrekening 2022*  1,81  1,75  1,45 1,53  1,80 1,55
- Prognose weerstandsratio bij begroting 2023-2026   1,65 1,38 1,48 1,75 1,49
- Mutatie nav jaarrekeningresultaat 2022   0,10 0,07 0,06 0,05 0,06
Beschikbare weerstandscap (mln euro)* 87,0 91,6 78,7 83,2 97,6 84,1
- Reserve weerstandsvermogen* 73,5 76,7 61,8 66,3 80,7 67,2
- Reserve grondbedrijf (excl. surplus) 13,5 14,9 14,9 14,9 14,9 14,9
- Stelpost onvoorzien     2,0 2,0 2,0 2,0
Benodigde weerstandscapaciteit (mln euro) 48,2 52,3 54,3 54,3 54,3 54,3
- Risico’s grondbedrijf 13,5 14,9 14,9 14,9 14,9 14,9
- Risico’s overig 34,7 37,4 37,4 37,4 37,4 37,4
- Risico tegenvallers Algemene uitkering     2,0 2,0 2,0 2,0

 

*  Deze cijfers zijn onder de aanname van toevoeging van het jaarresultaat minus onttrekking van de voorliggende bestemmingsvoorstellen aan de algemene reserve. 

 

De ratio weerstandsvermogen zit zowel eind 2022 als ook de komende jaren boven de norm van de raad (1,0 tot en met 1,4). Daarmee is sprake van een solide reservepositie. Ten opzichte van de gemeentebegroting 2023-2026 valt de (ontwikkeling) van de ratio positiever uit. Dit komt doordat het rekeningresultaat over 2022 achteraf gezien voordelig uitpakt, terwijl aan de voorkant bij de begroting nog een tekort van 11,6 miljoen euro werd voorzien. 

 

De beschikbare weerstandscapaciteit is afgelopen jaar met 4,6 miljoen euro toegenomen. Daarbinnen is de reserve weerstandsvermogen gestegen vooral door een toevoeging van het spaarprogramma van 9,3 miljoen euro, toevoeging van de post onvoorzien van 2,0 miljoen euro en onttrekking van het saldo jaarresultaat 2022 van 7,3 miljoen euro. Het deel van de reserve grondbedrijf dat meetelt als weerstandsvermogen is toegenomen met 1,4 miljoen euro. Opgemerkt wordt dat de totale reserve grondbedrijf na actualisatie van het MPG 25,7 miljoen euro bedraagt. Toch tellen we slechts 14,9 miljoen euro mee zijnde het totaal van de risico’s dat in het grondbedrijf aanwezig is. De overige 10,8 miljoen euro surplus is bedoeld voor investeringen in het grondbedrijf en de investeringsagenda.

 

De benodigde weerstandscapaciteit is in 2022 toegenomen met 4,1 miljoen euro. Voor 1,4 miljoen euro wordt dit veroorzaakt door toename van risico’s in het grondbedrijf. Dit nadat in het MPG de risico’s van alle individuele grondcomplexen zijn geactualiseerd en samengebracht in één grote risicosimulatie. Daarbij is ook gerekend met een verzwaard worst case scenario waarin de mogelijke effecten van een terugval van de vastgoedmarkt zijn meegenomen, zoals deze zich ook gedurende 2009-2013 heeft voorgedaan. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het Meerjaren Perspectief Grondbeleid 2023. De overige risico’s zijn in 2022 toegenomen met 2,7 miljoen euro. Hieronder volgt de tabel met de 10 belangrijkste overige risico's en een korte toelichting.

 

Onderwerp (bedragen x 1 miljoen euro) Kans jaarrekening 2022 Financieel gevolg jaarrekening 2022 Kans jaarrekening 2021 Financieel gevolg jaarrekening 2021
Als gevolg van schommelingen in de conjunctuur, kunnen zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant onvoorziene nadelige incidentele effecten optreden. *) 90% 15,5 90% 12,4
FC Twente  30% 20,8 30% 21,6
Onvoorziene bijdragen aan de risico's van gemeenschappelijke regelingen (ADT/RBT) en overige verbonden partijen  90% 4,7 90% 4,9
Risico's van Jeugdhulp, Wmo en sport gediff. % 16,7 gediff. % 8,8
Calamiteiten binnen de gemeente 10% 15,0 10% 15,0
Overige onvoorziene risico's, waaronder de projectrisico's op het gebied  van aanbesteding, planning, bezwaarprocedures, prijsstijgingen en rente-effecten 50% 2,5 50% 2,5
Participatiewet (oa BUIG) / schuldhulpverlening) gediff. % 4,5 gediff. % 3,2
Aan derden verstrekte geldleningen worden niet afgelost 10% 8,3 10% 8,5
Gewaarborgde geldleningen worden niet afgelost 10% 4,7 10% 5,4
AVG 50% 0,7 50% 0,7

 

  • Het conjunctuurrisico is met 3,1 miljoen euro toegenomen tot 15,5 miljoen euro. De toename wordt vooral veroorzaakt door de hogere inflatie-, rente- en prijspeilcijfers. De geactualiseerde inschatting van het conjunctuurrisico is gemaakt aan de hand van de ‘Houdbaarheidstest gemeentefinanciën’ 2023 en CPB gegevens van maart 2023. Deze test van de VNG is een stresstest waarmee de ombuigingsopgave voor een gemeente in kaart kan worden gebracht, die nodig is bij een gestandaardiseerd slechtweer-scenario. In onze weerstandsratio houden wij er nu rekening mee dat het eerste jaar van een recessie opgevangen kan worden vanuit de financiële positie, waarbij na dit eerste jaar moet worden bijgestuurd;
  • Het risico van de verstrekte en gewaarborgde leningen FC Twente is met 0,8 miljoen euro gedaald ten opzichte van de jaarrekening 2021 door aflossing op de achtergestelde lening. Voor de beoordeling van de kansinschatting wordt gebruikt gemaakt van objectieve criteria gebaseerd op het financiële beoordelingssysteem van de KNVB (FRS) en het wel of niet voldoen aan de afgesproken financiële verplichtingen van de geldlening. De FRS-score wordt door de KNVB uitgevoerd op basis van door een accountant beoordeelde jaar- en prognosecijfers;
  • Het risico verbonden partijen betreft de risico’s van de gemeenschappelijke regeling ADT. Dit risico is gedaald met 0,2 miljoen euro en bepaald op basis van de actualisatie van de exploitatie ADT bij de jaarrekening 2022;
  • De risico’s op het gebied van jeugdhulp, Wmo en sport zijn qua financiële omvang van 8,8 naar 16,7 miljoen euro gestegen met gedifferentieerde kansen per onderdeel. Het gaat om diverse risico’s op het gebied van Jeugdhulp en Wmo, zoals het open einde karakter, tariefstijgingen, continuïteitsproblemen aanbieders en inhaalzorg als gevolg van corona. De stijging wordt vooral veroorzaakt door de invoering AMVB tarieven, de stijging van tarieven nieuwe aanbestedingen arbeidsmarktproblematiek, knelpunten ICT systeem, financiële positie partners. Bij sport is sprake van een hoger risico dat verband houdt met hogere btw-kosten voor Sportaal als gevolg van de nieuwbouw zwembad die mogelijk niet volledig gecompenseerd worden door rijksuitkering Spuk sport;
  • Het risico van de Participatie en schuldhulpverlening is met 1,3 miljoen euro gestegen, terwijl de kans is afgenomen. Het risico Participatie heeft enerzijds betrekking op een mogelijk negatieve aanpassing van het rijksbudget en anderzijds op een minder gunstige volumeontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen in Enschede ten opzichte van de landelijke trend;
  • De risico’s van de overige aan derden verstrekte leningen en gewaarborgde leningen zijn gedaald door jaarlijkse aflossingen.

Bovenstaande berekening van de weerstandsratio is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Het raadsbesluit om 15 miljoen euro in 2023 vanuit de algemene reserve te bestemmen voor de strategische investeringsagenda. Vanaf 2024 wordt jaarlijks aanvullend nog eens 4 miljoen euro gedoteerd vanuit de exploitatie;
  • Het raadsbesluit om het spaarprogramma per 2023 af te schaffen, waardoor jaarlijks niet langer 9 miljoen euro aan de algemene reserve wordt toegevoegd;
  • Een buffer van 5 miljoen euro wordt aangehouden voor risico’s als gevolg van mogelijke nadelige effecten van het coronavirus en de oorlog in Oekraïne (waaronder stijgende energieprijzen). 

Scenario’s

Ondanks een grondige aanpak blijft het inschatten van risico’s deels subjectief. Om een goed beeld te krijgen van de financiële weerbaarheid van de gemeente is het relevant te laten zien hoe de weerstandsratio zich ontwikkelt indien zich onverwachte grote tegenvallers zouden voordoen. Denk daarbij aan mogelijke tegenvallers in de algemene uitkering of bij de transformatie in het sociale domein. Of aan nadelige ontwikkelingen bij verbonden partijen, een onverhoopt faillissement bij FC Twente waardoor de gemeente haar vordering geheel af moet schrijven of dalende prijzen van het vastgoed- en grondbezit. Dit soort tegenvallers hebben invloed op de eerder gepresenteerde doorkijk. De gevolgen voor de algemene reserve en de ratio weerstandsvermogen zijn in onderstaande tabellen opgenomen om een beeld te geven hoe volatiel de weerstandsratio is. Daarbij zijn een viertal scenario’s doorgerekend:

  1. Een incidentele tegenvaller van 10 miljoen euro in 2023
  2. Een incidentele tegenvaller van 20 miljoen euro in 2023
  3. Een structurele tegenvaller van 5 miljoen euro vanaf 2023
  4. Een structurele tegenvaller van 10 miljoen euro vanaf 2023 

 

Ratio weerstandsvermogen 2022 2023 2024 2025 2026
Incidentele tegenvaller van 10 miljoen euro in 2023 1,75 1,26 1,35 1,61 1,36
Incidentele tegenvaller van 20 miljoen euro in 2023 1,75 1,08 1,16 1,43 1,18
Structurele tegenvaller van 5 miljoen euro vanaf 2023 1,75 1,36 1,35 1,52 1,18
Structurele tegenvaller van 10 miljoen euro vanaf 2023 1,75 1,26 1,16 1,24 0,81

 

 

Algemene reserve 2022 2023 2024 2025 2026
Incidentele tegenvaller van 10 miljoen euro in 2023 92 69 73 88 74
Incidentele tegenvaller van 20 miljoen euro in 2023 92 59 63 78 64
Structurele tegenvaller van 5 miljoen euro vanaf 2023 92 74 73 83 64
Structurele tegenvaller van 10 miljoen euro vanaf 2023 92 69 63 68 44

 

In bovenstaande tabellen is te zien dat incidentele tegenvallers, zoals bijvoorbeeld een faillissement bij FC Twente, nog adequaat op te vangen zijn, ook als deze tegenvallers fors zijn. In de afgelopen jaren hebben we namelijk veel gespaard en daardoor is de weerstandsratio robuust. Bij structurele tegenvallers, zoals bijvoorbeeld een daling van de algemene uitkering is dit anders en komt de weerstandsratio in een dalende trend. In dat geval is bijsturing uiteindelijk wel noodzakelijk om de dalende trend te keren.

 

Financiële kengetallen
In lijn met de nota risicomanagement en weerbaarheid beoordelen we de financiële positie van de gemeente door naar een bredere set kengetallen te kijken dan alleen de weerstandsratio. Deze staan hieronder waarbij de signaleringswaarden afkomstig zijn uit de nota risicomanagement en weerbaarheid. Samen geven ze een volledig beeld van hoe de gemeente er financieel voorstaat.

 

    Signalerings 2021 2022 2023 2024 2025 2026
0 Weerstandsratio <0,8 1,81

1,75

1,45 1,53 1,80 1,55
1A Netto schuldquote >130% 34%

25%

 40% 42% 42% 47%
1B Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen   29% 21% 37% 39% 40% 44%
2 Solvabiliteit <20% 31% 34% 29% 29% 31% 30%
3 Grondexploitatie >35% 1% 1% 2% 2% 2% 2%
4 Netto investeringsquote* <0% of >5% -1,8% -1,5% 1,4% 3,2% 4,0% 4,6%
5 Structurele exploitatieruimte <0% 6,8% 4,6% 1,0% 2,2% 2,8% -0,9%
6 Belastingcapaciteit >105% 105% 107% 106% 106% 105% 105%

 

Als we de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen en de kengetallen van de balans (schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie) over de afgelopen jaren in samenhang beschouwen, dan constateren we dat de financiële positie zich positief heeft ontwikkeld. De netto schuldquote is laag en daarmee drukt de schuldenlast niet zwaar op de begroting. De risico’s als gevolg van grondexploitaties zijn laag. De investeringsquote neemt de komende jaren weer toe. Aan de andere kant is de belastingcapaciteit nog wel wat hoger dan gemiddeld (hoewel dit kengetal de laatste jaren wel een dalende trend laat zien door terughoudend beleid op belastingverhogingen) en is er met name op wat langere termijn nog sprake van negatieve structurele exploitatieruimte. Dit laatste wordt vooral veroorzaakt door een voorgenomen daling in de rijksmiddelen waarover echter nog de nodige onzekerheid bestaat. Hieronder bekijken we de kengetallen in hun onderlinge relatie en voorzien ze van een adequate toelichting om meer inzicht in de financiële positie te bieden. Bij de beoordeling ervan gaat het vooral om het volgen van de trendmatige ontwikkeling.  

 

Netto schuldquote 

De netto schuldquote laat het niveau van de schuldenlast zien, ten opzichte van de eigen middelen (baten). Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten op de exploitatie drukken. Omdat het onzeker is of alle leningen terug zullen worden betaald, berekenen we de netto schuldquote zowel in- als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk welk aandeel de door de gemeente verstrekte leningen in de exploitatie hebben en wat dat betekent voor de schuldenlast. Over de voorbije periode tot 2022 is een dalende trend van de netto schuldquote zichtbaar. Dit houdt vooral verband met de aflossingen van langlopende geldleningen en de toename van de eigen middelen (baten). De doorkijk van dit kengetal laat een positief beeld zien. De netto schuldquote in- en exclusief doorgeleende gelden bevindt zich alle jaren duidelijk beneden de door de VNG gehanteerde kritische waarde van 130% en ook onder de waarden van referentiegemeenten. Het beleid van de afgelopen jaren om schulden af te bouwen maakt dat in de begroting meer ruimte beschikbaar is om andere lasten op te vangen.

 

 

 

 

 

Solvabiliteitsratio 

De solvabiliteitsratio is de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal en geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is op de langere termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Bij een hoge solvabiliteit staat er veel eigen vermogen tegenover de schulden en is de kans groot dat de schulden worden afbetaald. Dit betekent tegelijkertijd dat veel eigen vermogen (reserves) wordt aangehouden dat niet wordt besteed. Wordt het eigen vermogen te klein, dan verslechtert de solvabiliteit. Enschede kent sinds de forse afboekingen op grondposities in 2012 een lage solvabiliteitsratio en zet sinds die tijd in op verbetering van de solvabiliteit. Hiervoor is een spaarprogramma opgenomen in de begroting, waarmee jaarlijks de algemene reserve wordt versterkt. Tevens wordt bewust gestuurd op het verlagen van de schuldpositie. Er is dan ook een stijgende trend zichtbaar die zich in 2022 doorzet naar 34% als gevolg van toenemende reserves en het positieve jaarrekeningresultaat. Hiermee zitten we vrijwel op het landelijk gemiddelde. Ondanks de beëindiging van het spaarprogramma, stabiliseert dit kengetal zich vanaf 2023 rond de 30%. 

 

 

Kengetal grondexploitatie

Dit kengetal geeft aan hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond (bouwgrond in exploitatie) is van belang, omdat deze waarde nog moet worden terugverdiend door verkopen. Voor de komende jaren moeten er bovendien nog kosten en opbrengsten gerealiseerd worden. Dat betekent dat de gemeente in de toekomst nog inspanningen moet verrichten en daaraan zijn risico's verbonden. De grafiek laat zien dat Enschede nog maar over een zeer beperkte grondpositie beschikt. Vanaf 2016 bevindt het kengetal zich zelfs nog slechts tussen 1 en 5%. Dit komt vooral doordat er sterk is ingezet op het verkleinen van de risico's en het verbeteren van de financiële positie. De raadsbesluiten Richting aan ruimte (heroverweging van projecten) en de Visie werklocaties (uitname van bedrijventerreinen) zijn hiervan het gevolg. De beperkte grondpositie, zeker in vergelijking met andere 100.000+ gemeenten, beïnvloedt wel de mogelijkheden om als stad naar de toekomst groei te realiseren. Dit kengetal zal de komende jaren kunnen gaan stijgen als gevolg van nieuwe grondexploitaties in 2021 (Centrumkwadraat en Leuriks Oost), 2022 (Versnelling Cromhoff en Velve Kleine Bouwplannen) en in de toekomst nieuw te openen grondexploitaties uit de strategische investeringsagenda.

 

 

Netto investeringsquote

De netto investeringsquote geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente investeert in activa. Activa zijn objecten die een bepaalde waarde vertegenwoordigen. Denk aan gebouwen, sportaccommodaties, wegen, gronden, riolering, parkeergarages, aandelen/deelnemingen. Het kengetal bekijkt of de waarde van de activa die de gemeente bezit stijgt in vergelijking met enkele jaren terug. De uitkomst van de netto investeringsquote hoort normaal gesproken gematigd positief te zijn met een streefwaarde tussen 1% en 4%. Dit omdat de investeringen door inflatie duurder worden, maar ook doordat door economische groei en inwonersgroei jaarlijks meer publieke investeringen zoals wegen en scholen nodig zijn. In onderstaande grafiek is te zien dat Enschede de afgelopen jaren terughoudend heeft geïnvesteerd. Eigenlijk is vanaf 2010 al sprake van een negatieve score op de investeringsquote, terwijl vergelijkbare gemeenten in de klasse 150.000 tot 250.000 inwoners over de afgelopen periode veelal rond de 2,5 a 3% uitkomen. Om een aanvaardbaar voorzieningenniveau te behouden en om toekomstige groei van de stad mogelijk te maken, zal er de komende jaren weer meer moeten worden geïnvesteerd. Met de investeringen volgens de strategische investeringsagenda kan dit kengetal de komende jaren gaan stijgen.

 

 

 

 

Structurele exploitatieruimte  

De netto schuldquote, solvabiliteitsratio en grondexploitatie zeggen vooral iets over de financiële conditie van de balans (bezittingen en schulden) van de gemeente. Het is ook van belang om te kijken naar de financiële ruimte in de exploitatie, oftewel de structurele exploitatieruimte. Wanneer de structurele inkomsten niet groot genoeg zijn om de structurele lasten te dekken, zal de balans op termijn steeds verder verslechteren. Daarom is dit ook een kengetal waar de provincie in zijn rol als toezichthouder veel waarde aan hecht. Indien de structurele exploitatieruimte meerjarig negatief is kan dit voor de provincie aanleiding zijn om de gemeente onder preventief toezicht te plaatsen. In de grafiek is te zien dat de komende jaren sprake is van zeer geringe positieve saldi. Dit mede door de bewuste keuze van de raad bij de begroting 2023-2026 om de beschikbare begrotingsruimte in te zetten voor investeringen en beleidsintensiveringen om de stad snel te laten herstellen uit de coronacrisis.

