Programma Product bedragen in 1.000 euro's |
Toelichting/ omschrijving | 2017 Baten |
2017 Lasten |
2018 Baten |
2018 Lasten |
2019 Baten |
2019 Lasten |
2020 Baten |
2020 Lasten |
Maatschappelijke ondersteuning | |||||||||
Algemene maatschappelijke voorzieningen | Gezond in de stad | 496 | |||||||
Algemene maatschappelijke voorzieningen | Uitvoering transformatieagenda MO | 2.680 | |||||||
Duurzame Leefomgeving | |||||||||
Locatieontwikkeling | Actieprogramma binnenstad | 375 | 125 | ||||||
Handhaven Openbare Ruimte | Uitbreiding handhavingscapaciteit | 200 | 200 | 200 | |||||
Openbare Orde & Veiligheid | Big data | 50 | 50 | 50 | |||||
Openbare Orde & Veiligheid | Kameleon aanpak | 100 | 100 | 100 | |||||
Cluster Omgeving & Recht | Omgevingswet | 230 | 300 | 600 | |||||
Duurzaamheid | 230 | 230 | |||||||
Cultuur | ATAK | 280 | |||||||
Grondbedrijf | Afwaardering BBV, Richting Aan Ruimte (RAR) | 3.800 | 12.800 | ||||||
Versterken Economie | |||||||||
Projecten Economische ontwikkelingen | Aanloopkosten Technology base Twente | 325 | |||||||
Dienstverlening en financieel beleid | |||||||||
Infrastructuur ADT | Aanleg infrastructuur | 2.250 | |||||||
Flankerend Beleid | Reorganisatie, remweg, project IPP, flexibele begroting | 4.250 | 1.000 | 1.000 | |||||
Totaal | 230 | 12.786 | 230 | 16.825 | 1.950 |
Toelichting
Programma Maatschappelijke ondersteuning
Algemene maatschappelijke voorzieningen - Gezond in de stad
Gemeenten met kwetsbare wijken besteden tot en met 2017 extra middelen om de gezondheid van mensen in een lage sociaal-economische positie te verbeteren. Deze middelen maken onderdeel uit van het meerjaren investeringsprogramma Sociaal Domein.
Algemene maatschappelijke voorzieningen -Versterken burgerkracht - uitvoering transformatieagenda MO
Voor het meerjaren investeringsprogramma Sociaal Domein zijn in 2015 en 2016 (conform raadsbesluit 8 juni 2015) middelen toegevoegd aan de reserve Sociaal Fonds (totaal 4,68 miljoen euro). Deze reserve wordt gebruikt om het investeringsprogramma uit te kunnen voeren.
Programma Duurzame leefomgeving
Locatieontwikkeling
Aan het actieprogramma binnenstad wordt conform het coalitieakkoord een tijdelijke impuls gegeven ter vergroting van de aantrekkingskracht van de binnenstad van Enschede.
Uitbreiding Handhavingscapaciteit
Zie toelichting in Hoofdstuk 3.3 Doelstelling B thema 8
BIG DATA
Dit betreft de kosten voor het maximaal 3 jarige project om in het domein veiligheid (big) data gestuurde interventies uit te kunnen voeren.
Kameleon aanpak
Zie Zomernota, dit betreft het 3 jarige project voor de aanpak van (drugs)overlast op het Wilminksplein, Noorderhagen en Glanerbrug.
Omgevingswet
Zie toelichting in Hoofdstuk 3.3 Doelstelling A thema 1
Duurzaamheid
Bij het aflopen van het coalitieakkoord in 2018 zijn er vanaf 2019 geen middelen beschikbaar voor het product duurzaamheid.
Programma Dienstverlening en financieel beleid
Infrastructuur ADT
Bij de ontwikkelingsplannen van het ADT is voor 3 miljoen euro rekening gehouden met kosten voor aanleg van de infrastructuur. 0,75 miljoen euro is geraamd voor 2015 en 2,25 miljoen euro voor 2018.
Flankerend beleid
Incidenteel wordt in 2017 4,25 miljoen euro aan de reserve flankerend beleid gedoteerd. De reserve flankerend beleid is gevormd voor het realiseren van bezuinigingen en de intensivering van digitalisering werkprocessen. Hiermee heeft de organisatie meer armslag om bij het doorvoeren van bezuinigingen en verzelfstandigen van taken flankerende maatregelen te nemen. Denk daarbij aan het treffen van regelingen voor bovenformatief personeel, frictiekosten, desintegratiekosten en investeringen in ICT om efficiënter te kunnen werken. In 2017 wordt 4,136 miljoen euro onttrokken aan deze reserve.
Programma Versterken Economie
Projecten Economische Ontwikkeling
Dit betreft de kosten voor het Enschedese aandeel in de projectkosten voor Technology Base Twente in 2017.
|
|
Toelichting op de reserves
De doelstellingen van de reserves zijn toegelicht met behulp van zogenaamde mouse-overs op de website. De mutaties van de verschillende reserves komen in hoofdstuk 3 en 6.4 aan de orde, bij de toelichting op het onderdeel "Wat mag het kosten?".
|
De doelstellingen van de belangrijkste voorzieningen zijn toegelicht met behulp van zogenaamde zogenaamde mouse-overs op de website.
Onderstaande tabellen geven per programma inzicht in de verdeling van de baten en de lasten van de producten voor de jaren 2017 t/m 2020. De toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves spelen hierbij een belangrijke rol en zijn daarom ook opgenomen. Waar de baten en de lasten binnen één product niet aan elkaar gelijk zijn, ontstaat een resultaat. Dit resultaat kan positief of negatief zijn en komt, rekening houdend met reservemutaties op dit product, uiteindelijk ten gunste of ten laste van de algemene middelen van de gemeente Enschede.
Alle programmaoverhead is in 2017 verzameld in het taakveld overhead binnen het programma Dienstverlening en financieel beleid. Concreet betekent dit alle onderstaande tabellen vanaf 2017 t.o.v. 2016 verminderd zijn met deze overheadkosten. Daar waar het om materiele bedragen gaat wordt dat per product toegelicht. Zie paragraaf 5.2 (Uiteenzetting financiële positie) voor meer informatie over dit onderwerp.
Maatschappelijke ondersteuning
|
Toelichting
Algemeen
Zoals in het begin van dit hoofdstuk is aangegeven zijn alle producten verlaagd met de programmaoverhead. Deze kosten zijn verzameld binnen het programma Dienstverlening en financieel beleid (DFB). Dit betekent voor het programma Maatschappelijke ondersteuning een uitname voor de overhead vanaf 2017 van 2,5 miljoen euro. Daarnaast is met ingang van 2017 is de organisatiestructuur van het programma MO gewijzigd waardoor de toedeling van de personeelskosten aan de diverse producten zijn geactualiseerd. Op productniveau ontstaan door bovenstaande wijzigingen verschillen tussen het jaar 2017 en 2016, die hieronder per product zijn aangegeven als mutatie toerekening personeelslasten.
Algemene maatschappelijke voorziening
De lasten zijn in 2017 gestegen met 1,6 miljoen euro. De lasten nemen toe met 0,5 miljoen euro door een overheveling van de bemoeizorg van WMO begeleiding naar Algemene maatschappelijke voorziening, met 0,7 miljoen euro investeringen transformatieagenda, 0,2 miljoen loon/prijscompensatie en 0,4 miljoen gewijzigde personeelskosten toerekening (zie toelichting algemeen) en dalen met -/- 0,2 miljoen euro door verschuiving van Wijk impulsgelden naar programma DFB.
De lasten dalen in 2018 met -/- 2,9 miljoen euro. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door inzet van een budget in 2017 van 2,7 miljoen voor de investeringen transformatieagenda, dit geldt niet voor 2018.
De lasten in 2019 dalen met -/- 0,6 miljoen euro. Dit betreft -/- 0,3 miljoen euro taakstelling efficiencyslag subsidies maatschappelijk ontwikkeling (transformatie, op een totaal budget van 60 miljoen euro is het mogelijk om een effiencyslag te maken) en -/- 0,3 miljoen euro beëindiging extra middelen coalitie akkoord 2015-2018 (onder andere preventiebeleid jongeren), deze middelen zijn toegevoegd voor een periode van 4 jaar.
