Dit hoofdstuk bestaat uit 8 paragrafen. De onderwerpen van zijn belangrijk voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De informatie over deze onderwerpen is vaak versnipperd in de begroting opgenomen. De paragrafen zijn daarom eigenlijk dwarsdoorsnedes van de verschillende programma’s. Ze zijn om verschillende redenen opgenomen in de Programmabegroting:
Wat is het verschil tussen programma’s en paragrafen?
De programma’s in de vorige hoofdstukken zijn direct gericht op burgers, de paragrafen indirect. De paragrafen zijn namelijk de kaders die de Raad voor het College stelt voor het beheer en de uitvoering.
Welke paragrafen zijn er?
De onderwerpen van de paragrafen zijn voorgeschreven door het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Zeven paragrafen zijn verplicht:
Daarnaast is de paragraaf 'doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken' opgenomen, omdat wij het van belang vinden om deze onderwerpen in samenhang te presenteren.
De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze heffingen zijn een van de inkomstenbronnen die vooral inwoners moeten opbrengen. De lokale belastingen onderscheiden we in heffingen waarvan de besteding gebonden is en in heffingen waarvan de besteding ongebonden is.
Ongebonden belastingen | Gebonden belastingen |
Hondenbelasting Onroerendezaakbelastingen Precariobelasting Reclamebelasting Toeristenbelasting |
Afvalstoffenheffing Bijdrage Bedrijven Investering Zone Leges en Rechten: - Leges algemene dienstverlening - Leges fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning - Leges dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn. Rioolheffing Parkeerbelastingen |
Ongebonden belastingen rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden belastingen verantwoorden we op het betreffende programma en rekenen we niet tot de algemene dekkingsmiddelen. In 2016 is de BBV gewijzigd. Eén van de onderdelen die is aangepast betreft het inzichtelijker maken van de kostendekkendheid van gebonden belastingen. Ten opzichte van de programmabegroting 2016-2019 wordt de kostendekkendheid in deze programmabegroting op een lager abstractieniveau gepresenteerd.
Omschrijving lokale lasten voor de burger bedragen in euro's |
Raming 2015 | Realisatie 2015 | Raming 2016 | Raming 2017 |
Gebonden belastingen | ||||
Huwelijk en geregistreerd partnerschap | 231.000 | 135.000 | 184.000 | 172.000 |
Legitimatie- en reisdocumenten en rijbewijzen | 2.328.000 | 2.825.000 | 2.803.000 | 2.858.000 |
Documentatie bevolking | 74.000 | 69.000 | 67.000 | 67.000 |
Verstrekken inlichtingen GBA | 83.000 | 50.000 | 62.000 | 63.000 |
Overige publiekszaken | 233.000 | 162.777 | 420.000 | 430.000 |
Overige verrichtingen archief | 11.000 | 10.000 | 10.000 | 0 |
Leges telecommunicatie (%) | 56.000 | 75.000 | 84.000 | 87.000 |
Vergunningen | 2.872.000 | 2.510.000 | 2.725.000 | 3.100.000 |
Kort parkeren, garages, abonnementen en vrijuitrijkaarten (niet fiscaal) | 4.782.000 | 5.429.000 | 6.894.000 | 7.305.000 |
Fiscale vergunningen | 740.000 | 720.000 | 701.000 | 727000 |
Fiscaal straat- en terreinenparkeren | 2.553.000 | 2.859.000 | 2.783.000 | 3.031.000 |
Fiscalisering (naheffing) | 687.000 | 859.000 | 692.000 | 705.000 |
Begraafrechten (exclusief onderhoud gedenkparken) | 459.000 | 422.000 | 457.000 | 474.000 |
Havengelden | 42.000 | 33.000 | 42.000 | 43.000 |
Marktgelden | 326.000 | 330.000 | 297.000 | 297.000 |
Afvalstoffenheffing (netto) | 17.460.000 | 17.015.000 | 16.816.000 | 16.094.000 |
Afvalstoffenheffing - kwijtschelding | -2.300.000 | -2.750.000 | -2.725.000 | -2.650.000 |
Afvalstoffen - oninbaar | -200.000 | -221.000 | -250.000 | -240.000 |
Rioolheffing (netto, inclusief grootverbruik) | 12.435.000 | 12.456.000 | 12.486.000 | 13.278.000 |
Rioolheffing - kwijtschelding | -1.645.000 | -1.872.000 | -1.896.000 | -2.018.000 |
Rioolheffing - oninbaar | -182.000 | -174.000 | -178.000 | -188.000 |
Ongebonden belasting | ||||
Hondenbelastingen | 910.000 | 858.156 | 910.000 | 900.000 |
Precariobelastingen | 255.000 | 270.000 | 255.000 | 260.000 |
Toeristenbelasting | 0 | 0 | 200.000 | 200.000 |
Reclamebelasting | 152.000 | 147.000 | 152.000 | 152.000 |
OZB woningen | 18.385.000 | 18.335.000 | 18.335.000 | 18.518.000 |
OZB eigenaar niet-woningen | 12.119.000 | 12.826.000 | 12.390.000 | 12.964.000 |
OZB gebruiker niet-woningen | 8.645.000 | 8.880.000 | 8.714.000 | 9.117.000 |
Beleid ten aanzien van de lokale heffingen
Ontwikkeling tarieven
De opbrengsten van de belastingen en overige heffingen worden in beginsel alleen aangepast aan de inflatiecorrectie. Op basis van het Centraal Economisch Plan wordt uitgegaan van 0,9%. Dit is met uitzondering van die tarieven die het rijk heeft vastgesteld dan wel gemaximeerd. De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100% kostendekking. Hoewel er geen maximum gesteld is aan de stijging van de OZB, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten met de Rijksoverheid afspraken gemaakt over de maximale stijging van de landelijke ozb-opbrengst. De zogenoemde Macronorm. Voor 2017 is de Macronorm gesteld op 1,97%. Met 0,9% blijven wij hier ruim onder.
Duurzaamheid
Daar waar mogelijk proberen wij door tariefstellingen en vrijstellingsbepalingen een bijdrage te leveren aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen. Bijvoorbeeld met groene leges.
Afvalstoffenheffing
De grondslag voor de berekening van afvalstoffenheffing is niet wettelijk vastgelegd. De gemeente is in principe vrij deze grondslag zelf te bepalen. In de raadsvergadering van 18 april 2016 heeft de gemeenteraad besloten over te gaan tot tariefdifferentiatie (Diftar) op basis van een vast tarief en een variabel tarief.
Tot en met 2016 hanteerden wij een tariefdifferentiatie op basis van het aantal personen per huishouden (één- en meerpersoons huishouden). In 2017 betaalt elk perceel een vast bedrag met een opslag al naar gelang de grootte van de restcontainer en het aantal aanbiedingen. Definitieve tarieven worden in december 2016 door de gemeenteraad vastgesteld.
Toeristenbelasting
Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet kunnen gemeenten Toeristenbelasting heffen voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die niet als ingezetene in de gemeente zijn ingeschreven. De toeristenbelasting is per 1 april 2016 ingevoerd. De doelstelling is dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen. Enschede kent een tweetal tarieven, te weten voor hotels, conferentieoorden, pensions, bed en breakfast ad 1,26 euro(voorstel 2017) en 0,76 euro voor de overige overnachtingen.
Bedrijven investeringszone
Het bestuur van de Vereniging Euregio Bedrijvenpark (EBP) heeft gevraagd mee te werken aan de invoering van een Bedrijven investeringszone (BIZ) voor het bedrijventerrein Euregio I per 1 januari 2017. De BIZ-verordening wordt eind 2016 door de raad vastgesteld en zal in werking treden als uit de verplichte draagvlakmeting blijkt dat er voldoende steun is.
Rioolheffing
De rioolheffing is een gebonden belasting (bestemmingsheffing). Daaruit vloeit voort dat de kostendekkendheid maximaal 100% mag zijn. De opbrengsten van de rioolheffingen mogen dus structureel niet hoger zijn dan de begrote kosten. De kostendekkendheid van de rioolheffing in de gemeente Enschede is 100%. De basis voor de ontwikkeling van het rioolheffingtarief ligt in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het GRP is in oktober 2015 door de raad vastgesteld. In het GRP wordt uitgegaan van een tariefontwikkeling van 5,9%, waarmee het tarief is vastgesteld op 221,40 euro voor 2017.
Kostendekkendheid gebonden belastingen
Wijziging BBV
Met ingang van 2017 moet conform de vereisten van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) de totale omvang van overhead in een centraal taakveld worden opgenomen. Concreet betekent dit dat er geen rechtstreekse lasten van overhead zijn opgenomen in de kosten voor leges en tarieven. In onderstaande tabel is per legescategorie inzichtelijk gemaakt hoe de tarieven voor de gemeente Enschede worden berekend en wat de kostendekkendheid van deze leges is. Voor het berekenen van het aandeel overhead hanteren wij de volgende uitgangspunten:
De afvalstoffenheffing valt (gesaldeerd) uiteen in de volgende taakvelden: 7.3 afval -2.877.000 euro, 0.4 ondersteuning organisatie 137.000 euro , 2.1 verkeer en vervoer 90.000 euro en 6.3 inkomensregelingen 2.650.000 euro.