 

 

 

 

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in onze gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde (=100%). Dit is een belangrijk kengetal, omdat het ook een indicatie geeft voor de financiële positie van de gemeente. Een gemeente met een hoge belastingdruk heeft die belastingen waarschijnlijk hard nodig om de exploitatie sluitend te krijgen. Het is voor zo’n gemeente vervolgens minder goed mogelijk de belastingen verder te
verhogen in het geval zich financiële tegenvallers voordoen. Bij een percentage boven de 100 heb je gemiddeld gezien minder ruimte om de belastingen te verhogen dan bij een percentage beneden de 100. Onder de woonlasten verstaan we de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit in Enschede zit al jaren ruim boven het landelijk gemiddelde. De laatste jaren is er echter sprake van een lichte daling. Dat komt doordat Enschede geen of slechts beperkte lastenverhogingen doorvoert terwijl dat in andere gemeenten wel het geval is. De dalende trend zet zich de komende jaren naar verwachting door, doordat Enschede er conform het coalitieakkoord voor kiest om de belastingen slechts behoudend en niet met de huidige hoge inflatiecijfers te verhogen.

 

 

 

 

3.3. Onderhoud kapitaalgoederen

Dit onderdeel gaat met name in op de onderhoudstoestand en de kosten van wegen, riolering, gebouwen, infrastructurele kunstwerken en dergelijke. Onderhoud van kapitaalgoederen beslaat een substantieel deel van de begroting. Een goed overzicht is daarom van belang voor een juist inzicht in de financiële positie.

In relatie tot het beheer van de openbare ruimte is een aantal categorieën van kapitaalgoederen te onderkennen waarop onderhoud van toepassing is. Te weten:

  • Wegen
  • Infrastructurele kunstwerken
  • Havens
  • Riolering en water
  • Groen
  • Openbare verlichting
  • Parkeervoorzieningen
  • Vastgoed
  • Onderwijsgebouwen
  • Sportaccommodaties.

 

Wegen en infrastructurele kunstwerken

Kerncijfers 2022

Verhardingssoorten M2
Asfalt 3.362.779 
Elementen 4.424.207 

Cementbeton

Overige

 119.939

295.071

Totaal  8.201.996

 

Infrastructurele kunstwerken Stuks/ha

Bruggen, viaducten, stuwen, geluidswallen, e.a.

Wegbermsloten buitengebied

223 stuks

80 ha 

Totaal  


Het beleidskader

Het beleidskader wordt gevormd door het Wegenbeleidsplan 2020 - 2023.

 

Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties

Vanuit het wegenbeleidsplan hebben we ook in 2022 weer ingezet op:

- Zorgvuldig wegbeheer, met veiligheid voor de weggebruiker en geen kapitaalvernietiging als basisuitgangspunten.

- Het uitvoeren van dit het wegbeheer conform de landelijk vastgestelde wegbeheersystematiek 2019 van het CROW. Dit als opmaat naar de landelijke in ontwikkeling zijnde systematiek rond assetmanagement.

- Ook bij het beheer en de vervangingen van infrastructurele kunstwerken zetten we in op assetmanagement.

- Het nadrukkelijker verbinding leggen met de strategische opgaven van Enschede. Denk aan:

  • Groen en duurzaam Enschede: Duurzaamheid in het algemeen en het vervangen van verharding waar dat kan door groen.
  • Inclusief Enschede en Groen en duurzaam Enschede: Realiseren van een hogere kwaliteit van voet- en fietspaden, vanuit het belang van voet- en fietspaden voor mobiliteit.
  • Aantrekkelijk Enschede: Meer gewicht aan cultuurhistorie binnen wegbeheer.
  • Open Enschede: Participatie door onze adviserende partners een meer nadrukkelijke adviesrol te geven in het wegbeheerproces. Denk bijvoorbeeld aan de Fietsersbond. Of door samen met marktpartijen en instellingen in te zetten op innovatie en zoveel mogelijk hergebruik van materialen.

- Onderzoek naar eventuele consequenties van ons beleid op comfort en aanzien van de weg. Wat betekent dat we kijken of de balans tussen klein en groot onderhoud nog op orde is om zo nodig op termijn bij te sturen. Dit mede vanuit de Motie “Onderzoek naar compenseren bezuinigingen”.

 

Uitvoering wegenbeleid

Aan een groot aantal wegen zijn in 2022 weer werkzaamheden uitgevoerd. Denk aan groot onderhoud van de Varviksingel, Lonneker Markeweg, de Vliegveldweg en de Vergertweg en herinrichtingswerkzaamheden van de Zuiderspoorstraat, Vlasstraat en Knalhutteweg. Aan de Assinkkloosterweg hadden we een primeur. Daar is op innovatieve wijze cementloos wegonderhoud uitgevoerd met minder CO2 uitstoot bij de productie van het materiaal. Ook zijn weer verschillende fiets- en voetpaden weer veilig en comfortabel gemaakt.

 

Rond de infrastructurele kunstwerken hebben we met een speciale (ook in het (grond)water drogende) kunsthars herstelwerkzaamheden aan diverse bruggen uitgevoerd. Zoals bruggen in het Ecopark in Glanerbrug of de Fietsbrug aan de Noord Esmarkerrondweg. Hiermee voorkomen we hoge kosten en beperken CO2 uitstoot, zonder grote overlast voor de omgeving. Ook vervingen we een brug aan de Rutbeekweg voor buizen (wegduikers), waardoor de weg beter bestand is tegen de belasting van het verkeer.

  

Realisatie

De lasten voor wegonderhoud (inclusief weginrichting zoals belijning en verkeersborden) is circa 9,9 miljoen euro. Dit bedrag bestaat voor 0,8 miljoen euro uit apparaatskosten, 1,4 miljoen euro uit kapitaallasten,  7,1 miljoen euro uit lasten voor (groot)onderhoud en voor circa 0,6 miljoen euro uit overige lasten.

 

Het bestede investeringsbedrag 2022 voor reconstructiewerkzaamheden en vervanging aan wegen is circa 2,6 miljoen euro met een afschrijvingstermijn van tien jaar. Daarvan is 2,5 miljoen euro in gebruik genomen in 2022.

 

 

Havens

Kerncijfers 2022

Havens  
Havenarmen
Damwanden, oevers en kades 6.300 meter 
Nieuwe kade  0 meter 

 

Het beleidskader

Op 23 juni 2017 is door de gemeenteraad de “Binnenhavenvisie Twentekanalen 2017-2030” vastgesteld. Deze visie met bijbehorend uitvoeringsprogramma is opgesteld door de Twentse havengemeenten en geeft richting aan de ontwikkelingen tot 2030.

In 2020 is het Meerjarenplan Onderhoud en Vervanging Haveninfrastructuur 2021-2024 vastgesteld. Hierin zijn de onderhoudsmaatregelen aangegeven en gepland voor de komende vier jaar aan de damwanden, taludverdediging en steigers in de haven van Enschede.

 

Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties

Vanuit het Meerjarenplan Onderhoud en Vervanging Haveninfrastructuur 2021-2024 is in 2021 gestart met het voorbereiden van groot onderhoud aan een aantal damwanden in het havengebied. We verwachten in 2023 te starten met de uitvoering. Dit is wel afhankelijk van de beschikbaarheid van materiaal en aannemers.

 

Realisatie

De lasten waren in 2022 ongeveer 301.000 euro, bestaande uit 101.000 euro aan materiële kosten voor het dagelijks onderhoud van de havens en een dotatie aan de voorziening groot onderhoud van 200.000 euro.

Daarnaast heeft er geen groot onderhoud plaats gevonden die ten laste van de voorziening is gebracht. De werkzaamheden zijn in voorbereiding conform het meerjaren plan Havens.

 

 

Riolering

Kerncijfers 2022

Riolering km
Vrij-verval riolering 877
Drukriolering  223

 

 

Voorzieningen  St.
Kolken 52.980 
Putten 21.080 
Randvoorzieningen (Bergbezinkbassins en bufferkelders)  20 
Pompunits 1.025 
Gemalen  79 

 

Het beleidskader

Het beleidskader wordt gevormd door het Water en Klimaatadaptatieplan 2022-2026, “Verder bouwen aan een groen blauw Enschede” (WeK). Dit plan is ingegaan op 1 januari 2022.

 

Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties

In het WeK is vastgelegd hoe we willen omgaan met onze wettelijke zorgplichten voor inzameling en transport van afvalwater, hemelwater en grondwater, en hoe we Enschede klimaatbestendig willen maken. We zien door klimaatverandering steeds vaker extreem weer met wateroverlast, hitte-stress en droogte tot gevolg. Dit leidt tot risico’s o.a. voor de leefbaarheid, voor onze economie, voor onze gezondheid, voor onze veiligheid. Daarom zetten we naast onze zorgplichten in op klimaatadaptatie op openbaar én op particulier terrein. Het WeK omvat de hoofdlijnen van ons riolerings- en klimaatadaptatiebeleid, onze doelstellingen, onze strategie en de investeringen die daarvoor nodig zijn. Uitgangspunt is verantwoord (riool)beleid, het blijven functioneren van de riolering en de watersystemen en het beperken van de risico’s voor o.a. (grond)wateroverlast, droogte en hitte.

 

In het WeK hebben we bepaald op welke locaties te hoge risico's zijn op hemelwater- en op grondwateroverlast. Datzelfde gaan we nog doen voor hittestress en droogte. De locaties waar een te groot risico is op (grond)wateroverlast pakken we de komende jaren aan. Dat doen we onder anderen door het maken van extra waterberging, de aanleg van groenblauwe structuren en het ontharden & vergroenen. Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij het natuurlijke systeem door de sponswerking van de bodem te vergroten, gaan we meer wijkgericht te werk en werken we samen met onze inwoners, bedrijven, (water)partners en kennis- en onderwijsinstellingen. Om werk met werk te maken liften we zoveel mogelijk mee met reguliere werkzaamheden zoals de vervanging van riolering, de reconstructie van wegen, uitvoeren van mobiliteitsprojecten, de aanleg van warmteleidingen etc. Bij al die werkzaamheden willen we ook klimaatbestendiger worden. Hiervoor gebruiken we de systematiek van ‘klimaatlabels’, Afhankelijk van de hoeveelheid waterberging en de hoeveelheid groen, heeft een straat een hoger of lager klimaatlabel. Overal waar we aan de slag gaan willen we minimaal 1 klimaatlabel stijgen door minimaal 10 mm extra waterberging (per m2 verhard oppervlak) en 5% meer groen aan te brengen.

 

Om Enschede echt klimaatbestendig te maken is het noodzakelijk dat er, naast maatregelen in de openbare ruimte, ook maatregelen op particulier terrein worden getroffen. Daarom hebben we in 2022 weer meegedaan aan het NK tegelwippen en zoeken we bij onze projecten contact met de bewoners en ondernemers van aanliggende percelen om hen te bewegen zelf maatregelen te treffen, zoals het afkoppelen van de regenpijp. We hebben tot nu toe ervaren dat gemiddeld 80% van de bewoners hieraan wil meewerken. Ook zijn we gestart met de subsidieregeling ‘groenblauw Enschede’. En inmiddels hebben we aan meer dan 300 particulieren subsidies verleend voor o.a. regentonnen, groene daken en afkoppelen van de regenpijp.

 

In 2022 hebben we het ‘merk’ groenblauw Enschede gelanceerd voor onze klimaatadaptatieprojecten, zoals:

-GroenBlauw Twekkelerveld: zie www.enschede.nl/groenblauw-twekkelerveld;

-GroenBlauw Wooldrik: zie www.groenblauwenschede.nl/professionals/projecten/groenblauw-wooldrik;

-GroenBlauw Glanerbrug: In Glanerbrug pakken we de grondwateroverlast aan en maken we het dorp klimaatbestendig en zetten we in op meer groen. In 2022 zijn we gestart met de uitvoering van de Tolstraat, Cornelis Houtmanstraat, Olivier van Noortstraat;

-GroenBlauw Horstlanden – Veldkamp: zie www.enschede.nl/groenblauw-horstlanden-veldkamp. In Horstlanden-Veldkamp hebben we in 2022 het eerste deel van de nieuwe Zuiderspoorbeek aangelegd (van de Haaksbergerstraat tot de Blekerstraat). Dit is onderdeel van het nieuwbouwproject op het Robsonterrein. We zijn ook gestart met het opstellen van GroenBlauw structuurplannen, waarbij we op buurtniveau bepalen welke maatregelen we voor klimaatadaptatie en groen willen uitvoeren nu en in de toekomst.

 

Samen met Waterschap Vechtstromen is in 2022 een Wateragenda opgesteld. Hierin is beschreven hoe we de komende jaren gaan samenwerken en welke projecten we samen oppakken. We hebben ook een start gemaakt met de uitvoering van deze agenda.

 

In 2022 heeft het Twents waternet (een samenwerking van het Waterschap, alle Twentse gemeenten, provincie Overijssel en Vitens), een onderzoek gedaan naar de droogteproblemen in Twente. Op basis van dit onderzoek wordt een strategie opgesteld hoe we de droogteproblemen kunnen aanpakken.

  

Realisatie

De lasten voor riolering waren in 2022 afgerond 18,6 miljoen euro, bestaande uit 2,1 miljoen euro aan apparaatskosten (incl overhead), 5 miljoen euro kapitaallasten, 6,9 miljoen euro storting in de voorziening vervanging Riolering, 0,8 miljoen euro storting in de voorziening Riolering tarief en 3,8 miljoen euro aan materiële lasten voor dagelijks onderhoud van riolering.  

In 2022 is er in totaal 11 miljoen euro uitgegeven aan investeringen waarvan 8 miljoen euro ten laste van de voorziening en 2,4 miljoen euro geactiveerd vanwege ingebruikname. De overige 0,6 miljoen euro is nog niet in gebruik genomen.

 

 

Groen

Kerncijfers 2022

Groen Ha

Openbaar groen

Wegbermen buitengebied

742

137

 

Het beleidskader

Het Groenambitieplan Enschede “Enschede één groot groen park” vormt het beleidskader voor groen en biodiversiteit in Enschede. De gemeenteraad stelde dit plan vast op 13 december 2021. De mate van realisatie van de ambities uit dit plan is afhankelijk van de investeringsmiddelen die de gemeenteraad beschikbaar stelt.

 

Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties

In 2022 werkten we aan de hand van het groenambitieplan aan het kwalitatief vergroenen van Enschede via drie (hoofd)principes:

  1. BESCHERMEN: het bestaande groen en de natuur beschermen. Door bijvoorbeeld het groen goed te onderhouden en verzorgen.
  2. BENUTTEN: het groen beter gebruiken (benutten) als bijvoorbeeld regenwateropvang, om de stad koel te houden in hete zomers of voor sporten, bewegen of als rust- en stilteplek.
  3. BOUWEN: groener bouwen door bijvoorbeeld groene daken en groene gevels en meer groen aanleggen bij nieuwbouw, natuurinclusief bouwen en verlaten terreinen (tijdelijk) vergroenen.

 

Bij de vaststelling van het plan is door de gemeenteraad de prioriteit gelegd op de uitwerking van in elk geval vijf groene investeringen voor Enschede:

- Het optimaliseren van de boomverzorging.

- Het vergroenen van de singel.

- Het optimaliseren van de stadsparken.

- Het vergroenen van de binnenstad.

- Het opzetten van een meerjareninvesteringsprogramma voor groen.

 

Uitvoering groen- en biodiversiteitsambitie

 

- We hebben kleinere stappen gezet rond groen en biodiversiteit. Dit bijvoorbeeld vanuit in 2021 beschikbaar gestelde middelen vanuit het amendement “Op peil brengen onderhoudsniveau openbare ruimte“ en de middelen voor “de basisinzet biodiversiteit op orde”. Of vanuit onze samenwerking met onze partners, zoals de Groene Loper Enschede en de Provincie (Natuur voor elkaar). Zo hebben we uitgevoerd:

  • Het uitdelen van 3.000 boompjes aan inwoners.
  • Het uitvoeren van pilots met ecologisch bermbeheer.
  • Het opleiden van 15 nieuwe tuincoaches.
  • Het houden van de actie ‘Stoepgroen, samen doen!’ op burendag, waar 75 buurtinitiatieven aan mee deden.
  • Deelname aan het (NK) Tegelwippen met een mooi resultaat. We wipten dit jaar gezamenlijk in heel Enschede maar liefst 62.095 tegels, die we vervingen voor groen.
  • Het stimuleren van het vergroenen van schoolpleinen. Waarbij 4 scholen een subsidie bij de provincie hebben aangevraagd.
  • creatieve sessie Natuurinclusief bouwen – doel ontwikkelen communicatiestrategie om inwoners van nieuwbouwwoningen te stimuleren tuinen groen in te richten.
  • Actie bloemenlint in het voorjaar.
  • Aanleg en monitoring bloemenlinten in het landelijk gebied.
  • Ontwikkeling Bijenroute in het Wageler.
  • Aanleg fietsroute Natuur in de stad (beschikbaar op GroenBlauwEnschede).

- We konden in 2022 geen grote stappen zetten in de realisatie van de groenambities. Zoals rond de door de gemeenteraad vijf geprioriteerde investeringen. Dit omdat er door de gemeenteraad in 2022 geen middelen voor realisatie van de groenambitie investeringen beschikbaar zijn gesteld. In de Zomernota 2023 zal opnieuw een aanvraag voor extra middelen worden opgenomen.

 

Uitvoering beheersing Eikenprocessierups

De beheersing van de eikenprocessierups voerden we in 2022 uit aan de hand van het “beheerplan eikenprocessierups Enschede 2022”, die op 15 maart 2022 door het College van B&W is vastgesteld. In de aanpak zagen we mooie resultaten. Zo waren er aanzienlijk minder meldingen over de rups. De aanpak was daarbij in 2022 nog met name gericht op de ‘korte termijn aanpak’, waarbij we wel pilots hebben gehouden met minder spuiten. Vanuit de succesvolle aanpak verwachten we meer in te kunnen gaan zetten op het verder verantwoord afbouwen van het spuiten en tegelijkertijd het meer inzetten op het spoor van de lange termijn maatregelen (vergroten biodiversiteit en streven naar meer natuurlijk herstel). De ontwikkeling van de rups is echter niet geheel voorspelbaar, omdat het een natuurverschijnsel betreft. Waardoor mogelijk middelen toch weer volledig nodig kunnen blijken voor de korte termijn aanpak.

 

Realisatie 

De lasten voor groenonderhoud in 2022 waren circa 9,4 miljoen euro, bestaande uit apparaatskosten en uitbesteed werk. Daarnaast is er voor ca. 1 miljoen euro besteed aan vervangingsinvesteringen in het groen.

Het totaal is in 2022 hoger dan in het jaar ervoor door areaaluitbreiding en inflatie.

Eind 2021 is het Groenambitieplan vastgesteld door de gemeenteraad. De komende jaren zal er meer geïnvesteerd worden in het vergroenen van Enschede en biodiversiteit.

 

Openbare verlichting

Kerncijfers 2022

Openbare verlichting  Stuks 
Lichtmasten  30.849
Armaturen 33.037
Overige aansluitingen, stadsplattegronden, verkeersborden, etc.  1.556
Energieverbruik (GWh/jaar) 4,3 GWh

 

Het beleidskader

Het beleidsplan openbare verlichting 2022-2025 is in december 2021 vastgesteld. Het uitgangspunt van de beleidslijnen voor verlichting is “niet verlichten tenzij...”, om een teveel aan kunstlicht in de openbare ruimte en de natuur te voorkomen. Het “tenzij” wordt bepaald door het doel van de openbare verlichting: de verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid. Als wegbeheerder heeft de gemeente een wettelijke zorgplicht om de verlichting in een goede en veilige staat van onderhoud te houden.