Lichte ondersteuning en regie
De lasten dalen in 2017 met -/- 5,4 miljoen euro. Dit wordt voor -/- 5,1 miljoen euro veroorzaakt door een lagere personeelskosten toerekening (zie toelichting bij algemeen). Daarnaast zijn taakstellingen verwerkt uit de zomernota (procesoptimalisatie) -0,125 miljoen euro, -0,2 miljoen stedelijke dienstverlening (bestaande taakstelling) en -/- 0,1 miljoen verbetering vroegsignalering (bezuiniging Welzijn 2014, dit is het gepland stop zetten van de financiële stimulering) en 0,1 mln euro budget schrijnende gevallen overheveling vanuit product opvangvoorzieningen (verschuiving). De taakstelling procesoptimalisatie betekent een verlaging van het personeelsbudget. Dit is mogelijk omdat twee jaren na de transitie werkprocessen zijn uitgelijnd en inzet van tijdelijk (duurdere inhuur) personeel kan worden afgebouwd en/of deels omgezet in gemeentelijke personeel.
De taakstelling stedelijke dienstverlening wordt enerzijds opgevangen door een korting op het personeelsbudget en anderzijds door proces maatregelen binnen de wijkteams (juiste toepassing woonplaatsbeginsel leidt tot lagere kosten jeugdhulp in Enschede).
Jeugdhulp Vrijwillig kader
De toename van de lasten van 0,8 miljoen euro in 2017 is voor ruim 0,5 miljoen euro het gevolg van de gewijzigde personeelskosten toerekening (zie toelichting bij algemeen). Het restant betreft een toename als gevolg wijziging van de integratie uitkering jeugd in 2017 van in totaal (gedwongen- en vrijwillig kader) 0,3 miljoen euro. Dit is het gevolg van een verlaging -/- 1,7 miljoen euro (korting 3e tranche jeugdhulp), een correctie verdeelmodel maatstaf gemiddeld gestandaardiseerd inkomen van 1,3 miljoen euro en een aantal overige mutaties zoals prijsaanpassingen, VNG betalingen en uitvoeringskosten SVB voor 0,7 miljoen euro.
De toename in 2018 van 0,4 miljoen euro wordt veroorzaakt doordat in 2017 eenmalig een uitname heeft plaatsgevonden voor VNG betalingen en uitvoeringskosten SVB. In 2018 gelden deze uitnames niet.
In 2020 is sprake van een daling van 0,3 miljoen euro als gevolg van het effect van “inkoop via trajecten resultaatgericht werken” (zomernota 2016). De Transformatie door resultaat gericht inkopen in de jeugdhulp levert besparing op in de kosten 2e lijns jeugdhulp.
Jeugdhulp gedwongen kader
De toename van de lasten van 0,1 miljoen euro in 2017 wordt voor 0,1 miljoen euro veroorzaakt door de gewijzigde personeelskosten toerekening (zie toelichting bij algemeen). De toename in 2018 van 0,1 miljoen euro is geheel het gevolg van de gewijzigde integratie uitkering. Dit wordt in combinatie met jeugdhulp vrijwillig kader hieronder toegelicht.
WMO begeleiding
De lasten dalen in de 2017 -/- 2,1 miljoen euro. Dit is het gevolg van -/- 0,2 gewijzigde personeelskosten toerekening (zie toelichting bij algemeen), -/- 0,5 miljoen euro overheveling van de bemoeizorg naar het product Algemene maatschappelijke voorziening, -/- 0,6 mln euro mutaties opgenomen in de integratie uitkering sociaal domein en -/- 0,8 mln euro eenmalige kosten in 2016. De eenmalige kosten in 2016 hebben betrekking op transitiekosten WMO. De daling van de -/- 0,6 miljoen in de integratieuitkering sociaal domein heeft betrekking op een aantal diverse uitnames (VNG betalingen, uitvoeringskosten SVB, MPT naar Wlz).
In 2018 en 2019 betreft de daling de mutaties integratieuitkering sociaal domein.
De daling in 2020 van -/- 0,2 miljoen euro wordt voor -/- 0,1 miljoen euro veroorzaakt door de taakstelling uit de zomernota 2016 gericht op daling van 2e lijnskosten door "het werken met populatiemanagement" en -/- 0,1 miljoen euro door mutaties integratieuitkering sociaal domein.
WMO individuele voorzieningen
De lasten dalen in 2017 met -/- 0,4 miljoen euro en in 2020 met -/- 0,15 miljoen euro. De daling is het gevolg van een stijging van 2,6 miljoen euro in verband met gewijzigde personeelskosten toerekening (zie toelichting bij algemeen), een toename van de integratie uitkering WMO voor onder andere vernieuwing maatschappelijke ondersteuning en extramuralisatie van 0,8 mln, een daling als gevolg van de taakstelling procesoptimalisatie -/- 0,375 miljoen euro (zomernota 2016, zie ook toelichting bij product "lichte ondersteuning en regie"), een daling als gevolg van eenmalige lasten in 2015 en 2016 van -/- 2 miljoen euro huishoudelijke hulp toelage (HHT), -/- 1 miljoen euro als gevolg van het eenmalige budget 2016 voor innovatie ondersteuning huishouden, een daling van -/- 0,27 mln euro bijdrage aan de taakstelling inkomensondersteuning en een daling taakmutatie scootmobielen van -/- 0,2 miljoen euro. Het restant betreft overige kleinere verschillen.
De daling in 2020 is het gevolg van taakstelling “de inclusieve stad”. Door een andere manier van werken wordt 0,2 miljoen bespaard op de kosten van WMO voorzieningen. Daarnaast stijgen in 2020 de lasten met 0,1 miljoen als gevolg van de ophoging integratie uitkering WMO vernieuwing maatschappelijke ondersteuning.
Beschermd Wonen
De stijging van de lasten in de jaren 2017 (1,4 miljoen euro), 2018 (1,2 miljoen euro) en 2019 (0,9 miljoen euro) wordt vooral veroorzaakt door een toename van Normatieve Huisvestingscomponent (NHC). Dit is een gevolg van het geleidelijk overhevelen van de huisvestingsvergoeding aan zorgaanbieders van het Rijk naar de gemeenten. Enschede voert als centrumgemeente de taak Beschermd Wonen uit voor 8 Twentse gemeenten. In 2017 is het effect van de toename NHC 1,6 miljoen euro. Daarnaast is sprake van een verhoging van 0,1 mln in 2017 en 2018 als gevolg van een aanpassing in het verdeelmodel Integratie uitkering sociaal domein onderdeel Beschermd Wonen. In 2017 is sprake van een gewijzigde personeelskosten toerekening van -/- 0,3 miljoen euro (zie toelichting bij algemeen).
Opvangvoorzieningen
De lasten stijgen in 2017 met 0,4 miljoen euro. Dit betreft loon/prijscompensatie 0,4 miljoen, overheveling budget schrijnende gevallen naar lichte ondersteuning en regie -/- 0,1 miljoen euro en aanpassingen in de decentralisatie uitkering maatschappelijke opvang en vrouwenopvang van 0,1 miljoen euro. In 2018 stijgen de lasten met 0,3 miljoen euro als gevolg van een verhoging van de decentralisatie uitkering vrouwenopvang door invoering van het objectief verdeelmodel.
Inkomensondersteuning
Dit product bestaat uit de onderdelen Schuldhulpverlening, Bijzondere bijstand en Bijzondere inkomensvoorzieningen en uit de middelen voor de maatwerkvoorziening inkomensondersteuning chronisch zieken en gehandicapten
Voor de bestaande taakstelling op het product Inkomensondersteuning is in de Zomernota 2016 afgesproken dat het College een nadere concretisering van de invulling zou geven. De wijze van invullen (deels uit budgetten van andere begrotingsproducten, zie Hoofdstuk 2) betekent dat nu een positief financieel effect ontstaat op de budgetten van de deelproducten Schuldhulpverlening, Bijzondere bijstand en Bijzondere inkomensvoorzieningen. Ook is met de invulling een uitwerking gegeven aan de motie ‘Hantering Herstel onbalans samenleving’. De lasten nemen hierdoor in 2017 toe met 0,86 miljoen euro. Toekenning van loon- en prijscompensatie verhogen de lasten verder met 0,1 miljoen euro.
Daartegenover staat in 2017 een daling van de lasten van 0,45 miljoen euro als gevolg van een eenmalig budget maatwerkvoorziening ten behoeve van chronisch zieken en gehandicapten dat in 2016 is toegevoegd vanuit de resultaatsbestemming jaarrekening 2015. Door uitname van de Programmaoverhead nemen de lasten verder af met 0,17 miljoen euro.