Leges algemene Dienstverlening
De leges algemene dienstverlening bestaan uit de volgende taakvelden 0.2 Burgerzaken, 0.4 ondersteuning organisatie. Circa 80% van de inkomsten bestaat uit leges voor paspoorten en rijbewijzen. Deze leges zijn hiervoor gemaximeerd. De relatief lage kostendekkendheid wordt voornamelijk veroorzaakt door deze maximering en de kosten voor het bijhouden van de basisadministratie in relatie tot de opbrengsten hiervoor middels het verstrekken van uittreksels.
Leges dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
Als gevolg van het aantrekken van de economie, verwachten we voor 2017 een stijging in de aantallen vergunningaanvragen en legesinkomsten. We hebben daarom de begrote legesinkomsten opgehoogd naar 3,1 miljoen euro. Vergunningen bestaat uit de taakvelden 8.3 Wonen en bouwen, 7.4 Milieubeheer, 0.8 overige baten en lasten. De wettelijke ruimte tot Kruissubsidiëring maakt het mogelijk dat binnen deze leges de kostendekkendheid hoger is dan binnen de andere leges (dienstverlening en dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn).
Dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn
Dit betreft de leges voor Evenementenvergunningen, Prostitutievergunningen en de Drank en Horecavergunningen.
Rioolheffing
De rioolheffing valt (gesaldeerd) uiteen in de volgende taakvelden: 7.2 Riolering -2.276.000 euro (betreft zowel de baten als de exploitatielasten, waaronder kapitaallasten, onderhoud, btw, etc.), 0.4 Ondersteuning organisatie 258.000 euro (betreft facilitaire overhead en programma overhead), 2.1 Verkeer en vervoer 304.000 euro (machinaal vegen) en 6.3 Inkomensregelingen 2.018.000 euro (kwijtschelding).
Woonlastenontwikkeling
De hoogte van de gemeentelijke woonlasten krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelasting, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt.
Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. De tariefsaanpassingen voor de OZB, afval- en rioolheffing leiden voor een gemiddeld gezin (met eigen woning) tot de volgende woonlastenontwikkeling voor 2017:
Woonlastenontwikkeling | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 |
OZB Eigenaar woning | 263,82 | 265,18 | 267,57 | 269,97 | 272,41 |
Afvalstoffenheffing (meerpersoons) | 303,40 | 283,40* | 283,40* | 283,40* | 283,40* |
Rioolheffing | 209,16 | 221,40 | 234,72 | 248,88 | 264,00 |
Totaal | 776,40 | 769,98 | 785,69 | 802,25 | 819,81 |
*de opgenomen tarieven zijn voorlopige tarieven. Definitieve tarieven worden op 12 december 2016 door de gemeenteraad vastgesteld.
De gemeentelijke woonlasten voor een eigenaar/bewoner van een woning dalen met 0,8%. Voor de huurder van een woning dalen deze met 1,5%, omdat hij/zij geen onroerendezaakbelasting betaalt.
Activiteitgroep Bedragen in 1.000 euro |
Lasten Taakvelden |
Overhead | BTW | Totale lasten |
Heffingen (Baten) |
Overige Baten |
Totaal Baten |
Kosten- dekkendheid |
Afvalstoffenheffing (afvalstoffenverordening) | 15.716 | 137 | 2.868 | 18.721 | 18.744 | 2.627 | 21.371 | 100% |
Kwijtscheldingen Afvalstoffenheffing | 2.650 | 2.650 | ||||||
Rioolheffing | 12.365 | 258 | 655 | 13.278 | 15.296 | 0 | 15.296 | 100% |
Kwijtschelding rioolheffing | 2.018 | 2.018 | ||||||
Begraafplaatsrechten (exclusief onderhoud gedenkparken) | 474 | 0 | 0 | 474 | 474 | 0 | 474 | 100% |
Subtotaal Heffingen | 33.223 | 395 | 3.523 | 37.141 | 34.514 | 2.627 | 37.141 | 100% |
Leges algemene Dienstverlening (Leges Titel 1 Legesverordening) | 4.294 | 2.403 | 208 | 6.905 | 3.765 | - | 3.765 | 55% |
Leges dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/vergunningen (Leges Titel 2 Legesverordening) | 2.119 | 519 | 34 | 2.672 | 2.957 | - | 2.957 | 111% |
Leges dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn (leges Titel 3 Legesverordening) | 254 | 90 | 2 | 347 | 85 | 0 | 85 | 24% |
Subtotaal Leges | 6.667 | 3.012 | 244 | 9.924 | 6.807 | - | 6.807 | 69% |
Totaal | 39.890 | 3.407 | 3.767 | 47.065 | 41.321 | 2.627 | 43.948 | 93% |
Vergelijking lokale lasten Twentse gemeenten
Lokale lasten Twentse gemeenten (bedragen in euro's) |
Eén persoons huishouden 2015 |
Eén persoons huishouden 2016 |
Meer persoons huishoudens 2015 |
Meer persoons huishoudens 2016 |
% stijging t.o.v. 2015 |
% stijging t.o.v. 2016 |
Almelo | 733 | 775 | 733 | 776 | 5,8 | 5,8 |
Borne | 761 | 765 | 761 | 765 | 0,5 | 0,5 |
Dinkelland | 765 | 775 | 825 | 855 | 1,3 | 3,6 |
Enschede | 731 | 741 | 766 | 775 | 1,4 | 1,2 |
Haaksbergen | 776 | 783 | 825 | 833 | 0,9 | 0,9 |
Hellendoorn | 659 | 645 | 763 | 751 | -2,1 | -1,5 |
Hengelo | 624 | 651 | 717 | 747 | 4,3 | 4,2 |
Hof van Twente | 759 | 775 | 808 | 824 | 2,1 | 2,0 |
Losser | 722 | 724 | 722 | 724 | 0,3 | 0,3 |
Oldenzaal | 630 | 647 | 690 | 707 | 2,8 | 2,4 |
Rijssen-Holten | 604 | 580 | 658 | 663 | -4,0 | -3,8 |
Tubbergen | 687 | 698 | 730 | 779 | 1,7 | 6,7 |
Twenterand | 612 | 627 | 695 | 724 | 2,4 | 4,2 |
Wierden | 697 | 706 | 755 | 759 | 1,3 | 0,5 |
Overijssel | 671 | 682 | 731 | 745 | 1,6 | 1,9 |
Nederland | 645 | 651 | 716 | 723 | 0,9 | 1,1 |
Kwijtscheldingsbeleid
De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. De beleidskeuzes van de gemeente Enschede zijn niet gewijzigd ten opzichte van de Programmabegroting 2016-2019.
Inleiding
De theorie achter deze paragraaf is niet gewijzigd ten opzichte van de Programmabegroting 2016-2019. De focus ligt daarom nu op het actualiseren van het weerstandsvermogen. De kengetallen in deze tabel maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen.
Beleid
De wetgeving en het gemeentelijk beleid voor het weerstandsvermogen zijn vastgelegd in:
Weerstandsvermogen
Berekening weerstandsvermogen
Als we de beschikbare weerstandscapaciteit afzetten tegen de benodigde weerstandscapaciteit, komen we eind 2016 uit op een ratio van afgerond 1,0.
44,5 miljoen euro
Ratio 1,0 = -------------------------
45,6 miljoen euro
De ratio bevindt zich hiermee aan de onderkant van de door de Raad vastgestelde wenselijke bandbreedte van 1,0-1,4.
In onderstaand overzicht is het verloop van het weerstandsvermogen voor de komende jaren weergegeven. De ratio weerstandsvermogen komt eind 2017 uit op 1,0. Voor 2018 is de uitname uit de algemene reserve voor de gebiedsontwikkeling verwerkt, waardoor de ratio afneemt. Hier tegenover staat het terugsparen aan de algemene reserve van jaarlijks 2 miljoen euro. Het verloop van de ratio is verbeterd ten opzichte van de Zomernota. Dat komt vooral doordat de Septembercirculaire 2016 voor de jaren 2017 tot en met 2020 een positief accres laat zien. Hierdoor hebben we in de jaren 2017 tot en met 2020 een dotatie aan de algemene reserve kunnen doen, waardoor het weerstandsvermogen verbetert.
Verloop ratio:
2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
Ratio zomernota 2016 | 1,0 | 0,8 | 1,1 | 1,2 |
Ratio PB 2017 | 1,0 | 0,9 | 1,2 | 1,7 |
Het is van belang u te realiseren dat de ontwikkeling van de risico’s en stille reserves moeilijk voorspelbaar en beïnvloedbaar is. De ratioberekening is geen exacte wetenschap. Tegenvallers in de algemene uitkering, grondverkopen, nadelige ontwikkelingen bij verbonden partijen of dalende prijzen van het vastgoed- en grondbezit kunnen een belangrijke impact hebben op de financiële positie van onze gemeente.
Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt in totaal 44,5 miljoen euro en is onderverdeeld in een algemene reserve van 27,6 miljoen euro en stille reserves van in totaal 16,9 miljoen euro.