 

Naast de veiligheid en leefbaarheid draagt openbare verlichting ook bij aan belangrijke ambities op het gebied van milieu en duurzaamheid. Lichtmasten vervangen wij pas als zij defect of onveilig zijn. Lichtmasten hoger dan 6 meter krijgen hiervoor na het 40e levensjaar een 6-jaarlijkse stabiliteitstest.

Sinds 2016 vervangen we de oude lamp-armaturen bij een leeftijd van 20 jaar voor duurzamere dimbare ledarmaturen. De ledarmaturen worden allemaal om 22.30 uur gedimd, dan wordt de hoeveelheid licht met 30% verminderd. In het nieuwe beleidsplan is vastgesteld dat we met maatwerk in woonstraten de dimtijd vervroegen naar 20.30 uur. In 2023 wordt dit geëvalueerd.

 

Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties

De armaturen worden na 20 jaar vervangen door armaturen met ledverlichting. Conform het beleidsplan is er verdere uitvoering gegeven aan het vervangen van lamp-armaturen door ledverlichting. Tot en met 2022 is inmiddels 42% van de armaturen vervangen door ledverlichting.  

 

De ledarmaturen worden in de verkeersluwe tijd, tussen 22:30 en 06:00 uur, gedimd met 30%. Voor een woonstraat (erftoegangsweg) is dit van 3 Lux naar 2 Lux, tussen 20.30 en 06.00 uur. In bestaande en nieuwe situaties wordt zoveel mogelijk de landelijke richtlijn NPR 13201+A1 gevolgd. 

 

Realisatie 

De lasten voor onderhoud openbare verlichting 2022 zijn circa 1,3 miljoen euro, bestaande uit 0,4 miljoen euro kapitaallasten, 0,2 miljoen euro apparaatskosten en 0,7 miljoen euro materiële lasten (reguliere onderhoudslasten, excl. energie). 

 

 

Parkeervoorzieningen

Kerncijfers 2022


Parkeervoorzieningen  Stuks 
Parkeergarages
Fietsenstallingen

 

Het beleidskader

We continueren de lijn die is vastgesteld in de Programmabegroting 2018-2021.

 

Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties

 De kosten van groot onderhoud van de parkeergarages en fietsenstallingen worden ten laste van de voorziening onderhoud parkeergarages/fietsenstallingen gebracht. Dit op basis van de meerjarenprognose parkeren (MJOP). Correctief en preventief onderhoud wordt rechtstreeks ten laste van de parkeerexploitatie gebracht, (vervangings)investeringen worden geactiveerd.

 

Realisatie 

In 2022 is 5,25 miljoen euro besteed aan materiële uitgaven voor onderhoud parkeergarages. Van deze 5,25 miljoen euro is 2,8 miljoen euro besteed voor preventief en correctief onderhoud en 0,35 miljoen euro besteed voor groot onderhoud. In 2022 is 0,6 miljoen euro gestort in de voorziening (groot) onderhoud parkeergarages en is voor een bedrag van 1,5 miljoen euro geïnvesteerd.

 

 

Onderwijsgebouwen

Vanwege een wetswijziging is de gemeente met ingang van 1 januari 2015 niet meer verantwoordelijk voor het buitenonderhoud van de schoolgebouwen voor primair onderwijs en speciaal (voortgezet) onderwijs. De schoolbesturen zijn hier nu zelf voor verantwoordelijk. 

Sportaccommodaties

De gemeente is eigenaar van de sportaccommodaties en sportparken en verhuurt deze aan Sportaal. Sportaal heeft de opdracht de accommodaties te exploiteren en is verantwoordelijk voor het klein dagelijks onderhoud. Er is regelmatig afstemming over het opdrachtgeverschap richting Sportaal en over het door de gemeente uit te voeren groot onderhoud.  

Vastgoed

Kerncijfers 2022

Vastgoedbedrijf Enschede Aantal Panden
Ambtelijke huisvesting
Maatschappelijke huisvesting 96 
Nader uit te werken
Verkoop panden
Totaal 115 

 

Onderhoudsplan

Het onderhoud van het gemeentelijke vastgoed wordt uitgevoerd door het Vastgoed & Facilitair Bedrijf Enschede (VFBE). Voor het uitvoeren van de onderhoudsactiviteiten wordt gewerkt met een onderhoudsvoorziening. In deze voorziening wordt jaarlijks vanuit de gebouwexploitaties een vaste bijdrage gestort.

De onttrekking (uitgaven) uit deze voorziening geschiedt op basis van de daadwerkelijke uitgaven. Deze uitgaven zijn voorzien in de meerjaren onderhoudsplanning (MJOP). Deze meerjaren onderhoudsplanning is leidend voor de uit te voeren onderhoudsactiviteiten van VFBE.

 

Het beleidskader/onderhoudssystematiek

In Enschede wordt onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen al enige jaren gepland en gepleegd volgens de zogenaamde NEN 2767-methode. Deze methode geeft de staat van gebouwdelen weer. Naast technische aspecten, worden bijvoorbeeld ook gebruikersaspecten en duurzaamheidsaspecten meegenomen.

Het onderhoud is onder te verdelen in de volgende onderdelen:

  • Onderhoud aan het segment verkoop en nader uit te werken. Gezien het tijdelijke karakter worden deze gebouwen niet planmatig onderhouden, maar afhankelijk van de beoogde toekomst van het pand (sloop, dan wel verkoop op termijn)
  • Planmatig onderhoud aan ambtelijk/beleidsondersteunend vastgoed. Deze panden, die doorgaans langere tijd (meer dan 10 jaar) in eigendom van de gemeente blijven, worden conform de hierboven beschreven NEN 2767-methode onderhouden. 

Programma van het begrotingsjaar

Voor 2022 is voor onderhoud €5,7 miljoen begroot. Daadwerkelijk is er €3,6 miljoen uitgegeven. Er is minder uitgegeven dan begroot. Dit wordt veroorzaakt doordat een aantal grote projecten in opdracht gezet waarvan de werkzaamheden nog moeten worden opgestart, een voorbeeld hiervan is de totale verduurzaming inclusief onderhoud aan de Pathmoshal à €3,9 miljoen en het plaatsen van zonnepanelen op de Diekmanhal. Daarnaast zijn een aantal werkzaamheden niet uitgevoerd omdat deze op een later moment opgepakt gaan worden. Dit is omdat de noodzaak op dat moment ontbrak, of vanwege bepaalde beleidsmatige ontwikkelingen. Deze verschoven onderhoudswerkzaamheden worden later geclusterd uitgevoerd in combinatie met verduurzamingsmaatregelen.

Qua onderhoud zijn in het Nationaal Muziekkwartier diverse audio- en theaterapparatuur en verlichting vervangen en werkzaamheden aan diverse liften uitgevoerd. Voor de buitensport is in het kader van de clustering van buitensportaccommodaties aan de kleedkamers van de Deinselaan groot onderhoud inclusief verduurzaming doorgevoerd. Voor de binnensport is aan de gymzaal Floraparkstraat groot onderhoud uitgevoerd. Ook aan de kinderboerderij aan de Wesselerweg zijn tijdens de verbouwing van de schuur naar een multifunctionele ruimte diverse onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd.

 

De vertaling van de financiële consequenties in de begroting

De geplande onderhoudsuitgaven voor de komende jaren zijn hieronder grafisch weergegeven (paars gearceerd). Op basis van deze planning is de storting in de onderhoudsvoorziening bepaald (geel gearceerd). De blauwe lijn geeft de stand van de onderhoudsvoorziening weer.

 

 

 

 

3.4. Financiering

 

In deze paragraaf zijn de onderdelen opgenomen zoals vastgelegd in de financiële verordening van de gemeente. Daarnaast wordt gerapporteerd over de kasgeldlimiet en renterisiconorm zoals voorgeschreven in de wet financiering decentrale overheden.

 

Resultaat rente en treasury

Het resultaat van het product Rente en treasury is ruim 3,3 miljoen euro lager dan was begroot voor 2022. Het negatieve resultaat wordt grotendeels veroorzaakt door de afkoopsom van ruim 3,8 miljoen euro die is betaald voor de vervroegde aflossing van een geldlening met hoog rentepercentage. Het college heeft besloten om een dure lening af te lossen zodat de omslagrente voorlopig laag kan blijven. Een stijging van de omslagrente heeft een negatief effect o.a. op de hoogte van rioolheffing en stand van de reserves bij het vastgoed- en grondbedrijf. Ook stijgen de kapitaallasten van de investeringen waardoor meer dekking voor kapitaallasten benodigd is voor nieuwe investeringsprojecten. De afkoop levert een voordeel in de rentelasten op die voor 2023 e.v. van in totaal ruim 10,8 miljoen euro (985.000 euro per jaar) tot einde looptijd in is verwerkt in de Gemeentebegroting 2023.

 

Zonder afkoopsom was sprake geweest van een positief resultaat van ruim 0,5 miljoen euro. De rentelasten waren lager omdat geen nieuwe leningen zijn aangetrokken en geen rente voor kortlopende schulden is betaald als gevolg van een positief banksaldo. Daarnaast was de opbrengst aan dividenden hoger dan was begroot. In hoofdstuk 8.2 is een nadere analyse opgenomen van dit voordeel.

 

Omslagrente

Vanuit de BBV-regelgeving voor rente moet worden vastgesteld in de jaarrekening of de begrote omslagrente niet te veel afwijkt van de realisatie. Een afwijking van maximaal 25% is toegestaan. Bij overschrijding hiervan dient de omslagrente (1,5% in 2022) herrekend te worden.

 

In de onderstaande tabel is de vergelijking tussen begroting en realisatie voor 2022 van de omslagrente terug te vinden. Hieruit blijkt dat de afwijking binnen de toegestane marge blijft:

Omschrijving Begroting 2022 Gemeenterekening 2022
Externe rentelasten korte en lange financiering 11.052.114 10.468.508
Externe rentebaten -1.128.236 -994.834
Totaal door te rekenen externe rente 9.923.878 9.473.674
     
Rente aan grondexploitaties -1.980.961 -1.617.337
Rente projectfinanciering (Van Heekgarage) -1.775.637 -1.775.637
Saldo toe te rekenen externe rente 6.167.280 6.080.700
     
Rente over eigen vermogen 0 0
Rente over voorzieningen 887.299 1.145.144
Toe te rekenen rente 7.054.579 7.225.844
     
Toegerekende rente aan boekwaarden -7.065.144 -6.095.864
Resultaat omslagrente -10.565 1.129.980
Omslagrente - onafgerond 1,680% 1,500%
     
Afwijking   15,64%

  

De rekenrente voor de grondexploitaties is hoger dan de omslagrente doordat hiervoor een andere rekenmethode van toepassing is. In de begroting 2022 was rekening gehouden met een rekenrente van 2,50%. Deze is over 2022 uiteindelijk uitgekomen op 2,38% door de afkoop van een ‘dure’ geldlening waardoor de rentelasten lager uitvallen dan was begroot.

 

Rentevisie

In de begroting werd per eind 2022 verwacht dat de lange (10-jarige) rente rond 0,30% zou liggen. De rente lag echter aanzienlijk hoger en stond op 3,42% per ultimo 2022. De rente is vanaf begin februari gestaag omhoog gegaan als gevolg van de aantrekkende economie na afloop van de coronacrisis. Daarnaast is de rente ook gestegen door de hoge inflatie die nog extra is aangewakkerd door hoge energieprijzen door de oorlog in de Oekraïne.

 

Voor eind 2022 werd voor de korte rente een niveau voorspeld van negatief 0,3% tot 0,5% en is deze uiteindelijk op 2,13% uitgekomen. De korte rente is gestegen als gevolg van de renteverhogingen door de ECB die hiermee probeert om de inflatie in te perken.

 

De gestegen korte en lange rente hebben vooralsnog geen gevolgen voor de gemeentebegroting aangezien voorlopig geen sprake is van nieuwe schulden. Vooralsnog wordt het positieve saldo bij de schatkist ingezet voordat over wordt gegaan tot het aantrekken van korte of lange leningen.

 

In 2023 zal naar verwachting de korte rente verder stijgen naar een niveau van rond 3% omdat de ECB de beleidsrente verder zal laten stijgen zo lang de inflatie hoog blijft. Voor de lange rente wordt geen verdere stijging verwacht mede omdat de economische groei afvlakt.

 

Kasgeldlimiet

In de Wet financiering decentrale overheden (Fido) is bepaald dat de gemeente maximaal 8,5% van het begrotingstotaal aan kortlopende schulden mag hebben. De gemeente is verplicht te rapporteren over deze limiet in de begroting. De gemeente mag niet onbeperkt haar kortlopende schulden aanhouden, maar wordt gedwongen een goede verdeling aan te houden tussen de korte en lange schulden. De kasgeldlimiet bedroeg 62,074 miljoen euro in 2022. Uit de onderstaande tabel blijkt dat de kasgeldlimiet in 2022 niet is overschreden.

Kasgeldlimiet (x 1.000 euro) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
1 Omvang begroting per 1 januari 2022 - grondslag 730.282 730.282 730.282 730.282
           
2

Toegestane kasgeldlimiet:

       
  - in % van de grondslag 8,5% 8,5% 8,5% 8,5%
  - omvang kasgeldlimiet 62.074 62.074 62.074 62.074
           
3 Toets kasgeldlimiet:        
  Gemiddelde overschot vlottende middelen 61.978 50.033 105.499 118.181
  Gemiddeld genomen vlottende schuld        
  Toegestane kasgeldlimiet 62.074 62.074 62.074 62.074
  Ruimte/tekort onder kasgeldlimiet 124.052 112.107 167.573 180.255

 

In 2022 was sprake van een ruim positief liquiditeitssaldo als gevolg van de rijksbijdragen voor de coronacrisis die zijn ontvangen in 2020 en 2021 die nog steeds niet zijn uitgegeven. Door de inflatie en tekort aan arbeidskracht zijn de investeringsuitgaven in 2022 fors achter gebleven bij de begroting.

 

Renterisiconorm

De renterisiconorm geeft het kader aan voor de spreiding van looptijden in de leningenportefeuille. Vanuit de Wet financiering decentrale overheden moet over de renterisiconorm worden gerapporteerd in de jaarrekening. De norm bepaalt dat maximaal 20% van het begrotingstotaal in enig jaar geherfinancierd mag worden. Hiermee worden renterisico’s op de vaste schulden gespreid in de jaren. Uit de onderstaande tabel blijkt dat de gemeente in 2022, ondanks de afkoop en daarmee vervroegde aflossing van een grote lening, ruimschoots binnen de renterisiconorm is gebleven.

Berekening renterisiconorm Begroting 2022 Gemeenterekening 2022
1. Begrotingstotaal 730.282 730.282
2. Vastgesteld percentage 20% 20%
3. Renterisiconorm (1. x 2.) 146.056 146.056
4. Aflossing 21.458 42.208
5. Ruimte onder renterisiconorm (3. - 4.) 124.598 103.848

  

 

Financiering en ontwikkeling leningenportefeuilles

In hoofdstuk 6.10 is bij de toelichting op de balans de specificatie van de opgenomen geldleningen te vinden. In 2022 is geen nieuwe financiering aangetrokken. Naar verwachting zou 25 miljoen euro aan nieuwe geldleningen worden aangetrokken voor de herfinanciering van leningen die afgelost zijn in 2022. Deze herfinanciering bleek echter niet nodig te zijn door de achterblijvende investeringsuitgaven. Ook waren voldoende liquide middelen beschikbaar door de vervroegde aflossing van een lening door het Medisch Spectrum Twente (MST).

 

De portefeuille met langlopende geldleningen daalt van 286 miljoen euro per eind 2021 naar ruim 244 miljoen euro per eind 2022 door de afkoop van een dure lening. Ook zijn de leningen die door Sportaal en Onderhoud Enschede zijn verstrekt aan de gemeente afgelost. Deze leningen waren verstrekt in verband met de negatieve rente over positieve banksaldi bij beide organisatie. De korte rente is ondertussen echter flink gestegen.

 

De kortlopende schulden, exclusief overlopende passiva, zijn gedaald ten opzichte van eind vorig jaar. Hierdoor daalt de totale schuldpositie per eind 2022.

 

In de onderstaande grafiek is het verloop van de schulden te zien over de afgelopen jaren. Hieruit is op te maken dat de schuldpositie van de gemeente gestaag is gedaald in deze periode, ook inclusief de overlopende passiva. Dit is o.a. het gevolg van een lager investeringsniveau.

 

 

Tegelijkertijd zijn de rentelasten ook gedaald in de afgelopen jaren. Zie de onderstaande grafiek:

 

 

In het Treasurystatuut 2018 is opgenomen over de rentelasten: Te bepalen dat de begrote (netto) rentelasten niet meer dan 3% van het begrotingstotaal bedragen. Op basis van het bovenstaande kan worden vastgesteld dat de rentelasten ruimschoots binnen deze begrenzing vallen:

  2017 2018 2019 2020 2021 2022
% begrotingstotaal 2,16% 1,82% 1,69% 1,54% 1,44% 1,31%

 

De daling van de rentelasten is het gevolg van de krimp van de schuldpositie en deels het gevolg van de lage rentestanden. Door de jarenlange daling zit een steeds minder groot deel van de begroting vast zit in financieringslasten en is anders in te zetten. De rente is in 2022 al fors gestegen (zie onderdeel rentevisie). Vanaf 2023 zal naar verwachting dit percentage wel stijgen maar voorlopig niet de afgesproken grens van 3% overschrijden. De rentelasten zullen naar verwachting ook stijgen door het voornemen aanzienlijk te investeren in de stad in de komende jaren.

 

In hoofdstuk 6.3 bij de toelichting op de balans is de specificatie van de verstrekte leningen aan derden opgenomen. De portefeuille is in omvang afgenomen van 38 miljoen euro per eind 2021 naar ruim 28 miljoen euro per eind 2022 door de vervroegde aflossing van een lening door het Medisch Spectrum Twente (MST). Besloten is over te gaan tot mediation, conform het gestelde hierover in de overeenkomst, met het MST omdat overleg niet heeft geleid tot overeenkomst over de mogelijke vervroegde aflossing of aanpassing van de achtergestelde lening die door de gemeente aan haar is verstrekt.

Daarnaast heeft FC Twente in totaal 728.400 euro afgelost op de achtergestelde lening conform de afspraken rondom overtollige middelen. FC Twente heeft voor het overige voldaan aan haar betaalverplichtingen.

 

De overige daling komt door de reguliere aflossing op de leningen alsook dat in 2022 geen nieuwe leningen zijn verstrekt.

 

In hoofdstuk 6.13 is een toelichting te vinden op de door de gemeente gegarandeerde geldleningen. Deze zijn in deze jaarrekening opgenomen als niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen. Het totaal aan garantstellingen is gedaald naar 36,6 miljoen euro per eind 2022 (38,6 miljoen per eind 2021) door regulieren aflossing. Er zijn een tweetal garanties verstrekt aan CCI Boekelo en EHV in 2022. De raad heeft instemming verleend aan beide garantiestellingen.

De risico’s van de verstrekte leningen en garanties zijn nader toegelicht in de paragraaf 3.2 weerstandsvermogen en risicobeheersing). Het risico vanuit de verstrekte lening en borgstelling aan FC Twente is separaat opgenomen en zijn terug te vinden in de top 10 in paragraaf 3.2. De kansbepaling blijft gelijk aan 2021 maar de omvang daalt enigszins door de aflossing die door FC Twente is betaald op achtergestelde lening.