Reserves
Hieronder wordt een toelichting gegeven op de verschillen die optreden tussen de begrotingsjaren in de stortingen in en onttrekkingen aan reserves:
Versterken economie
|
Toelichting
Algemeen
Zoals in het begin van dit hoofdstuk is aangegeven zijn alle producten verlaagd met de programmaoverhead. Deze kosten zijn verzameld binnen het programma Dienstverlening en financieel beleid (DFB). Daar waar het om materiële bedragen gaat wordt dat per product toegelicht.
Projecten economische ontwikkelingen
Naast het structurele budget voor Projecten economische ontwikkelingen van 0,4 miljoen euro, zijn In 2017 de begrote kosten voor de activiteiten in het kader van Technology Base Twente begroot voor 0,3 miljoen euro. In 2016 werden deze kosten voor 0,6 miljoen euro begroot bij het programma Duurzame Leefomgeving. In de Zomernota 2016 is 0,3 miljoen euro bezuinigd op dit budget als bijdrage voor intensiveringen.
Versterken economische structuur
De lagere lasten bestaan uit de overheveling van 40.000 euro voor programmaoverhead naar het programma Dienstverlening en financieel beleid en uit de invulling van de taakstelling regionale samenwerking economie en beleid van 45.000 euro (Programmabegroting 2015-2018).
Meerjarige ontwikkeling
In 2020 nemen de lasten en baten af met 0,7 miljoen euro door beëindiging van de subsidie van de provincie en door ons verstrekte incidentele subsidie voor het project ‘Doorontwikkeling Internationale School Twente’.
Innovatie en Ondernemerschap
De lasten zijn incidenteel met 0,25 miljoen euro verhoogd voor het Kennispark als gevolg van een structurele intensivering uit de Zomernota 2016. Dekking van dit budget is gerealiseerd door herschikking van bestaande budgetten (Zomernota 2016).
Dienstverlening aan ondernemers
De lagere lasten worden voor 0,2 miljoen euro verklaard door de overheveling van de programmaoverhead vanaf 2017 naar het programma Dienstverlening en financieel beleid. Daarnaast nemen de lasten af door de invulling van 0,1 miljoen euro aan taakstellingen. De taakstellingen bestaan uit 45.000 euro regionale samenwerking economie en beleid (programmabegroting 2015) en 70.000 euro herschikking en reductie personeel Economie, Werk en Onderwijs (Zomernota 2016).
Algemene bijstand levensonderhoud
Onder dit product vallen de verstrekking van bijstandsuitkeringen en de (kosten van) fraudebestrijding.
Met ingang van 2017 nemen de lasten per saldo af met circa 0,3 miljoen euro door uitname van de Programmaoverhead (minus 0,5 miljoen euro) en toevoeging van loon- en prijscompensatie (plus 0,2 miljoen euro). Door uitvoering van het plan ‘Bijstandsuitgaven binnen rijksbudget’ dalen de lasten verder. In 2017 gaat het om verlaging van de uitkeringslasten van 1,2 miljoen euro en in 2018 om nog eens 1,1 miljoen euro.
De baten wijzigen door budgettaire aanpassingen van het rijk. Per saldo is sprake van een daling van 1,2 miljoen euro in 2017 en van een stijging in 2018 van 0,7 miljoen euro.
Bij de ramingen van de lasten voor 2017 en verder is uitgegaan van 7.000 uitkeringsgerechtigden. Op basis van de Macro Economisch Verkenning (MEV, kerngegeven Arbeidsmarkt - Werkloze beroepsbevolking) is verondersteld dat dit aantal na 2017 niet verder toeneemt.
De gemeente Enschede heeft de ambitie om met ingang van 2018 geen gemeentelijke middelen meer in te zetten voor uitgaven van uitkeringen in het kader van Algemene Bijstand Levensonderhoud. Deze ambitie van reductie van het tekort van in totaal 8 miljoen euro is verwoord in het in de zomer van 2015 opgestelde plan ‘Bijstandsuitgaven binnen rijksbudget’. Het betekent een stapsgewijze verlaging van de uitgaven, waardoor het tekort op het BUIG-budget wordt teruggebracht. Het gaat dan om een verlaging van de uitgaven met 4,9 miljoen euro in 2017 (een verdere verlaging van 1,2 miljoen euro ten opzichte van 2016) en met 6,0 miljoen euro vanaf 2018 en verder (een verdere verlaging van 1,1 miljoen euro ten opzichte van 2017). Het is echter onzeker of deze verlagingen van uitgaven ook volledig gerealiseerd kunnen worden.
Bij de ramingen van de baten voor 2017 en verder is uitgegaan van het voorlopige BUIG-budget 2017 van eind september 2016 van circa 90,9 miljoen euro.
Het met ingang van 2015 toegepaste verdeelmodel voor de middelen van het budget BUIG is voor 2017 op een aantal onderdelen aangepast. Met ingang van 2017 is het model (zoveel mogelijk) gebaseerd op integrale data in plaats van steekproefgegevens (enquête beroepsbevolking, EBB). .
Bovengenoemde betekent dat binnen het product Algemene bijstand levensonderhoud in 2018 nog sprake is van een extra opgave van 0,9 miljoen euro, oplopend tot 1,8 miljoen euro in 2019 en verder.
Bij de bepaling van het weerstandvermogen is rekening gehouden met het risico dat het rijksbudget ontoereikend is.
Arbeidsmarktparticipatie
De lasten zijn afgenomen met 1,9 miljoen euro.
Door de overheveling van de programmaoverhead naar DFB nemen de lasten af met 0,3 miljoen euro. Daarnaast dalen de lasten met 0,7 mln euro door aflopende specifieke rijksregelingen. In 2017 stopt de rijksbekostiging voor Werkkamers (0,4 miljoen euro), wordt er minder ontvangen voor de aanpak van Jeugdwerkloosheid (0,1 miljoen euro), eigen kracht (0,05 miljoen euro) en Wet Taaleis (0,15 miljoen euro). Een derde verklaring is de invulling van de taakstelling Herschikking van bestaande budgetten Versterken Economie (Zomernota 2016) ad 0,1 miljoen euro. Een vierde verklaring is de eenmalige bijdrage van 0,6 miljoen euro aan Inkomensondersteuning. Tot slot is er 0,2 miljoen euro minder beschikbaar voor de uitvoering van de Bestuursopdracht BUIG naar 0. Er is rekening gehouden met de besteding van 2,5 miljoen euro. Deze wordt incidenteel bekostigd door een onttrekking uit de reserve van 0,5 miljoen euro en een extra budget van 1,8 miljoen euro (Zomernota 2016). In 2016 was nog 2,5 miljoen euro beschikbaar via de onttrekking uit de reserve.
De lagere baten in 2017 worden verklaard doordat er 0,5 miljoen euro minder subsidies worden geraamd in 2017. In de loop van 2017 verwachten we meer duidelijkheid over eventuele subsidie-inkomsten.
In 2017 wordt er 1,5 miljoen euro minder onttrokken uit de reserve Re-integratie en inburgering voor de uitvoering van de bestuursopdracht BUIG naar 0. In 2017 resteert nog 0,5 miljoen euro. Voor 2017 is aanvullend rekening gehouden met de intensivering van 1,8 miljoen euro voor de dekking van de uitvoering van het plan 'Bijstandsuitgaven binnen rijksbudget' (Zomernota 2016).
Meerjarige ontwikkeling
In 2018 nemen de lasten af door de beëindiging van de bestuursopdracht BUIG naar 0. Jaarlijks neemt het budget toe door de toevoeging van Rijksmiddelen aan het participatiebudget door de uitbreiding van de nieuwe doelgroep.
Uitvoering SW
In 2017 zijn de lasten in totaal met 5,6 mln euro afgenomen.
Een belangrijke verklaring is de uitstroom van SW-medewerkers. Deze leidt voor 2,7 miljoen euro aan lagere lasten. Een andere verklaring is de verwerking van het structureel knelpunt tekort SW (Zomernota 2016) van 0,6 miljoen euro. Een derde verklaring is het wegvallen van het eenmalige budget van 1,6 miljoen euro voor het Sectorplan 2016. Deze rijksmiddelen waren toegekend voor 2016. Ook is in 2017 voor 0,6 miljoen euro extra aan kostenbesparende maatregelen (Kadernota SW) verwerkt in de begroting. Tot slot wordt er 0,1 miljoen euro minder aan transitievergoedingen geraamd.
De baten zijn in totaal 1,4 miljoen euro lager ten opzichte van 2016.