Algemene reserve
De algemene reserve bestaat uit de reserve weerstandsvermogen van 38,5 miljoen euro en de reserve grondbedrijf van negatief 10,9 miljoen euro. De reserve grondbedrijf wordt bijgesteld bij de jaarlijkse actualisatie van de grondexploitaties in het Meerjaren Perspectief Grondbedrijf (MPG) 2017.
Stille reserves
De stille reserves hebben betrekking op de objecten van het vastgoedbedrijf (6,0 miljoen euro) en op de objecten van het grondbedrijf (10,9 miljoen euro). Voor de Programmabegroting 2017 zijn alleen de stille reserves van het vastgoedbedrijf geactualiseerd. De actualisatie van de gronden vindt plaats bij het MPG 2017 (jaarrekening 2016). De stille reserves zijn becijferd op 16,9 miljoen euro. Dit is een verlaging van 0,5 miljoen euro ten opzichte van de jaarrekening 2015 als gevolg van wijzigingen door de uitgevoerde taxatie. De verzilvering van de stille reserves van het vastgoedbedrijf komt ten gunste van de reserve vastgoed en niet ten gunste van de algemene reserve. Hierdoor daalt de totale beschikbare weerstandscapaciteit, waardoor de ratio bij gelijkblijvende risico’s daalt.
Eind | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 |
Aandeel stille reserve | 38% | 37% | 41% | 29% | 21% |
Het aandeel van de stille reserves laat een dalende trend zien van 38% in 2016 naar 21% in 2020. In 2018 is het aandeel hoger, namelijk 41%. De bijdrage vanuit de algemene reserve aan de gebiedsontwikkeling in 2018 leidt tot een hoger aandeel van de stille reserves. Met de verbetering van de algemene reserve vanaf 2019 vermindert het aandeel van de stille reserves binnen het weerstandsvermogen weer.
Benodigde weerstandscapaciteit
Risico's grondbedrijf
De risico’s van het grondbedrijf zijn niet bijgesteld en dus gelijk aan het MPG 2016. Voor het grondbedrijf maakt de actualisatie van de risico’s onderdeel uit van het jaarlijks op te stellen MPG. Daarbij worden alle grondexploitaties grondig geanalyseerd en de risico’s van alle individuele grondcomplexen geactualiseerd en samengebracht in één grote risicosimulatie. Deze risicoanalyse kan niet los worden gezien van de actualisatie van de begrotingen van de grondcomplexen. De risico’s van het grondbedrijf zijn per 31 december 2015 becijferd op 16,5 miljoen euro. De eerstvolgende actualisatie vindt plaats bij het MPG 2017 (jaarrekening 2016).
Overige risico's
De overige risico’s zijn becijferd op 29,1 miljoen euro. Dat is een lichte stijging ten opzichte van de jaarrekening 2015, toen er 28,4 miljoen euro voor stond. De volgende risico's zijn gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2015:
Tabel met 10 grootste overige risico's
Onderwerp (bedragen x € mln) |
Kans | Financieel gevolg PB 2017 |
Financieel gevolg JR 2015 |
BUIG-MAU | 90% | 5,4 | 6,7 |
Aan derden verstrekte leningen worden niet afgelost | 30% | 9,9 | 10,2 |
Gewaarborgde geldleningen worden niet afgelost | 30% | 6,8 | 7,2 |
Als gevolg van schommelingen in de conjunctuur kunnen zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant onvoorziene nadelige incidentele effecten optreden | 50% | 5,0 | 5,0 |
Onvoorziene bijdragen aan de risico's van verbonden partijen, gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde instellingen | 10% 90% |
13,2 | 13,0 |
Overige onvoorziene risico’s, waaronder de projectrisico’s op het gebied van aanbesteding, planning, bezwaarprocedures, prijsstijgingen en rente-effecten | 50% | 2,5 | 2,5 |
Het risico van de drie decentralisaties: Jeugdhulp, Wmo en Participatiewet | 50% | 3,0 | 3,0 |
Calamiteit binnen de gemeente | 10% | 5,0 | 5,0 |
FC Twente | 30% | 17,0 | 17,0 |
Niet rechtmatig handelen bij inkoop en aanbesteding | 30% | 1,0 | 1,0 |
Financiële kengetallen
Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - in aanvulling op de ratio weerstandsvermogen - een verplichte set van vijf financiële kengetallen wordt opgenomen. Vanaf de Programmabegroting 2017 is deze tabel uitgebreid met de financiële kengetallen voor de meerjarenraming. Deze staan in de tabel hieronder. De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen.
rek 2015 | beg 2016 | beg 2017 | beg 2018 | beg 2019 | beg 2020 | ||
1A | netto schuldquote | 73% | 77% | 79% | 78% | 74% | 68% |
1B | netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 64% | 70% | 73% | 71% | 68% | 63% |
2 | solvabiliteitsratio | 14% | 11% | 9% | 9% | 11% | 14% |
3 | grondexploitatie | 9% | 9% | 8% | 6% | 6% | 7% |
4 | structurele exploitatieruimte | 1% | 1% | 1% | 2% | 3% | 3% |
5 | belastingcapaciteit | 107% | 108% | 106% | 107% | 107% | 107% |
We bekijken de kengetallen in hun onderlinge relatie en voorzien ze van een adequate toelichting om meer inzicht in de financiële positie te bieden. Bij de beoordeling ervan gaat het vooral om het volgen van de trendmatige ontwikkeling. Een verklaring van de verschillen in de jaarlijkse mutatie is minder van belang.
Netto schuldquote
De netto schuldquote laat het niveau van de schuldenlast zien, ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten op de exploitatie drukken. Omdat het onzeker is of alle leningen terug zullen worden betaald, berekenen we de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk welk aandeel de verstrekte leningen in de exploitatie hebben en wat dat betekent voor de schuldenlast. Over de periode 2015 – 2017 is een stijgende trend van de netto schuldquote zichtbaar. Dit wordt veroorzaakt door enerzijds een lichte stijging van de vaste activa welke gefinancierd moeten worden en anderzijds een daling van de baten (eigen middelen). Over de periode 2018 – 2020 is sprake van een daling van de schulden. Overigens worden bij de verzelfstandiging van Sportaal en Onderhoud Enschede de in gebruikzijnde vaste activa overgedragen. Deze overdracht leidt tot een lagere gemeentelijke schuld en afname van de vaste activa. Dit is nog niet in de cijfers meegenomen. De netto schuldquote in- en exclusief doorgeleende gelden bevindt zich alle jaren duidelijk beneden de door de VNG gehanteerde kritische waarde van 130%.
Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio is de verhouding eigen vermogen/balanstotaal en geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is op de langere termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Bij een hoge solvabiliteit staat er veel eigen vermogen tegenover de schulden en is de kans groot dat de schulden worden afbetaald. Dit betekent tegelijkertijd dat veel eigen vermogen (reserves) wordt aangehouden dat niet wordt besteed. Enschede heeft bestemmingsreserves gevormd om in de stad te blijven investeren. Wordt het eigen vermogen te klein, dan verslechtert de solvabiliteit. Over de periode 2015 - 2018 is een dalende trend zichtbaar, maar op de langere termijn stijgt dit kengetal weer. De daling houdt met name verband met de aanwending van bestemmingsreserves en de uitname uit de algemene reserve voor de gebiedsontwikkeling. Het spaarprogramma zorgt vervolgens voor een verbetering van het eigen vermogen.
Kengetal grondexploitatie
Dit kengetal geeft aan hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Dit kengetal laat in de periode 2016 – 2018 een scherpe daling zien als gevolg van de afwaardering op de voorraad gronden. Dit houdt verband met de BBV wijziging en het traject Richting aan ruimte. Voor de komende jaren moeten er nog veel kosten en opbrengsten gerealiseerd worden. Dat betekent dat we in de toekomst nog veel inspanningen moeten verrichten en daaraan zijn risico's verbonden. Met de uitwerking van het traject Richting aan ruimte zetten we in op het verkleinen van die risico's.
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal hebben we nodig om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte onze gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting, maken we onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. Voor de jaren 2017 tot en met 2020 is er structurele ruimte (een positief saldo van structurele baten/lasten) en daarmee een meerjarig structureel sluitende begroting.
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in onze gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Bij een percentage boven de 100 heb je gemiddeld gezien minder ruimte om de belastingen te verhogen dan bij een percentage beneden de 100. Onder de woonlasten verstaan we de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit scoort over de hele periode op een constant niveau van circa 107% en daarmee boven het landelijk gemiddelde. Hierbij is er van uitgegaan dat de landelijke woonlasten vanaf 2017 een jaarlijkse stijging van circa 2% laten zien. In vergelijking met de Twentse gemeenten is Enschede overigens geen uitschieter (zie paragraaf lokale heffingen).