 

Beleidsvoornemens treasuryfunctie

De stand van zaken van de beleidsvoornemens voor 2022 van de treasuryfunctie is:

  • De actualisatie van het Treasurystatuut, dat in 2018 voor een laatste maal is vastgesteld door de raad, is niet afgerond in 2022. Ondertussen is het Treasurystatuut 2023 vastgesteld door de raad op 6 maart 2023. Onderdeel hiervan zijn de geactualiseerde beleidsregels voor leningen en garanties.
  • De invoering van het nieuwe contract met BNG Bank vanaf 1 januari 2022 is afgerond in 2022. De BNG Bank is vanaf die datum voor minimaal 4 jaren en maximaal 10 jaren wederom de huisbankier voor de gemeente Enschede (en ook voor GBTwente en gemeenten Losser en Hengelo waarmee de aanbesteding samen is uitgevoerd). De nieuwe rentecondities tezamen met de stijgende rente zorgden voor aanpassing van hoe om te gaan met het banksaldo. Begin 2022 was nog sprake van een negatieve korte rente bij een positief banksaldo waardoor gezorgd werd dat dit saldo negatief was. Nu de rente echter (ruim) positief is geworden, wordt deze creditrente vergoed over het gehele positieve banksaldo. Daarom wordt nu gestreefd naar een positief saldo zodat geen rente betaald wordt over een negatieve stand op de bankrekeningen. Zo worden de rentelasten geminimaliseerd en de rentebaten gemaximaliseerd.

Limieten 2022

Door middel van de onderstaande overzichten via de kwartaalrapportages is het college geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de in de Gemeentebegroting 2022 vastgestelde limieten voor 2022. Uit de onderstaande tabel blijkt dat geen limieten zijn overschreden in 2022.

Netto-vlottende schuld (x 1.000 euro) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Limiet - comform treasuryparagraaf Gemeentebegroting 2022 68.300 68.300 68.300 68.300
Gemiddeld vlottende schuld        
Gemiddelde vlottende middelen 61.978 50.033 105.499 118.181
Ruimte onder limiet 130.278 118.333 173.799 186.481
Overschrijding limiet: ja/nee nee nee nee nee

 

 

Vaste schuld (x 1.000 euro) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Limiet - conform treasuryparagraaf Gemeentebegroting 2022 50.000 50.000 50.000 50.000
Opgenomen vaste schuld in kwartaal 0 0 0 0
Cumulatief opgenomen vaste schuld in jaar 0 0 0 0
Overschrijding limiet: ja/nee nee nee nee nee

 

 

Uitzettingen (x 1.000 euro) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Limiet - conform treasuryparagraaf Gemeentebegroting 2022 1.000 1.000 1.000 1.000
Totale omvang uitzettingen in kwartaal 0 0 0 0
Overschrijding limiet: ja/nee nee nee nee nee

 

 

3.5. Bedrijfsvoering 

We organiseren deze bedrijfsvoering integraal waarbij wij de focus leggen langs drie lijnen namelijk (zie paragraaf 3.4 'wat willen we bereiken'):

1. Organisatieontwikkeling: arbeidsmarktstrategie- lerende, flexibele en talentvolle organisatie

2. Digitale transitie - kennisorganisatie & wetgeving

3. Veranderende sturing en verantwoording

 

Ter voorkoming van herhaling wordt de lezer voor de toelichting op de realisatie binnen deze drie lijnen verwezen naar hoofdstuk twee; Financiën en organisatie. In deze bedrijfsvoeringsparagraaf worden nog een aantal resultaten cq. aandachtspunten toegelicht die gedetailleerder van aard zijn.

De drie investeringslijnen zijn afzonderlijk en in onderlinge samenhang hard nodig om als organisatie te kunnen meegaan in de dynamiek van onze gemeente en maatschappelijke ontwikkelingen (met name ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en digitalisering). Ze verdienen het om expliciet genoemd te worden. Niet om op te bezuinigen maar om structureel te intensiveren. Bezuinigen in het verleden heeft ons kwetsbaar gemaakt! Wij willen in staat zijn om te voldoen aan onze wettelijke taken en verplichtingen én te excelleren richting onze inwoners. In 2022 hebben we een aantal zaken opgepakt om dit te realiseren.

 

Personeel en organisatie

De jaren van bezuinigen hebben hun sporen achtergelaten en dit leidt tot een ongezonde werkdruk, want ook dat blijkt uit het verbeteronderzoek. Dit leidt tot het niet kunnen leveren van wat nodig is én van wat er gevraagd wordt. Een groot risico want zonder een gezonde bedrijfsvoering en mensen, gaan we dit onherroepelijk merken in onze dienstverlening. De krappe arbeidsmarkt, leeftijdsopbouw van onze medewerkers, het ontdubbelen van kennisdragers (solistische functies: 1 is geen!) en telkens een beroep doen op dezelfde mensen, is een extra stimulans om in te grijpen. Inzet om ons zichtbaarder te maken op die markt is van groot belang. Met de inzet van recruters, die gerichter dan eerder de arbeidsmarkt verkennen en naspeuren op mogelijke kandidaten voor nieuwe en openvallende functies hebben we een aantal cruciale functies toch kunnen vervullen.

In de gemeentebegroting 2023-2026 is een behoorlijk pakket aan middelen beschikbaar vastgesteld, waarmee een aantal knelpunten in de werkdruk aangepakt konden worden. Dan gaat het zowel om het structureel borgen van werkzaamheden die tot op heden vooral incidenteel georganiseerd werden én op een aantal plekken de span of control beheersbaarder te maken. Tegelijkertijd is daarmee het vraagstuk van werkdruk niet van tafel.

 

ICT, digitale transitie en informatie

Op het vlak van de vraag naar ICT-capaciteit zijn in 2022 expliciete keuzes gemaakt welke projecten wel en niet worden opgepakt. Daarbij is kritisch gekeken naar de dienstverlening aan de inwoners, deze mag niet onder druk komen te staan. Tegelijkertijd hebben wij een aantal wijzigingen in wet- en regelgeving te implementeren (bijvoorbeeld de WOO) en moet de ondersteuning vanuit bedrijfsvoering op peil blijven. Ondanks deze maatregelen blijft de capaciteit kwetsbaar in relatie tot de arbeidsmarkt.

Bij de uitvoering van het werk worden ook de medewerkers binnen de gemeente Enschede in toenemende mate geconfronteerd met extra kwaliteitseisen, bijvoorbeeld veiligheid rondom informatie en privacyvraagstukken. Via de Enschede Academie en E-learning worden hiervoor trainingen aangeboden en in een aantal gevallen verplicht gesteld.

De positionering en organisatie van ICT als discipline moet kloppen Letterlijk als het hart van de organisatie en figuurlijk als in de randvoorwaarden die hiervoor nodig zijn. ICT is weliswaar geen kerntaak maar zonder ICT wordt onze gemeenschap en organisatie niet gevoed, niet beschermd en kan deze ook niet groeien. Sterker nog zonder ICT valt het grootste deel van ons werk stil. Hierin staan we natuurlijk niet alleen, samenwerken op landelijk niveau in het programma Common Grond (link invoegen naar CG website), Dimpact voor dienstverlening ICT (link naar Dimpact) of regionaal in het IT platform Twente (link naar IT Platform).

ICT is net als water vanzelfsprekend. Dat “het” het doet, veilig is, het leven makkelijker maakt. En dat vraagt om een ander perspectief. ICT kost geld maar is niet duur. ICT maakt mogelijk, bepaalt en innoveert. De transitie naar de Cloud, het programma Bridge (in verband met Wet Open Overheid), datagedreven werken zijn voorbeelden van respectievelijk onvermijdelijke technologie, wetgeving en klantvragen. We hebben met een aantal hoofdprogramma’s inhoud gegeven aan de voorgenomen doelen. Belangrijke sporen zijn daarin:

-        Bridge;

-        De cloudtransitie met het Cloudplatform programma (voor een moderne en schaalbare technische IT faciliteit als basis voor de transitie)

-        De beleidsvorming en vaststelling op het gebied van security en privacy

-        Het vaststellen van het rapport datagedrevenwerken en de inzet op de uitvoering ervan.


Ook in 2022 was sprake van een toename van de vraag naar IT als faciliteit ( laptops, Smartphones, Ipads enz.) en ondersteunende software (MS teams, Office enz). Dat laatste zien we ook voor diensten van de gemeente die meer en meer digitaal worden afgenomen en soms tot voor kort uitsluitend beschikbaar was via balie bezoek. Dit laatste zet zich in steeds grotere mate door omdat wetgeving dit van ons als overheid eist of omdat innovatie de mogelijkheid biedt en de inwoners er om vragen. Natuurlijk en nadrukkelijk blijft altijd de mogelijkheid voor inwoners open diensten via baliebezoek te betrekken of te regelen.

 

Vastgoed

Ook Enschede werd in 2022 geconfronteerd met de noodzaak tot opvang van Oekraïners. Doordat wij tijdens de coronacrisis het aantal werkplekken hadden teruggebracht en het hybride werken ingericht, konden wij versneld de Noordmolen vrijspelen. Samen met de inzet van collega’s, instanties én vrijwilligers is in de Noordmolen een goede opvang gerealiseerd.

 

Los van de verduurzaming van onze gebouwen, zoals beschreven in hoofdstuk twee, combineren we reguliere onderhouds- of vervangingswerkzaamheden zoveel mogelijk met duurzame maatregelen. Bijvoorbeeld door isolatie van daken en spouwmuren, enkelglas vervangen door isolatieglas, het plaatsen van ledverlichting en de installatie van gasloze of energiezuinigere verwarmingsinstallaties. Bij onderhoudswerkzaamheden voeren wij met de huurder(s) overleg over de mogelijkheden voor vergroening van het terrein, gevels of dak. Ook zien wij, door technologische ontwikkelingen en lichtere constructies van zonnepanelen, meer mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen. Een andere ontwikkeling die kansen biedt voor de verduurzamingsopgave is de clustering van sportparken.

 

Inkoop
Grip houden op onze inkopen en de rechtmatigheid ervan blijft een aandachtspunt. De implementatie van een Purchase to Pay (P2P) oplossing is in 2022 stopgezet. Maar de noodzaak tot een dergelijke oplossing blijft wel bestaan. De in de leertafel opgehaalde ervaringen worden meegenomen in een nieuw wensenpakket. In 2023 wordt dit vertaald in een nieuwe inkoop opdracht voor een geautomatiseerde oplossing die inkopen volgens een vast stappenplan gaat ondersteunen. Daarnaast zijn we gestart met de implementatie van een nieuw contractmanagementapplicatie. Hiermee vereenvoudigen we het proces tot het naleven en borgen van contractafspraken. Dit vraagt in 2023 nog veel inzet van de afdeling inkoop.

 

Telefonie en bereikbaarheid
Eind vorig jaar is het nieuwe telefonieplatform in gebruik genomen. Dit platform biedt goede technologische ondersteuning om de interne bereikbaarheid van de gemeente te begroten. Houding en gedrag van medewerkers zijn de bepalende factor voor het naleven van de afspraken. Daarvoor hebben we vorig jaar het beleid met betrekking tot telefonische bereikbaarheid vernieuwd, zodat we die ook actief kunnen gaan monitoren.

Een klein deel van de mensen die feedback geeft op e-mail wil daarover worden teruggebeld. Deze gesprekken zijn enorm waardevol voor de organisatie. Er is een goede interactie en het maakt beter duidelijk waar het verbeterpunt ligt. Zo’n persoonlijk gesprek leidt vaak tot een gerichte actie zoals aanpassing website, bespreken met teamleiding of andere (interne) communicatie. Voor het baliecontact gaan we ook de mogelijkheid geven om terug gebeld te worden

Een rode draad zien we in klachten in de digitale dienstverlening over de weergave van kaarten op smartphones. Door toenemend gebruik van de smartphone voor onze digitale dienstverlening (60%), houden we bij vervanging van de website en webformulieren hiermee dan ook nadrukkelijk rekening.

 

Juridische Kwaliteitszorg

De aandacht voor juridische kwaliteitszorg heeft in 2022 geleid tot:

-        Opleidingskalender Omgeving en recht, met oog voor vaardigheden.

-        Een werkafspraak bezwaarbehandeling is gemaakt tussen het cluster Omgeving en Recht en de afdeling Juridische Zaken met als doelen:
          *  zorgvuldige en brede heroverweging;
          * Oplossingsgericht werken in plaats van proceduregericht;
          * Het halen van beslistermijnen.

-        Wijkteams: Een impuls door juridische training en het meenemen van de wijkteammedewerker naar de hoorzitting van de commissie bezwaarschriften zodat het leereffect wordt vergroot.

-        Werk en Inkomen: De invoering van de doorbraakmethode van het Instituut Publieke Waarden om meer mogelijkheden te hebben voor het bieden van maatwerk. In het kader van het voorkomen van bezwaar is het vooraf bellen van aanvragers bij een afwijzend besluit verder uitgebreid.

-        Juridische Zaken: domeingericht kwaliteitsoverleg tussen juristen en bedrijfsbureaus.

-        Samenwerking controllers: Een brede juridische risico agenda.

 

3.6. Verbonden partijen

 

Beleid verbonden partijen

 

Beleidskader verbonden partijen

Op 31 januari 2022 is het geactualiseerde Beleidskader verbonden partijen vastgesteld. De gemeente streeft nog meer dan eerder, vanuit de strategische opgave Open Enschede, in deze relatie naar een goede balans tussen samenwerken met die organisaties aan de opgaven van de stad, (financieel) beheer en informatievoorziening. Een aantal uitgangspunten is daaraan aangepast. Het belangrijkste is natuurlijk de uitvoering van beleid; hoe we met elkaar omgaan. Daar wordt dan ook vooral op ingezet.

De gemeenteraad heeft unaniem ingestemd met een amendement bij het vaststellen van het beleidskader dat toe ziet een aanvullend bestuurlijk uitgangspunt, namelijk dat topinkomens en ontslagvergoedingen van verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen moeten worden beperkt. Het college heeft het amendement actief gedeeld met alle verbonden partijen en roept andere gemeenten op zich hierbij aan te sluiten.

 

Notitie samenwerken

Tegelijkertijd is door de gemeenteraad ingestemd met de Notitie Samenwerken. Deze vervangt de Leidraad Sourcen en regie uit 2015 waarin vooral wordt ingegaan op de afweging wanneer en hoe je een publieke taak op afstand kan zetten. Dat werd toen deels ingegeven vanuit het bestuurlijke uitgangspunt van een compacte en flexibele organisatie. Dat uitgangspunt is nu niet meer alleen leidend. Ook is de vraag nu hoe de gemeente het beste kan samenwerken met partijen die publieke taken voor de stad uitvoeren.

 

Wijziging Gemeentewet en Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022

De recente wetswijzigingen hebben tot doel het bevorderen van de democratische legitimatie van de regelingen en het versterken van de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden. Concreet zien de wijzigingen op:

– Gemeentewet: lokale (en gezamenlijke) rekenkamers kunnen onderzoek doen en er komt

een gemeenschappelijk recht van onderzoek (enquête).
– Als een gemeenschappelijke regeling wordt opgericht, gewijzigd of opgeheven, dan moeten
de deelnemende raden een zienswijze kunnen geven. Naast het al bestaande
toestemmingsrecht.
– P&C cyclus: termijnen voor het kunnen indienen van een zienswijze over de ontwerpbegroting worden langer voor de raad vanuit de gedachte dat de raden zo meer tijd wordt gegund. In Twente zijn hierover praktische werkafspraken gemaakt zodat het proces voorjaar 2023 goed zal verlopen voor zowel raden, colleges als de regelingen zelf.

 

De gemeenschappelijke regelingen hebben tot 1 juli 2024 de tijd extra kaderstellende en controle instrumenten voor de raad op te nemen in de regelingen. Denk aan het op initiatief van raden oprichten van een gemeenschappelijke adviescommissie, het opnemen van extra zienswijze mogelijkheid voor raden bij majeure besluiten van een Algemeen Bestuur. En aan bepalingen over evaluatie en uittreding. 

 

Wijzigingen en actualiteiten verbonden partijen

In de beleidsprogramma's staat in hoeverre de verbonden hebben bijgedragen in 2022 aan de doelen van de gemeente. Onderstaand delen wij relevante wijzigingen en actualiteiten rondom de verbonden partijen zelf.

 

Omgevingsdienst Twente (ODT): het bestuur van de ODT heeft de opdracht gekregen om te komen tot een herijking van de financiering. Met als doel een structureel duurzame financiering gericht op wat er nodig is (en niet alleen wat er beschikbaar is) aan budget en waarbij alle deelnemers betalen voor wat zij krijgen.  Daarbij moet er een balans zijn en blijven tussen de inhoud en omvang van het werk én een zo efficiënt mogelijke uitvoering.  Het resultaat van deze herijking is structureel van aard en geldt vanaf het begrotingsjaar 2024. De gemeenteraden en provinciale staten zijn op 11 juli 2022 en op 27 januari jl. in een informatiebrief al geïnformeerd over de herijking financiering bij de Omgevingsdienst Twente.

 

Technology Base: In 2022 vond een evaluatie plaats van Technology Base. Daarin stonden de resultaten van deze gebiedsontwikkeling en de nog resterende opgave centraal. Eind december 2022 stemden raad en Staten in met de conclusies, aanbevelingen en de reactie daarop van het college. Het college stelde voor om

1) vast te houden aan het profiel van de Commissie van Wijzen uit 2014,

2) het bedrijvenpark en (de faciliteiten op) de luchthaven te gaan optimaliseren en  

3) de Gemeenschappelijke Regeling (GR) voort te zetten en voorstellen te doen voor optimalisatie, rolzuiverheid en betrokkenheid van raad en Staten.

Verder deed de rechtbank in Zwolle in december 2022 een uitspraak over de verplichting om draaipaden aan te leggen om vertrek van grote vliegtuigen mogelijk te maken. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) had deze verplichting aan de luchthaven opgelegd. De rechtbank is van mening dat de ILT op dit punt geen uitzondering hoeft te maken voor Twente Airport. Twente Airport denkt na over het aantekenen van beroep bij de Raad van State tegen deze uitspraak.

 

Dimpact: De vereniging Dimpact heeft in 2022 het programmaplan beyond23 vastgesteld. Dit programma dient om de huidige E-suite te vervangen door andere modernere software-oplossingen onder de verzamelnaam Podium-D. De Poduim-D software behelst een platform voor de interactie met inwoners, self service modules voor inwoners en diverse interne processen. In het programma is voorzien dat deze vervanging zich gaat afspelen in de jaren 2023 t/m 2026. Gedurende deze looptijd blijft de huidige E-suite voor het nog niet vervangen deel operationeel. Enschede verleent ook diensten aan Dimpact met de zogenaamde hosting van de E-suite. Deze dienst zal gedurende dezelfde looptijd van kracht blijven.

Enschede is met Dimpact in gesprek voor het leveren van de hostingdienst voor het nieuwe software platform Podium-D.

 

Recreatieschap Twente: In 2022 is het recreatieschap gestart als zelfstandige entiteit en stond in het teken van het inrichten van de organisatie en de financiële afwikkeling van de uittreding uit de regio. De directeur is met vervroegd pensioen gegaan en er is een interim-directeur aangesteld. Het bestuur van het recreatieschap heeft in december de visie op de routenetwerken vastgesteld en daarin is gekozen voor de meest ambitieuze optie om de regio ten aanzien van routenetwerken weer landelijk voorop te laten lopen. Dit zal per 1 januari 2024 in werking treden, mits de gemeenteraden instemmen met de gewijzigde begroting in 2023. In 2022 is tevens de nieuwe visie vrijetijdseconomie door Twentemarketing gelanceerd. De subsidieverstrekking aan Twentemarketing gaat via het recreatieschap.