De baten zijn afgenomen met 1,6 miljoen euro door het wegvallen van de eenmalige rijksbijdrage aan het Sectorplan. Daarnaast neemt de omzet per saldo af met 0,3 miljoen euro als gevolg van de uitstroom van SW-medewerkers. Tot slot is de bijdrage vanuit het participatiebudget 0,5 miljoen hoger.
Met de invoering van de Participatiewet vanaf 2015 is de instroom in de SW gestopt. Het verloop binnen de SW leidt daarom tot jaarlijkse lagere Rijksbekostiging. Daarnaast heeft SZW efficiency taakstellingen doorgevoerd. Om binnen deze lagere budgetten te kunnen blijven zijn diverse maatregelen uit de Kadernota SW in gang gezet.
We hebben te maken met een aantal risico’s. Allereerst leidt de rijksbekostiging tot een extra opgave van 0,6 mln euro in 2017. Daarnaast kan onze relatief oude SW-doelgroep gevolgen hebben voor de productiviteit. Tot slotte is er een hoog ziekteverzuim onder de onze SW-medewerkers.
Brede talentontwikkeling
De lagere lasten van 0,1 miljoen euro zijn voornamelijk het gevolg van een gewijzigde doorberekening van apparaatskosten binnen het organisatieprogramma Maatschappelijke Ondersteuning.
Meerjarige ontwikkeling
Conform het coalitieakkoord wordt het budget vanaf 2019 met 0,4 miljoen euro verlaagd.
Aansluiting Onderwijs en Arbeidsmarkt
In 2017 wordt 0,3 miljoen euro toegevoegd aan het product. Deze middelen zijn bestemd voor de verbinding van het hoger onderwijs met de LEA-doelstellingen (Zomernota 2016). Anderzijds nemen de lasten af door de overheveling van programmaoverhead naar DFB en een gewijzigde doorberekening van apparaatskosten binnen het organisatieprogramma Maatschappelijke Ondersteuning.
Kinderopvang
De lagere lasten zijn voornamelijk het gevolg van een budgetverlaging van 0,4 miljoen euro zoals opgenomen in de Zomernota 2016. 0,15 miljoen euro is gevolg van minder gebruik van kinderopvang met sociaal medische indicatie. 0,25 miljoen euro bestaat uit de vrijval van rijksmiddelen voor kwaliteit van het peuterspeelzaalwerk.
Leerlingenvervoer
De lagere lasten zijn voornamelijk het gevolg van een budgetverlaging van 0,15 miljoen euro zoals in de Zomernota 2016 is opgenomen. Door maatwerk binnen het leerlingenvervoer wordt deze taakstelling worden gerealiseerd.
Leerplicht / RMC / Onderwijskwaliteit
In 2016 is het budget incidenteel met 3,2 miljoen euro opgehoogd met geoormerkte Rijksmiddelen, zowel bij de lasten als de baten. Het niet bestede deel van deze middelen wordt in 2017 toegevoegd aan het product.
Meerjarige ontwikkeling
De budgetten zijn vanaf 2018 lager door het nog niet toekennen van rijksmiddelen. De verwachting is dat dit nog wel gebeurt.
Verkeersinfrastructuur en beleid
De cijfers zijn gebaseerd op de lopende projecten waarvoor de raad eerder budget beschikbaar heeft gesteld. De toekenning van budget voor nieuwe projecten in 2017 vindt plaats via separate raadsvoorstellen in de loop van het jaar, niet bij de programmabegroting.
Reserves
Hieronder wordt een toelichting gegeven op de verschillen die optreden tussen de begrotingsjaren in de stortingen en onttrekkingen aan reserves.
De verlaging van de onttrekkingen aan de reserves heeft in 2017 voor 1,5 miljoen euro en in 2018 voor 0,5 miljoen euro betrekking op het product arbeidsmarktparticipatie. De overige mutaties worden veroorzaakt binnen het product verkeersinfrastructuur en beleid door mutaties in de mobiliteitsreserves.
Duurzame leefomgeving
|
Toelichting
Algemeen
Alle programmaoverhead is in 2017 verzameld in het taakveld overhead binnen het programma Dienstverlening en financieel beleid. Concreet betekent dit dat de bedragen in bovenstaande tabel vanaf 2017 t.o.v. 2016 verminderd zijn met deze overheadkosten. Daar waar het om materiele bedragen gaat wordt dat per product toegelicht. Zie paragraaf 5.3 (Uiteenzetting financiële positie) voor meer informatie over dit onderwerp.
Stadsdeelgewijs werken
De daling van het lastenbudget met 744.000 euro ten opzichten van 2017 wordt vooral veroorzaakt door:
Meerjarige ontwikkeling
Vanaf 2019 daalt het budget met 509.000 door de afloop van intensivering op stadsdeelsgewijs werken.
Ruimtelijke ontwikkeling
De lasten in 2017 zijn in totaal 580.000 euro lager ten opzichte van 2016.
Dit komt door:
Daarnaast worden de lasten weer hoger in 2017 t.o.v. 2016 door loon- en prijscompensatie (56.000 euro) en overige mutaties (9.000 euro).
Vanaf 2017 is de geraamde opbrengstverhoging (100.000 euro) door invoering van betaald parkeren bij de Grolsch Veste uit de begroting gehaald. De opbrengstverhoging kan niet worden gerealiseerd als gevolg van gewijzigd beleid t.a.v. betaald parkeren op dit terrein.
Ontwikkelingen meerjarig:
Daarnaast gaan de rentelasten in 2018 verder omlaag met 100.000 euro als gevolg van de verlaging van het budget voor particuliere pandverbetering.
Bestemmingsplannen
De lasten in 2017 zijn per saldo 116.000 euro lager dan in 2016. Dit wordt veroorzaakt door:
Cultuur
De lasten in 2017 zijn 0,7 miljoen lager dan in 2016 door bezuinigingen voortkomend uit het coalitieakkoord en uitgewerkt in de keuzenota 2014 en de actualisatie van het cultuurplan 2015 is aangegeven hoe de bezuiniging is ingevuld.
Vanaf 2017:
De lagere lasten (1,9 miljoen) worden veroorzaakt door een lagere subsidie aan de volgende instellingen:
Door 35.000 euro uitname overhead
Daar staat een aantal hogere lasten (1,3 miljoen) in 2017 tegenover, te weten:
Er is begroot dat in 2017 50.000 euro wordt onttrokken aan de reserve stadsverfraaiing.
Ontwikkeling meerjarenbegroting
Vanaf 2018 zijn geen grote afwijkingen. De grootste afwijking wordt veroorzaakt door de incidentele lastenverhoging voor ATAK en Twentse Welle in 2017
De baten in 2017 e.v. zijn gelijk aan 2016.
Evenementen en Citymarketing
De lasten in 2017 zijn per saldo 79.000 euro lager dan in 2016 vooral door:
Parkeerbeheer
De lasten en baten komen voort uit de meerjaren prognose parkeerbedrijf (MPP) 2017-2026.
Het verschil in de lasten tussen de begrotingsjaren 2016 en 2017 wordt veroorzaakt door een verlaging van de kapitaallasten als gevolg van een lagere rente en een verhoging van de materiele lasten. Over de materiele lasten wordt 2% inflatie toegerekend.
De baten laten een groei zien van 5%. Naast een hogere opbrengst voor kort parkeren wordt rekening gehouden met een hogere opbrengst vanuit abonnementen/vergunningen en opbrengsten vanuit samenwerking met partners. In de verhoging van de baten is een eenmalig voordeel op investeringen van 250.000 euro meegenomen.
In 2017 wordt 1,7 miljoen euro in de negatieve reserve parkeren gestort. Aan de reserve parkeren wordt in 2017 0,95 miljoen euro onttrokken.
Grondbedrijf
Onder het eindproduct Grondbedrijf zijn de begrotingscijfers uit het Meerjaren Perspectief Grondbedrijf (MPG) 2016 gepresenteerd. Voor het begrotingsjaar 2017 is sprake een stijging ten opzichte van 2016, maar in de jaren daarna is een daling zichtbaar. Dit heeft onder andere te maken met faseringen in de projecten, zoals het verwachte moment van bouw- en woonrijp maken, het verwerven en overboeken van gronden naar de grondexploitatie, de plankosten en het uitbetalen van subsidies. Daarnaast zijn er kosten die in het 1e jaar worden geraamd (voorzichtigheidsprincipe) voor het project, maar waarvoor nog niet duidelijk is op welk moment de werkelijke uitgaven worden gedaan.