Als we de ratio weerstandsvermogen en de bovenstaande kengetallen in samenhang beschouwen, dan constateren we een verbetering van de financiële positie in de komende jaren. Het weerstandsvermogen verbetert en ook de netto schuldquote scoort positiever dan de daarvoor gestelde norm. In 2018 zien we een verslechtering van de ratio als gevolg van de afboeking op projecten. Dit heeft echter wel als gevolg dat grondexploitaties verbeteren en risico's worden gereduceerd. Vanaf 2019 verbetert de ratio weer, onder meer als gevolg van het spaarprogramma en de verwerking van de Septembercirculaire, welke een positief accres laat zien. Een mogelijke inzet van dit positief accres bij de zomernota 2017 zal automatisch een negatief effect hebben op de ratio weerstandsvermogen en de solvabiliteitsratio. Als we naar de exploitatie kijken, dan is het van belang dat we de structurele lasten kunnen blijven dekken met structurele middelen. Zoals aangegeven is er een toenemende structurele begrotingsruimte over de periode 2017 t/m 2020 en daarmee sprake van een meerjarig sluitende begroting. Ook bij wijzigingen in het middelenkader zullen we de komende jaren blijven inzetten op een structureel sluitende begroting en een verdere verbetering van de financiële positie.
Voor het gedetailleerde overzicht van (onverplichte) financiële indicatoren verwijzen we naar het Overzicht indicatoren financiële positie in hoofdstuk 6.9.
In deze paragraaf gaan we in op de onderhoudstoestand en de kosten van kapitaalgoederen. Het onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen beslaat een substantieel deel van onze begroting. Om de financiële positie van onze gemeente te kunnen beoordelen, is een goed overzicht dan ook van groot belang.
Wat betreft het beheer van de openbare ruimte is er een aantal kapitaalgoederen-categorieën waarop onderhoud van toepassing is:
Kerncijfers 2016
Wegen, verhardingssoorten | M2 |
Asfalt | 3.153.000 |
Elementen | 4.427.000 |
Cementbeton | 89.000 |
Onverhard | 425.000 |
Totaal | 8.094.000 |
Infrastructurele kunstwerken | Stuks |
Bruggen, viaducten, sturen, geluidswallen e.a. | 190 |
Het beleidskader
We continueren de lijn die is vastgesteld in de Programmabegroting 2015-2018. Daarbij is het Wegenbeleidsplan 2014-2018 als basis genomen.
Tussenevaluatie
Bij het vaststellen van het wegenbeleidsplan 2014-2018 hebben we aangegeven na drie jaar (eind 2016) te evalueren of er bijsturing nodig is of dat we een nieuw evenwicht hebben gevonden. Er is geen tussentijdse bijsturing nodig, dus we kunnen de komende tijd ons wegbeheer conform het wegenbeleidsplan 2014-2018 uitvoeren. Inmiddels vindt er ook landelijk steeds meer onderzoek plaats naar risicogestuurd (weg)beheer. We sluiten hierbij aan, onder meer wat betreft onderzoek van het landelijk erkende kennisinstituut Crow. We zijn daartoe met een landelijk werkend adviesbureau een onderzoekstraject gestart naar hoe we in Enschede het risicogestuurd beheer op goede wijze kunnen doorvoeren en tegelijkertijd ons wegbeheer zorgvuldig kunnen blijven uitvoeren.
De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Het lastenbudget voor wegonderhoud (inclusief weginrichting zoals belijning en verkeersborden) is circa 8,3 miljoen euro. Dit bedrag bestaat voor circa 0,4 miljoen euro uit apparaatskosten, 3 miljoen euro uit kapitaallasten, circa 4 miljoen euro uit kosten voor (groot)onderhoud (inclusief 300.000 euro afroming aanbestedingsvoordelen) en voor circa 0,9 miljoen euro uit overige kosten. Het jaarlijkse investeringsbedrag voor reconstructiewerkzaamheden aan wegen is circa 2,175 miljoen euro met een afschrijvingstermijn van tien jaar. Voor de infrastructurele kunstwerken is het lastenbudget circa 144.000 euro voor onderhoudskosten en 29.000 euro voor apparaatskosten.
Kerncijfers 2016
Havens | |
Havenonderhoud (inclusief rijkswateren) | ca 25 ha |
Onderhoud damwanden, oevers en kades | ca 6300 m |
Het beleidskader en de daaruit voortvloeiende consequenties
We continueren de lijn die is vastgesteld bij de Programmabegroting 2015-2018.
Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
De laatste jaren is sterk geïnvesteerd in de revitalisering van het Enschedese havengebied. De Enschedese haven is daarmee weer een waardevol publiek bezit. Zonder een gestructureerd beheers- en onderhoudsregime met bijbehorende financiële middelen zullen echter onderhoudsachterstanden ontstaan en zal een deel van de investeringen teniet worden gedaan. Met de recente investeringen, zoals de aanleg van nieuwe kades, zijn verschillende vervangingsmaatregelen aan kades en oevers op kort termijn niet meer noodzakelijk. Het onderhoud en de investeringen voor vervanging van kades en oevervoorzieningen, zullen de komende jaren daarom beperkt zijn. In 2016 is dan ook invulling gegeven aan de afspraak met de Raad om het onderhoud van de haven structureel te regelen en te borgen.
Met het meerjaren beheers- en onderhoudsprogramma Havenbeheer Enschede en bijbehorende kaders wordt het havenbeheer in Enschede structureel geborgd, waardoor ook in de toekomst eventuele keuzes over onderhoud en investeringen verantwoord kunnen plaatsvinden. Financiering van het beheer en onderhoud vindt plaats vanuit het reguliere budget Havens en een ingestelde voorziening.
Tegelijkertijd werken de aan de Twentekanalen gelegen havens samen aan de totstandkoming van een gemeenschappelijk havenbeheer Twentekanalen. Dit moet leiden tot meer focus en economische slagkracht in de regionale havenactiviteiten en een impuls voor de ruimtelijk-economische ontwikkelingen rond het Twentekanaal.
De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Het lastenbudget voor de havens is ongeveer 143.000 euro, bestaande uit 20.000 euro aan apparaatskosten en 123.000 euro aan materiële kosten voor het dagelijks onderhoud van de havens.
Vanaf 2018 is er structureel 200.000 euro beschikbaar om de benodigde onderhoudsmaatregelen te kunnen treffen.
Kerncijfers 2016
Riolering | Km |
Vrij-verval riolering | 845 |
Drukriolering | 15 |
Voorzieningen | Stuks |
Kolken | 44.000 |
Putten | 21.177 |
Randvoorzieningen | 17 |
Pompunits | 1.020 |
Gemalen | 75 |
Het beleidskader
Als gemeente hebben we op het gebied van stedelijk water drie zorgplichten: voor afvalwater, regenwater en grondwater. In het GRP 2016-2020 ‘Veilig en op maat’ is beschreven hoe wij invulling geven aan deze zorgplichten. We beschrijven ook hoe we onze doelstellingen op het gebied volksgezondheid, het bestrijden van overlast, het optimaliseren van de afvalwaterketen, duurzaamheid en het beheer van al onze voorzieningen gaan realiseren. De afwegingen die we maken en het stellen van prioriteiten baseren we op de methodiek van risicogestuurd rioleringsbeheer.
De riolering van Enschede staat niet op zichzelf. Het is onderdeel van de waterketen en heeft een nauwe relatie met het watersysteem. Alle onderdelen zijn met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar. Waterschap Vechtstromen heeft de afvalwaterzuivering en regionale wateren in beheer. Daarom zoeken we samen met het waterschap continu naar een zo optimaal mogelijke afvalwaterketen tegen zo laag mogelijke kosten. Hier profiteren onze inwoners weer van.
Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
Op basis van ons beleid hebben we diverse opgaven. Zowel in het beheer, denk bijvoorbeeld aan rioolvervanging, als in de aanpak van knelpunten op het gebied van hemelwater- en grondwateroverlast. Op basis van het risicogestuurde beheer hebben we een overzicht gemaakt van de grootste knelpunten voor hemelwater- en grondwateroverlast. Deze pakken we in de planperiode van het GRP zoveel mogelijk aan. Eén van de belangrijkste maatregelen die we zullen uitvoeren, is de aanleg van de Stadsbeek. Deze bestrijdt in de wijken Pathmos en Stadsveld de hemelwater- en de grondwateroverlast.
De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
De instandhoudingskosten voor het rioleringssysteem worden gedekt door de inkomsten van de rioolheffing. Het tarief van de heffing nemen we op in de Programmabegroting 2017-2020. Daarna wordt de heffing verwerkt in de Belastingverordening 2017.
Kerncijfers 2016
Groen | Ha |
Openbaar groen | 696 |
Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
Tot op heden gaf het BBV de keuze om investeringen met maatschappelijk nut al dan niet te activeren. Met ingang van 2017 is ‘niet activeren’ niet meer toegestaan. De nota activeren en afschrijven wordt in het 4e kwartaal van 2016 geactualiseerd met de vernieuwde BBV-regels. De eventuele gevolgen hiervan worden bij de Zomernota 2017 in de begroting verwerkt.
Het beleidskader en de daaruit voorvloeiende consequenties
We continueren de lijn die is vastgesteld in de Programmabegroting 2015-2018. In 2017 onderzoeken we of de 'kaders voor het beheer en onderhoud van het openbaar groen 2014 – 2017' aan actualisatie toe zijn of dat deze ook de komende jaren gecontinueerd kunnen worden.