 

Stichting Gebiedsorganisatie Kennispark: In het najaar van 2022 is de directeur van de gebiedsorganisatie Kennispark vertrokken. Werving van de nieuwe directeur is erop gericht om uiterlijk per april 2023 weer een gebiedsdirecteur in functie te hebben. Tot die tijd wordt de functie waargenomen vanuit het team binnen de gebiedsorganisatie.

 

SamenTwente: In 2022 heeft SamenTwente besloten de ontwikkeling van het digitaal dossier Jeugdgezondheidszorg (het GGiD) wegens aanhoudende problemen en stagnatie in het proces, stop te zetten. De gedane investering van ongeveer € 4,16 miljoen voor GGD Twente is in 2022 afgeboekt. De dekking van deze afboeking komt voor een deel uit vrijvallende reserves van SamenTwente (€2,83 miljoen) en zijn voor het resterende bedrag (€1,33 miljoen) in rekening gebracht bij de gemeenten.

Voor onze gemeente betekent dit dat er € 275.000,- in rekening is gebracht door SamenTwente in verband met het GGiD. De keuze om beperkt gebruik te maken van reserves van SamenTwente is bewust gemaakt, gezien het negatieve effect daarvan op het weerstandsvermogen van SamenTwente en de daarmee samenhangende onzekerheid of de risico’s die de organisatie SamenTwente in de toekomst loopt, nog voldoende het hoofd geboden kunnen worden.

 

De raad is separaat over het besluit geïnformeerd (op 2 november 2022 en 14 december 2022.

Het bestuur van SamenTwente heeft besloten een onafhankelijke evaluatie uit te willen voeren naar het totale proces van totstandkoming van het GGiD. De uitkomsten van de evaluatie worden verwacht in het najaar van 2023.

 

Beheer verbonden partijen

De risicoanalyse van de verbonden partijen is wederom uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeente Almelo, Dinkelland, Hengelo en Tubbergen. Ook heeft de gemeente Losser zich in 2022 aangesloten. De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit. Dit jaar is wederom een open vraag gesteld over de mogelijke gevolgen van het aanhoudende coronavirus bij de verbonden partij. Daarnaast is een nieuwe open vraag gesteld aan de verbonden partijen of zij mogelijk extra risico's en/of nadelen hebben vanuit de hoge inflatie en gestegen energieprijzen.

 

Het financieel belang is gebaseerd op een brede definitie. Dat betekent dat er onder meer rekening wordt gehouden met de exploitatiebijdrage, de boekwaarde van aandelen, dividenden, subsidies en verstrekte leningen en garanties. Zie hiervoor ook de informatie in de lijst met verbonden partijen verderop in deze paragraaf. Bij de berekening van het financieel belang in Naris Self Assement worden niet de benoemde bijdragen in geheel bij elkaar opgeteld. In geval van het meest negatieve scenario, een faillissement van de verbonden partij, moet de waarde van het aandelenkapitaal en de verstrekte leningen en garanties als verloren worden beschouwd (als niet sprake is van voldoende onderpand). Ook het begrote dividend zal niet worden gerealiseerd. De bijdrage aan de exploitatie (zijnde de inkoop van goederen en diensten door de gemeente) en de subsidie wordt echter in termijnen betaald door de gemeente. Daarvoor geldt dat het nog beschikbare resterende budget kan worden ingezet voor de inkoop van de benodigde goederen en diensten bij een andere organisatie. Als rekenregel wordt toegepast dat het verlies 50% van de begrote bijdrage is. In de onderstaande grafiek zijn de uit de vragenlijsten gekomen risicoscores opgenomen:

 

 

In de onderstaande tabel is het totale risico aangegeven met stoplichtkleuren. De kleuren geven aan of het risico van de desbetreffende verbonden partij laag, middel of hoog is. De uitkomst is de totale weging van het financieel belang en de risicoscore vanuit de vragenlijsten. Deze risico-inschatting correspondeert vervolgens met het toezichtsregime (zie ook de link met achtergronddocument die bij de lijst met verbonden partijen is opgenomen). De verbonden partijen staan op volgorde van hoogste naar laagste totale risico in de tabel.

 

 

De verbonden partijen met totaal risico hoog kwalificeren zich voor een meer indringend toezicht. Dit zijn ook meteen de partijen die doorgaans taken uitvoeren die niet slechts uitvoerend zijn, maar ook beleidsrijke c.q. geen strategische activiteiten in portefeuille hebben. Aan deze partijen wordt dan ook meer aandacht besteed in het komende jaar dan de partijen die een lagere score hebben. De partijen met een totaalscore laag behoeven maar weinig toezicht aangezien hierbij sprake is van relatief kleine financiële belangen. De gemeente bezit doorgaans ook maar een gering aandeel in deze partijen en heeft dus weinig c.q. zeggenschap. In de Gemeentebegroting 2023 zijn voor een eerste keer de 3 nieuwe verbonden partijen (Openbaar Lichaam Gezondheid, GR Recreatieschap Twente en de Stichting Twente Board), die zijn voortgekomen uit de Regio Twente, separaat beoordeeld. Ook is voor een eerste keer een risicoscore opgenomen van de Stichting Gebiedsorganisatie Kennispark en Dimpact. De SPWE is niet meer beoordeeld omdat deze in 2022 is opgeheven. Ten opzichte van de vorige risicobepaling uit de Gemeentebegroting 2023 zijn er geen wijzigingen te melden. 

 

In het gemeentebrede weerstandsvermogen is een financieel risico opgenomen voor de verbonden partijen. In de top tien van risico’s staat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een risico van 4,9 miljoen euro opgenomen voor onvoorziene bijdragen aan verbonden partijen. Dat risico hangt samen met Techonology Base. Voor een verbonden partij wordt een financieel risico opgenomen als duidelijk is dat bijvoorbeeld een bezuinigingstaakstelling nog niet is ingevuld en wellicht tot nadelen leidt bij de gemeente, doordat een extra bijdrage moet worden betaald. Ook het niet voldoen aan de weerstandsnormen kan leiden tot het opnemen van een financieel risico voor een verbonden partij. Een organisatie bezit dan zelf niet voldoende middelen om haar risico's af te dekken. De gemeente kan ook hier worden gedwongen tot het doen van een extra bijdrage als meerdere risico's zich tegelijkertijd voordoen.

 

Lijst verbonden partijen

In de onderstaande lijst staan de verbonden partijen van de Gemeente Enschede conform de BBV per eind 2022. Verdere algemene informatie is te vinden onder deze link.

 

Nog niet alle verbonden partijen hebben de goedgekeurde jaarrekening 2022 gereed. Voor deze partijen zijn geen gegevens over het vreemd en eigen vermogen per eind 2022 opgenomen en ook geen resultaat over 2022.

 

 

Type Naam en vestigingsplaats Financieel belang gemeente 2022 Omvang eigen vermogen begin 2022 Omvang eigen vermogen eind 2022 Omvang vreemd vermogen begin 2022 Omvang vreemd vermogen eind 2022 Resultaat 2022
GR SamenTwente Enschede Bijdrage 7.372.090 miljoen euro, 438.766 euro diverse subsidies

 15,783 miljoen euro

De weerstandsratio bedraagt 0,82 per eind 2022 en valt daarmee binnen gestelde omvang van 0,8 tot 1,0.

 12,787 miljoen euro  21,674 miljoen euro 12,297 miljoen euro 31.946 euro
GR Stadsbank Oost-Nederland Enschede Bijdrage dienstverlening 2,856 miljoen euro, kapitaalinbreng 171.000 euro

971.100 euro 

De weerstandsratio is voldoende na toevoeging van het positieve resultaat 2022 aan de algemene reserve.

1,349 miljoen euro 14,323 miljoen euro   14,497 miljoen euro 365.900 euro
GR Openbaar Lichaam Crematoria Twente Enschede
Geen dividend ontvangen conform de begroting 2022.

 1,550 miljoen euro

Het OLCT beschikt over voldoende weerstandsvermogen.

1,611 miljoen euro  32.337 euro  303.973 euro 361.432 euro
GR Gemeentelijk Belastingkantoor Twente 
Hengelo
 Bijdrage 4,343 miljoen euro

549.000 euro

Het eigen vermogen is niet afdoende om de risico's mee af te dekken. Deelnemers hebben er echter voor gekozen zelf weerstandsvermogen aan te houden.

756.000 euro  10,343 miljoen euro 7,499 miljoen euro 206.593 euro
GR Regionaal Bedrijventerrein/XL Park Almelo Verliesvoorziening van 0 euro.

 9,126 miljoen euro

11,870 miljoen euro

123,617 miljoen euro  96,187 miljoen euro  4,745 miljoen euro
GR Technology Base  Enschede Verliesvoorziening van 9,267 miljoen euro.

Beschikt niet over eigen vermogen. De deelnemers houden voldoende verliesvoorziening aan ter afdekking van de ingeschatte risico's.

 49,892 miljoen euro 50,136 miljoen euro 543.662 euro negatief
GR Veiligheidsregio Twente Enschede Bijdrage 13,827 miljoen euro.

2,069 miljoen euro 

De weerstandsratio bedraagt 0,77 per eind 2022 en voldoet hiermee aan de minimale vereiste omvang van 0,7.

1,963 miljoen euro 59,416 miljoen euro  64,220 miljoen euro 703.298 euro
GR

Omgevingsdienst Twente Almelo

Bijdrage  1,604 euro

2,477 miljoen euro 

De weerstandsratio bedraagt 1,14 per eind 2022 en valt daarmee binnen gestelde omvang van 1,0 tot 1,4.

 2,042 miljoen euro

1,784 miljoen euro 

2,931 miljoen euro

399.000 euro
GR

Recreatieschap Twente Enschede

Bijdrage 724.829 euro

740.000 euro

De weerstandsratio bedraagt 0,96per eind 2022 en valt daarmee binnen gestelde omvang van 0,8 tot 1,0.

871.000 euro  3,833 miljoen euro 3,995 miljoen euro 147.000 euro
NV Twentse Schouwburg Enschede Subsidie 8,099 miljoen euro (waarvan 1,4 miljoen euro incidenteel), 466.956,23 euro verstrekte lening, 1 euro aandelenkapitaal

2,120 miljoen euro 

  4,367 miljoen euro     
BV Sportaal Enschede 7,619 miljoen euro exploitatiebijdrage,  2,876 miljoen euro overige opdrachten (o.a. sportactivering, wijkteams), 517.900 euro subsidie sportakkoord en combinatiefunctionarissen, 2 miljoen euro verstrekte gemeentegarantie, 1 euro aandelenkapitaal  508.733 euro    9,617 miljoen euro    
BV Onderhoud Enschede Enschede 16,873 miljoen euro inkoop, 6,726 miljoen euro verstrekte gemeentegarantie, 1 euro aandelenkapitaal  2,376 miljoen euro   8,880 miljoen euro    
NV Twente Milieu Enschede 16,462 miljoen euro inkoop, 281.000 euro aandelenkapitaal

 12,576 miljoen euro

  15,684 miljoen euro    
BV Twence Hengelo 10,077 miljoen euro inkoop (inclusief 5,378 miljoen euro voor communale samenwerking met Munster), dividend 1,484 miljoen euro, 1 euro aandelenkapitaal

 149,605 miljoen euro

Twence beschikt over voldoende solvabiliteit.

175,964 miljoen euro 123,065 miljoen euro  110,693 miljoen euro 32,490 miljoen euro
NV Bank Nederlandse Gemeenten Den Haag 456.782 euro dividend, 455.000 euro aandelenkapitaal, 37.553 euro kosten betalingsverkeer

5.062 miljoen euro 

BNG Bank beschikt over voldoende solvabiliteit.

4.615 mijloen euro 143.995 miljoen euro   107.459 miljoen euro 300 miljoen euro
NV Enexis Den Bosch 141.531 euro dividend, 27.000 euro aandelenkapitaal

4.241 miljoen euro 

Enexis beschikt over voldoende solvabiliteit.

5.441 miljoen euro 5.154 miljoen euro   4.907 miljoen euro 1.300 miljoen euro
BV Voormalig Essent: Den Bosch:      
  Publiek Belang Elektriciteitsproductie  43 euro aandelenkapitaal  1,532 miljoen euro 1,480 miljoen euro 6.925 euro   9.914 euro 52.060 euro verlies
  CSV Amsterdam  43 euro aandelenkapitaal 312.379 euro 210.079 euro  22.664 euro  13.351 euro 102.300 euro verlies
CO Dimpact Enschede  Bijdrage 1,406 miljoen euro (waarvan 337.000 euro incidenteel), 1,850 miljoen euro ontvangen voor hosting  2,335 miljoen euro  2,747 miljoen euro  3,219 miljoen euro 4,139 miljoen euro 412.234 euro
OV Euregio Gronau  Bijdrage  46.322,28 euro (0,29 euro per inwoner).

 2,523 miljoen euro

Het eigen vermogen is voldoende om de risico's mee af te dekken.

 2,650 miljoen euro 11,921 miljoen euro 29,959 miljoen euro  126.107 euro
 OV

Stichting Twente Board/

Bestuursovereenkomst 

Twentse samenwerking Enschede
           
OV Stichting Gebiedsorganisatie Kennispark
 
Bijdrage 150.000 euro          

 

3.7. Grondbeleid

Grondbeleid; visie en uitvoering

In februari 2020 is de Nota Grondbeleid door de raad vastgesteld. Deze bevat het actuele kader voor de uitvoering van het grondbeleid. Uitgangspunt in deze nota is situationeel grondbeleid waarbij, afhankelijk van de locatie, het te voeren grondbeleid wordt bepaald.

In de Nota Grondbeleid is de actuele wet- en regelgeving rondom het grondbeleid verwerkt. Daarnaast maken een afwegingskader en een bestuurlijk afwegingsmodel gebiedsontwikkeling onderdeel uit van de nota. Met het afwegingskader kan bepaald worden in welke situatie welk type grondbeleid het meest kansrijk c.q. gewenst is. Met het bestuurlijk afwegingsmodel gebiedsontwikkeling kan inzicht worden verkregen in het financieel en maatschappelijk rendement van een gebiedsontwikkeling.

De laatste jaren volgde onze gemeente vooral een facilitair beleid, we lieten meer over aan de markt en ondersteunden particuliere initiatieven vanuit de samenleving. Met de Nota Grondbeleid is het voor de gemeente ook mogelijk om in sommige situaties actieve ingrepen te doen als de markt de gewenste ontwikkelingen niet oppakt of regie vanuit de gemeente gewenst is.
In de laatste twee jaren is, mede door beschikbare subsidies van hogere overheden (Provincie en het Rijk), dan ook weer vaker voor actief grondbeleid gekozen. Zo werden in 2021 de grondexploitaties voor Centrumkwadraat Molenstraat Zuidzijde en Leuriks Oost door de raad vastgesteld. In 2022 volgden de grondexploitaties Versnelling Cromhoff en Velve Kleine Bouwplannen.

Voor de volledige Nota Grondbeleid verwijzen wij u naar onderstaande hyperlink.

Nota Grondbeleid | Gemeente Enschede

 

Ontwikkelingen 2022

 

Resultaten
De inflatie is sinds de zomer van 2021 snel gestegen en bevindt zich momenteel fors boven de gestelde 2% doelstelling voor prijsstabiliteit van de Europese Centrale Bank (ECB). Centrale banken grijpen in met renteverhogingen, waardoor financiële condities in korte tijd zijn verkrapt. Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) blijft de inflatie mogelijk ook langer hoog dan waar economische ramingen en de financiële markten nu rekening mee houden. Ook hebben de toegenomen financieringskosten een neerwaarts effect op de bedrijfsinvesteringen: geld lenen kost nu meer geld (rente), waardoor sommige investeringen te duur worden en worden uitgesteld. Tot slot duren de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne voort, met name via aanbodverstoringen en hogere en snel veranderende prijzen van energiebronnen en grondstoffen.


Ondanks deze ontwikkelingen van kosten en prijzen staan de opbrengsten van de grondexploitaties op dit moment (nog) niet onder druk, maar de kosten nemen echter vanwege de hoge inflatie wel snel toe. Het effect van deze toegenomen kosten wordt deels ook weer tenietgedaan door toegenomen opbrengsten, waardoor het effect op MPG totaalniveau in 2022 beperkt bleef. De grondverkopen voor bedrijventerreinen en woningbouwkavels voor particulier opdrachtgeverschap verliepen voorspoedig. Daar tegenover bleven grondverkopen voor projectmatige woningbouw achter en ook de verkoop van bouwgrond voor kantoren liet, evenals in vorige jaren, (nog) geen verbetering zien. Doel voor 2022 was om 143 woningbouwkavels te verkopen, er werden in totaal 64 kavels verkocht. De omzet van bouwkavels voor woningen bedroeg 4,7 miljoen euro, terwijl 6,9 miljoen euro was begroot. De uitgifte van kavels voor particulier opdrachtgeverschap verliep zoals verwacht, bij projectmatige bouw bleef de realisatie achter. Bij de verkoop van bouwgrond voor bedrijven was de afzet ruim boven verwachting. Doel voor 2022 was om 2,9 hectare bedrijfsgrond te verkopen, er werd in totaal 4,1 hectare verkocht. De omzet van bouwkavels voor bedrijven bedroeg 4,6 miljoen euro ten opzichte van 3,6 miljoen euro begroot. De uitgifte van bouwgrond voor kantoren kwam overeen met de prognose. Doel was om 2 kantoorkavels (tezamen 7.834 m2 BVO) te verkopen voor 1,18 miljoen euro. In 2022 werden 2 kavels verkocht (tezamen 8.036 m2 BVO) voor iets meer dan 1,23 miljoen euro.

 

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (afgekort: BBV) moet bij de winstgevende grondexploitaties de winst worden genomen op basis van de voortgang van het project. Voor de berekening van het percentage te nemen winst wordt uitgegaan van een percentage dat rekening houdt met de verhouding tussen gerealiseerde kosten en opbrengsten ten opzichte van de begroting, dus het voortgangspercentage. Op basis van deze methode wordt over 2022 3,2 miljoen euro aan winst genomen en toegevoegd aan de reserve Grondbedrijf.

 

Een ander financieel effect betreft de verlieslatende grondexploitaties. De verlieslatende grondexploitaties zijn voor € 1,9 miljoen meer verlieslatend geworden. Dit wordt met name veroorzaakt door aanpassing van de (kosten) parameters. Als gevolg van de hoge inflatie zijn de nog te realiseren kosten met 8% toegenomen en wordt voor de korte termijn (2023-2025) ook een hogere kostenstijging voorzien dan het lange termijn gemiddelde van 2%. Hierdoor is er meer verliesvoorziening nodig en dit heeft direct een negatief effect op de Reserve Grondbedrijf. Daarnaast zijn er twee nieuwe verlieslatende complexen toegevoegd: Versnelling Cromhoff met een tekort van 4,7 miljoen euro en Velve Kleine Bouwplannen met een tekort van 0,1 miljoen euro. Ter dekking van het tekort op het complex Versnelling Cromhoff zijn in de reserve grondbedrijf interne bijdragen ontvangen ter hoogte van € 0,2 miljoen (vanuit bodem) en € 3,8 miljoen vanuit de Investeringsagenda. Interne bijdragen mogen niet rechtstreeks ten gunste van de grondexploitatie worden geboekt, maar komen rechtstreeks ten gunste van de Reserve Grondbedrijf waardoor de financiële impact van de toevoeging van deze verlieslatende complexen aan het MPG beperkt is. De Reserve Grondbedrijf neemt in totaal af met 0,6 miljoen tot 25,7 miljoen euro positief per 31-12-2022. Hierna worden de resultaten van 2022 nader toegelicht. Tenslotte volgt een vooruitblik op het grondbeleid vanaf 2023 en verder.