In de Zomernota 2016 is besloten om 70.000 euro in te zetten als dekking voor gemeentelijke bezuinigingen.
De storting is het gevolg van:
Locatieontwikkeling
De lasten in 2017 zijn in totaal 5.717.000 euro lager ten opzichte van 2016. De verlaging wordt vooral veroorzaakt doordat in 2016 de eenmalige kosten van de AD gefinancierde organisatie via dit eindproduct zijn begroot. Het betreft vooral de eenmalige afschrijving van de kapitaalslasten om in de toekomst ruimte te creëren voor een spaarprogramma ter dekking van de uitname uit de Reserve Mobiliteit.
Ook werd in 2016 voor 625.000 euro aan kosten begroot voor de activiteiten in het kader van Technology Bas Twente. In 2017 zijn deze kosten (325.000 euro) begroot in het programma Economie Werk & Onderwijs thema Versterken Economie.
Ontwikkelingen meerjarig:
In 2017 wordt 2 miljoen als bate verantwoord en in 2018 2 miljoen als last verantwoord als gevolg de mutatie in de Reserve Grondprijs op maat die als voorfinanciering wordt gebruikt voor de kosten van BBV/RaR.
In 2018 zijn er kosten (2,25 miljoen euro) geraamd voor de infrastructuur van het ADT.
Reserves
De reeks stortingen vanaf 2017 betreft het spaarprogramma voor de kosten van de AD gefinancierde organisatie.
Het verschil in onttrekking tussen 2016 en 2017 wordt veroorzaakt door de eenmalige afschrijving van de kapitaallasten (zie hierboven).
Begraafplaatsen
De lasten 2017 zijn per saldo 15.000 euro lager dan in 2016. Dit wordt veroorzaakt door:
Beheer Wegen
De lasten 2017 zijn per saldo 246.000 euro lager dan in 2016. Dit wordt veroorzaakt door:
Havens en markten
De lasten zijn in 2017 9.000 euro hoger ten opzichte van 2016. Dit wordt veroorzaakt door de toekenning van loon- en prijscompensatie.
Ontwikkelingen meerjarig:
Daarnaast worden de lasten vanaf 2018 structureel met 200.000 euro verhoogd voor groot onderhoud van de haven.
Openbare Verlichting
De lasten in 2017 zijn in totaal 104.000 euro lager ten opzichte van 2016. Dit komt door:
Stadsdeelbeheer
De lasten in 2017 zijn in totaal 1.078.000 euro lager ten opzichte van 2016 door:
Daarnaast worden de lasten weer hoger in 2017 t.o.v. 2016 door o.a.:
Ontwikkeling meerjarenbegroting
Vanaf 2018 is er:
Vergunningen leefomgeving
De stijging van het lastenbudget met 268.000 euro t.o.v. 2017 wordt vooral veroorzaakt doordat:
De stijging in het batenbudget met 374.000 euro wordt vooral veroorzaakt doordat :
Toelichting mutatie reserves
Hieronder worden de belangrijkste mutaties per product verklaard. De inhoudelijke toelichting is bij de afzonderlijke producten te vinden.
De hogere storting van 1,5 miljoen euro wordt veroorzaakt door de producten parkeerbeheer voor 0,6 miljoen euro en locatieontwikkeling voor 0,9 miljoen euro. De lagere onttrekking van 5 miljoen euro wordt vooral veroorzaakt door het product locatieontwikkeling.
Meerjarige ontwikkeling
De hogere stortingen worden vooral veroorzaakt door de producten locatieontwikkeling, parkeerbeheer en grondbedrijf.
Afvalstoffen
In de vergadering van 18 april 2016 heeft de raad besloten per 2017 over te gaan tot de invoering van tariefdifferentiatie. Op basis van dit besluit is de exploitatie van dit product afval op een aantal punten aangepast.
Het verschil in de lasten tussen de begrotingsjaren 2016 en 2017 wordt veroorzaakt door:
De baten laten per saldo een toename zien door de verhoging van de opbrengst op diverse afvalstromen, met name op de afvalstroom pmd (plastic, metaal en drankkartons).
De afvalstoffenheffing wordt vanaf 2017 gesplitst in een vast deel en een variabel deel. Definitieve tarieven worden voor 1 januari 2017 door de raad vastgesteld.
Beleid leefomgeving
De lasten zijn in 2017 per saldo 194.000 euro lager t.o.v. 2016. Dit wordt veroorzaakt door:
De baten zijn in 2017 per saldo 137.000 euro lager t.o.v. 2016. Dit wordt veroorzaakt door:
Ontwikkeling meerjarenbegroting
In 2018 e.v. zijn de lasten lager als gevolg van:
Riolering
De budgetten zijn gebaseerd op de herziening GRP 2016-2020 van het Gemeentelijk Rioleringsplan dat in oktober 2015 door de raad is vastgesteld. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van 2016 zijn de verlaging van de rente op de boekwaarde, de extra BTW kosten ten gevolge van de verzelfstandiging van OE en de extra toerekening van kosten uit de openbare ruimte. Daarnaast is door de lagere omslagrente in 2017 reeds gestart met het opbouwen van de voorziening groot onderhoud riolering.
Handhaving bouwwerken en bedrijven
De lasten in 2017 zijn per saldo 143.000 euro lager dan in 2016. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door:
Handhaven Openbare Ruimte
De lasten in 2017 zijn per saldo 48.000 euro hoger dan in 2016. Dit wordt veroorzaakt door:
De baten vallen iets lager uit doordat een kleine vergoeding voor onderhoud voertuigen vanaf 2017 is vervallen.
Ontwikkelingen meerjarig:
Vanaf 2020 vervalt de 200.000 euro voor intensivering Handhaving en Veiligheid.
Duurzaamheid
De lasten zijn in 2017 152.000 euro hoger dan in 2016 door de versnelling van duurzaamheid, voornamelijk het speerpunt energie zoals uitgewerkt in het "actieplan duurzaamheid". Dit bedrag wordt onttrokken uit de reserve. Dit geldt ook voor de jaren 2018 en 2019.
Ontwikkeling meerjarenbegroting
Bij het aflopen van het coalitieakkoord in 2018 zijn er vanaf 2019 geen structurele middelen (budget) beschikbaar voor het product duurzaamheid.
Openbare orde en veiligheid
De totale lasten zijn in 2017 285.000 euro hoger ten opzichte van 2016. Dit is het gevolg van:
Ontwikkelingen meerjarig:
Vanaf 2020 is het budget 250.000 euro lager. Dit wordt veroorzaakt door de afloop van de investeringen in Big-Data en de Kameleonaanpak.
Dienstverlening en financieel beleid
|
Toelichting
Algemene inkomsten
Via dit (administratieve) product worden de mutaties in het middelenkader verwerkt, zoals toekomstige loon- en prijsstijgingen en spaarprogramma’s ten behoeve van het weerstandsvermogen.
Onderwijshuisvesting
De kosten voor onderwijshuisvesting bestaan voor het grootste gedeelte uit kapitaallasten. Ieder jaar worden de feitelijke kapitaallasten begroot en deels gedekt uit de exploitatie en deels uit een onttrekking aan de egalisatiereserve. De kapitaallasten zijn, ten opzichte van 2016, met 1,8 miljoen euro gedaald vanwege een verlaging van de rentelasten door aanpassing van de omslagrente 3,25% en vanwege een daling van de onderwijsactiva. De kapitaallasten dalen in 2018, 2019 en 2020 nog verder met respectievelijk 300.000, 400.000 en 300.000 euro. Daarnaast is er vanaf 2017 voor 0,6 miljoen euro aan overige huisvestingslasten verminderd o.a. vanwege de herschikking van de onderwijsgebouwen. De baten stijgen in 2017 met 100.000 euro ten opzichten van 2016 vanwege betere gebouwbezetting.
Zowel de dotatie als de onttrekking aan de egalisatiereserve is in 2017 met 500.000 euro gestegen vanwege de bijgestelde prognose van de kapitaallasten en de extra beschikbare gelden voor de ISK-locatie.
Sport en wijkaccommodaties
In november 2015 is de raad akkoord gegaan met de oprichting van het sportbedrijf. Deze budgetten maken onderdeel uit van de oprichting. In december komt er een apart raadsbesluit, waardoor ze worden overgeheveld naar het programma maatschappelijke ondersteuning in de vorm van een subsidie.