De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Het lastenbudget voor groenonderhoud is circa 4,9 miljoen euro, bestaande uit ongeveer 0,3 miljoen euro aan apparaatskosten en circa 4,6 miljoen euro aan uitbesteed werk. Er heeft vanaf 2016 een verschuiving plaatsgevonden, omdat Onderhoud Enschede is verzelfstandigd tot een BV.
Vervangingsinvesteringen
In de Programmabegroting 2013-2016 is vanaf 2015 structureel 700.000 euro toegevoegd voor noodzakelijke vervangingen in de openbare ruimte.
Kerncijfers 2016
Openbare verlichting | Stuks |
Lichtmasten | 29.799 |
Armaturen | 31.773 |
Overige aansluitingen, stadsplattegronden, verkeersborden, etc. | 822 |
Openbare verlichting | GWh/jaar |
Energieverbruik | 5,2 |
Het beleidskader
We continueren de lijn die is vastgesteld in de Programmabegroting 2015-2018.
Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
In het beleidsplan van 2014 staat: 'We gaan veilig en effectief verlichten door: Lichtmasten en armaturen pas te vervangen als ze kapot zijn (i.p.v. standaard na respectievelijk 40 en 20 jaar (technische levensduur)'. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid, kosten en borging van beheer zijn wij hier in 2016 bewust van afgeweken. De 20-jarige armaturen geven veel storingen en klachten en het onderhoud en de kosten lopen aanzienlijk op, waardoor vervanging van de armaturen wenselijk is. Door de vervanging op projectbasis (i.p.v. per stuk) van 5000 armaturen is toepassing van geschikte dimbare led-armaturen met een veel lagere Total Cost of Ownership (TCO) financieel en technisch toepasbaar. Het dimmen zal plaatsvinden conform de lichtnorm, in verkeersluwe uren. Na uitvoering van het project besluiten we begin 2017 of projectmatige vervanging van nogmaals 5000 20-jarige armaturen in 2017 tot 2019 doorgevoerd wordt.
De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Het structurele budget van OV van 1,6 miljoen euro is vanaf 2017 in hoofdlijnen opgebouwd uit 0,5 miljoen euro kapitaallasten, 0,2 miljoen euro apparaatskosten en 0,9 miljoen materieel budget (onder meer regulier onderhoud en energie).
Kerncijfers 2016
Parkeervoorzieningen | Stuks |
Parkeergarages | 4 |
Het beleidskader
We continueren de lijn die is vastgesteld in de Programmabegroting 2015-2018.
Uit het beleidskader voortvloeiende consequenties
Vanaf 2016 is de storting in de onderhoudsvoorziening opgehoogd doordat de H.J. van Heekgarage is verbouwd en er nieuwe investeringen zijn gedaan. Voor 2017 houdt dit in dat er een bedrag van 141.000 euro extra wordt gestort voor de onderhoudsvoorziening.
Daarnaast zijn, als onderdeel van de storting van de onderhoudsvoorziening, bijdragen van partners (mede-eigenaren van de HJvH-garage) opgenomen ter dekking van het voorgenomen onderhoud.
Het onderhoudsprogramma 2017 voorziet onder meer in de vervanging van de coating op de vloeren, het schilderwerk en de vervanging van technische installaties in de parkeergarages.
De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
In 2017 storten we een bedrag van 999.500 euro ten behoeve van de onderhoudsvoorziening (inclusief een bijdrage van derden) en onttrekken we een bedrag van 1,9 miljoen euro.
Vanwege een wetswijziging is de gemeente met ingang van 1 januari 2015 niet meer verantwoordelijk voor het buitenonderhoud van de schoolgebouwen voor primair onderwijs. De schoolbesturen zijn hier nu zelf voor verantwoordelijk.
Per 1 januari 2017 zijn de opstallen van de sportparken en de daarbij behorende inventarissen voor de binnen- en buitensport overgedragen aan Sportaal B.V.. Door deze overheveling is de onderhoudsplicht ook overgedragen.
Kerncijfers 2016
Segment | Aantal panden |
Ambtelijk | 9 |
Maatschappelijk | 100 |
Nader uit te werken | 14 |
Verkoop | 24 |
Totaal | 147 |
Het beleidskader/onderhoudssystematiek
In Enschede wordt het onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen al enige jaren gepland en gepleegd volgens de NEN 2767. Naast technische aspecten worden bijvoorbeeld ook gebruikersaspecten en duurzaamheidsaspecten meegenomen.
Het onderhoud is onder te verdelen in de volgende onderdelen:
Programma van het begrotingsjaar
Het totaalbedrag van de begroting voor 2017 is 2,14 miljoen euro. Hiervan besteden circa 890.000 euro aan onderhoudscontracten, circa 1 miljoen euro aan vervanging van gebouwgebonden installaties, circa 160.000 euro aan schilderwerkzaamheden en circa 90.000 euro aan kleine bouwkundige onderhoudswerkzaamheden.
Voor ons jaarlijkse onderhoud zijn prestatiecontracten afgesloten en realiseren we de (duurzame) voordelen. In dit prestatiecontract is onder meer vastgelegd dat onze opdrachtnemer jaarlijks een voorstel tot 3% energiebesparing neerlegt, inclusief mogelijkheden tot alternatieve energieopwekking.
Voor de panden Noordmolen en Stadhuis wordt door optimalisatie van de installaties een reductie van het energieverbruik gerealiseerd van ongeveer 140.000 kWh en een CO2 reductie van 89 ton.
Daarnaast wordt de verlichting in de Diekmanhal vervangen door een duurzaam alternatief wat een energiereductie realiseert van ongeveer 150.000 kWh en een CO2 reductie van 65 ton.
De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
De geplande onderhoudsuitgaven voor de komende jaren zijn hieronder grafisch weergegeven. Op basis van deze planning is de storting ten behoeve van de onderhoudsvoorziening bepaald.
In deze paragraaf staan de onderdelen die zijn vastgelegd in de financiële verordening van onze gemeente. Daarnaast rapporteren we, zoals voorgeschreven in de Wet Financiering decentrale overheden (Fido), over de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
Resultaat rente en treasury
Het totale resultaat van rente en treasury bedraagt 4 miljoen euro in 2017, bestaande uit 3,2 miljoen euro aan rentebaten en 0,8 miljoen euro aan dividendopbrengsten uit de gemeentelijke deelnemingen. Het saldo is fors gedaald ten opzichte van het resultaat uit Programmabegroting 2016-2019.
Het renteresultaat daalt fors door de verdere verlaging van de omslagrente van 4% naar 3,25%. Hier staat echter tegenover dat de budgetten voor kapitaallasten ook flink zijn verlaagd in de begroting. Daarnaast zijn de rentelasten lager dan eerder begroot door de aanhoudend lage rentestanden.
Herziening BBV-regels voor omslagrente
In mei 2016 heeft de commissie BBV een herziene notitie rente gepubliceerd. Hierin staat dat de berekenwijze van het percentage van de omslagrente voorgeschreven gaat worden. Tot op heden konden gemeenten zelf bepalen hoe zij de omslagrente bepaalden én kiezen of zij een omslagrente toepassen. In Enschede is de omslagrente momenteel gebaseerd op de gemiddelde rente van de totale portefeuille met opgenomen geldleningen. De omslagrente moet nu worden berekend aan de hand van de gemiddelde rente van de opgenomen leningen én de rentelasten van de kortlopende leningen. Daarnaast moeten de rentebaten van verstrekte leningen in mindering worden gebracht. Dit zorgt voor een verdere verlaging van de omslagrente.
De notitie bleek echter te laat gepubliceerd. Veel gemeenten hadden hun begroting 2017 al (vrijwel) gereed. Daarom is de invoering van de nieuwe regelgeving uitgesteld tot de begroting 2018. Bij de Zomernota 2016 was al duidelijk dat er wijzigingen zouden volgen voor de berekening van de omslagrente. Daarom is de rente voor 2017 gesteld op 3,25%. Hiermee is al deels invulling gegeven aan de nieuwe regelgeving. Vanaf 2018 zal de omslagrente nog verder worden verlaagd.
De berekening van de rekenrente op de grondexploitaties is al wel aangepast per 1 januari 2016. Deze rente is al gebaseerd op de gewijzigde regelgeving van de commissie BBV en bestaat uit de gemiddelde rente van de opgenomen leningen en de rentelasten van de kortlopende leningen. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de verhouding eigen en vreemd vermogen. Deze wijziging zorgt ook voor een verdere verlaging van de rekenrente voor het grondbedrijf.
Rentevisie
De rente op geld- en kapitaalmarkten in Nederland is nog steeds erg laag. De korte (3-maands) rente is al langdurig negatief, terwijl per eind 2016 werd verwacht dat deze een niveau van 0,1% zou hebben. Voor eind 2017 voorspellen de renteanalisten een aanhoudend lage korte rente van maximaal 0,3% negatief.
De lange (10-jarige) rente is in korte perioden wel gestegen, zoals bijvoorbeeld na de uitslag van het Brexit-referendum, maar daalt na enige tijd toch weer naar een laag niveau. Per eind 2016 werd een rentestand van rond 2% verwacht, terwijl deze momenteel 0,7% bedraagt. Per eind 2017 zal de lange rente naar verwachting rond 1% liggen.