 

Realisatie programma wonen, bedrijventerreinen en kantoren in 2022

 

Verkopen kavels woningbouw

In 2022 heeft de gemeente Enschede in totaal 64 kavels verkocht en geleverd. Dit is ongeveer de helft minder dan begroot in het MPG 2022. De verkoop van gronden voor woningbouw verliepen voor wat betreft de gemeentelijke kaveluitgifte voorspoedig. Geprognosticeerd was een gronduitgifte voor 143 woningen, verkocht werd grond voor 64 woningen. De 90 geprognosticeerde projectmatige woningen in het project Centrumkwadraat zijn in 2022 niet gerealiseerd en verder uitgefaseerd. In het project Leuriks -oost is de gronduitgifte niet gerealiseerd omdat het bestemmingsplan later dan voorzien onherroepelijk is geworden. Het aantal opties en overeenkomsten laten, ook voor 2023, een positief beeld zien. In de hierna volgende tabel zijn de resultaten per project nader gespecificeerd.

 

Verkopen woningbouw (stand per 31-12-2022)

(weergegeven in aantallen woningen/appartementen) 

Projectnaam Begroot MPG 2022 Uitgegeven 2022
Eschmarke 1 21
Brunink 1 0
Vaneker 5 9
Leuriks Oost 13 0
Binnenstad Roombeek 28 27
BIW II 1 2
CK Molenstraat - Zuidzijde 90 0
Zuiderval 4 5
Eindtotaal 143 64

 

Door de grondverkopen slinkt de bestaande voorraad bouwrijpe grond. Om ook voor de toekomst het aanbod op peil te brengen is het project Eschmarkerveld in voorbereiding. Wanneer een oplossing wordt gevonden voor de stikstofproblematiek, kan deze nieuwe grondexploitatie in de loop van 2023 ter besluitvorming aan de raad worden aangeboden. Ook is het plan Versneld Modulair Bouwen (190 woningen) begin 2023 ter besluitvorming aan de Raad aangeboden. Het bestemmingsplan voor de nieuwe woonwagenlocatie wordt in het eerste kwartaal van 2023 ter inzage gelegd. Vervolgens zal medio 2023 de grondexploitatie gelijktijdig met het bestemmingsplan worden vastgesteld.

Verkopen kavels bedrijventerreinen

Bij de verkoop van gronden voor bedrijvigheid wordt de opgaande lijn verder doorgezet, de realisatie is wederom hoger dan de prognose. Geprognosticeerd grond voor 29.385 m² bedrijventerrein en verkocht grond voor 40.720 m² bedrijventerrein. Voor de specifieke onderverdeling binnen de verschillende grondexploitaties wordt verwezen naar de onderstaande tabel.

Verkopen bouwgrond bedrijventerrein (stand per 31-12-2022)

(weergegeven in m² uitgeefbaar)

Projectnaam Begroot MPG 2022 Uitgegeven 2022
Euregiopark II 7.162 25.351
Josink-Es 5.596 6.008
Ossenboer 11.449 7.725
Hardick en Seckel 1.545 1.636
Zuiderval 3.633 0
Eindtotaal 29.385 40.720

 

Ook bij de bedrijventerreinen is – net zoals bij woningbouwkavels- de voorraad uitgeefbaar terrein in de afgelopen jaren sterk geslonken door verkopen. Momenteel wordt gewerkt aan het verleggen van het warmtenet in het project Oostkrans-Usseleres (Morshoek). De verwachting is dat daar eind 2023 kan worden gestart met de uitgifte van de bedrijfskavels.

Verkopen kavels kantoren

Er zijn in 2022 twee uitgiftes van bouwgrond voor kantoren gerealiseerd. Het aantal opties en overeenkomsten is beperkt. In 2021 is er een marktanalyse op de kantorenmarkt uitgevoerd op basis waarvan in 2022 het beleidskader voor kantoren is herzien. Het herziene beleidskader is begin 2023 aan de Raad aangeboden voor besluitvorming.

 

Verkopen bouwgrond kantoren (stand per 31-12-2022)

(weergegeven in m² bruto vloeroppervlak)

 

Projectnaam Begroot MPG 2022 Uitgegeven 2022
Binnenstad Roombeek 0 672
Kennispark 7.364 7.364
CK Molenstraat - Zuidzijde 470 0
Eindtotaal 7.834 8.036

 

Nieuwe grondexploitaties en afgesloten grondexploitaties in 2022

In 2022 zijn twee nieuwe grondexploitaties door de raad vastgesteld en aan het MPG toegevoegd: Versnelling Cromhoff en Velve Kleine Bouwplannen.

Versnelling Cromhoff
Cromhoff is één van de door de gemeenteraad aangewezen prioritaire gebieden/projecten die een belangrijke bijdrage moeten leveren aan de versnelling van de Enschedese woningbouwopgave. Het voormalige bedrijfsterrein wordt getransformeerd tot één van de meest onderscheidende en gevarieerde grootstedelijke woonmilieus van Enschede. Met het (deel)project 'versnelling Cromhoff' wordt een belangrijke basis gelegd voor de toekomstige planontwikkeling en -realisatie. Door nu sloop- en saneringswerkzaamheden uit te voeren, te werken aan een basisinfrastructuur en door tijdelijke initiatieven in het gebied ('placemaking') wordt waarde toegevoegd die bijdraagt aan een versnelling van de latere planontwikkeling. Deze grondexploitatie is door de gemeenteraad vastgesteld op 11 juli 2022 en is verlieslatend met een tekort op netto contante waarde 01-01-2023 van 4,7 miljoen euro. Ter dekking van het tekort op het complex Versnelling Cromhoff zijn interne bijdragen ontvangen ter hoogte van 4 miljoen euro. Deze bijdragen komen rechtstreeks ten gunste van de Reserve Grondbedrijf.


Velve Kleine Bouwplannen
Het plan Velve - Kleine Bouwplannen bestaat uit een tweetal percelen die beide in het kader van woningbouw ontwikkeld worden. Het gaat om een kavel op de hoek van de Lage Bothofstraat 297 - Oostveenweg waar gewerkt wordt voor sociale woningbouw en een perceel van het voormalig buurthuis Franklinstraat 16, waar grondgebonden rijwoningen in de koopsector worden gerealiseerd. Met deze ontwikkelingen wil Enschede streven naar een divers woningaanbod en inspelen op de stijgende vraag van woningen vanuit de markt. Door deze ontwikkelingen worden 2 braakliggende terreinen omgezet naar woningbouw, waardoor er kwalitatieve en duurzame woningen worden toegevoegd aan de wijk Velve- Lindenhof. Het plan kent op netto contante waarde 01-01-2023 een tekort van 0,1 miljoen euro.

Per 31-12-2022 zijn 5 grondexploitaties afgesloten: Beekwoude, De Bothoven, Kop Boulevard, Westerval en Business & Sciencepark II. Deze maken dus geen onderdeel meer uit van het MPG 2023.

 

Beekwoude
Het plan Beekwoude betreft het gebied tussen de bestaande bebouwing van de Helmerhoek en het opnieuw ingerichte sportcomplex Wesselerbrink. Woningbouw in Beekwoude werd mogelijk als gevolg van de herinrichting van het naastgelegen sportcomplex. De grondexploitatie is halverwege 2007 door de Raad vastgesteld. Bij vaststelling van de grondexploitatie was er sprake van een nagenoeg neutraal eindresultaat. Sinds 2011 laat de grondexploitatie een nadelig resultaat zien. Dit werd veroorzaakt door verlenging van de looptijd door langdurende onderhandelingen en planaanpassingen. Daarnaast zijn bij de herziening welke in 2014 in de raad is behandeld enkele stedenbouwkundige randvoorwaarden gewijzigd waardoor er minder m2 konden worden uitgegeven.

Bij afsluiting van het complex is het tekort van 1,26 miljoen euro verrekend met de verliesvoorziening.

 

Bothoven

De grondexploitatie Bothoven bestaat uit een viertal deelgebieden. Dit is het Polaroid terrein, Tattersal, Vitens en Eufraat. Met het project wordt de leefbaarheid en toekomstbestendigheid van de wijk vergroot en de groenstructuur verbeterd. Aangezien deze deelgebieden een grote samenhang kennen zijn ze samengevoegd tot 1 grondexploitatie. Het complex is per 31-12-2022 afgesloten en het voordelig resultaat van 881.551 euro is verrekend met het winstnemingscomplex.



Kop Boulevard

Het College heeft op 8-11-2022 besloten om de samenwerking met Life/ten Brinke voor het project de Kop te beëindigen en de grondexploitatie Kop Boulevard is per 31-12-2022 afgesloten. Bij het MPG 2022 was een tekort voorzien van 0,8 miljoen euro. Additioneel wordt nu 1,8 miljoen euro extra ten laste van de verliesvoorziening gebracht naast de verplichting die nog bestond van 0,2 miljoen euro voor afronding van de sloop van het voormalig SLO pand welke ten laste van de Reserve Grondbedrijf is gebracht.

 

Westerval
Het project Westerval betreft de herontwikkeling van het gebied tussen Westerval, Volksparksingel, Tweede Emmastraat, Poolmansweg en Wethouder Nijhuisstraat ten behoeve van uitgifte aan bedrijven. De grondexploitatie is voor het eerst vastgesteld in 1995 en de looptijd is diverse keren verlengd. Aanvankelijk was het plan sluitend, echter gedurende de periode 2004 tot en met 2013 liep het tekort snel op. Eind 2019 is de laatste kavel verkocht en per ultimo 2022 is het project afgesloten. Bij afsluiting van het complex is het resterende tekort van 59.944 euro verrekend met de verliesvoorziening.

 

Business & Sciencepark II
Deze grondexploitatie bevatte nog 1 kavel van ca. 2.600 m2 gelegen aan de Neptunusstraat. Bij de vaststelling van de grondexploitatie Kennispark, op 7 maart 2022, is besloten om het kavel toe te voegen aan deze grondexploitatie. Het complex is daarom afgesloten en het nadelig saldo van 133.643 euro is verrekend met de verliesvoorziening.


Gemeentelijke grondexploitaties
Per 31-12-2022 kent het Grondbedrijf 23 lopende grondexploitaties met een begroot nadelig resultaat van per saldo 28,3 miljoen euro op netto contante waarde (NCW) 1-1-2023, waarvan:

 

  • 13 verliesgevende grondexploitaties met een gezamenlijk begroot tekort van 62,7 miljoen euro op NCW 1-1-2023. Hiervoor is een voorziening getroffen;
  • 10 winstgevende grondexploitaties met een begroot positief resultaat van 39,0 miljoen euro op eindwaarde (34,4 miljoen op NCW 1-1-2023). Daarvan is 30,5 miljoen euro al gerealiseerd en genomen. De begrote nog te realiseren winst bedraagt 8,5 miljoen euro op eindwaarde). Op basis van de POC berekening (langjarig) zal hiervan op termijn 2,6 miljoen euro worden toegevoegd aan de Reserve Grondbedrijf

Particuliere grondexploitaties

Onder particuliere grondexploitaties worden projecten verstaan waarbij de bouwgrond in bezit is bij een marktpartij (ontwikkelaar, bouwbedrijf). Wanneer deze initiatief neemt voor een nieuwe ontwikkeling en daarvoor planologische medewerking van de gemeente nodig heeft) is de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in de meeste gevallen verplicht om de kosten die daarmee gemoeid zijn te verhalen op de betreffende partij. De gemeente voert in deze gevallen niet zelf de grondexploitatie (dat doet de marktpartij), maar in plaats daarvan sluit zij met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst waarin o.m. het kostenverhaal, een ontwikkelkader en fasering zijn geregeld. In deze overeenkomsten worden afspraken gemaakt over het kostenverhaal van onder meer de gemeentelijke plankosten, bestemmingsplankosten en de bijdrage ruimtelijk ontwikkelingen.

In 2022 gesloten exploitatie overeenkomsten
In 2022 zijn voor totaal 273 woningen exploitatie-overeenkomsten afgesloten. Daarmee wordt de bouw van 206 gestapelde woningen en 67 grondgebonden woningen mogelijk gemaakt. Verder is er gecontracteerd over de realisatie van nieuwbouw van het zwembad, 1.000 m2 BVO kantoren in het project Stationsplein 1-5 en 114 m2 BVO kantoren in het project Visserijstraat 3-5.

 

Project Exploitant Gestapelde woningen Grondgebonden woningen
Stroinkslanden ringwoningen De Woonplaats 0 45
Assinkhof Op de Assinkhof B.V. 5 20
Stationsplein 1-5 Ten Brinke Grondexploitatie B.V. 159 0
Visserijstraat 3-5 Interspace B.V. 6 0
Zwarteweg De Pelle Vastgoed B.V. 0 2
Brammelerdwarsstraat Ska-pa B.V. 36 0
Totaal   206 67

 

 

In 2022 verstuurde voorschotnota’s
Daarnaast zijn in het voorbereidingstraject voorschotnota’s verstuurd voor werkzaamheden van de ambtelijke organisatie vóór het sluiten van overeenkomsten. Het gaat om 269 woningen, waarvan 40 gestapelde woningen (appartementen) en 229 grondgebonden woningen.

 

Financiële resultaten 2022

De resultaten ten aanzien van de financiële positie van het Grondbedrijf worden hierna toegelicht. Daarbij is de omvang van de Reserve Grondbeleid van belang.

De Reserve grondbedrijf wordt gevormd door:

  • Genomen winsten en getroffen verliesvoorzieningen behorend bij de lopende grondexploitaties;
  • De resultaten van de exploitatie van in erfpacht uitgegeven gronden en verkopen bloot eigendom;
  • Afwaardering van gronden waarvan de marktwaarde lager is dan de boekwaarde en die (nog) niet in exploitatie genomen zijn: de materiële vaste activa;
  • Afwaardering van gronden waarvan de marktwaarde lager is dan de boekwaarde en die niet meer nodig zijn voor exploitatie en kunnen worden verkocht: de voorraad handelsgoederen;
  • Overige ontvangen (interne) bijdragen aan projecten die niet rechtstreeks ten gunste van lopende grondexploitaties geboekt mogen worden;
  • Bij particuliere grondexploitaties worden voorschotnota’s in rekening gebracht. In incidentele gevallen kunnen niet alle kosten volledig worden verhaald en ontstaan er kleine tekorten op particuliere grondexploitaties welke dan ten laste van de Reserve grondbedrijf komen. De voordelige resultaten van particuliere exploitaties die zijn afgerond komen ten gunste van de reserve.

De complexen binnen het MPG 2023 laten per saldo een verslechtering zien van 0,6 miljoen euro. Concluderend is het effect van het MPG 2023 op de Reserve grondbedrijf hierdoor als volgt:

 

Ontwikkeling reserve GB (bedragen in 1 miljoen euro)  
Reserve per 31-12-2021 26,3
Effecten herziening 0,6-
Reserve per 31-12-2022 25,7

 

 

Onderstaande tabel bevat het aandeel per (deel) complex in de mutatie van de Reserve Grondbedrijf:

    effect Totaal
1a. BIE (bouwgrond in exploitatie: verlieslatend) -3.552.000
1b. BIE (2 nieuwe grondexploitaties 2022: verlieslatend) -4.795.000
2. BIE (bouwgrond in exploitatie: winstgevend) 3.193.000
3. Gronden MVA (Materieel Vast Actief) -1.006.000
  Gronden VHG (Voorraad Handelsgoederen) -217.000
4. Erfpachtcomplex 1.940.000
5. Particuliere grondexploitaties -165.000
6. Overige mutaties t.l.v. reserve (interne bijdrage) 3.998.000
  Resultaat -604.000

 

 

Het nadelig resultaat van 0,6 miljoen euro komt ten laste van de Reserve Grondbedrijf. De stand van de Reserve grondbedrijf is daardoor per 31-12-2022 licht verslechterd en bedraagt nu 25,7 miljoen euro positief.

De volgende mutaties verklaren deze verslechtering

  1. De verlieslatende grondexploitaties zijn voor 3,6 miljoen euro meer verlieslatend geworden. Van dit totaal is 1,9 miljoen euro het gevolg van de herziening van lopende grondexploitaties en 1,7 miljoen euro is additioneel benodigd voor afgesloten complexen. Dit wordt veroorzaakt door kostenverhogingen als gevolg van het aanpassen van kostenramingen naar het prijsniveau van 1 januari 2023 én door toepassing van nieuwe (hogere) parameters voor kostenstijging vanaf 1 januari 2023 tot en met het jaar van afsluiting van de grondexploitaties. Voor toegenomen tekorten in grondexploitaties moet de verliesvoorziening worden verhoogd en dit heeft een negatief effect op de Reserve Grondbedrijf.
  2. De grootste (positieve) mutatie in de reserve wordt veroorzaakt door het winstnemen. Volgens de BBV voorschriften moet er winst worden genomen conform de PoC-methode (Percentage of Completion). Daarbij wordt winst genomen op basis van de voortgang van het project. Voor de berekening van het percentage te nemen winst wordt uitgegaan van de verhouding tussen gerealiseerde kosten en opbrengsten. Op basis van de PoC-methode moet er dit jaar 3,2 miljoen euro winst worden genomen. Dit bedrag bestaat uit de te nemen winst uit de lopende grondexploitaties plus het saldo van de te nemen winst en kosten van de afgesloten grondexploitaties. Omdat met de PoC-methode winst wordt genomen vóórdat het complex wordt afgesloten, bestaat er een risico op het later eventueel terug moeten storten van een deel van de genomen winst. Dit risico is daarom meegenomen bij de bepaling van de vereiste weerstandscapaciteit.
  3. De strategische grondvoorraad is onderverdeeld in Gronden MVA (Materiële Vaste Activa) en Gronden VHG (Voorraad Handelsgoederen). Het totaal van de beheerlasten en -baten alsmede de rentekosten en afwaardering als gevolg van waardevermindering (boekverliezen) bedraagt over 2022 totaal 1,2 miljoen euro. Van dit totaal is 0,2 miljoen euro voorzien voor de nog te betalen kosten van de sloop van het voormalig SLO pand. Het totaal van de beheerslasten en -baten mag niet als oplopende boekwaarde op deze complexen worden verantwoord omdat het geen bouwgrond in exploitatie betreft. Deze uitgaven komen daarom direct ten laste van de Reserve Grondbedrijf.
  4. Het Erfpachtcomplex laat een voordelig resultaat zien van 1,9 miljoen euro. Dit bestaat uit het exploitatiesaldo van 0,2 miljoen euro plus het resultaat van afgesloten projecten (verkoop van een blote eigendom) voor 1,7 miljoen euro. Dit resultaat komt ten gunste van de Reserve Grondbedrijf.
  5. Er is een aantal particuliere grondexploitaties afgesloten met een positief saldo van 0,1 miljoen euro. Dit komt ten gunste van de Reserve Grondbedrijf. Echter is ook het voorzienbaar tekort van een aantal exploitaties toegenomen met 0,3 miljoen euro. Per saldo leidt dit tot een negatief effect van 0,2 miljoen euro ten laste van de Reserve Grondbedrijf.
  6. Ter dekking van het tekort in de nieuwe grondexploitatie Versnelling Cromhoff zijn twee interne bijdragen ontvangen van tezamen 4 miljoen euro vanuit de Reserve Mobiliteit (0,2 miljoen euro) en Richting aan Ruimte (RAR) gelden (3,8 miljoen euro). Volgens de BBV voorschriften worden deze interne bijdragen rechtstreeks ten gunste van de Reserve Grondbedrijf geboekt.