Resultaat bedrijfsvoering
Zoals aan het begin van dit hoofdstuk is toegelicht is de programmaoverhead vanaf 2017 verzameld binnen het programma Dienstverlening en financieel beleid. Wettelijk is namelijk voorgeschreven dat vanaf 2017 alleen de kosten van het primaire proces in de programma’s worden opgenomen. Daarom is de programmaoverhead uit de verschillende programma's opgenomen binnen het product Resultaat bedrijfsvoering. Meer informatie over de gemeentelijke overhead is opgenomen in hoofdstuk 5.2.
Publieksdienstverlening
Het budget publieksdienstverlening neemt af, doordat de programmaoverhead vanaf 2017 is opgenomen binnen het programma Dienstverlening en financieel beleid onder het product resultaat bedrijfsvoering.
Voor 2017 is er voor de jaren 2017 - 2020 een nieuwe inschatting gemaakt van de te verwachten omzet en de daarmee gemoeide kosten. Vanaf 2019 dalen de leges in verband met de gewijzigde geldigheidsduur van reisdocumenten van 5 naar 10 jaar.
Gemeentearchief
Het budget gemeentearchief neemt af, doordat de programmaoverhead vanaf 2017 is opgenomen binnen het programma Dienstverlening en financieel beleid onder het product resultaat bedrijfsvoering.
Door digitalisering zijn de legesopbrengsten bij het gemeentearchief komen te vervallen.
Verkiezingen
In 2016 hebben we extra geld ontvangen vanuit het rijk voor het organiseren van een referendum. In 2017 hebben we een regulier budget beschikbaar voor het organiseren van één verkiezing. Bij het volbrengen van alle normale zittingstermijnen worden er in 2019 twee verkiezingen georganiseerd.
Regionale samenwerkingen
De mutatie op dit product betreft de begroting van de algemene kosten voor de Regio Twente.
Algemene belastingen
De opbrengsten van de algemene belastingen nemen toe met circa 1,2 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door de areaaluitbreiding en de indexatie. Zie ook Paragraaf lokale Heffingen.
Ondersteuning College van B&W en directie
In 2019 wordt het budget lager (-150.000 euro) wegens het aflopen van de incidenteel beschikbare middelen voor bestuurlijke vernieuwing.
Interne dienstverlening
Interne dienstverlening omvat alle gemeentelijke geconcentreerde taken voor bedrijfsvoering (onder meer IT, P&O, financiën, huisvesting, facilitaire diensten etc.). De belangrijkste mutaties op dit product in de komende jaren zijn;
In de begroting is op dit product rekening gehouden met een onttrekking aan reserves van 10,0 miljoen euro en een dotatie aan reserves van 9,5 miljoen.
Incidenteel betreft het een dotatie 4,3 miljoen euro aan de reserve flankerend beleid ingesteld voor het realiseren van bezuinigingen. Hiermee heeft de organisatie meer armslag om bij het doorvoeren van bezuinigingen en verzelfstandigen van taken flankerende maatregelen te nemen. Denk daarbij aan het treffen van regelingen voor bovenformatief personeel, investeringen in ICT om efficiënter te kunnen werken, frictiekosten en desintegratiekosten i.v.m. met het verzelfstandigen van werkzaamheden.
De dotaties aan de reserve betreft:
De onttrekking aan de reserves betreft:
Voor interne dienstverlening wordt voor het realiseren van de taakstelling voor digitalisering van werkprocessen in 2017 250.000 euro onttrokken aan de reserve flankerend beleid.
Raad en commissies
Het budget Raad en raadscommissies neemt met 35.000 euro af door:
Rente & Treasury
het saldo van de lasten en baten van het product treasury worden in de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020 respectievelijk 9,8, 1,7 , 0,1 en 0,5 ,miljoen lager. Dit wordt veroorzaakt door de verlaging van de omslagrente. Zie ook Treasuryparagraaf.
Vastgoed
In de begroting van 2017-2020 is voor het eerst rekening gehouden met de financiële uitwerkingseffecten van het vastgoedbeleid. Dit verklaart voor een belangrijk deel de grote verschillen in zowel de baten als de lasten bij het product Vastgoed. In 2017 stijgen de lasten met 10,3 miljoen euro. Dit wordt vooral veroorzaakt door het afstoten van delen van de vastgoedportefeuille en de negatieve exploitaties vanuit de onderdelen die aan het Vastgoed Bedrijf Enschede zijn toegevoegd bij de concentratie van vastgoed (Strategie op Vastgoed).
Daar staat tegenover dat o.a. vanwege het verminderen van de portefeuille en een daling van de omslagrente naar 3,25% de kapitaallasten dalen met 2,0 miljoen euro. Vanwege het afstoten van delen van de portefeuille nemen de baten in 2017 met 3,7 miljoen euro toe. Dit zet zich voort in 2018 met een stijging in de baten van 7,1 miljoen euro.
Het Vastgoedbedrijf is een zogenoemd "gesloten systeem", dat betekent dat het saldo van de baten en de lasten wordt verrekend met de reserve vastgoed. Hierdoor zullen ook de storting en onttrekking aan de reserve een beeld laat zien wat vergelijkbaar is met de hierboven genoemde ontwikkelingen. Vanwege de uitwerking van het vastgoedbeleid wordt er in 2017 per saldo 4,6 miljoen euro meer onttrokken aan de reserve Vastgoed en wordt er in 2018 8,8 miljoen meer gedoteerd.
Uitzondering op het 'gesloten systeem' zijn de wijkcentra, deze baten en lasten zijn opgenomen binnen de begroting van het vastgoedbedrijf. Het nadelig saldo van de wijkcentra wordt niet verrekend met de reserve Vastgoed, hierdoor kent het product Vastgoed een nadelig saldo van 633.000 euro.
Regionale dienstverlening
Het product regionale dienstverlening omvat alle dienstverlening voor derden. Het gaat onder meer om diverse dienstverlening op het gebied van bedrijfsvoering voor Losser, facilitaire dienstverlening voor huurders in de servicecentra en Stadkantoor, en IT dienstverlening voor o.a. Dimpact en het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente. Door deze dienstverlening kunnen we onze vaste kosten verdelen over een grotere omvang waardoor we de kosten voor de gemeentelijke organisatie (interne dienstverlening) zo laag mogelijk houden. Met ingang van 2017 wordt de IT dienstverlening aan de Stadsbank beëindigd waarmee de omzet bij IT voor derden 427.000 euro daalt.
In de periode 2017-2020 is verder een verdere daling van de omzet uit verhuur van gebouwen aan de orde door het onder andere het vertrek van de politie uit servicecentrum Oost met ingang van 1-2-2017, hetgeen een omzetdaling betekent van 525.000 euro in 2017. Voorts moet door de invoering van de vennootschapsbelasting de omzet voor huur van m2 in ambtelijke panden rechtstreeks door het vastgoedbedrijf rechtstreeks in rekening gebracht worden bij externe huurders. Dit betekent een verschuiving van omzet van het product interne dienstverlening naar het vastgoedbedrijf van 292.000 euro. De omzet voor hosting van Dimpact gemeenten blijft voor 2017 en 2018 stabiel zo is de verwachting. De toename van leegstand in de servicecentra leidt tot taakstellingen op de vaste kosten voor de interne dienstverlening.
In de begroting is een dotatie van ruim 0,2 miljoen euro opgenomen aan de diverse reserves. Dit betreft een dotatie aan de reserves werkplekinrichting en ICT voor Losser die zijn bedoeld om schommelingen in de exploitatie op te vangen en dienen ter dekking van kapitaallasten.
Klachtencommissariaat
Het budget voor het klachtencommissariaat wordt in 2019 lager (-100.000 euro) wegens het aflopen van de incidenteel beschikbare middelen voor bestuurlijke vernieuwing.
Met deze begroting wordt de raad gevraagd in te stemmen met onderstaande vervangingsinvesteringen voor de jaarschijf 2017. Voor deze investeringen is dekking beschikbaar in de kapitaallastenbudgetten van de programma's. Een meerjarig overzicht van alle investeringen is opgenomen in hoofdstuk 5.3 (onderdeel Investeringen).