Kasgeldlimiet
In de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) is bepaald dat de gemeente maximaal 8,5% van het begrotingstotaal aan kortlopende schulden mag hebben. De gemeente is verplicht te rapporteren over deze limiet in de begroting. De gemeente mag niet onbeperkt haar kortlopende schulden aanhouden, maar wordt gedwongen een goede verdeling aan te houden tussen de korte en lange schulden.
Onderstaande tabel laat de kasgeldlimiet-begroting voor 2017 t/m 2020 zien.
Berekening kasgeldlimiet (x 1.000 euro) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
1. | Begrotingstotaal (grondslag van berekening kasgeldlimiet) | 664.173 | 648.598 | 629.277 | 628.083 |
2. | Vastgesteld percentage | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% |
3. | Kasgeldlimiet (1.x 2.) | 56.455 | 55.131 | 53.489 | 53.387 |
Financiering en schuldpositie
De hoofdlijn van de financieringsstrategie van de gemeente Enschede is dat maximaal kortlopend wordt gefinancierd binnen de grenzen van de Wet Fido. De rente op korte schulden is normaliter ruim lager dan de rente van langlopende financiering. Door deze handelwijze worden de rentelasten van de gemeente geminimaliseerd.
Op basis van de meerjarige liquiditeitsplanning moet jaarlijks in 2017 t/m 2020 wisselend worden geleend, variërend van 15 tot 40 miljoen euro per jaar. Deze financieringsbehoefte is verwerkt in het renteresultaat en in de onderstaande ontwikkeling van de leningenportefeuilles.
De gemeente streeft in het kader van het risicoreductie programma naar reductie van de schulden. Uit de grafiek met de ontwikkeling van de leningenportefeuilles, blijkt dat alle portefeuilles in de jaren 2014 t/m 2016 zijn gedaald in omvang. De portefeuille met opgenomen geldleningen is gedaald met meer dan 100 miljoen euro gedurende deze jaren (overigens steeg als tegenhanger wel de kortlopende schuld met 70 miljoen euro dus is de totale schuldpositie niet sterk gedaald) door een laag investeringsniveau maar ook door afstoting van vastgoed. Daarnaast zorgt de geldstroom van het sociaal domein, dat minder snel wordt uitgegeven dan ontvangen, ervoor dat minder hoeft te worden geleend. Vanaf 2017 blijft de omvang van de portefeuilles redelijk stabiel op basis van het huidige investeringsplan. Hierbij zijn echter een aantal zaken die zullen leiden tot verdere daling van de portefeuille met verstrekte en opgenomen leningen nog niet verwerkt:
De onderstaande grafiek is opgenomen om een nadere toelichting te geven op de ontwikkeling van de omslagrente.
In de grafiek is te zien welk deel van de portefeuille afloopt en tegen welke percentages is geleend. In de periode tussen nu en 5 jaar wordt ongeveer eenderde van de totale portefeuille afgelost. Dit bedrag zal grotendeels moeten worden geherfinancierd. Dit zal vrijwel zeker gebeuren tegen lagere rentetarieven dan de huidige rentepercentages, waardoor de gemiddelde rente van de portefeuille daalt. Een aanzienlijk deel van de portefeuille heeft echter nog een looptijd tot 20 à 25 jaar. Deze leningen zijn grotendeels tegen 4% à 5% geleend. Door deze leningen blijft de gemiddelde rente op de lange termijn toch nog relatief hoog. Er is al onderzocht of vervroegde aflossing haalbaar is. De afkoopsommen zijn echter hoog. Als dergelijke leningen geherfinancierd moeten worden, leidt dit tot een hogere schuldpositie aangezien voor de afkoopsom ook geleend moet worden. Als echter middelen beschikbaar komen door bijvoorbeeld verkoop van aandelen of vastgoed, is afkoop van dure leningen mogelijk een optie.
Renterisiconorm
Vanuit de Wet Fido moeten we in deze begroting rapporteren over de renterisiconorm. Deze norm geeft een kader voor de spreiding van de looptijden in de leningenportefeuille. Volgens de renterisiconorm mag in elk jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal geherfinancierd worden. Op die manier worden de renterisico’s op de vaste schulden over de jaren gespreid. Uit onderstaande tabel blijkt dat de norm in de jaren 2017 t/m 2020 niet zal worden overschreden.
Berekening renterisiconorm (x 1.000 euro) | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
1. | Begrotingstotaal | 664.173 | 648.598 | 629.277 | 628.083 |
2. | Vastgesteld percentage | 20% | 20% | 20% | 20% |
3. | Renterisiconorm (1 x 2) | 132.835 | 129.720 | 125.855 | 125.617 |
4. | Aflossingen | 29.398 | 39.332 | 24.153 | 22.115 |
5. | Ruimte onder renterisiconorm (3 - 4) | 103.437 | 90.388 | 101.702 | 103.502 |
Beleidsvoornemens treasury functie
In 2017 gaat de treasuryfunctie zich bezighouden met:
Limieten 2017
In de financieringsparagraaf moeten jaarlijks de limieten worden vastgesteld voor het opnemen van kredieten in rekening-courant, het uitzetten van tijdelijk overtollige geldmiddelen en het aantrekken van langlopende geldleningen. De Raad stelt hiermee de grenzen vast waarbinnen het college kan financieren of beleggen. De limieten voor 2017 staan in onderstaande tabel.
Naam limiet | Toelichting omvang limiet | Omvang limiet 2017 (bedragen x € mln) |
Krediet in rekening-courant | 110% van de kasgeldlimiet | 62 miljoen euro |
Uitzetten tijdelijk overtollige middelen | Drempelbedrag schatkistbankieren | 4 miljoen euro |
Aantrekken langlopende geldleningen | Verwachte financieringsbehoefte | 50 miljoen euro |
De limiet voor krediet in rekening-courant wordt tijdelijk overschreden. Dit is echter in lijn met de regelgeving. In de Wet Fido staat dat de kasgeldlimiet twee kwartalen achtereen overschreden mag worden. Omdat de rentestanden voor kortlopende leningen zeer laag zijn, maken we daar maximaal gebruik van, met overschrijving van deze limiet als gevolg.
De veranderende samenleving vraagt een veranderende rol van de gemeente en daarmee ook ander gedrag van onze medewerkers. Gedrag dat erop gericht is om samen met burgers aan de opgaven van de stad te werken: het samenlevingsgericht werken.
Wat voor een organisatie willen we zijn?
In de Dikke Van Dale staat (nog) dat ‘ambtelijk’ exact hetzelfde betekent als ‘bureaucratisch’. Dat wij werken in ‘een toestand waarin alles volgens de regels en met papieren en formulieren geregeld wordt’. In die beschrijving van de gemeente herkennen we ons al jaren niet meer. Maar wat willen we dan wel?
Het zorgdragen voor een goed pakket aan voorzieningen voor het ondersteunen van de ontwikkeling van medewerkers en die duurzame inzetbaarheid, is vele malen belangrijker dan sec het hebben van een werkgarantie.
Optimaliseren van het werken in ketenprocessen met behulp van Lean
De bedoeling is om het werken volgens de Lean-methode als leidend principe door te voeren in de organisatie. Lean is in de eerste plaats een werkwijze die gedragsverandering vraagt, maar meer nog dan dat: vraagt om dit gedrag vol te houden. Op alle niveaus, maar met name vanuit de leidinggevenden, met voorbeeldgedrag. Om dit te bereiken, sturen we in 2017 op:
IT als enabler/versneller inzetten
De uitdagingen op wettelijk gebied, (landelijke) afspraken, maar zeker ook de Enschedese behoefte om verder te digitaliseren en te investeren in de Stad vragen om extra (IT) investeringen. Dat doen we door het slimmer inzetten van bestaande systemen en werkprocessen en het vernieuwen van het applicatielandschap. Voorbeelden van projecten zijn: leerlingenvervoer, digitale innovatie arbeidsmarkt, digitale wijkcoach, sociale kaart, digitale werkomgeving, basisregistratie personen, klantgeleidingsysteem, digitalisering bodemdossiers, ontsluiten bestuurlijke informatie, DigiD machtigingen. We hebben ze als projectenportfolio gebundeld in ons Informatie Investerings Plan (IIP) <hyperlink.
We zien informatisering als enabler om tegemoet te kunnen komen aan wet- en regelgeving en uitvoering van eigen beleid. Hierbij speelt kennis van de inhoud en techniek een steeds grotere rol. De IT-inzet is ook bedoeld als kraamkamer voor het uitvinden van de toekomstige overheid, door het opdoen van nieuwe ideeën en het slim combineren van kennis, data en applicaties. De basis voor de inrichting van onze IT loopt langs drie lijnen: stabiel, veilig en flexibel. Een paar noties zijn daarbij van belang:
Naast de eerder genoemde projecten zal in 2017 de reguliere IT volledig gemoderniseerd zijn. Resultaat daarvan is een stabiele en veilige omgeving, waardoor de tijd tussen de verstoringen steeds groter wordt. Office 365 wordt geïmplementeerd, waardoor we onafhankelijker worden van ons interne netwerk en onderbreking tijdens onderhoudsweekenden.