Winstneming

Voor 11 winstgevende grondexploitaties is in het boekjaar 2022 de tussentijdse winstneming berekend op 3,2 miljoen euro. Deze winstneming is gestort in de Reserve Grondbedrijf. In totaal is er nu 30,5 miljoen euro winst genomen. De nog te realiseren winst (in de toekomst toe te voegen aan de reserve) van 2,6 miljoen euro zal naar verwachting worden gerealiseerd uit de grondexploitaties van de volgende projecten.

 

  Woningbouw Eindwaarde* Voortgangspercentage Winst genomen t.g.v. reserve GB Restant toekomstige winst Jaar
A Brunink 8.398.000 94% 7.874.000 524.000 2025
B Roombeek - Binnenstad 15.208.000 92% 14.287.000 921.000 2032
C BIW II 736.000 54% 401.000 335.000 2024
D Velve Lindenhof 5.353.000 100% 5.359.000 -6.000 2023
E KSL (Kansrijke Stedelijke Locaties)  421.000 95% 403.000 18.000 2023
  Totaal woningbouw 30.116.000   28.324.000 1.792.000  
             
  Bedrijventerreinen          
F Euregio Bedrijvenpark II 1.003.000 82% 908.000 95.000 2027
 Oostkrans - Usseleres 350.000 0% 0 350.000 2032
H Diekman S&L 591.000 85% 501.000 90.000 2023
I Hornbach 769.000 99% 776.000 -7.000 2023
J Kennispark 301.000 17% 40.000 261.000 2033
  Totaal bedrijventerreinen 3.014.000   2.225.000 789.000  
  Totaal 33.130.000   30.549.000 2.581.000  

 

*eindwaarde gecorrigeerd met rente winstnemingscomplex

 

De gerealiseerde winst komt voor in totaal 28,3 miljoen euro uit woningbouwprojecten (A t/m E) en 2,2 miljoen euro uit bedrijventerreinprojecten (F t/m J). Het aangegeven jaartal betreft het jaar waar in de restantwinst naar verwachting in zijn geheel zal worden toegevoegd aan de reserve grondbedrijf.

 

Risico's in relatie tot de reservepositie

De vereiste weerstandscapaciteit is in 2022 toegenomen van 13,5 miljoen euro naar 14,9 miljoen euro. Ten opzichte van vorig jaar is dit een verhoging van 1,3 miljoen euro. Naast het aanpassen van risicobandbreedtes is in 2023 wederom gerekend met het in 2022 voor het eerst toegevoegde verzwaarde worst case scenario. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijke financiële gevolgen van een terugval van de vastgoedmarkt. Daarnaast zijn aan een aantal projecten, waarin gronduitgifte voor projectmatige bouw aan de orde is, nieuwe risico’s toegevoegd ten aanzien van de marktontwikkelingen en de financiële haalbaarheid van de projecten. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt per 31-12-2022 25,7 miljoen euro. De hierna volgende tabel bevat een overzicht van de reservepositie en vereiste weerstandscapaciteit bij het MPG 2023.

 

Reservepositie en vereiste weerstandscapaciteit MPG 2023 MPG 2022 Verschil 2023-2022
a.   Beschikbare weertandscapaciteit = omvang van de Reserve Grondbedrijf 25,7 26,3 -0,6
b.   In 2021 gelabeld voor de Strategische Investeringsagenda 5,7 5,7 -
c.   = a-/-b beschikbare weerstandscapaciteit na aftrek reservering Strategische Investeringsagenda 20,0 20,6 -0,6
d.   Vereiste weerstandscapaciteit = risico MPG 2023  14,9 13,5   +1,4
e.   a -/- d Surplus Grondbedrijf  10,8 12,8   -2,0

 

   bedragen X 1 miljoen euro

In de Nota Grondbeleid zijn beleidsregels opgenomen inzake de Reserve grondbedrijf en weerstandsvermogen en hoe om te gaan met de beschikbare middelen. Voor het Grondbedrijf geldt dat de Reserve Grondbeleid steeds van voldoende omvang moet zijn om de risico’s van het MPG zelfstandig te kunnen dragen. De mate waaraan aan dit criterium wordt voldaan komt tot uitdrukking in een verhoudingsgetal: de Grondbedrijf ratio. Deze wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de vereiste weerstandscapaciteit. In het MPG 2023 bedraagt de Grondbedrijf ratio 1,72. In het MPG 2022 was deze 1,95. Wanneer de voor de Strategische Investeringsagenda gelabelde bijdrage van 5,7 miljoen euro in de bepaling van de Ratio Grondbedrijf wordt betrokken, bedraagt de ratio in het MPG 2023 1,34. Bij het MPG 2022 bedroeg deze 1,53.

 

Grondbedrijf ratio MPG 2023 MPG 2022 Verschil
Exclusief reservering Strategische Investeringsagenda 1,72 1,95 -0,22
Inclusief reservering Strategische Investeringsagenda 1,34 1,53 -0,19

 

Het bedrag dat overeenkomt met de waarde van de ratio groter dan 1 maakt op grond van de in 2022 vastgestelde Nota risicomanagement en weerbaarheid geen onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente. Dit (positieve) verschil tussen de aanwezige en benodigde weerstandscapaciteit wordt aangeduid als het surplus. Dit surplus is niet bedoeld voor het afdekken van risico’s buiten het Grondbedrijf, maar dient om investeringen en schommeling van resultaten van de grondexploitaties te dekken. Het surplus is een momentopname, jaarlijks worden de bijbehorende berekeningen daarom geactualiseerd op basis van voortschrijdend inzicht, de toevoeging van nieuwe projecten en actueel prijspeil. Vanuit dit surplus is in 2021 bij de vaststelling van de Strategische Investeringsagenda een bedrag van 5,7 miljoen euro gelabeld voor de hierin opgenomen projecten. In de Nota risicomanagement en weerbaarheid is tevens opgenomen dat er binnen het Grondbedrijf voor risicoreservering een ondergrens van 30% van het onderhanden werk aanwezig moet zijn om tegenvallers op te vangen. Op dit moment heeft Enschede een onderhanden werk positie van 13,4 miljoen euro en een vereiste weerstandscapaciteit van 14,9 miljoen euro. Volgens het criterium van de Financiële verordening (30% van 13,4 miljoen = 4,02 miljoen euro), zodat eveneens aan de vereisten van de Financiële verordening wordt voldaan.

Conclusie is dat het Grondbedrijf haar risico’s zelfstandig kan dragen, mochten deze zich in volle omvang voordoen.

 

Overige ontwikkelingen rondom het grondbeleid in 2022 


Strategische Investeringsagenda
De gemeenteraad heeft op 21 december 2021 de Strategische Investeringsagenda vastgesteld met bijbehorend investeringsfonds. De Strategische Investeringsagenda geeft aan op welke locaties de gemeente voornemens is om te gaan investeren om daarmee bij te dragen aan de realisatie van de strategische doelen van de stad. Binnen de Strategische investeringsagenda wordt gespaard voor de dekking van deze investeringen. Belangrijk hierbij is dat er binnen de investeringsagenda nog geen definitieve besluiten zijn genomen. Het betreft een labeling van middelen in bestaande reserves en een kapitaalslastenbudget welke beschikbaar zijn als dekking wanneer daarover (bij toekomstige projecten) besluitvorming plaatsvindt. Op het moment dat er een concreet projectinhoudelijk besluit (wat gaan we doen) en kredietaanvraag (wat gaat het kosten) gedaan zijn, “schuift” het uitgewerkte project vanaf de uitvoeringsfase uit de investeringsagenda door naar het MPG.
Voor investeringsprojecten is er dan sprake van een verplaatsing naar de betreffende eindproducten zoals locatieontwikkeling, parkeren, wegen of riolering.


Reserve Gebiedsontwikkeling
De gemeente Enschede vraagt op dit moment bij particuliere grondexploitaties een “bijdrage ruimtelijke ontwikkeling” (ook wel RO-bijdrage genoemd). Op basis van het vastgestelde beleid in de nota grondbeleid wordt deze bijdrage aan particulieren gevraagd bij exploitatieovereenkomsten voor projecten die financieel haalbaar zijn. De gemeente zet deze bijdrage vervolgens weer in voor locaties die een financieel tekort hebben en belangrijk zijn voor de stad. De RO-bijdragen worden in de Reserve Gebiedsontwikkeling ondergebracht totdat de raad een besluit heeft genomen waar deze middelen aan besteed moeten worden. In het MPG wordt jaarlijks verantwoording afgelegd over de omvang en mutaties in deze reserve.

 

Stand per 31-12-2021                 1.161.000

Toevoeging bijdragen                     444.000

Stand per 31-12-2022                1.605.000

 

Verwachte toevoeging 2023           170.000

Stand per 31-12-2022                  1.775.000


Verwachte toevoeging 2024           288.000

Stand per 31-12-2023                  2.063.000


Verwachte toevoeging 2025           122.000

Stand per 31-12-2024                  2.185.000

 

Notitie van Uitgangspunten

Als basis voor het MPG 2023 is, net als in voorgaande jaren, gewerkt met een Notitie van Uitgangspunten. In deze notitie worden, aan de hand van een analyse van de marktsituatie, de rekenparameters voor de herziening van het MPG worden voorgesteld. Op 13 december 2022 heeft het College van B&W de Notitie van Uitgangspunten MPG 2023 vastgesteld. De hierna volgende tabel bevat de voor 2023 vastgestelde parameters. Naast de parameters zijn met de Notitie van Uitgangspunten ook het programma, planning en de grondprijzen vastgesteld.


Parameters herziening grondexploitaties

 

  2023 2024 2025 2026 e.v.
Kostenstijging 6,0% 4,0% 4,0% 2,0%
Opbrengstenstijging        
- woningbouw 0,0% 2,0% 2,0% 2,0%
- bedrijventerreinen 0,0% 1,0% 1,0% 2,0%
- kantoren 0,0% 1,0% 1,0% 2,0%
Rente        
- grondexploitatie (BIE) 2,5% 2,5% 2,5% 2,5%
- overige gronden 1,5% 1,5% 2,0% 2,0%

 

 

Grondprijzen 2023
De taxatie van de woningbouw-, bedrijfs- en kantorenkavels is verricht door de interne makelaar van de gemeente Enschede, waarbij in een aantal gevallen een externe collegiale toets heeft plaatsgevonden. De strategische grondvoorraad van het Grondbedrijf bestaat uit de in het complex overige gronden opgenomen materiële vaste activa plus de voorraad handelsgoederen. In 2022 is 1/3 deel van deze totale voorraad extern getaxeerd. Op basis van deze uitkomsten is de waardering van de overige 2/3 deel aangepast. Zowel de interne als de externe makelaar is aangesloten bij Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Daarmee is geborgd dat wordt voldaan aan vastgestelde kwaliteitseisen, wet- en regelgeving en dat bij de waardering gebruik is gemaakt van erkende taxatiemethoden. Voor de gemeente Enschede is daarmee voldoende zeker gesteld dat de ingebrachte kennis en kunde van de benodigde hoge kwaliteit is en resulteert in deugdelijke grondslagen voor in de Notitie van Uitgangspunten van het MPG.

 

In september - oktober 2022 is een taxatie uitgevoerd van de nog te verkopen kavels van woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Hieruit zijn de grondprijzen voor 2023 voortgekomen. De langjarige ontwikkeling van de grondprijzen staat weergegeven in onderstaande grafiek.

 

 

Vooruitblik 2023 en verder

Na de voorafgaande toelichting op de in 2022 met de uitvoering van het grondbeleid bereikte resultaten, wordt in het vervolg van deze paragraaf grondbeleid vooruitgeblikt op het grondbeleid vanaf 2023 en daarna. Eerst wordt kort een toelichting gegeven op de programmering en planning van de bouwgrond die de komende jaren met de in het MPG opgenomen projecten wordt geproduceerd.

Gedurende de laatste jaren is er veel bouwgrond verkocht, maar er zijn in dezelfde periode niet veel nieuwe complexen in exploitatie genomen. Ook wordt in de komende jaren een aantal bestaande projecten afgerond. Het gevolg is dat het grondbedrijf over enige tijd geen aanbod meer beschikbaar heeft. Om in de toekomst ook over voldoende bouwgrond te kunnen beschikken, is de in 2021 ingestelde Strategische investeringsagenda van groot belang. Met de hierdoor beschikbaar gekomen middelen kunnen nieuwe projecten worden gestart om bij te dragen aan de strategische doelen van de stad.


Programmering en planning

Programmering betreft de hoeveelheden bouwgrond voor woningbouw, hectares bedrijventerrein en m² bruto vloeroppervlakte kantoren die binnen de looptijd van het MPG zullen worden geproduceerd. De planning betreft de fasering (totale hoeveelheden per kalenderjaar) van de aantallen woningen, uitgeefbare m² grond voor bedrijventerreinen en m2 bruto vloer oppervlakte voor kantoren gedurende de resterende looptijd van de grondexploitatie. Voor een meer gedetailleerd overzicht van de programmering en planning wordt verwezen naar het (vertrouwelijke) MPG 2023 deel 2.


Woningbouw 
Binnen het MPG 2023 is voor de periode 2023 tot 2030 uitgifte van grond voor 725 woningen geprogrammeerd. Hierbij wordt in de periode 2023 t/m 2025 uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse gronduitgifte voor 174 woningen. Voor de periode 2026 t/m 2029 resteert binnen het huidige programma gemiddeld jaarlijks woningen. Het gemeentelijk aanbod bevindt zich voornamelijk in de projecten Centrumkwadraat Molenstraat Zuidzijde (378 woningen) en Kennispark (maximaal 195 woningen). De overige gemeentelijke uitgifte is op dit zeer beperkt. De vraag is er wel degelijk, maar gedurende de laatste jaren is de voorraad bouwgrond voor woningen door uitgifte sterk afgenomen.

 

Bedrijventerreinen 
Grosso modo geldt voor het aanbod van bedrijfsterrein hetzelfde als bij woningbouw: het aanbod droogt als gevolg van uitgifte op, maar de vraag is nog steeds groot. Per 1-1-2023 is nog circa 15 hectare bedrijventerrein beschikbaar. Het grootste deel hiervan (67%) betreft Oostkrans Usseleres (9,9 hectare), het Euregiobedrijvenpark (2,1 hectare) Josink Es (1,6 hectare) en de Ossenboer (0,6 hectare). In het MPG 2023 wordt uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse uitgifte in de periode t/m 2025 van 1,9 hectare, in de periode 2026 -2032 van 1,3 hectare. Het aanbieden van bouwgrond voor bedrijven is een middel om de ambitie van 10.000 extra arbeidsplaatsen waar te kunnen maken. De raad heeft daarom op 7 maart 2022 besloten om een zoekopdracht te starten naar (een) locatie(s) voor een nieuw duurzaam bedrijventerrein tussen (netto) 20 en 40 hectare. De beoogde uitkomst hiervan is één of meerdere potentiële locaties of zoekgebieden voor een nieuw duurzaam bedrijventerrein en een beschrijving van in hoeverre de locaties voldoen aan het programma van eisen die aan de raad worden voorgelegd. De uitkomst zal worden opgenomen in de Omgevingsvisie en ontwikkelstrategie van de stad.

Kantoren 
In 2022 is nader ingezoomd op de behoefte aan kantoorruimte in Enschede in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Op basis van de uitkomst van de in 2022 uitgevoerde marktanalyse zal waar nodig in 2023 het beleidskader kantoren worden herzien. Het aanbod aan kantoorkavels van de gemeente bevindt zich op het Kennispark, de Zuiderval en het Roombeek. De plancapaciteit in het MPG 2023 is ca. 63.000 m² bvo tot en met 2032, wat neerkomt op gemiddeld circa 6.300 m² bvo per jaar. 
Uitgegaan wordt van een uitgifte in 2023 van ca. 4.500 m² bvo en in de periode na 2023 van gemiddeld ca. 6.500 m² bvo per jaar.

Overige gronden
Het totaal aan Overige gronden is in de tweede helft van 2022 opnieuw gewaardeerd. De daadwerkelijke uitgifteprijzen worden op bouwplanniveau bepaald op het moment dat een uitgifte concreet wordt en bekend is welke functie en oppervlak het betreft.


Verwachte nieuwe grondexploitaties 2023

Investeringsagenda

In de Zomernota 2021 is een aantal projecten vermeld dat in aanmerking komt voor financiering in de eerste tranche van de Investeringsagenda. Het gaat daarbij om negen projecten die prioritair zijn op basis van hun bijdrage aan (de opgave van) de stad. Het betreft projecten waar reeds op visie niveau bestuurlijke besluitvorming over heeft plaatsgevonden, ofwel in het coalitieakkoord of gemeentebegroting zijn opgenomen:

1.Kennispark;
2.Centrumkwadraat 1e en 2e fase;
3.Kop Boulevard;
4.Versnelling Cromhoff;
5.Eschmarkeveld;
6.Leuriks Oost;
7.MFSA Oost en Zuid;
8.DIA Twekkelerveld;
9.DIA Zuid.

 

Op dit moment zijn vier projecten, welke waren benoemd in de investeringsagenda, onderdeel van het MPG 2023. Het betreft: Kennispark, Centrumkwadraat 1e fase, Leuriks Oost en Versnelling Cromhoff. De eerste drie projecten zijn samen goed voor 601 nieuwe woningen. Voor Versnelling Cromhoff gaat het om plusminus 430 woningen in fase 1.


Met de overige vijf projecten, welke nu nog in voorbereiding zijn, zullen naar verwachting ca. 3.254 nieuwe woningen worden toegevoegd. In onderstaande staafdiagram is de kwantitatieve prognose van 2023 tot en met 2030 weergegeven.

 

 

Voor een aantal projecten of deelprojecten die verband houden met de investeringsagenda zal in 2023 een voorstel ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. Met de huidige kennis en inzichten betreft dit de volgende projecten.


Grondexploitatie Eschmarkeveld
Enschede wil de groei van de stad mogelijk maken door zowel hoogstedelijke als sub-urbane woonmilieus toe te voegen. Daarnaast is het aantrekken en behouden van (jong) talent één van onze strategische opgaven. Zowel in het Coalitieakkoord als in de Woonvisie is Eschmarke genoemd als te ontwikkelen locatie ter ondersteuning van deze doelen. Op 25 oktober 2021 heeft de Raad het koersdocument voor Eschmarkerveld met de uitgangspunten en randvoorwaarden voor verdere ontwikkeling van het plan vastgesteld. In aansluiting hierop is eind 2021 de voorbereiding van een Stedenbouwkundig Masterplan opgestart en een concept grondexploitatie opgesteld. Eind 2022 is ca. 3 miljoen euro voor het project toegekend vanuit de Woningbouwimpuls. Eén van de voorwaarden is dat het project binnen drie jaar tot uitvoering komt. Daarom is eind 2022 een begin gemaakt met het opstellen van een bestemmingsplan en de verdere uitwerking van de ontwikkelstrategie. Naar verwachting wordt de grondexploitatie met het Masterplan, het bestemmingsplan en de ontwikkelstrategie in 2023 ter vaststelling aan de Raad voorgelegd. Het streven is direct na vaststelling van het bestemmingsplan te starten met het bouwrijp-maken van het gebied, de particuliere kaveluitgifte en uitgifte van grond voor projectmatige ontwikkeling. In totaal zullen naar verwachting 660 woningen worden gerealiseerd. Om het project te kunnen realiseren moet de stikstofproblematiek worden opgelost.