Programma | Omschrijving | Kredietbedrag (in euro's) |
Versterken economie | Investeringsfonds DCW | 160.000 |
Duurzame leefomgeving | Openbare verlichting | 1.200.000 |
Riolering | 16.810.000 | |
Beheer wegen | 2.175.000 | |
Investeringen Voertuigen SDB | 200.000 | |
Dienstverlening en financieel beleid | VBE raamkrediet | 1.000.000 |
OHV wettelijk verplichte investeringen | 500.000 | |
H&S raamkrediet | 100.000 | |
H&S vervanging dienstauto's | 166.000 | |
H&S Werkplekinrichting | 394.000 | |
IT Bedrijf 0-jaars afschrijving | 2.879.000 | |
IT Bedrijf 3-jaars afschrijving | 766.000 | |
IT Bedrijf 5-jaars afschrijving | 1.035.000 | |
ISC vervanging landmeetapparatuur | 110.000 | |
Totaal | 27.495 |
Bij de behandeling van de raadsenquête "Grip op grond" in 2012 is gevraagd om een integraal overzicht op te stellen van de financiële positie van risico's van ruimtelijke projecten van binnen en buiten het grondbedrijf. Dit zijn MPG-, MSI-, mobiliteits- en vastgoedprojecten. Met het opnemen van onderstaande bijlage (bij zowel de programmabegroting als bij de jaarrekening) geven we invulling aan het verzoek van de raad.
Zie de gemeenterekening 2015 voor de meest actuele weergave van de MPG-projecten.
In de gemeenterekening 2015 is gerapporteerd over de MSI en mobiliteitsprojecten. Een geactualiseerd beeld is opgenomen in onderstaande tabel. De projecten onder hoofdverkeersinfrastructuur en beleid vormen de mobiliteitsprojecten. De overige projecten zijn de MSI-projecten.
MSI projecten
INV /MSI projecten bedragen X 1.000 euro |
looptijd t/m | boekwaarde 31-8-2016 |
Gerealiseerde kosten t/m 31-8-2015 |
Gerealiseerde opbrengsten t/m 31-8-2015 |
Prognose nog te realiseren kosten |
Prognose nog te realiseren opbrengsten |
Prognose eindresultaat |
risico (bedrag obv risicoanalyse) |
Actieprogramma Binnenstad | 2016 | € 90 | € 1.797 | € 1.706 | € 1.077 | € 1.167 | € 0 | € 0 |
Stadsweide Verbindingszone Stadscampus-Binnenstad | 2016 | € 34 | € 393 | € 359 | € 1.207 | € 1.241 | € 0 | € 0 |
Totaal | € 124 | € 2.190 | € 2.065 | € 2.284 | € 2.408 | € 0 | € 0 |
Risico's MSI-projecten
De risico's van MSI-projecten worden opgevangen binnen het project. Hiervoor wordt per project risicomanagement gevoerd.
Mobiliteitsprojecten
Onderstaande projecten binnen het programma Stedelijke ontwikkeling leveren een bijdrage aan het doel zoals opgenomen in de Programmabegroting 2014: het ten minste op peil houden van de bereikbaarheid van de economische centra van de stad.
bedragen x1.000 euro | projectfase | einddatum | Totaal Krediet / begroot |
Gerealiseerde kosten - opbr. (boekwaarde) |
Gerealiseerde kosten | Gerealiseerde opbrengsten | Nog te realiseren kosten |
Nog te realiseren opbrengsten |
eindresultaat (nominaal) | risico (bedrag obv risicoanalyse) |
Mobiliteit | ||||||||||
Duurzame verkeersmaatregelen | Programmatische aanpak | 2016-2018 | 533 | 0 | 425 | 392 | 108 | 141 | 0 | |
Fiets | Realisatiefase | 2016-2018 | 3.419 | 0 | 1.738 | 577 | 1.681 | 2.842 | 0 | |
Fietsenstalling de Graaf expl | Realisatiefase | 2016-2018 | 3.062 | 0 | 2.810 | 2.554 | 252 | 508 | 0 | |
Fietsenstalling Station NZ | Realisatiefase | 2017 | 1.212 | 0 | 678 | 772 | 534 | 440 | 0 | |
Subtotaal fiets | 7.693 | 0 | 5.226 | 3.903 | 2.467 | 3.790 | 0 | |||
HOV Midden | Realisatiefase | 2016-2017 | 2.464 | 0 | 2.088 | 364 | 376 | 2.100 | 0 | |
Subtotaal HOV | 2.464 | 0 | 2.088 | 364 | 376 | 2.100 | 0 | |||
Incentive Zone | Realisatiefase | 2016-2018 | 2.588 | 0 | 3.516 | 3.246 | 0 | 270 | 0 | |
Studies | Programmatische aanpak | 2016-2018 | 2.268 | 0 | 2.075 | 1.673 | 193 | 595 | 0 | |
Subtotaal studies | 4.856 | 0 | 5.591 | 4.919 | 193 | 865 | 0 | |||
Openbaar Vervoer | Realisatiefase | 2016-2018 | 290 | 0 | 230 | 188 | 60 | 102 | 0 | |
Auke vleerstraat fase 3b | Realisatiefase | 2016-2018 | 5.784 | 5.533 | 5.533 | 251 | 251 | 0 | ||
Vereffeningsreserve | Realisatiefase | 2016-2018 | 1.478 | 0 | 222 | 222 | 1.256 | 1.256 | 0 | |
Verkeersprojecten overig | Programmatische aanpak | 2016-2018 | 2.210 | 0 | 2.000 | 2.102 | 210 | 108 | 0 | |
Verkeersveiligheid | Programmatische aanpak | 2016-2018 | 524 | 0 | 346 | 391 | 178 | 133 | 0 | |
AVS 3b incl voetpad Elysium | Realisatiefase | 2016-2018 | 3.695 | 0 | 3.310 | 3.083 | 385 | 612 | 0 | |
Lonnekerbrugstr Parkeerpls | Realisatiefase | 2016-2018 | 1.040 | 0 | 4 | 0 | 1.037 | 1.040 | 0 | |
Mobiliteitsplan jaarschijf 2015 | Realisatiefase | 2016-2018 | 5.974 | 0 | 2.809 | 1.396 | 3.165 | 4.578 | 0 | |
Mobiliteitsplan jaarschijf 2016 | Realisatiefase | 2016-2018 | 1.445 | 0 | 906 | 354 | 539 | 1.091 | 0 | |
Totaal mobiliteit | 37.986 | 0 | 28.690 | 22.847 | 10.224 | 16.067 | 0 |
Risico's Mobiliteitsprojecten
De risico’s bij mobiliteitsprojecten worden per project gemonitord. De risico’s zijn beperkt door strikte sturing op kosten en opbrengsten. Indien sprake is van afwijkende kosten/opbrengsten (ten opzichte van het door de raad gevoteerde krediet, dan wordt dit verrekend met een vereffeningsrekening conform het raadsbesluit van 30 januari 2006). Binnen de reserve mobiliteit is een bedrag van 500.000 euro aan risicobuffer gereserveerd.
Subsidie kan worden verstrekt als er een grondslag voor is. De meeste subsidies hebben als grondslag een bijzondere subsidieverordening of de begroting van de Gemeente Enschede. De instellingen die een subsidie krijgen op basis van de begroting staan genoemd in de begroting. De overige subsidies staan als verzamelsubsidie genoemd. Deze zijn niet gelinkt aan een specifieke instelling tot het moment van verlening.
|
Een aantal subsidies zijn programmaoverstijgend. Deze zijn opgenomen in onderstaande tabel.
|
Toelichting
Hieronder volgt een toelichting op de belangrijkste subsidies van het programma MO.
De middelen Beschermd wonen (totaal 40 miljoen euro), Maatschappelijke Opvang (totaal 9,5 miljoen euro) en Vrouwenopvang (totaal 3,6 miljoen euro) ontvangt Enschede van het Rijk als zijnde centrumgemeente. Inzet van de middelen vindt plaats in overleg met de regiogemeenten. De middelen worden voor een groot deel ingezet via subsidies.
Deze subsidies voor Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang zijn in 2017 onder de diverse "verzamel-subsidies" opgenomen. Na ontvangst van de subsidieaanvragen volgt er een toekenning.
Verzamelsubsidies Beschermd Wonen betreffen onder meer: RIBW, Tactus, Leger des Heils, Aveleijn, JP van den Bent, Carint Reggeland Groep.
Verzamelsubsidies Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang betreffen onder meer: Coördinatiecentrum Mensenhandel, De Nieuwe Organisatie, Humanitas onder Dak Twente, Jarabee, Kadera, Leger des Heils, Mediant, Reclassering Nederland, Surplus, Tactus en Wijkracht.