Het voldoen aan het landelijke programma Generieke Digitale Infrastructuur is een forse financiële inspanning. In het bijzonder betreft dit de omzetting van de GBA naar de Basis Registratie Personen, een landelijke voorziening waarop wij in 2018 moeten aansluiten. De exacte omvang van deze operatie is nog niet uitgekristalliseerd maar zal de nu opgenomen budgetten overstijgen en vormt daarmee een financieel risico.
Smart City Enschede
In 2016 is de Smart City agenda voor Enschede van start gegaan. Er is een keuze gemaakt om in te zetten op (open) data, binnenstad, mobiliteit en veiligheid. Deze keuze is gemaakt vanwege urgentie of omdat we daar al slim in bezig waren. In 2017 zal de doorontwikkeling van sensoren en open data voorop staan. In 2017 zal een nieuwe open data portal van de gemeente Enschede starten, met een overzicht van al onze open data sets en toegang tot onze open data. De samenwerking met UT en Saxion willen we in 2017 bekrachtigen met een gezamenlijke intentie op het gebied van Smart Cities en living labs.
Samen met Saxion en bedrijven in de binnenstad zullen we nieuwe pilotprojecten in de binnenstad starten, waarbij de binnenstad als living lab fungeert, om de doorontwikkeling naar een nog slimmere binnenstad te versterken. Deze projecten zullen alles te maken hebben met sensoren en gebruik van data. Samen met UT en bedrijven zullen we naar nieuwe toepassingen kijken van mobiliteitsdata, wifi en privacy.
Kengetallen IT
De IT-omgeving van Enschede staat dagelijks bloot aan vele pogingen tot het verkrijgen van ongeoorloofde toegang. Het gaat daarbij vooral om systeemaanvallen vanuit andere computers buiten het netwerk van de Gemeente Enschede. Deze aanvallen worden afgevangen door een second generation Firewall. Elke ochtend levert de Firewall een lijst van ondervangen hackpogingen. Het gaat om enige honderden per week. Naast de normale dagelijkse operatie wordt er jaarlijks met steeds een ander bedrijf van ethische hackers nagegaan waar hiaten in de defensie zitten. Een 'spontane' ethische hacker, volgens onze spelregels van responsible disclosure, heeft zich tot op heden niet gemeld.
Omschrijving | 1e kengetal | 2e kengetal | 3e kengetal |
Vensters voor bedrijfsvoering | Fte helpdesk: 2,4 | Tijdsduur afhandeling IT- melding interne klanten: 0,2 | Technisch en/of functioneel beheerde applicaties: 350 |
Wijzigingen 2015 (doorvoeren van wijzigingen aan de ICT-infrastructuur en het applicatielandschap) |
Tijdige autorisatie binnen 5 dagen na melding: 93,8% | Tijdige afronding na afspraak eindtermijn: 86,9% | Aantal ingediende wijzigingen: 3.576 |
Incidenten 2015 (betreffen verstoringen in de ICT infrastructuur) |
Ingediend: 35.088 | 1e lijns opgelost: 46% | Top 3: Citrix, Outlook, RES Powerfuse |
Telefonische helpdesk | Aanbod: 33.836 | Beantwoord: 29.802 | Servicelevel binnen 20 sec: 55,8% |
Mail 2015 | Inkomende ext. mail: 495.134 | Afgevangen Spam mail: 58.567 | Afgevangen Virus mail: 129 |
Major incidenten 2015 | 24 |
Meer flexibiliteit in de begroting 2020
De afgelopen jaren heeft Enschede fors moeten bezuinigen. Vooral flexibel inzetbare budgetten zijn ingeleverd, waardoor de gemeente minder mogelijkheden heeft om middelen in te zetten op prioritaire thema’s. Daarnaast is de begroting kwetsbaar voor externe tegenvallers, zoals kortingen die door het Rijk worden opgelegd. Het doel van de strategie voor een flexibele begroting is om budgetten flexibeler en meer op de politieke prioriteiten in te kunnen zetten en om de begroting van de gemeente minder kwetsbaar te maken voor externe factoren.
Meer financiële flexibiliteit is te bereiken door meerjarig aan twee strategische uitgangspunten vast te houden:
De ontwikkelingen op het gebied van personeel (minder, hoogwaardiger, grotere flexibele schil), sourcen en regievoeren (zelf blijven doen, samenwerken, inkopen of uitbesteden), Lean (continue handelswijze gericht op verbeteren van processen) en de inzet van IT als enabler/versneller draagt bij aan dit gewenste perspectief.
Sturen en vergelijken
We blijven de ontwikkeling van onze bedrijfsvoeringsactiviteiten volgen via het benchmarkinstrument Vensters voor Bedrijfsvoering. Het gaat hierbij om een set van 40 bedrijfsvoeringsindicatoren die we jaarlijks vergelijken met andere 100.000+ gemeenten.
Opbouw budget overhead
Met ingang van 2017 is het voor gemeenten verplicht om alle overhead (alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces) te centraliseren in haar begrotings- en verantwoordingsdocumenten. In hoofdstuk 5.2 is de opbouw van de totale gemeentelijke overhead opgenomen. Een verdere inhoudelijke toelichting op de opbouw voor overhead is hier opgenomen.
Beleid verbonden partijen
Vanuit het in 2015 vastgestelde beleidskader is u een evaluatie van de verbonden partijen toegezegd. Deze is nagenoeg klaar en zal eind oktober 2016 met de Raad worden besproken.
In de leeswijzer bij deze begroting is al aangegeven dat het BBV is gewijzigd ten aanzien van de informatie over de verbonden partijen. Per programma is nu te vinden aan welke beleidsdoelstelling de partijen een bijdrage leveren. De vermeldde aanduiding van het type verbonden partij is opgenomen in de tabel, met de informatie per verbonden partij, onderaan deze paragraaf.
Wijzigingen en actualiteiten verbonden partijen
In deze begroting zijn voor de eerste keer een aantal nieuwe verbonden partijen opgenomen:
Eerder is gemeld dat naar verwachting in 2016 een aantal B.V.'s die samenhangen met de verkoop van de aandelen Essent zouden worden geliquideerd. Uit actuele informatie blijkt dat opheffing van deze entiteiten niet eerder kan dan in 2019, omdat ze deel uitmaken van een totaalpakket aan afspraken dat is gemaakt is met de koper, RWE.
Naar verwachting wordt de Regionale Uitvoeringsdienst een gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2018.
Beheer verbonden partijen
De risicoanalyse van de verbonden partijen is voor het 2e jaar uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeente Almelo. De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit.
Vanuit de vorig jaar uitgevoerde pilot hebben we de ervaringen verwerkt in een bijgestelde vragenlijst. Hierbij zijn voornamelijk een aantal vragen van een betere toelichting voorzien. Ook zijn een aantal vragen herzien omdat deze niet duidelijk genoeg waren.
Daarnaast is de weging van de bovengenoemde indicatoren die leidt tot de uiteindelijke risicoscore aangepast. Niet bij alle indicatoren geldt dat een hoge score ook meteen een hoger risico betekent. Met name de categorie flexibiliteit, die onder meer gaat over de hoogte van het weerstandsvermogen van de verbonden partij, telt nu zwaarder mee.
In de onderstaande tabel is het totale risico aangegeven met stoplichtkleuren. De kleuren geven aan of het risico van de desbetreffende verbonden partij laag, middel of hoog is. De uitkomst is de totale weging van het financieel belang, zijnde de bijdrage die de gemeente levert aan de partijen, en de risicoscore vanuit de vragenlijsten. Deze risico-inschatting correspondeert vervolgens met het toezichtsregime (zie ook achtergronddocument dat bij de lijst met verbonden partijen is opgenomen).
Naam verbonden partij | Risicoscore | Financieel belang | Totaal risico |
Regio Twente | Midden | Hoog | Hoog |
Stadsbank | Midden | Hoog | Hoog |
Openbaar Lichaam Crematorium Twente | Laag | Laag | Laag |
Gemeentelijk Belastingkantoor Twente | Laag | Gemiddeld | Midden |
Regionaal Bedrijventerrein | Hoog | Hoog | Hoog |
Area Development Twente | Hoog | Hoog | Hoog |
Veiligheidsregio Twente | Midden | Hoog | Hoog |
Twentebedrijf | Hoog | Laag | Midden |
Twentse Schouwburg | Hoog | Hoog | Hoog |
Sportaal (Enschedese Zwembaden) | Hoog | Hoog | Hoog |
Twente Milieu | Midden | Gemiddeld | Midden |
Twence | Midden | Gemiddeld | Midden |
Bank Nederlandse Gemeenten | Laag | Klein | Laag |
Enexis | Laag | Klein | Laag |
Vitens | Laag | Klein | Laag |
Vordering op Enexis | Laag | Klein | Laag |
Euregio | Laag | Laag | Laag |
Voor Sportaal is de vragenlijst ingevuld op basis van de bekende gegevens van de NV Enschedese Zwembaden. Voor Onderhoud Enschede waren nog geen gegevens beschikbaar, vandaar dat deze niet is vermeld. Ook voor een aantal andere partijen ontbreken de gegevens, zoals ook is te zien in de lijst met verbonden partijen. Het gaat hierbij overigens om partijen waarbij de gemeente een gering financieel belang heeft.
De hoge risico's doen zich vooral voor bij de partijen waarin de gemeente op meerdere manieren participeert. Goed voorbeeld is de Twentse Schouwburg waaraan de gemeente subsidies en financiering verstrekt, verhuurder is en enig aandeelhouder. De financiële bijdrage is dan fors en vaak is een dergelijke onderneming ook afhankelijk van de bijdrage van de gemeente. Daar waar sprake is van meerdere partijen die diensten afnemen van een verbonden partij kan de financiële bijdrage fors zijn maar valt de risicoscore lager uit doordat deze organisatie niet afhankelijk is van één partij. Dit is bijvoorbeeld het geval bij Twente Milieu, waarvoor de gemeente Enschede de grootste afnemer is, maar de risico's meevallen aangezien zij voldoende andere aandeelhouders/klanten hebben om te diversifiëren.
In het gemeentebrede weerstandsvermogen is een samengesteld financieel risico opgenomen voor de verbonden partijen en de gesubsidieerde instellingen. In de top tien van risico’s staat een risico van 13,2 miljoen euro opgenomen voor onvoorziene bijdragen aan verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen. Hierin zijn ook de risico's van het ADT, RBT en de GEM Zuiderval verwerkt. Voor een verbonden partij wordt een financieel risico opgenomen als duidelijk is dat bijvoorbeeld een bezuinigingstaakstelling nog niet is ingevuld en wellicht tot nadelen leidt bij de gemeente, doordat een extra bijdrage moet worden betaald. Ook het niet voldoen aan de weerstandsnormen kan leiden tot het opnemen van een financieel risico voor een verbonden partij.
Lijst met verbonden partijen
In de onderstaande lijst staan de verbonden partijen van de Gemeente Enschede met de conform de gewijzigde BBV verplichte informatie. Verdere algemene informatie per verbonden partij is te vinden onder deze link.
Type | Naam en vestigingsplaats | Financieel belang gemeente 2017 | Begrote omvang eigen vermogen begin 2017 | Begrote omvang eigen vermogen eind 2017 | Begrote omvang vreemd vermogen begin 2017 | Begrote omvang vreemd vermogen eind 2017 | Begroot resultaat 2017 |
GR | Regio Twente Enschede |
Bijdrage 7,3 miljoen euro 408.000 euro subsidie GGD Regio Twente |
3,162 miljoen euro Weerstandsvermogen voldoet aan de gestelde eisen |
3,162 miljoen euro | 14,212 miljoen euro | 14,088 miljoen euro | 0 euro |
GR | Twentebedrijf Enschede | Bijdrage 93.132 euro | n.v.t. | n.v.t. | n.n.b. | n.n.b. | 0 euro |
GR | Stadsbank Oost-Nederland Enschede |
Bijdrage dienstverlening 2,9 miljoen euro Kapitaalinbreng 179.000 euro |
1,877 miljoen euro Weerstandsvermogen voldoet aan de gestelde eisen |
1,880 miljoen euro | n.n.b. | n.n.b. | 0 euro |
GR | Openbaar Lichaam Crematoria Twente Enschede |
Dividend 112.500 euro |
1,586 miljoen euro Weerstandsvermogen voldoet aan de gestelde eisen |
1,586 miljoen euro | 0 euro | 0 euro | 359.000 euro (dividend dat wordt uitgekeerd aan de gemeenten) |
GR | Gemeentelijk Belastingkantoor Twente Hengelo |
Bijdrage 3,120 miljoen euro |
486.000 euro Weerstandsvermogen voldoet aan de gestelde eisen |
440.000 euro | n.n.b. | n.n.b. | 0 euro |
GR | Regionaal Bedrijventerrein Almelo |
Verliesvoorziening van 5,4 miljoen euro | Beschikt niet over eigen vermogen. Deelnemers houden voldoende verliesvoorziening aan ter afdekking van ingeschatte risico's. | 104,7 miljoen euro | 118,9 miljoen euro | 0 euro | |
GR | Area Development Twente Enschede |
Verliesvoorziening van 9,64 miljoen euro | Beschikt zelf niet over eigen vermogen. Deelnemers houden voldoende verliesvoorziening aan ter afdekking van ingeschatte risico's. | 38 miljoen euro | 38 miljoen euro | 0 euro | |
GR | Veiligheidsregio Twente Enschede |
Bijdrage 12,3 miljoen euro | 0,603 miljoen euro | n.n.b. | 56,6 miljoen euro | 56,3 miljoen euro | 0 euro |
NV | Twentse Schouwburg Enschede |
7.187.606 euro subsidie 765.000 euro verstrekte leningen 1 euro aandelenkapitaal |
1,069 miljoen euro | 1,188 miljoen euro | 5,031 miljoen euro | 3,354 miljoen euro | 119.130 euro |
BV | Sportaal Enschede |
1.035.000 euro subsidie zwembaden 513.000 euro verstrekte leningen zwembaden |
n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. |
BV | Onderhoud Enschede Enschede | 11,7 miljoen euro inkoop | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. |
NV | Twente Milieu Enschede |
14,5 miljoen euro inkoop 281.000 euro aandelenkapitaal |
8,037 miljoen euro | 8,044 miljoen euro | 11,731 miljoen euro | 11,218 miljoen euro | 7.000 euro |
BV | Twence Hengelo |
3,4 miljoen euro inkoop 193.000 euro dividend 1 euro aandelenkapitaal 2,408 miljoen euro garantstelling waarvoor jaarlijks 400.000 euro vergoeding wordt ontvangen. |
124 miljoen euro | 124 miljoen euro | 150 miljoen euro | 150 miljoen euro | 9 miljoen euro |
NV | Bank Nederlandse Gemeenten Den Haag |
125.000 euro dividend 455.000 euro aandelenkapitaal 100.000 euro inkoop betalingsverkeer |
n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. |
NV | Enexis Den Bosch |
200.000 euro dividend 41.000 euro aandelenkapitaal |
3.706 miljoen euro | 3.806 miljoen euro | 3.700 miljoen euro | 3.800 miljoen euro | 200 miljoen euro |
NV | Vitens Zwolle |
200.000 euro dividend 11.000 euro aandelenkapitaal |
441,3 miljoen euro | 466,1 miljoen euro | 1.293 miljoen euro | 1.290 miljoen euro | 29,1 miljoen euro |
BV | Voormalig Essent: Den Bosch |
||||||
Vorderingen op Enexis | 43 euro aandelenkapitaal per entiteit | 0 euro | 15.000 euro negatief | 362,3 miljoen euro | 362,3 miljoen euro | 15.000 euro negatief | |
Verkoop Vennootschap | 1,2 miljoen euro | 1,1 miljoen euro | 20.000 euro | 20.000 euro | 50.000 euro negatief | ||
Publiek Belang Elektriciteitsproductie | 1,6 miljoen euro | 1,6 miljoen euro | 118.000 euro | 118.000 euro | 15.000 euro negatief | ||
CBL Vennootschap | 1 miljoen dollar | 0 miljoen dollar | 150.000 dollar | 165.000 dollar | 15.000 dollar negatief | ||
CSV Amsterdam | 92.000 euro negatief | 167.000 euro negatief | 150.000 euro | 225.000 euro | 75.000 euro negatief | ||
CO | Dimpact Enschede |
6.000 euro lidmaatschapskosten 0,7 miljoen euro inkoop 1,3 miljoen euro opbrengsten |
n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. |
ST | Administratiekantoor Dataland Gouda |
8.000 euro aandelenkapitaal | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. |
OV | Regionale Uitvoeringsdienst Twente Almelo |
Aandeel structuurkosten | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.n.b. |
OV | Euregio Gronau |
Bijdrage 45.922 euro (0,29 euro per inwoner). | 1,082 miljoen euro | 1,120 miljoen euro | - | - | 38.469 euro |
In de jaarschijven 2016 t/m 2018 wordt per saldo 22 miljoen euro onttrokken en vervolgens gestort aan de reserve grondexploitatie voor de uitwerking van Richting aan Ruimte. Meer informatie over het grondbeleid is opgenomen in de gemeenterekening 2016.
In de programmabegroting 2015 zijn de ambities voor de komende vier jaar vastgelegd en de wijze waarop de maatschappelijke effecten (doeltreffendheid) en de inzet van middelen (doelmatigheid) worden gemonitord. In alle vanaf 2014 op te stellen beleidsplannen worden afspraken vastgelegd inzake tussentijdse monitoring en evaluatie van beleid na 4 jaar. In 2017 worden de jaarlijkse evaluaties gedaan als onderdeel van het reguliere proces.
In het kader van de decentralisaties zijn gemeenten met ingang van 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering. De uitvoering van de jeugdhulp is begin 2016 geëvalueerd. In 2018 zal een 213a onderzoek worden uitgevoerd naar jeugdhulp. De exacte opzet van dit onderzoek wordt in de programmabegroting 2018 nader uitgewerkt.