 

Wijziging grondexploitatie Kennispark
Onderdeel van het MPG 2022 is de reguliere herziening van de grondexploitatie Kennispark. Deze kent op dit moment een voordelig eindresultaat van 196.000 euro op netto contante waarde per 1-1-2023. Op 25 januari 2023 heeft het college van Burgemeester en Wethouders ingestemd met het voorstel om een planinhoudelijke wijziging van de grondexploitatie Kennispark voor te leggen aan de gemeenteraad. Met deze wijziging wordt een extra kavel ten behoeve van de realisatie van een gebouwde parkeervoorziening aan de grondexploitatie wordt toegevoegd. Daarmee wordt het mogelijk om de ruimtelijke kwaliteit op het Kennispark te verbeteren en het gebrek aan parkeerruimte te verminderen. Het raadsvoorstel is op 14 februari 2023 besproken in de Stadsdeelcommissie. Op 6 maart 2023 wordt het ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. Wanneer de gewijzigde grondexploitatie door de raad wordt vastgesteld en het bijbehorende krediet verleend, komt deze grondexploitatie Kennispark in plaats van de huidige grondexploitatie Kennispark zoals opgenomen in het MPG 2023. Zonder dit besluit zal vooralsnog de grondexploitatie Kennispark het geldende kader blijven.

 

Overige projecten en ontwikkelingen
In het eerste kwartaal van 2023 wordt de Strategische Investeringsagenda geactualiseerd, waarna deze in de zomer ter vaststelling aan de raad zal worden aangeboden. Complementair daar aan is het gewenst dat de gemeente meer regie krijgt over de woningbouwopgave en deze kan versnellen wanneer zich daarvoor kansen voordoen. In dat geval is een actiever grondbeleid noodzakelijk. Door middel van actief grondbeleid kan een gemeente veel sterker sturen op haar strategische doelen.
Randvoorwaarde voor actief grondbeleid is dat een krediet voor strategische aankopen beschikbaar is. De gemeente beschikt daar momenteel nog niet over. In 2023 zal daarom een strategisch verwervingskrediet aan de raad worden gevraagd. Naast de verwachte projecten die vanuit de Investeringsagenda worden voorbereid, worden in totaal nog ca. 200 woningen verwacht uit nieuwe projecten. In 2023 betreft dit de Woonwagenlocatie Windmolenweg(ongeveer 10 woningen) en Versneld Modulair Bouwen (190 woningen). Deze laatste grondexploitatie is door de gemeenteraad vastgesteld op 30 januari 2023.

 

Beleidsproducten 2023

 

Nota grondbeleid
In januari 2020 is de nota grondbeleid vastgesteld door de gemeenteraad. In december 2021 heeft de gemeenteraad besloten over de Strategische Investeringsagenda en in januari 2022 is de actualisatie van de Financiële verordening en de Nota Risicomanagement en weerbaarheid vastgesteld. Als gevolg van deze verschillende besluiten zijn spelregels ontstaan die nieuw zijn, maar bovenal verband zijn gaan houden met elkaar en zelfs direct ingrijpen op elkaar, waardoor ook financieel gezien communicerende vaten ontstaan. Deze nieuwe regels maken het noodzakelijk om de nota grondbeleid en het daarin vastgelegde grondbeleid te evalueren en waar nodig te actualiseren.


Nota kostenverhaal
Als bijlage bij de te actualiseren nota grondbeleid zal ook de nota kostenverhaal geactualiseerd worden. Deze wijziging is echter ook gekoppeld aan de invoering van de Omgevingswet. Dit, omdat het instrumentarium rondom het kostenverhaal bij faciliterend grondbeleid straks anders wordt ingevuld dan onder de huidige Wro. De ontwikkelingen rondom de invoering van de Omgevingswet zijn volop in beweging. Afhankelijk van de invoeringsdatum van deze nieuwe wet zal de nota kostenverhaal in 2023 of 2024 worden aangepast.


Erfpacht bij woningbouw
Het onderzoek naar de inzetbaarheid van het instrument erfpacht voor wonen met als doel betaalbare woningen voor starters te creëren en te behouden is in 2022 opgestart. In het 2e kwartaal van 2023 zullen de eerste resultaten worden gedeeld met de raad en een voorstel gedaan voor een pilot binnen Enschede.  


Visie Werklocaties
De visie Werklocaties is in 2019 door de Raad als ruimtelijk en economisch beleidskader voor bedrijventerreinen, kantoorlocaties, informele binnenstedelijke bedrijfslocaties en thuiswerken, vastgesteld. Als uitwerking van de visie Werklocaties volgt een herziening van de kantorenvisie, waarin nader wordt ingezoomd op het kantorenvraagstuk (kwalitatief/kwantitatief). Deze visie wordt in 2023 aan de raad ter besluitvorming aangeboden. Deze geactualiseerde visie zal mogelijk effect hebben op de programmering van kantoren zoals opgenomen in het MPG 2023.

 

 3.8. Doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken

Het afgelopen jaar zijn oriënterende gesprekken gevoerd ter voorbereiding op de herijking van de verordening 213a GW. De komende periode zal in overleg met de Raad de verordening 213a GW worden herijkt. 

3.9. Openbaarheid

 

Voor het eerst treft u de ‘openbaarheidsparagraaf’ aan, voorgeschreven door de Wet open overheid die op 1 mei 2022 in werking is getreden als opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo regelt het recht van burgers op informatie van de overheid. De wet wil overheden transparanter te maken door overheidsinformatie beter vindbaar en digitaal toegankelijker aan te bieden, en daarmee het vertrouwen van onze inwoners meer terug te krijgen. In 2022 heeft Enschede met betrekking tot de Woo het volgende gerealiseerd:

Actief openbaar maken
Onder actieve openbaarmaking verstaan we het pro-actief openbaar maken van informatie vanuit de overheid voor samenleving en politiek. In eerste instantie gaat dit om 11 informatiecategorieën die digitaal openbaar moeten worden gemaakt.
Het wetsartikel uit de Woo om documenten behorende tot de 11 informatiecategorieën binnen 14 dagen actief openbaar te maken via Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI), is nog niet in werking getreden en is een overgangstermijn gegeven. OP 23 december 2022 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties de voorzitter van de tweede kamer geïnformeerd over het stopzetten van het programma PLOOI in de huidige vorm. De wet bleek inmiddels dusdanig veranderd, dat nieuwe ict-vereisten niet in het bestaande platform konden worden gezet. Dit betekent dat de plicht tot actief openbaar maken nog niet in werking treed. Zodra er een oplossing is zal deze verplichting gefaseerd in werking treden. Enschede publiceert al actief informatie uit bepaalde categorieën, zoals raadsstukken en organisatiegegevens, via onder andere de eigen website.

 

In het kader van de Woo is in 2021 een impactanalyse voor Enschede uitgevoerd. In de bestuursopdracht van 30 november 2021 is de raad over deze analyse geïnformeerd en akkoord gegaan met de opdracht om de Woo in Enschede te implementeren. De raad heeft daarbij ingestemd met het ambitieniveau basis. Er is daarop in 2022 gestart met het ontwikkelen van een programmaplan open overheid, hetgeen in de komende jaren de transitie naar een open overheid zal begeleiden.


Passief openbaar maken

Onder passieve openbaarmaking verstaan we het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een verzoek uit de samenleving, zoals een Woo-verzoek.

 

Woo-coördinator aangesteld                        
Met ingang van 1 september 2022 is er een Woo-contactpersoon aangesteld om vragen van inwoners te beantwoorden. Ook ontfermt de coördinator zich over de verbetering van het huidige Woo-verzoekproces in de vorm van het Woo-versnellingsplan. In het kader van versnelling gaan we ook werken met een automatische anonimiseringstool, omdat dit voor medewerkers aanzienlijk in tijd scheelt bij het anonimiseren van teksten.

Afhandeling Woo-verzoeken

Voor het derde kwartaal van 2022 was de monitoring en documentatie van binnengekomen en afgehandelde Wob/Woo-verzoeken onvoldoende gestructureerd. Vanaf september 2022 zijn de Woo-verzoeken correct bijgehouden: er werden sindsdien 51 Wob-/Woo-verzoeken ingediend en afgehandeld (tabel 1). Alle verzoeken zijn binnen de termijn afgedaan, weliswaar soms met wettelijk toegestane verdaging. Uit kwalitatieve analyse blijkt dat het aantal complexe verzoeken is toegenomen. Dit legt bij de afhandeling een forse claim op capaciteit binnen het primaire proces.

Afhandeling Woo-verzoeken
Voor de periode van 2013 tot 2021 is de ontwikkeling van het aantal verzoeken bijgehouden (figuur 1 en 2) maar onbekend is of er lacunes in deze aantallen zitten. Hiervoor was de monitoring en documentatie van binnengekomen en afgehandelde Wob/Woo-verzoeken onvoldoende gestructureerd. Vanaf september 2022 zijn de Woo-verzoeken correct bijgehouden: er werden sindsdien 51 Wob-/Woo-verzoeken ingediend en afgehandeld (tabel 1). Alle verzoeken zijn binnen de termijn afgedaan, weliswaar soms met wettelijk toegestane verdaging. Uit kwalitatieve analyse blijkt dat het aantal complexe verzoeken is toegenomen. Dit legt bij de afhandeling een forse claim op capaciteit binnen het primaire proces.

 

Tabel 1: overzicht Woo-verzoeken en onderwerpen Enschede september 2022-januari 2023

 

 

3.10. Subsidieverwerving

Inleiding

In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het aantal subsidietoekenningen in 2022 die middels Team Subsidieverwerving tot stand zijn gekomen en de relatie van deze subsidies met de opgaven van de stad. De subsidies zijn ingedeeld conform de doelenboom.

 

Aangevraagde subsidies

In 2022 zijn 58 subsidies aangevraagd die over de volle breedte bijdragen aan de opgaven van de stad. Van deze aanvragen is op 31 december 2022 25,6 miljoen euro toegekend, 0,5 miljoen euro afgewezen of lager toegekend en 3,6 miljoen euro in behandeling. Er zijn twee aanvragen in 2022 niet toegekend met een subsidievolume van 0,5 miljoen euro.

 

Jaar Aantal Aangevraagd subsidievolume
2018 39 16.300.440
2019 39 24.613.603
2020 52 28.868.851
2021 53 26.031.632
2022 58  29.720.424

 

 

Vanuit de rijksoverheid worden in toenemende mate middelen verstrekt via specifieke uitkeringen, in plaats van incidentele subsidies. Deze uitkeringen zijn zeer uiteenlopend van aard en kunnen variëren van ‘trekkingsrechten’ voor gemeenten tot concurrentiegerichte regelingen waarvoor gedetailleerde plannen nodig zijn. Aangezien elke specifieke uitkering unieke elementen bevat wordt per regeling met het programma afgestemd welke ondersteuning Team Subsidieverwerving kan geven. Specifieke uitkeringen worden allemaal verantwoord via de SiSa.

 

Team Subsidieverwerving is daarnaast betrokken bij subsidieaanvragen die door partners van de gemeente Enschede worden aangevraagd. We werken als gemeente immers steeds meer samen met anderen aan projecten om onze doelstellingen te realiseren. De betrokkenheid van Team Subsidieverwerving hangt af van de wijze van samenwerking. Doordat de gemeente Enschede zelf niet aanvraagt, zijn deze subsidies niet opgenomen in bovenstaand overzicht.

 

 

Toegekende subsidies

In 2022 is ruim 33 miljoen euro subsidie toegekend. Hier zitten subsidies bij die al voor 2022 aangevraagd waren. Van de ruim 33 miljoen euro aan subsidies is  8,1 miljoen euro afkomstig uit Europa, 20,5 miljoen euro vanuit het Rijk en 4,5 miljoen euro vanuit de provincie Overijssel. De Europese subsidies die verworven zijn, bestaan grotendeels uit middelen die de Europese Commissie beschikbaar heeft gesteld in het kader van het corona herstelprogramma React EU, onderdeel van EU Next Generation. Het exceptionele hoge bedrag dat we dit jaar van het Rijk hebben ontvangen komt door de ontvangen gelden voor grote opgaves als energiearmoede en versnelde woningbouw.

 

 

Jaar Toegekend subsidievolume
2017 11.708.500
2018 8.715.245
2019 10.633.093
2020 26.921.213
2021 29.393.476
2022 33.540.715

 

 

Het toegekende subsidievolume in 2022 is als volgt onder te verdelen:

 

Instanties Samenleving en bestuur Duurzaam wonen, leven en werken Vitaal en sociaal Financien en Organisatie Eindtotaal
 Twente Board     365.802   365.802
 Europa   30.000 8.078.929   8.108.929
 Ministerie van EZK 373.899       373.899
Ministerie van BZK    11.165.515     11.165.515
Ministerie van I&W     4.686.810     4.686.810
 Ministerie van OCW 660.000 310.000     970.000
Ministerie van VWS     2.219.174 64.835 2.284.009
Ministerie van J&V 1.021.360     9.737 1.031.097
Provincie Overijssel   4.403.654 150.000   4.553.654
Eindtotaal 2.055.259 20.595.979 10.813.905 74.572 33.539.715

 

 

Hieronder is de onderverdeling opgenomen van het toegekende subsidievolume naar de opgaven in de stad.

 

Opgaven Aantal projecten Toegekend bedrag Voorbeeld
Bereikbaarheid van banen 11 3.490.522  Verkeersveiligheid, F35, doorontwikkeling Mainport
Talent aantrekken en vasthouden 8 7.169.020  Versnelde (flex)woningbouw, Cromhoff, Creatieve broedplaatsen
Inclusieve samenleving 13 11.223.938  Arbeidsmarktbeleid (REACT EU), sport, huisvesting aandachtsgroepen
Duurzame en groene stad 8 6.692.905  Energiearmoede, klimaatadaptatie/ Groenblauw Enschede
Goed bestuur  2 34.821  EnschedeLab, versterken informatiepositie vakantieparken
Basis op orde 8    Ventilatie scholen, bodemsanering
Totaal 50
33.540.715
 

 

3.11. Investeringen

 

Conform de vernieuwde financiële verordening nemen we, in navolging van de paragraaf in de Gemeentebegroting 2023, dit jaar voor het eerst een paragraaf ‘investeringen’ op in de Gemeenterekening 2022. De gemeente zet haar middelen niet alleen in voor de uitvoering van beleidsprogramma’s maar ook voor het doen van investeringen. Jaarlijks investeert de gemeente voor miljoenen euro’s in onder meer infrastructurele projecten, onderwijshuisvesting, welzijns- en sportaccommodaties, herinrichting van de openbare ruimte en gemeentelijke huisvesting. Met deze investeringen werkt de gemeente eraan dat Enschede een inclusieve, aantrekkelijke, groene en duurzame stad is.

 

Totaal investeringen 2022

In de tabel hieronder is te zien welke investeringsuitgaven waren begroot en uiteindelijk zijn gerealiseerd 2022:

 

*) Het totale volume sluit niet aan bij de totale investeringen zoals gemeld in hoofdstuk 6.2 bij de toelichting op de balans. Dat komt o.a. doordat de investeringen van het grondbedrijf niet zijn opgenomen in de investeringsplanning. Hier wordt jaarlijks het MPG voor opgesteld en niet nogmaals verwerkt in deze investeringsplanning.

 

De begrote uitgaven voor 2022 zijn overgenomen uit de investeringsplanningen die voor de Gemeentebegroting 2023 zijn opgesteld. Deze uitgaven lagen destijds al lager dan bij het opstellen van de begroting 2022 (in najaar 2021) was voorzien. Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting valt het gerealiseerde investeringsvolume 7,3 miljoen euro lager uit. Dat komt door uitstel van een aantal investeringen zoals o.a. de Huiskamer van de Stad. Door de gestegen kosten als gevolg van schaarste in personeel en materiaal en ook de gestegen rente vielen een aantal aanbestedingen hoger uit. Daardoor was het krediet niet meer voldoende en moet, in een aantal gevallen, een nieuw besluit genomen worden. Ook zijn hierdoor investeringen deels doorgeschoven naar volgend jaar.

 

In onderstaande grafiek is het meerjarige gerealiseerde investeringsvolume getoond. Te zien is dat het investeringsvolume in 2022 ongeveer gelijk ligt aan 2021 en wel hoger is dan de jaren daarvoor. De grafiek toont ook de begrote investeringen uit de Gemeentebegroting 2023-2026. Vooruitkijkend is voorgenomen dat het investeringsvolume hard gaat stijgen en de komende jaren zelfs verdubbeld. Dat vraagt een enorme inzet vanuit de organisatie en partners. Mogelijk dat daarbij dezelfde problematiek zal spelen tav stijgende kosten en schaarste in personeel en materieel.

 

 

Toelichting investeringen 2022

In de onderstaande tabel is meer informatie opgenomen per programma over de diverse investeringen. Onder deze tabel wordt waar relevant een toelichting gegeven. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen investeringen met economisch en maatschappelijk nut. Investeringen in activa met economisch nut zijn verhandelbaar (er is een markt voor) en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Het gaat bijvoorbeeld om scholen of welzijnsaccommodaties maar ook om gemeentelijke riolering omdat daarvoor een heffing in rekening kan worden gebracht. Investeringen in activa met maatschappelijk nut genereren geen inkomsten en vervullen wel duidelijk een publieke taak. Het betreft investeringen in bijvoorbeeld wegen, fietspaden, water en groenvoorzieningen.

 

 

Hieronder wordt een toelichting gegeven op investeringen waar de realisatie niet binnen het beschikbare krediet of gestelde krediettermijn plaats zal vinden en welke acties hierop worden ondernomen.

 

Toelichting Duurzaam wonen, leven, werken

  • Centrumkwadraat: In 2022 is gestart met de voorbereidende werkzaamheden voor de investeringen in de openbare ruimte en het aanpassen van de Stationsplein parkeergarage. Naar verwachting starten de werkzaamheden aan de parkeergarage in april 2023. Een deel van de investeringen worden waarschijnlijk niet binnen de krediettermijn van 2021-2025 gerealiseerd. De voortgang van de investeringen is deels afhankelijk van de voortgang van de vastgoedontwikkelingen. Verlenging van de krediettermijn zal op een later moment aangevraagd worden.
  • Wegenbeheersplan 2020-2023: Dit krediet is voor vervangingsinvesteringen die in het beleidsplan zijn goedgekeurd. Voor de jaren 2024 e.v. volgt een nieuw beleidsplan. De ontvangsten derden betreffen vaak veiligheidssubsidies die niet van te voren in te schatten zijn. Waarschijnlijk zal in 2023 het totale krediet niet toereikend door o.a .prijsinflatie. Op dit moment is niet bekend hoe groot het tekort is.

 

Toelichting programma Samenleving en bestuur

  • Docudistrymachine: De uitgaven zijn nog niet geheel gedaan in 2022. De levering volgt pas in maart 2023 en was niet meer mogelijk in 2022.

 

Toelichting programma Financiën en organisatie

  • Huiskamer van de Stad: Er zijn geen uitgaven gedaan in 2022. De raad is meermaals geïnformeerd over de stand van zaken. In 2023 wordt een nieuw raadsvoorstel voorgelegd.
  • Duurzaamheidsinvesteringen vastgoedbedrijf: De aanbesteding is onlangs afgerond. De jaarlijkse kosten voor de verduurzaming worden vanaf 2023 zo veel mogelijk gedekt uit de vastgoedreserve, onderhoudsvoorziening en huuropbrengsten.
  • Onderwijshuisvesting: De voorbereidende werkzaamheden voor de nieuw te bouwen scholen zijn in 2021 gestart. De daadwerkelijke bouw zal in 2023 en verder plaatsvinden. De geplande vervangingsinvesteringen voor 2022 schuiven door naar 2023.