Op de subsidie van de Volksuniversiteit Enschede (VUE) is een bezuiniging opgenomen. Het te bezuinigen bedrag is vastgesteld op structureel 200.000 euro. De raad besloot op 8 juni 2015 de bezuiniging de eerste twee jaren gefaseerd in te vullen. Dat wil zeggen dat de subsidie in 2016 met 50.000 euro wordt teruggebracht, in 2017 met 125.000 euro en vanaf 2018 structureel met 200.000 euro. In 2016 is een platform Maatschappelijk meedoen opgericht onder de naam M-Pact. Onder deze subsidie is vanaf 2017 ook de subsidie van de Volksuniversiteit Enschede (VUE) opgenomen.
Jaarlijks valt de doorkijk van de Meerjaren Prognose Parkeerbeheer (MPP) samen met de totstandkoming van de programmabegroting. De parkeertarieven 2017 worden uiterlijk 1 januari 2017 vastgesteld.
Verwachtingen van het product Parkeerbeheer in 2017 en verder
In het product Parkeerbeheer zijn naast de bestaande exploitatieresultaten, ook de exploitatieresultaten meegenomen uit de uitbreiding van de H.J. van Heekgarage voor het Medisch Spectrum Twente (MST).
1. Meerjaren Prognose Parkeren 2017 en verder
In de Meerjaren Prognose Parkeren (MPP) 2017 en verder, wordt rekening gehouden met een positief exploitatieresultaat over 2017 van 1,7 miljoen euro. Dit bedrag is 0,7 miljoen euro hoger dan het MPP 2016 welke bij de programmabegroting 2016-2019 is vastgesteld. De oorzaken hiervan zijn:
1a. Parkeervisie
In 2013 heeft de raad de parkeervisie vastgesteld. Structureel wordt voor de parkeervisie 111.000 euro budget in het MPP opgenomen en ten laste van het resultaat gebracht. In de najaarsnota 2013 is besloten alleen de maatregelen uit te voeren die geen investeringskosten met zich mee brengen en/of budgetneutraal zijn uit te voeren.
1b. Onderhoudsvoorziening
Op basis van contractuele afspraken wordt een deel van de onderhoudskosten in rekening gebracht bij partners.
1c. Terugverdientijd aanloopverliezen
Naar huidig inzicht zullen de aanloopverliezen van het Parkeerbedrijf Enschede (PBE) medio 2018 zijn terugverdiend. Vanaf de programmabegroting 2019 wordt 500.000 euro toegevoegd aan de algemene middelen en wordt 1.000.000 euro toegevoegd aan de reserve ter egalisatie van toekomstige mee- en tegenvallers. Zie onderstaande grafiek voor verloop van de terugverdientijd van de aanloopverliezen:
2. Parkeren bezoekers MST in de H.J. van Heekgarage
In het product parkeerbeheer zijn naast de bestaande exploitatieresultaten, ook de resultaten meegenomen uit de uitbreiding van de H.J. van Heekgarage voor het Medisch Spectrum Twente (MST).
Indicatorgroep | Indicator | Voldoende | Neutraal | Onvoldoende |
1. Lokale lasten | 1.1 Lokale lastendruk | > 5% lagere lastendruk dan gemiddeld | Gemiddelde lastendruk in Nederland | > 5% hogere lastendruk dan gemiddeld |
1.2 Onbenutte belastingcapaciteit OZB | Onbenutte belastingcapaciteit > 0,25% exploitatie voor mutatiesreserves | Onbenutte belastingcapaciteit bedraagt 0,07% van exploitatietotaal in Enschede. | Geen onbenutte belastingdruk beschikbaar | |
1.3 Derving OZB i.v.m. leegstand | Derving OZB < 1% OZB-opbrengst niet woningen | 1% <= derving OZB <= 5% OZB-opbrengst niet woningen | Derving OZB > 5% OZB-opbrengst niet woningen | |
1.4 Kostendekkendheid leges | Extra ruimte > 1% van exploitatietotaal voor mutaties reserves | Extra ruimte 0% tot 1% van exploitatietotaal voor mutaties reserves. Voor Enschede 0,48%. | Geen ruimte in tarieven. | |
2. Schuldpositie, vreemd vermogen | 2.1 Schuldratio | < 50% | 50% tot 80% | 82% |
2.2 Netto schuld / exploitatie (netto schuldquote) | 85% | 90% tot 130% | > 130% | |
2.3 Schuldevolutie | > 15% afname | min 15% tot plus 15% | > 15% toename | |
2.4 Netto rentelasten / exploitatie | < 1% van totale exploitatie | 1% tot 3% | > 3% van totale exploitatie | |
2.5 Rentereserve | Reserve voldoende om 2 jaren schommelingen op te vangen. | Reserve voldoende om 1 jaar schommelingen op te vangen. | Geen rentereserve. | |
2.6 Omslagrente - werkelijke rente | Werkelijke rente < omslagrente. | Werkelijke rente = omslagrente. | Werkelijke rente > omslagrente | |
3. Reservepositie, eigen vermogen | 3.1 Ratio weerstandsvermogen | > 1,4 | 1,0 tot 1,4 | < 1,0 |
3.2 Mogelijkheden om beschikbare weerstandscapaciteit te verbeteren | Mogelijkheden om ratio te verbeteren tot > 1,4 | Mogelijkheden om ratio te verbeteren tot 1,0 - 1,4 | Geen verbetermogelijkheden | |
3.3 Aandeel stille reserve in weerstandsvermogen | <25% | 25-50% | >50% | |
4. Leningen, garantstellingen en waarborgen | 4.1 Zekerheden leningen, garantstellingen en waarborgen | > 95% zekerheden | 90% tot 95% zekerheden (91,9%) | < 90% zekerheden |
5. Meerjarig onderhoud kapitaalgoederen | 5.1 Toereikendheid onderhoudsbudgetten, incl. vervangingsinvesteringen | Geen extra budget nodig | 0% <= extra benodigd budget <= 1% exploitatie voor mutatie reserves (lasten) | Extra benodigd budget > 1% exploitatie voor mutaties reserves (lasten) |
6. Grondexploitaties | 6.1 Afhankelijkheid grondexpl. voor sluitende begroting | Niet afhankelijk van grondexploitaties voor sluitende begroting | Afhankelijk van grondexploitaties voor sluitende begroting. | |
6.2 Winstverwachting grondexploitaties | Positieve winstverwachting | Geen positieve winstverwachting | ||
6.3 Algemene reserve grondbedrijf en risicoreserve grondbedrijf versus risico's | Reserve grondbedrijf > omvang risico's grondbedrijf | Reserves grondbedrijf 98% tot 100% risico's grondbedrijf. | Reserve grondbedrijf < 98% risico's grondbedrijf | |
6.4 Toekomstig nog te realiseren baten en lasten in relatie tot de BIE (Bouwgrond In Exploitatie) | toekomstige baten en lasten/ actuele boekwaarde BIE < 2 | waarde tussen 2 en 3 | > 3 | |
7. Financiële evenwicht | 7.1 Ombuigingen, taakstellingen | < 1% van begrotingstotaal nog in te vullen | 1% tot 2% begrotingstotaal nog in te vullen | Nog > 2% begrotingstotaal in te vullen |
7.2 Verhouding Structureel / Incidenteel | > 98% structurele lasten afgedekt met structurele baten | 96% tot 98% structurele lasten afgedekt met structurele baten | < 96% structurele lasten afgedekt met structurele baten | |
7.3 Meerjarig sluitende begroting | Alle jaren sluitend | 1e of 4e jaar sluitend | 1e of 4e jaar niet sluitend, preventief toezicht |
Aangenomen Amendementen (raadsbehandeling 14 november 2016)
Amendement A
Verder investeren in de binnenstad
D66, VVD, CU, BBE, CDA
Besluit:
om aan het dictum van het voorliggende raadsvoorstel de volgende beslispunten toe te voegen:
Amendement D
Maaibeleid
D66, VVD, CU BBE, CDA, PvdA
Besluit:
Amendement E
Groene Leges
BBE
Besluit:
Aangenomen Moties (raadsbehandeling 14 november 2016)
Motie 2
Verkenning mogelijkheden Geothermie
PvdA, CDA, VVD
Besluit:
Motie 3
Pilot voor gevelrenovatie invalswegen
BBE
Besluit:
Motie 10
Toekomstvisie
CDA, VVD, D66, CU
Besluit:
Motie 12
Herkennen, vinden & vastleggen van competenties van werkzoekenden
VVD, D66, SP, CDA, EA, OPA, CU
Besluit:
Motie 14
Gezocht: nieuwe gemeentesecretaris (M/V) voor “goed bestuur”
GL
Besluit:
Motie 19
Bestrijding fraude in de zorg
CDA, BBE, CU, VVD, D66
Besluit: